Magazine

Groter geheel

Forensisch onderzoek is een groeimarkt. Accountants delen maar beperkt in die groei. Goed onderzoek naar financiële criminaliteit vereist meer dan financieel-economische expertise. Daarom rukken ict’ers, gedragswetenschappers en juristen op.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q4, 2016

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Accountant naar achtergrond in forensisch onderzoek

In het geweld van data-analytics, juridisering en nadruk op preventie raakt de rol van de accountant bij onderzoeken naar financiële criminaliteit gemakkelijk ondergesneeuwd. De cijfers - in dit geval van Deloitte en PwC, de twee grootste accountantskantoren in forensic - spreken duidelijke taal. Gerrie Lenting, hoofd Regulatory Compliance Forensic van Deloitte: “Van de ongeveer vijftig financieel onderzoekers die wij in dienst hebben is de helft accountant of accountant in opleiding. Onze cyber- en forensic technology-specialisten zijn inmiddels groter in getal: 75 ict-onderzoekers. En ook de afdeling die gedrag rond fraude en compliance onderzoekt groeit snel. Daar werken nu zo’n zestig mensen.” PwC heeft een team van 55 mensen, zegt André Mikkers, hoofd Forensic Services: “Waarvan een kwart accountant is. Vijftien jaar geleden was het team kleiner, maar was de helft accountant.”

Delft de forensisch accountant het onderspit? Kan deze specialisatie na een kort maar roerig bestaan dan alweer ten grave worden gedragen? De vraag krijgt, bij een kleine rondgang langs de ‘forensische velden’ in Nederland, grofweg twee verschillende antwoorden. Ten eerste: nee, maar doet het er eigenlijk iets toe? En ten tweede: nee, maar we moeten wel oppassen dat het niet gebeurt.

Onderdeel

Het eerste antwoord wordt vaak gegeven bij de grote kantoren. Zo zegt Lenting: “De klant wil degelijk, onafhankelijk en onpartijdig feitenonderzoek. Dat is het belangrijkste. Bij de vraag welke expertise daarbij wordt ingezet laten we ons niet leiden door het feit dat Deloitte ook een accountantsorganisatie is, maar door de eisen die aan het onderzoek worden gesteld. En dat zijn steeds vaker eisen waaraan forensisch accountants alleen niet kunnen voldoen. Voor een onderzoek naar sjoemelsoftware in de autoindustrie moet je bijvoorbeeld begrijpen hoe die software werkt en hoe die te traceren is in programmatuur. Daar heb je ict-specialisten voor nodig. Overigens wil dat zeker niet zeggen dat forensisch accountants niet meer nodig zijn. Ze houden hun specifieke functie. Zo moet je in dit voorbeeld ook nagaan wat de weerslag is in de boekhouding van het gebruik van sjoemelsoftware. Maar accountants zijn dus nadrukkelijker dan voorheen onderdeel van het grote geheel van een forensisch onderzoek.”

Peter Schimmel, partner Grant Thornton Forensic & Investigation Services, is iets zorgelijker. Hij had graag gezien dat ‘het vak’ zich de afgelopen jaren in Nederland krachtiger had ontwikkeld. “We hebben nog steeds te maken met de naweeën van de moeizame start die het vak in de jaren negentig in Nederland maakte”, aldus Schimmel. “Toen is het beeld geschapen van forensisch accountants als politieagenten, als boevenvangers. En vervolgens moesten die accountants zelf geregeld voor de tuchtrechter verschijnen, omdat ze niet goed onderzoek verrichtten, omdat ze feiten met meningen verwarden. Dat vind ik nog steeds pijnlijk.”

Ontevreden

Voor de tuchtrechter moeten verschijnen is deels het risico van het vak, vindt Mikkers (PwC), die ook ziet dat de Nederlandse forensisch accountant naar de buitenwereld toe een duidelijk gezicht ontbeert. “Als wij ons werk goed doen, is er altijd iemand ontevreden”, zegt hij, “en het staat iedereen vrij zo’n meningsverschil voor de rechter te brengen”. Maar net als Schimmel stelt hij de kwaliteit van het onderzoek aan de orde. “Het enige echte verweer tegen klachten is zo goed mogelijk onderzoek te verrichten.”

Schort het daaraan? Schimmel ziet het “te vaak” misgaan. “Men houdt zich niet aan de feiten, dat is vooral bij persoonsgericht onderzoek vaak het euvel. Hou je aan de feiten, hou je aan de regels van het vak. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn?”

In tuchtzaken is af en toe te berde gebracht dat de beroepsregels van accountants goed forensisch onderzoek mogelijk in de weg staan. Dat zou de legitimiteit van het vak ondergraven. Maar volgens Peter Diekman, wetenschappelijk directeur van de opleiding tot financieel forensisch deskundige aan de Erasmus Universiteit, is dat een fabeltje. “Er is niets mis met die regels”, zegt hij. “Integendeel. Ze zijn juist in het leven geroepen om de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de accountant te bewaken en dat zijn in forensisch onderzoek waardevolle elementen.”

