Marcel Pheijffer

Goudhandel in Dubai, een accountantskantoor dat een compliancerapport moet opstellen en een accountant die zaken aan de kaak stelt. Marcel Pheijffer over de uitspraak van een Britse rechter.

Discussie Column

Een spannend verhaal: accountant ontdekt goudsmokkel

Dubai heeft de ambitie hét centrum van de wereldwijde goudhandel te worden. Ze zijn goed op weg (meer dan 25 procent van de wereldhandel). Met zo'n ambitie is een soepele toezichthouder handig. Net als een soepele accountant. Daarover gaat dit verhaal.

De Kaloti Group is groot in de goudhandel in Dubai, goed voor zo'n 50 procent marktaandeel (2012). De onderneming koopt gebruikt goud in - bijvoorbeeld juwelen en sieraden - en smelt dit, om er zo weer goudstaven van te maken. Het gebruikte goud komt vooral uit Marokko. Maar ook uit Sudan, Congo en Iran. Landen geplaatst op lijsten waarvoor handelssancties golden in verband met terrorisme, georganiseerde misdaad en oorlog.

Het aanbod van goud in Marokko is goed. Er gelden echter uitvoerbeperkingen. Kaloti had daar een prima oplossing voor: de in Marokko vervaardigde goudstaven kregen een laagje zilver om daarmee de restricties te omzeilen. Briljante smokkeltruc, die nog slaagde ook: er werd zo in 2012 ruim vier ton goud met een waarde van ruim 170 miljoen dollar uitgevoerd.

De inkoop van goud verliep in belangrijke mate via contante transacties. Kaloti kocht in 2012 voor 6,2 miljard dollar aan goud in via banktransacties en voor ruim 5,2 miljard dollar in contanten; omgerekend 14 miljoen dollar cash per dag. Dit terwijl de internationale regels voor goudhandelaren destijds stelden: "Avoid cash purchases where possible, and ensure that all unavoidable cash purchases are supported by verifiable documentation." Daarvan was echter geen sprake.

EY Dubai moest op verzoek van Kaloti een compliancerapport voor toezichthouder DMCC (Dubai Multi Commodities Centre) opstellen. Wat doe je als accountant in een dergelijke situatie? Wat doe je als jouw cliënt goudsmokkel en een enorme hoeveelheid contante transacties als de normaalste zaak van de wereld ziet? Wat doe je als de toezichthouder aan wie de accountant zijn concept-bevindingen rapporteert de regels zodanig versoepelt, zodat jouw bevindingen niet openbaar zullen worden?

Het antwoord is simpel: intern consulteren en escaleren. Zo raakte de eindverantwoordelijke (Mark Otty) voor EY Europa, het Midden-Oosten, India en Afrika erbij betrokken. Daarna begon echter het door EY downplayen van de kwestie. Woorden zoals "bars coated with silver" werden vervangen door "an incident in which there were certain documentary irregularities".

En waar blijft de accountant die dit alles aan de kaak stelde nu in dit verhaal? Welnu: het gaat om Amjad Rihan, een toentertijd nog geen veertigjarige partner van EY Dubai. Hij escaleerde de kwestie bij Kaloti, DMCC en binnen EY. Hij werd snel kaltgestellt wegens zijn bemoeizucht (meddlesome interventions). EY was zeer tevreden met de uitgevoerde werkzaamheden en het uiteindelijk gepubliceerde rapport. Zij weerspraken de kritiek dat zij allesbehalve deden dan "highly professional work in relation to [the] engagement with Kaloti".

Rihan was echter minder tevreden over de afloop. Linklaters, het door EY ingeschakelde advocatenkantoor, stelde daarover onder meer: "EY Dubai has therefore discharged its obligations (…) Mr. Rihan may have preferred that matters had been handled in a different manner, but that was not his decision to make."

Maar Rihan was zodanig ontevreden over de afloop en over het feit dat hij terzijde was geschoven, dat hij met zijn verhaal naar de krant The Guardian stapte (mijn bron voor het verhaal tot zover). EY zette de klokkenluider later weg als "motivated by a desire for publicity". Rihan zag dat zelf echter anders: "That is what we are hired to do, to tell the truth so that all stakeholders, which is everybody in the world (…)." Voorts spande Rihan een rechtszaak aan tegen EY omdat het kantoor "positively undermined his authority (including by removing him from the audit) and ostracized him within EY, treating him as a troublemaker".

