Marcel Pheijffer

In het bedrijfsleven worden zaken te vaak te rooskleurig voorgesteld, aldus Marcel Pheijffer. Een lesje in 'impression management'.

Discussie Column

Mijmeringen over duistere kanten

Van jongs af aan ben ik gefascineerd door de donkere kanten van het zakendoen. Ik las liever boeken over fraude dan de klassiekers (van bijvoorbeeld Mulisch, Hermans, Reve, Vestdijk en Couperus) die op mijn boekenlijst hoorden. Verguld was ik met de gift van mijn economiedocent na het behalen van mijn vwo-examen: Pieter Lakemans Het gaat uitstekend. Zwendel en wanbeleid in het Nederlandse bedrijfsleven. Een boek over de krochten in ondernemersland, waarin ook wordt beschreven hoe "accountants, om eerder te goeder getrouw gemaakte fouten te verdoezelen, mee gaan spelen in het spel van list en bedrog". Het boek was bepalend voor mijn beroepskeuze.

Ik begon mijn loopbaan bij de Belastingdienst (1985) en kwam al snel in aanraking met fraudekwesties. Bijvoorbeeld het antedateren van contracten in de periode kort na de afschaffing van de WIR-investeringspremies. Maar ook mijn eerste, zelfstandig uitgevoerde controles bij de visafslag, een uitvinder, een bowlingbaan en een autohandelaar leverden direct bingo op. Ik kwam in contact met collega's van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), die verhaalden over legendarische onderzoeken als 'Schuimkraag' (zwarte omzet bier) en 'Goudtand' (zwarte verkoop restgoud door tandartsen). Vanaf dat moment wilde ik bij de FIOD werken.

Zo geschiedde (1991), na een verplicht uitstapje in militaire dienst. Ik nam deel aan onderzoeken naar drugsnetwerken en kreeg zicht op witwasconstructies. Van de Surinaamse legerleider Bouterse tot de Hollandse netwerken van de 'Hakkelaar' en 'Charles Z.', een bekende in het racecircuit. Daarna kwam ik terecht in onderzoeken naar financieel-economische criminaliteit, zoals beursfraude (bijvoorbeeld frontrunning en de handel met voorkennis). Leerzaam was het onderzoek naar de zogeheten facilitators (waaronder advocaten, belastingadviseurs, makelaars, notarissen en helaas ook accountants), waarin inzicht werd verworven in allerhande slim opgetuigde constructies die op en over het randje waren.

Door de FIOD werd ik desgevraagd ter beschikking gesteld aan de Parlementaire EnquĂȘtecommissie Bouwnijverheid voor het onderzoek naar de bouwfraude. Ik heb daarvan genoten: een maatschappelijk relevant onderzoek waarop veel spotlights stonden, in een voor mij nieuwe omgeving, met stevig tegenspel en veel media-aandacht. Later nam ik nog deel aan diverse andere parlementaire onderzoeken waarin fraude- of integriteitsvraagstukken een belangrijke rol speelden. Net als in onderzoeken in het openbaar bestuur naar wethouders, een burgemeester en een gedeputeerde.

Als student kwam ik in aanraking met de term window dressing, ik wilde daar meer over weten. Daardoor kwam ik in aanraking met literatuur over creative accounting. Leerde van alles over cookie jar reserves, hocus pocus accounting en wat de Belgen noemen "druipnat boekhouden". Als hoogleraar doe ik onderzoek naar fraude en andere onregelmatigheden. Doceer en publiceer erover. Mag als deskundige mijn licht laten schijnen over kwesties met 'rauwe kantjes'. Voer discussies met de beroepsorganisatie over de nog steeds te lakse houding, althans het onvermogen om tot relevant beleid en echte daden te komen, inzake fraude.
Regelmatig diep ik nieuwe sporen uit. Bijvoorbeeld als het gaat om de cryptobubble. De in een stroomversnelling rakende ontwikkelingen aangaande duurzaamheid en de rapportages daarover vind ik boeiend, waarbij ik alert ben op greenwashing: groene fraude waarbij zaken mooier worden voorgesteld dan ze zijn.

Dat laatste brengt mij bij de rode draad in mijn loopbaan: In het bedrijfsleven worden zaken - met behulp van facilitators en 'wegkijkers' - te vaak te rooskleurig voorgesteld. Erving Goffman, Canadees socioloog en schrijver, hanteert in dit verband de term Impression management (in: The presentation of self in everyday life, 1959).
Michael Jones, editor van het boek Creative Accounting, fraud and international accounting scandals (2011), heeft de term impression management nader uitgewerkt voor de accountancy. In een boeiende beschouwing laat hij aan de hand van diverse voorbeelden zien hoe in jaarverslagen een (te) rooskleurige voorstelling van zaken wordt gegeven door het gebruik van grafieken, foto's/plaatjes en accounting narratives. De gehanteerde technieken zijn simpel:

  1. Stress the positive, downplay the negative. Goed nieuws wordt uitgebreid toegelicht, het slechte nieuws wordt verstopt.
  2. Baffle the readers. Goed nieuws wordt in heldere taal voor het voetlicht gebracht, terwijl slecht nieuws in technische, moeilijk vatbare taal wordt vervat.
  3. Differential reporting. Winstgevende en goedlopende organisaties rapporteren op een andere wijze dan verlieslatende, noodlijdende organisaties.
  4. Attribution. Managers hebben de neiging zichzelf voor goed nieuws op de borst te kloppen en om bij slecht nieuws de omgeving de schuld te geven.

Is dit herkenbaar voor u? In welke mate accepteert, casu quo faciliteert u het als accountant? Waar ligt uw grens? Is dat een juridische of een morele grens?

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.