Accountancy

Verwachtingen buiten het vak

De handtekening van de accountant is essentieel in het maatschappelijk verkeer. Een belangrijke verworvenheid van het vak, maar het betekent ook dat politiek, samenleving en andere belanghebbenden ergens iets van vinden als het minder loopt. Dat is terecht en de beroepsgroep mag hier blij mee zijn.

Jan Willem Taams

Buitenstaanders kunnen een verfrissende mening hebben en de beroepsgroep verder helpen. Diverse gesprekken geven een interessant beeld over verwachtingen buiten het vak. Deze input leidt tot enkele concrete aanbevelingen met focus op kwaliteit, toezicht, gedrag & cultuur en de NBA.

De verwachtingen van de minister van Financiën zijn in ieder geval duidelijk. Hij schrijft naar aanleiding van de ontvangst van het rapport van de Commissie Toekomst Accountancy (CTA): "De handtekening van een accountant is cruciaal voor het vertrouwen van de samenleving. De onderliggende boodschap is altijd hetzelfde: 'dit is feitelijk juist, naar mijn beste eer en geweten'. Professor Annetje Ottow en haar commissie deden onderzoek naar sector, kwaliteit, cultuur, structuur en verdienmodellen. Dat leverde 22 aanbevelingen op waarmee we samen met het eindrapport van de monitoringscommissie en het laatste onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten de balans opmaken. Dat de kwaliteit beter moet staat voorop én het vertrouwen in de sector moet terug. Geen makkelijke opgave maar we staan voor hetzelfde doel: de handtekening van een accountant moet weer maximaal vertrouwen krijgen."

Deze opgave naar maximaal vertrouwen vraagt om reflectie, tegenspaak, monitoring en zelfevaluatie.

Reflectie

Verwachtingen over de kwaliteit van de controle staan voorop. De CTA-rapportage onderscheidt drie kwaliteitsniveaus om een oordeel te kunnen vellen over de wettelijke controles:

  1. uitkomst van het controleproces en compliance kwaliteit;
  2. opzet, bestaan en werking kwaliteitsbeheersingssysteem;
  3. factoren die van materiële invloed zijn op kwaliteit, zoals cultuur binnen de accountantsorganisatie, de governance van een accountantsorganisatie en de beloningssystematiek.

Eens te meer blijkt dat kwaliteit over veel meer gaat dan een goede vastlegging in het controledossier. Inrichting en besturing van een accountantsorganisatie en de manier waarop individuele accountants functioneren binnen deze context zijn minstens zo belangrijk. Audit Quality Indicators kunnen hieraan bijdragen. Voor de beroepsgroep is dit basiswerk en te vergelijken met de Prepared By Client-lijst voor aanvang van de controle. Daarna moeten andere stappen volgen die de kwaliteit borgen.

'Eens te meer blijkt dat kwaliteit over veel meer gaat dan een goede vastlegging in het controledossier.'

Het vier-ogenprincipe dat is ontstaan door de invoering van de OKB (opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling voor het afgeven van een verklaring bij een organisatie van openbaar belang) heeft (nog) niet het gewenste effect gehad. Gesprekspartners stellen de vraag of een joint audit meer bijdraagt aan reflectie gericht op kwaliteit.

Tegenspraak

De CTA roept in haar rapport ook nadrukkelijk op om toezicht te verbeteren. Drie richtingen zijn hierbij van belang. In de eerste plaats stroomlijnen van het toezicht door het in één hand brengen van het externe toezicht bij de AFM. In het kader van onafhankelijkheid is dit een goede stap. Vervolgens dient het toezicht van de AFM anders ingericht en geïntensiveerd te worden. Toezicht door risicogerichte selectie van controledossiers is onvoldoende om opzet, bestaan en werking van de controle deugdelijk te toetsen. Dit wordt ook bevestigd door gerechtelijke uitspraken. De AFM moet meer in de huid van accountantsorganisaties kruipen en een indringend beeld vormen over strategie, governance en bedrijfsvoering. De AFM moet ook inzicht hebben hoe intern toezicht binnen accountantsorganisaties is geregeld naar analogie van het Three lines of defence-model. Een raad van commissarissen met bevoegdheden in lijn met het structuurregime is ook een goede stap om een buffer te vormen tussen activiteiten en eigendom van partners. Gesprekspartners buiten het vak verwachten dat professionalisering van het toezicht, zowel intern als extern, zal leiden tot meer tegenspraak in bestuurskamers en tussen partners. Dit draagt bij de aan verhoging van de kwaliteit van de controle.

