Arnout van Kempen

Arnout van Kempen denkt terug aan zijn opleiding en een docent die hem leerde dat het vak van accountant veel méér is dan alleen 'jaarrekening certificeren en klaar'.

Discussie Column

Jezus Sirach 39 vers 34

Toen ik in 1993 aan de NIVRA-opleiding begon was er geen stageverplichting en geen academische verplichting. Je haalde je vakken, deed je slotexamen en dan kon je je laten inschrijven als RA. Hoewel ik een enkel vak moest herkansen (kosten: één keer, financial accounting: twee keer), liep ik geen studievertraging op. Onderweg had ik goede docenten, matige docenten en een enkele keer een opmerkelijke docent. De docent van boekhouden II is me bijvoorbeeld nogal bijgebleven. Hij maakte het examen en gaf tijdens de eerste les al aan: Wat je ook doet, zorg dat je er de laatste les bij bent. Boekhouden was niet mijn sterkste kant, maar doordat ik de laatste les bezocht, haalde ik een vrij hoog punt. De docent gebruikte die laatste les, zonder dat letterlijk zo te stellen, om het hele examen alvast door te nemen. Dat hielp.

Bij de hoofdvakken werd het spannend. Ik was werkelijk episch slecht in externe verslaggeving. Omdat dat vak werd afgesloten met een mondeling door je eigen docent, maar zonder garantie dat je bij een herkansing weer je eigen docent zou krijgen, heb ik me in de lessen als een voorbeeldige student gedragen. Altijd voorbereid, altijd alle opdrachten gemaakt. Niet alleen omdat ik daarmee de kans groter maakte er iets van te leren, maar ook omdat ik hoopte dat het enige positieve kleuring zou geven bij het mondeling. Dat bleek nodig, want bij het mondeling zelf klapte ik bij de simpele openingsvraag 'Wat is een groepsmaatschappij?' al dicht. Mijn docent-examinator herkende dat ik toch wel iets meer kon dan ik in het mondeling liet zien en dat leverde me uiteindelijk een, minimale, voldoende op. Hoe dankbaar ik die docent ook ben, zijn naam ben ik vergeten.

Toen kwam administratieve organisatie. Een vak dat me meer dan goed ligt, het was in alle eerlijkheid appeltje-eitje voor me. Soms heb je dat geluk. Mijn docent vertelde tijdens de eerste les dat hij de opgaveverplichting niet zou handhaven als hij er voldoende van overtuigd was dat je een goede kans had het schriftelijk deel van het examen te halen. Aangezien ik een nogal luie student was, leverde ik aanzienlijk minder opgaven in dan verplicht, wetende dat de docent had toegezegd dat dat de toegang tot het examen niet zou blokkeren. De schok was dus groot toen ik door het NIVRA, inmiddels NIVRA-Nyenrode, werd geweigerd. Navraag bij de docent leerde dat hij er van overtuigd was dat ik het examen zou halen, maar dat hij vond dat ik toch te weinig opgaven had ingeleverd. Hij bood vervolgens wel aan dat ik, tegen forse betaling, bij hem een repetitiecursus kon volgen. Die ik volgens hem en volgens mij dus niet nodig had. Het resultaat was al met al dat ik AO over moest doen. Het enige vak dat ik zonder enig probleem zou halen (bleek ook later). Ik liep studievertraging op, viel daardoor ineens in de stageverplichting en, lang verhaal kort: Daar ligt de oorzaak van het feit dat ik nooit RA ben geworden.

Nu zou de conclusie kunnen zijn dat ik nogal bittere herinneringen heb aan die docent die zich niet aan zijn eigen woorden hield, daar nog een slaatje uit probeerde te slaan en die ik volledig verantwoordelijk kan houden voor het mislukken van mijn poging RA te worden. En dan zou iemand in de reacties kunnen vertellen dat ik me niet moet aanstellen, of vragen waarom ik dan niet gewoon alsnog praktijkstage heb gedaan, waarop ik dan weer zou moeten uitleggen dat ik, toen ik bij de AFM werkte aan het opzetten van het accountantstoezicht, geen stage kon lopen. Voor je het weet zou dit een zeurderig en negatief stukje worden dus. Maar ik schreef dit stukje om een heel andere reden.

Ik realiseerde me veel later pas, dat ik mijn eerste docent AO, waarvan ik de naam niet meer weet, vooral heel dankbaar ben. Geen RA worden is een teleurstelling. Maar doordat ik het vak nog eens moest doen, kreeg ik een tweede docent AO en daar herinner ik me zowel de naam als de lessen nog levendig: Jan Weezenberg. Waar ik AO in de eerste ronde een leuk, interessant, maar niet extreem relevant vak voor de opleiding tot controlerend accountant vond, leerde de heer Weezenberg me niet anders naar AO te kijken, maar fundamenteel anders naar rol en betekenis van de controlerend accountant. Ineens werd het vak AO veel boeiender, kreeg ik echt begrip voor wat ik aan het doen was, maar begreep ik ook dat het vak van accountant veel méér betekent dan 'jaarrekening certificeren, klaar'. Tel daarbij zijn vrolijke Brabantse humor, zijn grote wijsheid en zijn betrokkenheid bij studenten op en het moge duidelijk zijn waarom ik mijn eerste docent AO zo dankbaar ben.

Helaas is de heer Weezenberg niet langer als docent actief, dus mijn advies komt jaren te laat, maar terugkijkend kan ik oprecht zeggen: Als je moet kiezen tussen RA worden of les krijgen van de heer Weezenberg, laat die RA-titel dan maar zitten. Geachte heer Weezenberg, bedankt!

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Arnout van Kempen is werkzaam als zelfstandig compliance officer voor (grotere) mkb-kantoren en docent voor SRA, NBA en Saxion Hogeschool. Hij is lid van de Commissie Financiële verslaggeving & Accountancy van de AFM en lid van de signaleringsraad van de NBA en van het platform niet-oob-kantoren. Daarnaast is hij diaken van het bisdom ‘s-Hertogenbosch.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.