Tuchtrecht

Bescherm het tuchtrecht tegen de beroepsklager

Het accountantstuchtrecht is een groot goed en verdient bescherming tegen beroepsklagers. Bij repeterende klachten mogen (moeten) accountants daarom sneller 'terugduwen'.

Lars van Amsterdam en Léon Wijsman

Professionele beroepsbeoefenaars kunnen tuchtrechtelijk ter verantwoording worden geroepen. Zo moeten advocaten zich bij de Raad en het Hof van Discipline verantwoorden, komen artsen voor bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidzorg en reizen accountants af naar de Accountantskamer te Zwolle.

Tuchtrecht_hamer_900x590.jpg


Dat is terecht. Waar wordt gewerkt, worden (gepercipieerde) fouten gemaakt en professionals moeten daarop kunnen worden aangesproken. Tuchtcolleges zetten daarbij de lijnen uit van wat wel en niet acceptabel wordt gevonden, wat sturing biedt aan het handelen van iedere accountant, arts, advocaat en accountant. Door in het ultieme geval de toegang tot de beroepsgroep te ontzeggen is bovendien sprake van zelfreinigend vermogen. Openbare tuchtrechtspraak dient dan ook het belang van een beroepsgroep en is een kenmerk van professionalisme.

'De drempel om een tuchtklacht tegen accountants in te dienen is laag. '

De drempel om een tuchtklacht tegen accountants in te dienen is laag. Het verschuldigde griffierecht is minimaal, eenieder kan klagen en recent weer bevestigde de Accountantskamer haar vaste lijn dat het recht om een klacht in te dienen niet contractueel kan worden ingeperkt. Zelfs een benadering die ruimte biedt voor een 'van geval tot geval'-benadering vindt bij de Accountantskamer geen gehoor, omdat dit te veel afbreuk doet aan het algemeen belang dat het accountantstuchtrecht beoogt te dienen (Accountantskamer 21 januari 2021, ECLI:NL:TACAKN:2021:3).

Serieklachten

Een in essentie vrije toegang tot het tuchtrecht brengt het risico van 'serieklachten' met zich. Aan een klager die zijn of haar klacht ongegrond verklaard ziet worden, staat immers weinig tot niets in de weg voor het opnieuw indienen van een klacht die in wezen op dezelfde gronden en argumenten is gestoeld als het oorspronkelijke verwijt.

Inhoudelijk levert dat in de regel niets op. De 'nieuwe' klacht stuit af op het ne bis in idem-beginsel (er kan niet voor een tweede keer over dezelfde gedragingen worden geklaagd) en doet dat ook als dezelfde klacht net iets anders wordt ingekleed, maar materieel op hetzelfde neerkomt. Nog een stap verder gaat het oordeel dat een klager misbruik maakt van tucht(proces)recht: in dat geval is op voorhand uitgesloten dat de behandeling van de klacht zou kunnen bijdragen aan de doelstelling van de tuchtrechtspraak. Bijvoorbeeld omdat het indienen van de klacht, gelet op de evidente niet-ontvankelijkheid of ongegrondheid ervan, in verband met de belangen van de betrokken accountant achterwege had behoren te blijven.

'Wat als er 'gewoon' weer een nieuwe tuchtklacht wordt ingediend?'

Schending van het ne bis in idem-beginsel of het oordeel dat sprake is van misbruik van tuchtrecht is één ding, maar wat daartegen te doen? Meer in het bijzonder: wat als er 'gewoon' weer een nieuwe tuchtklacht wordt ingediend? De - toch enigszins frustrerende - conclusie: niet zo veel.

Een recente uitspraak van de Accountantskamer is illustratief. Klager, een oud-directeur van de gemeentelijke dienst Rijnmond, wordt uit zijn functie gezet nadat een onderzoek wijst op signalen van onregelmatigheden met betrekking tot zijn declaratiegedrag. Wat volgt is een grote hoeveelheid aan tuchtklachten tegen de bij het onderzoek betrokken accountants: in de periode eind 2016 - eind 2019 dient klager negen klachten in, die zowel door de Accountantskamer als het CBb zonder uitzondering ongegrond of niet-ontvankelijk worden verklaard. In maart 2020 volgen klachten tien en elf, die eenzelfde lot zijn beschoren. De maat lijkt nu echter vol. De Accountantskamer oordeelt namelijk dat klager ook misbruik van tucht(proces)recht maakt. Er is op voorhand sprake van een herhaling van zetten en de betrokken accountants ondervinden "veel hinder" van de stroom aan klachten, onder meer omdat met de behandeling daarvan iedere keer weer "veel tijd en geld" gemoeid is. Klager, zo concludeert de Accountantskamer, moet er dan ook "ernstig rekening mee houden dat volgende klachten (…) buiten behandeling zullen worden gesteld" (Accountantskamer 9 juli 2021, ECLI:NL:TACAKN:2021:45).