Monitoring

In de rapporten over de accountancy komt keer op keer gedrag & cultuur terug als punt van aandacht. Gesprekspartners verwachten dat de nog sterk financieel georiënteerde aanpak, van alle partijen die actief zijn in de keten om tot een deugdelijk controleproces te komen, wordt veranderd. Aanpassing van het in control statement (ICS) is hiervoor een goed instrument. Introductie van een hardere norm, zoals eerder bepleit door CTA, stuit echter op duidelijk verzet van beursgenoteerde ondernemingen. Gesprekspartners kunnen dit standpunt billijken en vragen tegelijkertijd te bezien wat dan wel mogelijk is.

'In de rapporten over de accountancy komt keer op keer gedrag & cultuur terug als punt van aandacht.'

Zij verwachten bijvoorbeeld dat de verklaring van het bestuur meer diepgang vertoond in relatie tot gedrag en cultuur, naast de huidige invulling van risico’s, financiën en processen. In het artikel Revitalisering in control statement op de website van Pensioen, Bestuur & Management is hiervoor eerder gepleit.

Kwaliteit van het ICS is met de toevoeging van een zachtere gedrag & cultuur-component gediend. In de Nederlandse Corporate Governance Code wordt hier nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Dit vereist een stevige monitoring op gedrag & cultuur door professionals op dit gebied. Een nieuwe stap die de handtekening van de accountant meer maximaal vertrouwen kan geven.

Zelfevaluatie

Uit het rondje langs de velden komt ook naar voren dat belanghebbenden verwachten dat de NBA een diepgaander zelfevaluatie uitvoert dan alleen de instrumentele governance zoals gecommuniceerd op 31 maart 2020. Ook het bericht van 1 mei 2020, dat de NBA positief staat tegenover een onafhankelijk bestuursvoorzitter, wordt niet als overtuigend gezien. In dit kader wordt van het bestuur verwacht dat zij over haar eigen schaduw springt. Meer leiderschap, daadkracht en vernieuwing is vereist binnen de beroepsorganisatie. Belanghebbenden zien daarbij, als understatement, de kwaliteit van de NBA niet als optimaal, begrijpen niet waarom de eerder genoemde onafhankelijk voorzitter en een raad van toezicht er (nog) niet zijn en vinden dat de NBA meters moet maken met eigen gedrag & cultuur om in control te zijn.

De MCA doet ook een duit in het zakje door te stellen dat de NBA niet de verbindende factor is in de beroepsgroep. De pluriformiteit van het ledenbestand leidt daarbij tot een complexe omgeving met tegenstrijdige belangen en is tegelijkertijd waardevol voor een betere samenwerking in de keten. Besturen van de NBA kent daardoor vele dimensies. De opdracht voor het bestuur is creëren van een aantrekkelijk speelveld waarin accountants samen de kar trekken in een nieuwe werkelijkheid.

Mensenwerk

Reflectie, tegenspraak, monitoring en zelfevaluatie zijn prima instrumenten om de komende tijd focus te houden op de nieuwe maatregelen die zijn voorgesteld door het kabinet. Ontwikkelen van Audit Quality Indicators is een goed begin. Deze indicatoren zijn technisch ondersteunend bij het kantelen van het beeld dat over accountants bestaat.

'Ontwikkelen van Audit Quality Indicators is een goed begin.'

Naast het voorgaande kan de beroepsgroep ook de joint audit meer aanbieden als alternatief. Uitbreiding van bevoegdheden van interne en externe toezichthouders is eveneens vereist. Tegelijkertijd is dit niet het ei van Columbus, zoals blijkt uit casuïstiek bij andere organisaties en sectoren. Een mooi voorbeeld in dit verband is de introductie van de VAR (Video Assistant Referee) in het voetbal. Wie had gedacht dat er helemaal geen fouten worden gemaakt komt bedrogen uit. Het is en blijft mensenwerk.

In dit kader zijn zelfevaluaties 3.0 voor de NBA cruciaal. Dit leidt tot meer dan alleen veilige keuzes in relatie tot de naleving van de Nederlandse Corporate Governance Code en het instellen van commissies. Belanghebbenden verwachten een open beroepsorganisatie. Individuele bestuursleden moeten hierin voorop lopen, vanuit de gedachte 'Als jij verandert, verandert de wereld'. Een goed vertrekpunt voor het omgaan met verwachtingen van anderen. De verwachtingen buiten het vak zijn hiermee gebaat.

Jan Willem Taams is betrokken bij business- en verandervraagstukken die zijn verbonden met strategie, governance en bedrijfsvoering. Taams, afgestudeerd als registeraccountant, werkte eerder bij Pensioenuitvoerder Mn Services en KPMG Accountants. Sinds 2009 vervult hij vertrouwensrollen als adviseur, bestuurder, kwartiermaker, informateur, onderzoeker, moderator, toezichthouder en procesbegeleider.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.