Met de rechtszaak start de tweede episode in dit spannende verhaal. De zittingen vonden plaats te Londen in januari en februari van dit jaar. Vrijdag 17 april 2020 deed de rechter uitspraak. EY verloor de zaak en moet Rihan ongeveer elf miljoen dollar vergoeden in verband met het derven van inkomsten en gemaakte kosten. Een nederlaag van jewelste. In een oordeel van 133 pagina's maakt de rechter korte metten met de handelwijze van het management van EY - dat de kwestie overigens ook had voorgelegd aan EY Global en wel aan bestuursvoorzitter Weinberger - dat verantwoordelijk was voor de werkzaamheden van hun partner Rihan, die qua escalatie had gehandeld conform de EY-gedragscode. De diverse EY-gremia "acted in concert, jointly with each other and on behalf of the others as well as themselves". Een formulering die een fraai inkijkje geeft hoe dit soort kwesties binnen een internationaal netwerk worden afgedaan: they acted in concert…

De Engelse rechter verwijst voorts naar het belang van naleving van de IFAC-gedragscode als ethische standaard en stelt: "The importance of standards of professional ethics being upheld is not controversial. The evils of terrorist financing, fraud and international money laundering are recognized in international instruments and bear witness to the importance of auditors acting with openness, independence and objectivity when dealing with bodies such as Kaloti that deal in conflict minerals."

Het oordeel van de rechter laat zien dat Rihan volgens de ethische normen acteerde. Volgens deze accountant deed EY dat niet. Hij stelt dat de accountantsorganisatie "sanitised Kaloti’s wrongdoing", en wel als volgt: "The assurance report used the euphemistic 'emphasis of matter' formula instead of an adverse opinion, to water down the seriousness of the audit findings."

EY ziet het echter anders: "… it was simply none of his business. It's not for him to dictate how EY Dubai does or doesn't decide, and if they do decide to do – not to terminate it, for example, that's a matter for them (…) if he takes the view that it's unethical but EY Dubai take the view that it's not unethical, they have to decide what to do (…) He can of course decide not to sign the report, which he did, and then they have to decide: do we get someone else in to sign the report, which ultimately goes out as a report in the name of EY Dubai, or whether not to, or whether to terminate the engagement." Anders gezegd: het gaat niet om het oordeel van de verantwoordelijke professional, maar om de stalorders van het hogere management van de accountantsorganisatie.

Maar EY ging verder dan het aan Rihan laten of hij wel of niet tekende voor het Kaloti-rapport. Rihan werd onder druk gezet door en namens EY. In de woorden van de rechter: "Mr. Laubade exerted improper pressure on the claimant in four ways: by asking a scan of his laptop; by cross-examining him aggressively (…); by threathening the claimant with 'consequences' for his partnership; and by accusing him of behaving unprofessionally, using the phrases 'drop the ball' over a 'personal credibility issue' and 'you haven't done your job and your duty'."

Enfin. Rihan won (vooralsnog) zijn zaak. Hij krijgt een vergoeding van bijna elf miljoen dollar. Maar bovenal staat zijn integriteit buiten kijf. Dat laatste geldt niet voor EY. Integendeel. Afgeserveerd door de rechter in een meer dan lezenswaardige uitspraak.

Wat zegt u, een gedateerde kwestie en de cultuur binnen de grote netwerken is nu anders? Niet mee eens: EY heeft tot het einde aan toe volgehouden - de zittingen waren als gezegd in januari en februari van dit jaar - dat ze adequaat hebben gehandeld.

Wat zegt u, niet relevant voor Nederland? Niet zonder meer mee eens. EY Nederland valt immers onder dezelfde tak van EY als EY Dubai. En ook EY Nederland viel (uiteraard) onder het internationale leiderschap van EY-Global voorzitter Weinberger. Ik ben dan ook benieuwd hoe Nederlandse kwesties zoals Airbus, ING en Vimpelcom binnen het internationale netwerk zijn afgedaan.

En hoe zouden dit soort zaken lopen bij de andere internationale netwerken? Wat daar ook van zij, het 133 pagina's tellende oordeel van de rechter is lezenswaardig en leerzaam. Het geeft een zeldzaam inkijkje in de cultuur achter de schermen van een groot internationaal netwerk. Het schetst het contrast tussen de lipservice in transparantieverslagen en de rauwe werkelijkheid. Als de cultuur binnen EY echt is veranderd accepteren ze het overduidelijke oordeel van de rechter. Zo niet, dan gaan ze in beroep. Zullen we er een wedje op zetten? Ach laat maar. Bij EY weten ze het al: "We will appeal", was de reactie op de dag van de uitspraak…

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.