Margreeth Kloppenburg

Goede voorbereiding is het halve werk voor een inhoudelijke discussie over het accountantsberoep, aldus Margreeth Kloppenburg.

Discussie Column

Regels voor een redelijke discussie

Met veel instemming las ik de bijdrage van Marcel Pheijffer, met daarin zijn oproep tot meer inhoudelijk debat. Ik heb de afgelopen jaren heel wat debatten binnen uw sector bijgewoond. Een aantal staat mij nog levendig voor ogen. Die in Amsterdam bijvoorbeeld onder leiding van Felix Rottenberg waarbij je als debater moest gaan staan, je zegje doen en dan weer mocht gaan zitten. Waarop een (willekeurige) ander dan weer ging staan, zijn of haar zegje deed, volkomen losgezongen van het vorige punt en ook weer ging zitten. Resultaat: een nogal statisch gesprek.
Of het debat over fraude, waarbij debaters het duidelijk moeilijk vonden zich werkelijk te verplaatsen in het perspectief en de argumenten van de ander. Resultaat: een tikkie-takkie gesprek.
Ook ben ik bij het Rode Loper-debat geweest waar Ruud de Hollander van de AFM al manmoedig probeerde van een debat een dialoog te maken, waarbij zodra het interessant werd een (heus gezellige!) volkszanger optrad. Resultaat: een onderbroken gesprek. 
Tot slot een meer algemene laatste observatie: onderschat niet hoe lastig het is in gesprekken dat een deel van jullie vasthoudt aan de notie dat er geen probleem is en veel van wat geopperd wordt wel die overtuiging als vertrekpunt heeft.

Kortom: het is inderdaad kennelijk zoeken hoe je met elkaar een goede inhoudelijke discussie voert. Eentje die u allen daadwerkelijk verder helpt van A naar B. Eentje waarbij je met elkaar – voorafgaand – de intentie uitspreekt om verder te komen dan de ingenomen posities, te luisteren naar wat een ander bijdraagt en daarop durft voort te borduren, zonder dat je bang bent dat je daarmee je eigen standpunt onmiddellijk verlaat.

Het aardige nu is dat er een hele wetenschappelijke tak is die zich precies daarmee bezighoudt: het voeren van redelijke discussies opdat er voortgang ontstaat. We hebben het dan over de pragmadialectiek. Als je die tak van sport beheerst, dan ben je argumentatietheoreticus. Ik ben er met eentje getrouwd. Dus ze bestaan echt.  

Het vakgebied is tot bloei gekomen onder leiding van de hoogleraren Grootendorst en Van Eemeren van de Universiteit van Amsterdam. Zij schreven standaardwerken zoals ‘Argumentatieleer, het analyseren van een betoog’. En ook zeer interessant is hun gezamenlijke proefschrift ‘Regels voor redelijke discussies: een bijdrage tot de theoretische analyse van argumentatie ter oplossing van geschillen’. Een ideaalmodel dat richting geeft aan de energie die deelnemers doorgaans pompen in hoe elkaar te overtuigen.

De sleutel voor meer opbrengst in deze ‘redelijke discussies’ zit in het uitgangspunt dat de argumentatie gezien wordt als onderdeel van een discussie die als doel heeft een meningsverschil op te lossen. Als dat de doelstelling is van de discussie, en niet het gehalte aan entertainment doordat opponenten elkaar in de haren vliegen of oude koeien laten herrijzen uit sloten, leidt dat tot een aantal voorwaarden.
Zo is een ‘voorbereidende voorwaarde’ dat deelnemers de discussie instappen vanuit het idee: “Dit vind ik nu. En nu ga ik mijn idee eens toetsen aan dat van een ander. En dat kan ertoe leiden dat ik zo meteen iets anders vind.” Als die intentie er niet is, dan ben je helemaal niet van plan je te laten overtuigen en heeft het dus weinig zin een discussie op poten te zetten.

Je kunt ook bij voorbaat twijfelen over de intentie bij de ander om zich te willen laten overtuigen. Je bent dan welbeschouwd voorbij het punt dat je nog gelooft dat de ander in staat is zijn standpunt aan te passen. Ook dat maakt dat er weinig oprecht gediscussieerd wordt.

Tot slot nog een derde voorbeeld waar het maar al te vaak misgaat in discussies: het blijft onduidelijk wat nu precies het geschilpunt is. Dat zie je doorgaans al terug in het gebrek aan serieuze inhoudelijke voorbereiding. Er staat dan bijvoorbeeld een stelling centraal die net niet de essentie raakt. Het gesprek gaat vervolgens over de juiste formulering van de stelling, de gespreksleider raakt het spoor bijster bij zoveel nuanceringen en de tijd vliegt als een schaduw heen.

Er valt heel veel (het is immers een vakgebied) meer te zeggen over wat maakt dat een discussie leidt tot een uitkomst waar je wat mee kan. Ik zou dan ook wensen dat het werk van Van Eemeren en Grootendorst meer aandacht kreeg binnen accountancyopleidingen. En ja, de juristen hebben hun werk meteen toegepast, zie o.a. ‘Argumenteren voor juristen’ van Feteris dat gebaseerd is op het werk van beide hoogleraren.

Laten we voor nu het volgende samenvatten (is trouwens ook iets wat je kunt worden, ‘professional summarizer’): een goede, inhoudelijke voorbereiding is het halve werk. Leg een aantal echte pijnpunten vooraf en aan het begin van de discussie precies bloot. Laat mensen aan het woord die ook in staat zijn goed te luisteren naar de bezwaren van de ander, onder leiding van een gespreksleider die het gezelschap – te midden van argumentatie – in een constructieve sfeer van A naar B weet te leiden. Organiseer zo’n bijeenkomst (met regelmaat) niet vanuit de behoefte te entertainen, waarbij het ook niet saai hoeft te worden. En zoek een bovenliggende opbrengst waar eenieder zich op voorhand aan kan verbinden.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Margreeth Kloppenburg is adviseur voor professionals in onder andere de accountancy. Zij is auteur van 'Artikel 5, de beroepseer van de Accountant'.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.