Marcel Pheijffer

Nu zijn werk voor de MCA erop zit, wil Marcel Pheijffer als columnist op deze site zijn stem weer wat kritischer laten klinken.

Discussie Column

Pleidooi voor wetenschappelijk onderzoek buiten de gebaande paden

Ambtshalve neem ik de nodige wetenschappelijke literatuur tot mij. Dat is leerzaam, geeft inzicht en verwondering. Het daagt mij uit eigen denkbeelden te relativeren, ter discussie te stellen, bij te stellen en deze soms naar de prullenbak te verwijzen. Maar ook moet ik regelmatig lachen om hetgeen onder de noemer wetenschappelijk onderzoek wordt gepubliceerd en om de conclusies die aan onderzoeksbevindingen worden verbonden.

Het 'meten is weten'-onderzoek beschouw ik altijd met enige academische scepsis. Het is mij te vaak pretentieus. De conclusies die eraan worden verbonden en de stelligheid waarmee deze - ook op deze site - worden verkondigd, stel ik regelmatig ter discussie. Dat heeft er vermoedelijk mee te maken dat ik (ook) juridisch ben opgeleid. Juist tijdens het doornemen van jurisprudentie - waarin overigens best leerzame patronen zijn te ontdekken - word je geleerd dat iedere casus op zich staat. Een 'wetenschap' die ik als raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag periodiek dan ook toepas.

Ik ben een liefhebber van casuïstisch onderzoek, door 'echte' wetenschappers nogal eens smalend afgedaan als N=1- of incidentonderzoek. Maar van dergelijk onderzoek valt veel te leren. Zie bijvoorbeeld de toegevoegde waarde van de onderzoeken van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, thans onder leiding van voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. De expertise die de Onderzoeksraad heeft opgedaan bij de onderzoeken naar een in de Haarlemmermeer neergestort vliegtuig (2010) en het neerhalen van de MH17 (2014), worden nu toegepast in internationale onderzoeken naar vliegrampen.

Of kijk naar de rode draden die voortvloeien uit casuïstisch onderzoek naar de Ford Pinto-affaire (zeventiger jaren), de ramp met het BP-platform Deepwater Horizon (2010) en dieselgate bij Volkswagen (2015). Een belangrijke - en voor velen weinigen verbazingwekkende - les is dat binnen deze bedrijven een commercieel belang prevaleerde boven veiligheids- en milieubelangen. De uiterst actuele Boeing-casus toont hetzelfde patroon, onder meer via openbaar gemaakte (ontluisterende) e-mails.

Dichterbij accountants staan de incidenten in de financiële wereld. Zoals de woekerpolisaffaire (2006), het derivatenschandaal 2011, het Libor-schandaal (2013) en de reeks aan missers met betrekking tot de poortwachtersrol van banken in het kader van witwassen (2018 en verder). Maar ook: de val van Lehman Brothers (2008) en de Vestia-affaire (2012).

Gelukkig heb ik in de afgelopen 35 jaar zelf regelmatig casuïstisch onderzoek mogen uitvoeren. Ik heb daar meer van geleerd dan van mijn tijd in de schoolbanken, mijn promotie-onderzoek en de vele wetenschappelijke onderzoeken samen. De basis van mijn academische loopbaan is gelegd in de kleine twintig jaar dat ik bij de Belastingdienst/FIOD heb mogen werken. Verder heb ik het genoegen ook thans nog regelmatig real life casuïstiek te absorberen.

Ik gun het mijn academische collega's om soortgelijk onderzoek uit te voeren en dergelijke leerervaringen op te doen. Om hun denkbeelden te relativeren, ter discussie te stellen, bij te stellen en deze soms naar de prullenbak te verwijzen. Om uit de wetenschappelijke ivoren toren af te dalen, de wereld om hen heen te verkennen, naïviteit af te schudden en meer streetwise te worden.

Thomas Kuhn heeft dat veel beter verwoord dan dat ik dat kan. Hij beschrijft in zijn The structure of scientific revolutions (1962) dat wetenschappers zich veelal beperken tot wat hij noemt normal science: wetenschap waarin bestaande paradigma's niet, althans onvoldoende, op de proef worden gesteld. Dit in tegenstelling tot revolutionaire wetenschap, waarin juist wordt gezocht naar waarnemingen (anomalieën) die buiten de bestaande paradigma's vallen.

Door schade en schande wijs geworden, stel ik normal science en bestaande paradigma's graag ter discussie. Daarbij reken ik het motto van Conor Cruise O’Brien (een Ierse academicus, schrijver en politicus) tot het mijne. Namelijk: "I would like at least that my own intellectual activity should not make things worse or more dangerous, and, preferably, that it would make things by a tiny margin a little better, a little bit clearer, a little bit more rational, even a little bit more compassionate."

Nu mijn werkzaamheden voor de door het NBA-bestuur ingestelde Monitoring Commissie Accountancy erop zitten, zal ik op dit podium mijn stem soms weer wat kritischer laten schallen. Bestaande denkbeelden, paradigma's en heilige huisjes binnen de accountancy(wetenschap) ter discussie stellen. Om zo een bescheiden bijdrage aan de wetenschap en ons vakgebied te leveren.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.