Imago

Om het vak van een steviger imago te voorzien moet de kwaliteit van het werk van de forensische accountant echter wel omhoog, vindt Diekman. Dat is mede het doel van de genoemde (postdoctorale) opleiding. “Civiel recht, strafrecht, gedragswetenschappen, ethiek, criminologie: het komt allemaal aan de orde. Maar het is geen opleiding die je leert boeven te vangen. Je leert op een hoog niveau na te denken over het fenomeen van financieel-economische criminaliteit.” Diekman zegt er vooral naar te streven de werelden van advocaat en accountant met elkaar in verbinding te brengen. “Ze hebben in forensisch onderzoek elk hun specifieke rol, maar naar mijn ervaring begrijpen en spreken ze elkaars taal niet voldoende. Deze opleiding wil dat bevorderen.”

Dat is dan vooral relevant als de advocaat de forensisch accountant inschakelt bij zijn onderzoek, iets wat de afgelopen jaren hand over hand toeneemt. Schimmel zegt bijvoorbeeld dat negentig procent van het forensische werk van Grant Thornton in opdracht van advocatenkantoren wordt verricht. Die ‘juridisering’ van forensisch onderzoek wordt vaak in verband gebracht met het gegeven dat advocaten een beroep kunnen doen op het verschoningsrecht. Voor hun cliënt belastende feiten kunnen zij geheim houden. De registeraccountant heeft dat verschoningsrecht niet. Dat zou commercieel op zijn minst onhandig kunnen zijn.

Beschermen

Maar of dat ook een element is dat de forensische accountancy in de weg zit bij het ontwikkelen van een eigen - sterk - profiel? Mikkers denkt van niet. “Ook de vraag in wiens opdracht de accountant onderzoek verricht, moet niets uitmaken voor zijn reputatie. Accountants zijn uitstekend voorgesorteerd voor het forensische werk, omdat ze zijn gefocused op waarheidsvinding, op volledigheid, op het zoeken van samenhang tussen variabelen, op objectiviteit en op integriteit. Bovendien beschermen wij onze collega’s in de openbare praktijk door hen met raad en daad bij te staan als zij op signalen van fraude stuiten rond de controle. Dan is het al met al jammer dat het imago van de forensische accountant nog niet optimaal is. Maar we kunnen weinig anders doen dan gewoon goed werk afleveren.”

Opleiden

Nederland telt twee hoogleraren Forensische Accountancy: Peter Diekman (Universiteit van Curaçao, ook verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) en Marcel Pheijffer (Universiteit Leiden en Nyenrode Business Universiteit). Pheijffer, die het vak Forensische Accountancy doceert aan masterstudenten Criminologie en het vak Fraude & Witwassen aan accountancystudenten, heeft in dat opzicht veruit de langste staat van dienst. Diekman startte pas in maart van dit jaar op het Caribische eiland, terwijl Pheijffer in 2000 in Leiden begon. Voor een volledige academische studie forensische accountancy is volgens velen de Nederlandse markt te klein. De grote accountantskantoren ‘sturen’ hun kandidaten veelal naar de opleiding van de ACFE (Association of Certified Fraud Examiners). De negen maanden durende opleiding tot financieel forensisch deskundige, die mede door Diekman is opgezet, trok in 2015 en 2016 telkens ongeveer twintig cursisten.

De specialist

Bij de grote accountantskantoren groeit het contingent forensische accountants niet of nauwelijks. Naast PwC en Deloitte geven ook KPMG en EY desgevraagd aan in het forensische segment vooral te groeien in data-analyse en cyber forensics. In het verlengde daarvan zoeken financieel specialisten vaak een eigen niche op. Zoals Inge-Lisa Toxopeus, die in 2011 met drie collega’s Hermes Advisory oprichtte. Toxopeus, specialist in het onderzoeken en begroten van vermogensschade, werkte daarvoor onder meer bij PwC en Nauta Dutilh. “Kleine bureaus worden vaak ingeschakeld omdat zij geen last hebben van conflicterende belangen”, stelt Toxopeus. “Grote kantoren kunnen daarvan bijvoorbeeld last hebben als een controlecliënt object van onderzoek is.”

Dat forensische accountants vaak hun heil zoeken buiten de big four betekent volgens Toxopeus niet dat het om een bedreigde diersoort gaat. “Forensische accountants hebben als onderzoeker zeer specifieke deskundigheden, alleen is de markt ervoor niet zo groot in Nederland. Maar het is zonder meer een eigenstandig vak. Dat merk je ook wel aan de mensen: ze zijn allemaal bijzonder analytisch ingesteld en stuk voor stuk gegrepen door de zoektocht naar de speld in de hooiberg.” Hermes Advisory doet voornamelijk onderzoek in opdracht van advocatenkantoren; naar de omvang van geleden vermogensschade, conflicten tussen aandeelhouders en bestuurders en oorzaken van faillissement.

Geert Dekker is journalist.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.