Ongemakkelijke vragen

Hoe terecht ook, het oordeel van de Accountantskamer dwingt tot ongemakkelijke vragen. Te beginnen met de feitelijke constatering dat deze - in de woorden van Lex van Almelo - "klaagstalker" over een periode van drie jaar in totaal negen klachten kon indienen. Als buitenstaander lijkt de conclusie 'misbruik van tuchtrecht' in een dergelijk geval al drie stappen eerder gerechtvaardigd.

'Hoe terecht ook, het oordeel van de Accountantskamer dwingt tot ongemakkelijke vragen.'

Vervolgens is daar de afsluitende opmerking van de Accountantskamer dat volgende klachten buiten behandeling kunnen worden gesteld. Graag, maar op welke basis? Artikel 39 Wtra biedt de voorzitter van de Accountantskamer de mogelijkheid een klacht zelf schriftelijk af te doen, bijvoorbeeld als deze naar het oordeel van de voorzitter kennelijk ongegrond, (kennelijk) niet-ontvankelijk of kennelijk van onvoldoende gewicht is. Als de klager het niet eens is met deze 'voorzittersbeslissing', kan deze daar op basis van artikel 39 lid 3 Wtra tegen in verzet komen, waarna de zaak alsnog op een zitting van de Accountantskamer wordt behandeld.

Weliswaar schrijft de Accountantskamer op haar website dat onderaan de voorzittersbeslissing staat "of verzet mogelijk is", zodat denkbaar is dat de voorzitter die mogelijkheid niet biedt, maar onduidelijk is ons waarop de Accountantskamer deze bevoegdheid baseert. Uit artikel 39 Wtra volgt deze mogelijkheid in ieder geval niet. En (dus) wat nu als toch verzet wordt aangetekend, of anderszins bezwaar wordt gemaakt?

Wetgeving

Het goede nieuws: ook de wetgever erkent het probleem. In de ter consultatie aangeboden Wet Toekomst Accountancysector is het voorstel opgenomen om artikel. 39 lid 3 Wtra te schrappen. Als rechtsbescherming voor klager zou dan een beroepsmogelijkheid bij het CBb resteren. Ons kantoor heeft zich eerder dit jaar kritisch uitgelaten over de in het wetsvoorstel opgenomen aanwijzingsbevoegdheid, maar op de suggestie artikel 39 lid 3 Wtra te schrappen is wat ons betreft weinig af te dingen.

'Op voorhand kansloze repeterende klachten leveren niets op en brengen in plaats daarvan kosten met zich mee die niet alleen privaat maar ook publiek zijn.'

Het schrappen van artikel 39 lid 3 Wtra is wat ons betreft de helft van het verhaal. Ook nodig is een mentaliteitsverandering. Op voorhand kansloze repeterende klachten leveren niets op en brengen in plaats daarvan kosten met zich mee die niet alleen privaat maar ook publiek zijn. Een inhoudelijke behandeling door de Accountantskamer en het CBb wordt immers door de belastingbetaler bekostigd en de tijd die daarmee gemoeid is, kan niet worden besteed aan klachten die het accountantstuchtrecht en de beroepsgroep wel verder brengen.

In onze ervaring is die beroepsgroep minder dan bijvoorbeeld advocaten geneigd hier snel een punt van te maken. Dat is onterecht. Als daartoe in redelijkheid aanleiding voor bestaat, mag de Accountantskamer worden gewezen op het schadelijke karakter van misbruik van tuchtrecht en mag in een vroeger stadium dan nu vaak het geval is om een inhoudelijk oordeel daarover worden verzocht. Dat komt zowel het debat als het tuchtrecht ten goede.

Lars van Amsterdam (advocaat) en Léon Wijsman (advocaat en fiscalist) zijn werkzaam bij NautaDutilh en zijn regelmatig betrokken bij accountantstuchtrecht.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.