Jan Bouwens

Wat het beste is voor de samenleving en wie het beste in staat is om namens een bedrijf beslissingen te nemen, zijn twee verschillende vragen, betoogt Jan Bouwens.

Discussie Column

Wie is Nederland, in Nederland rekent op zijn accountants?

'Nederland rekent op zijn accountants', zo leest de slogan van de NBA. Maar wie vertegenwoordigt Nederland in deze slogan?  Zijn dat alle instellingen en personen die zaken doen met een gecontroleerde entiteit? Of is dat de aandeelhouder als het de gecontroleerde onderneming betreft? Voor de eenduidigheid valt de keuze op de aandeelhouder.

Laten we aannemen dat een bedrijf aandeelhouders heeft aangetrokken die niet geïnteresseerd zijn in ESG-gerelateerde onderwerpen en dat het een bedrijf is dat fossiele brandstoffen wint en  verhandelt. Laten we zeggen dat het bedrijf naar verwachting nog vijftien jaar fossiele brandstoffen kan blijven produceren en dat de activiteiten daarna onwettig worden, zodat het bedrijf tegen die tijd moet ontbinden. Waarom zou de Raad van Bestuur van dit bedrijf ESG-gerelateerd beleid voorstellen? Het antwoord op deze vraag hangt af van welke keuze voor de aandeelhouders in de toekomst de hoogste inkomsten genereert. Het is in dat licht waarschijnlijk dat we aandeelhouders zullen krijgen met verschillende opvattingen over ESG.

Binnen de Angelsaksische opvatting maken bedrijven keuzes overeenkomstig de opvattingen van hun aandeelhouder. Sommige bedrijven bieden laaggeprijsde etenswaren aan, andere bedrijven bieden hooggeprijsde eetwaren aan die biologisch geteeld of lokaal geproduceerd zijn. Overheden of andere belanghebbenden kunnen een bedrijf niet dwingen om de competitiegedreven keuze tussen wel en niet biologisch geschoeide productie in te ruilen voor een verplichte keuze voor, zeg, biologische landbouw. Natuurlijk moet het bedrijf zich aan de wet houden en de wet moet minimumnormen stellen (bijvoorbeeld voor dierenwelzijn, of voor non-discriminatie op het werk). Maar als een bedrijf ervoor kiest om de aandeelhouderswaarde te maximaliseren, gezien de beperkingen van de wet, dan is dat toegestaan. Een andere groep aandeelhouders met andere voorkeuren zou ervoor kunnen kiezen om het bedrijf iets anders te laten doen.

Wat als niet de overheid (wet) en de aandeelhouder het voor het zeggen hebben, maar we ook de belangen van andere belanghebbenden een stem geven? Is de kans dan groter dat het winst-maximaliserende bedrijf vaker sociaal wenselijke keuzes maakt? Als we de resultaten van een recent Frans onderzoek volgen, dan is het antwoord NEE. De studie toont dat medewerker-aandeelhouders heel andere keuzes maken dan werknemers in de Raad van Commissarissen. In ondernemingen met een sterke werknemersvertegenwoordiging in de RvC zien we dat de S(ociale)-dimensie het wint van de E(nvironment)-dimensie, in vergelijking met de werknemer-aandeelhouder.

Hier lijkt dus het particulier belang een belangrijke rol te krijgen. Daar is ook alle kans toe, omdat het particulier belang niet noodzakelijk samenvalt met het bredere sociale doel van de onderneming. Het is dan ook helemaal niet duidelijk of het Angelsaksische model slechter of beter werkt in het licht van de transitie.

Uiteindelijk is de vraag wat het beste is voor de samenleving en wie het beste in staat is om namens het bedrijf beslissingen te nemen. Dat zijn twee verschillende vragen en in onze democratie proberen we via onze burgers een antwoord te geven op de eerste vraag.

Het is duidelijk dat aandeelhouders een groot belang hebben in de waarde van het bedrijf en andere belanghebbenden minder. Tegelijkertijd staan ​​overheden voor de vraag wat het beste is voor de samenleving. Maar wat is het beste voor de samenleving? Is het voor de samenleving het beste om af te zien van het belasten van kerosine? Als uw antwoord NEE is, is het in dat licht dan waarschijnlijker dat andere stakeholders van luchtvaartmaatschappijen ‘hun’ bedrijf zouden verleiden om op zoek te gaan naar alternatieven voor kerosine? Dat is helemaal geen gegeven, misschien integendeel; belanghebbenden kunnen winstmaximalisatie onderschrijven en een hekel hebben aan belastingheffing op kerosine. Het is een beetje een catch 22, omdat regeringen niet erg goed zijn in belastingheffing om ervoor te zorgen dat externe effecten worden meegerekend. Aan de andere kant zullen bedrijven waarschijnlijk niet vrijwillig meewerken, tenzij prijzen hen dwingen. Het is complex en we hebben dus behoefte aan duidelijkheid.

Mijn conclusie is dat we het beste die duidelijkheid kunnen verschaffen. Dat wil zeggen: geef de aandeelhouder voorrang op Angelsaksische leest en laat wetgeving en sociale druk (van bijvoorbeeld consumenten) de aandeelhouders en het management tot de afwegingen leiden die nodig zijn. Het voordeel is dat de overheid en de consument een brede afvaardiging vormen van de samenleving. Als we de keuze laten afhangen van een mix van aandeelhouders en werknemers, dan is de motivatie van door het bedrijf gemaakte keuzes onduidelijk. In het geval de aandeelhouder beslist, weten we met grotere zekerheid dat winst (op korte of lange termijn) de keuze motiveert. Het is dan aan de overheid en consument om hier langs democratische weg (wet en stemmen met de voeten) correctie op aan te brengen.

En het is dan aan de accountant om aan te geven in welke mate de keuzes van de onderneming de continuïteit ervan bevorderen, in het licht van (aanstaande) wetgeving en opvattingen in de samenleving. Dan weet de aandeelhouder, de consument en ja zelfs de werknemer, waar die aan toe is!

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Jan Bouwens is hoogleraar accounting UvA en research fellow University of Cambridge.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.