Ondernemingsrecht

Aandeelhouder, gedraag je!

Als een aandeelhouder een medeaandeelhouder wil uitstoten bij een vennootschap, dan zal die aandeelhouder moeten aantonen dat de medeaandeelhouder door zijn of haar handelen de vennootschap in gevaar brengt. Maar wat nu als de aandeelhouder ook bestuurder is?

Frederik van Beek en Joop Werner

Tussen aandeelhouders van een vennootschap kunnen geschillen ontstaan. De statuten van een vennootschap of een overeenkomst tussen aandeelhouders kunnen een regeling bevatten voor de oplossing van die geschillen. Ook de wet kent een geschillenregeling, zoals het instellen van een vordering tot gedwongen overdracht van aandelen. Dit wordt ook wel 'uitstoting' genoemd. Aan de hand van een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam bespreken we het wettelijke kader van 'uitstoting', en hoe dat wettelijke kader kan worden toegepast.

Een aandeelhouder van een vennootschap zit niet te wachten op geschillen met andere aandeelhouders. Met overleg kan gelukkig veel worden opgelost. Maar wat nu als overleg niet werkt en de onderneming in gevaar wordt gebracht door gedragingen van de andere aandeelhouder? Als de statuten of een overeenkomst tussen aandeelhouders geen oplossing biedt, dan kan op grond van artikel 2:336 van het Burgerlijk Wetboek de rechter om een oplossing worden gevraagd.

Wettelijk kader

De wet bepaalt, kortgezegd, dat een aandeelhouder die een derde of meer van de aandelen van een vennootschap bezit, bij de rechter een vordering tot 'uitstoting' van een andere aandeelhouder kan instellen. Als het beroep op uitstoting slaagt, dan heeft dat tot gevolg dat de zich 'misdragende' aandeelhouder zijn aandelen moet overdragen. 

Maar wanneer zijn de gedragingen van een aandeelhouder voldoende 'fout' om tot verplichte overdracht te leiden? Op grond van de wet is dat het geval als een "aandeelhouder het belang van de vennootschap dusdanig schaadt of heeft geschaad, dat niet kan worden verwacht dat het aandeelhouderschap voortduurt". In de rechtspraak is dit wettelijke kader verder uitgewerkt. Er moet sprake zijn van toerekenbare wangedragingen als aandeelhouder van min of meer voortdurende aard. Daarbij moet het functioneren van de vennootschap in gevaar zijn gebracht, omdat bijvoorbeeld de besluitvorming binnen de vennootschap wordt verlamd. 

Als een aandeelhouder zijn of haar medeaandeelhouder wil uitstoten, dan zal de aandeelhouder dus moeten aantonen dat de medeaandeelhouder door zijn of haar handelen de vennootschap in gevaar brengt. Maar wat nu als de aandeelhouder ook bestuurder is? De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft recent het toetsingskader in dat specifieke geval verduidelijkt, zoals de volgende casus laat zien.

Casus

In de casus waar de voorzieningenrechter over moest oordelen, hadden twee aandeelhouders ieder 50 procent van de aandelen in een vennootschap. Beide aandeelhouders waren ook bestuurder van de vennootschap. Op een bepaald moment trekt één van de bestuurders (A) zich terug als bestuurder, vanwege ziekte. A blijft wel aandeelhouder.

Na enige tijd wil A toch graag terugkeren als bestuurder van de vennootschap. Zij is wel nog voor een deel arbeidsongeschikt. De aangebleven bestuurder (B) en de Raad van Toezicht (RvT) zien een terugkeer van A als bestuurder niet zitten. A heeft volgens hen voor veel onrust gezorgd binnen de organisatie, onder meer vanwege haar stijl van leidinggeven.

A pikt de opstelling van B en de RvT niet. Zij heeft meerdere verwijten geuit richting B en de RvT en hen onder meer persoonlijk aansprakelijk gesteld. B stelt vast dat het zo niet langer kan en doet A een voorstel om haar aandelen over te nemen. A gaat daar niet op in, maar start een procedure bij de Ondernemingskamer. Voor B is de maat dan vol. Als aandeelhouder start hij een (spoed)procedure tot 'uitstoting' van zijn medeaandeelhouder A. Aan de voorzieningenrechter de taak om te beoordelen of voor uitstoting van A voldoende grond is.

De voorzieningenrechter oordeelt dat in beginsel moet worden getoetst of sprake is van (wan)gedragingen als aandeelhouder. In deze specifieke situatie was het alleen niet altijd duidelijk of A handelde als bestuurder of als aandeelhouder. De gedragingen van A als aandeelhouder moeten daarom worden 'ingekleurd' door haar functioneren als bestuurder, aldus de voorzieningenrechter. De gedragingen van A als aandeelhouder en voormalig bestuurder acht de voorzieningenrechter voldoende schadelijk voor de vennootschap, zodat A wordt verplicht om haar aandelen over te dragen aan B. Die overdracht vindt plaats tegen een door een deskundige vastgestelde prijs. 

Aandeelhouder

 De voorzieningenrechter geeft in de besproken uitspraak een aanvulling op de hoofdregel. In beginsel gaat het bij de beoordeling van een beroep op uitstoting van een aandeelhouder om handelingen als aandeelhouder. Als ook wordt (of werd) gehandeld als bestuurder door die aandeelhouder, dan kunnen de gedragingen van de aandeelhouder ook worden ingekleurd door zijn handelingen als bestuurder. Bij een beroep op uitstoting van een aandeelhouder kan dus ook het handelen als bestuurder meespelen in de beoordeling daarvan.

Frederik van Beek is advocaat ondernemingsrecht bij Schaap Advocaten Notarissen in Rotterdam. Joop Werner is advocaat/partner ondernemingsrecht bij Schaap Advocaten Notarissen in Rotterdam.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.