De goedkeurende verklaring en de onbegrijpelijke jaarrekening
Een jaarrekening moet een zelfstandig leesbaar, begrijpelijk en interpreteerbaar document zijn voor primaire gebruikers. Bij de verantwoordingsstukken van de gemeente Amsterdam lijkt dat niet het geval.
Robert Flinterman
Naar aanleiding van het artikel Accountant geeft gemeente Amsterdam tik op de vingers heb ik kennisgenomen van het daarin aangehaalde Accountantsverslag 2025 gemeente Amsterdam van ACAM. Met name hoofdstuk 3.2, Begroting en Realisatie, verdient nadere aandacht.
In dit hoofdstuk signaleert de accountant aanzienlijke verschillen tussen de primaire begroting en de uiteindelijke realisatie. Daarbij merkt de accountant het volgende op: "Het verschil tussen de primaire begroting en de jaarrekening is op het niveau van baten en lasten relatief groot. Het verschil in de baten is € 803,7 miljoen en in de lasten bedraagt dit € 769,6 miljoen. De verschillen tussen de begrote onttrekkingen (€ 827,3) en toevoegingen (€ 808,4) in de reserves zijn vanwege de systematiek van vergelijkbare omvang. Het verschil tussen de primaire begroting en de jaarrekening is inhoudelijk alleen navolgbaar indien, naast de primaire begroting en de jaarrekening, de voorjaarsnota, de begroting 2026 en de najaarsnota worden geraadpleegd. In paragraaf 6.6 van het jaarverslag is een brugstaat opgenomen die inzicht geeft in de mutaties, maar een inhoudelijke uitleg ontbreekt. Voor de navolgbaarheid c.q. de begrijpelijkheid is een toelichting onmisbaar."
Deze constatering raakt een fundamenteel punt binnen de publieke verantwoording: de begrijpelijkheid van de jaarrekening en de praktische uitvoerbaarheid van het democratisch toezicht daarop. Wanneer de accountant stelt dat de jaarstukken uitsluitend "navolgbaar" zijn als tevens kennis wordt genomen van de primaire begroting (480 pagina's), het jaarverslag en de jaarrekening (539 pagina's), de voorjaarsnota (133 pagina's), de begroting 2026 (551 pagina's) en de najaarsnota (103 pagina's), ontstaat een totaal van 1.806 pagina's aan documentatie.
Dat roept de vraag op in hoeverre van gemeenteraadsleden redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij deze informatie integraal bestuderen en doorgronden, alvorens zij hun controlerende taak uitoefenen. De gemeenteraad moet immers op basis van de jaarstukken besluiten over het al dan niet verlenen van décharge aan het college. Voor het merendeel van de raadsleden is het raadslidmaatschap echter een nevenfunctie. In de praktijk wordt de financiële beoordeling binnen fracties dan ook vaak geconcentreerd bij één of enkele leden.
Zelfs als alle onderliggende stukken technisch correct en afzonderlijk helder zouden zijn opgesteld, blijft de vraag gerechtvaardigd of een dergelijke informatieomvang nog verenigbaar is met effectieve democratische controle. De problematiek beperkt zich bovendien niet tot de gemeenteraad. Ook toezichthoudende instanties, zoals de provincie en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden geconfronteerd met dezelfde complexe verantwoordingsstructuur.
Een jaarrekening hoort in beginsel een zelfstandig leesbaar, begrijpelijk en interpreteerbaar document te zijn voor haar primaire gebruikers. Uit de bevindingen van ACAM kan worden afgeleid dat daarvan in dit geval onvoldoende sprake is. Daarmee rijst een principiële vraag over de betekenis van de goedkeurende controleverklaring. Als een jaarrekening weliswaar voldoet aan de formele controle-eisen, maar tegelijkertijd onvoldoende begrijpelijk is voor haar gebruikers en de controlefunctie van de raad in praktische zin nauwelijks uitvoerbaar maakt, wat zegt die goedkeurende verklaring dan nog over de kwaliteit van de publieke verantwoording?
Dit vraagt naar mijn mening om een bredere discussie binnen het accountantsberoep. Zolang de NBA zich niet expliciet(er) uitspreekt over de begrippen 'begrijpelijkheid' en 'uitvoerbaarheid' binnen de publieke verslaggeving, blijft het risico bestaan dat de controleverklaring zich primair richt op formele rechtmatigheid en getrouwheid, terwijl de feitelijke bruikbaarheid van de jaarrekening voor democratische controle onderbelicht blijft.
Gerelateerd
Financiën van gemeenten en provincies stabiel, aandacht voor balans blijft nodig
De financiële positie van gemeenten en provincies was in 2025 stabiel, maar meer grip op de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht bij gemeenten...
De jaarrekening klopt, maar klopt het verhaal ook?
Babette Porcelijn legt in haar nieuwe boek 'De trias economica' een ongemakkelijke waarheid op tafel. Wat als een jaarrekening financieel volledig juist is, maar...
IFRS 18 gooit 'wiring and plumbing' van jaarrekening op de kop
IFRS 18 treedt op 1 januari 2027 in werking. Maar de vergelijkende cijfers over 2026, de aanpassing van systemen en de uitleg aan investeerders vragen nu al aandacht....
Hoe ga je om met significante aangelegenheden bij samenstellingsopdrachten?
Het begrip significante aangelegenheden maakt, sinds de invoering van paragraaf 38A in Standaard 4410, steeds meer een belangrijk onderdeel uit van de samenstellingsopdracht....
De jaarrekening is vastgesteld. Maar is het financiële jaar daarmee ook écht afgerond?
"De jaarrekening is vastgesteld, de accountant heeft zijn controle afgerond en de stukken zijn verzonden. Op naar de zomer."
