Magazine

NBA nieuws

Kwaliteit ‘mkb-kantoren’ gaat vooruit - Accountants vinden fouten bespreken lastig - NBA presenteert ‘veranderagenda’ kwaliteit - Tweede fase visieproces gestart - Vraag naar topfinancials stijgt explosief - Tuchtklachten over niet-afleggen beroepseed.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q3, 2017

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Tekst: Jan Jaap Boontjes

Kwaliteit ‘mkb-kantoren’ gaat vooruit

67 procent van de getoetste kleinere en middelgrote accountantskantoren met een wettelijke controlevergunning voldeed in
2016 aan de gestelde eisen.

Voor de getoetste accountantskantoren werkzaam in de samenstelpraktijk (zonder Wta-vergunning) was dit 75 procent. Dat blijkt uit het jongste verslag van de werkzaamheden van de Raad voor Toezicht van de NBA.

Vergeleken met voorgaande jaren is er sprake van lichte vooruitgang. Zo voldeed in 2015 maar 36 procent van de door de raad getoetste kantoren met een wettelijke (niet-oob) vergunning aan de norm. Bij kantoren aangesloten bij de SRA was dat toen 65 procent. Van de kantoren in de samenstelpraktijk behaalde 69 procent in 2015 een voldoende.

De Raad voor Toezicht is in 2013 gestart met de toetsingen en het groeiend bewustzijn bij kantoren lijkt nu zijn vruchten af te werpen. Grote inspanning van de sector blijft echter nodig om de stijgende lijn door te zetten.

In het verslagjaar zijn door het NBA-bestuur - op advies van de Raad voor Toezicht - vijf klachten ingediend bij de Accountantskamer. De tuchtrechter heeft in alle vijf gevallen de klacht gegrond verklaard en een maatregel opgelegd.

Gezamenlijke resultaten NBA en SRA

In het verslag over 2016 rapporteert de Raad voor Toezicht voor het eerst over de gezamenlijke toetsingsresultaten van NBA en SRA, van zowel vergunninghouders als niet-vergunninghouders. Doel is een meer sectorbreed inzicht te geven in de kwaliteit van mkb-accountantskantoren.

De SRA startte al in 2009 met het toetsen van kantoren met een wettelijke controlevergunning. De toetsingsresultaten van de SRA vertonen over het algemeen dan ook een gunstiger beeld. Verder zijn de mkbkantoren in 2016 gestart met de implementatie van de maatregelen van het verbeterplan ‘In het publiek belang’.

Evaluaties

Volgens de Raad voor Toezicht is het nodig om naast de handhavende rol ook een meer begeleidende en sturende rol te vervullen bij zwakke accountantspraktijken. Het verslag van de raad bericht ook over de evaluatie van de diverse toetsingen door de getoetste kantoren. Doorlooptijden van (her)toetsingen worden als lang ervaren. Ook toetsingskosten blijven een punt van kritiek, met name voor startende accountantskantoren.

Verder zijn opmerkingen gemaakt over de houding van de toetsers en het toepassen van een eenduidige werkwijze. De uitkomsten worden mee genomen in de jaarlijkse zelfevaluatie van de Raad voor Toezicht.

Accountants vinden fouten bespreken lastig

Accountants delen intern wel inhoudelijke informatie en vraagstukken, maar vinden het lastig om eigen tekortkomingen te bespreken of met elkaar te praten over het functioneren van het team. Medewerkers in de controlepraktijk zijn kritischer over de kwaliteitscultuur.

Dat blijkt uit de eerste sectorbrede analyse van de cultuur bij accountantskantoren, verricht door NBA en SRA samen.

De analyse is gebaseerd op uitkomsten van de NBA-Cultuurmeter en SRA-Cultuurscan,die beide organisaties op basis van het rapport ‘In het Publiek Belang’ lieten ontwikkelen. Accountantskantoren brengen met het meetinstrument de eigen bedrijfscultuur in kaart. De nulmeting is het vertrekpunt om een kwaliteitsgerichte cultuur te optimaliseren en te versterken.

Negentig accountantsorganisaties (85 procent daarvan zijn SRA-kantoren) en bijna 7.300 respondenten namen deel aan de cultuurmeting. Dat is exclusief de big four-kantoren, die gebruikmaken van eigen cultuurmetingsinstrumenten.

Moeite met zelfreflectie

De centrale vraag in de cultuurmeter is: stelt de accountantsorganisatie en de context binnen het (controle)team de individuele accountants en medewerkers in staat daadwerkelijk goed werk te leveren? Uit de geanonimiseerde resultaten komen de volgende aspecten naar voren:

  • Visie op kwaliteit: medewerkers in de accountantskantoren ervaren dat er relatief veel aandacht wordt besteed aan kwaliteit. Leidinggevenden blijken vaak goed aanspreekbaar te zijn als het gaat om kwaliteit.
  • Lerend vermogen: medewerkers lijken zich veelal comfortabel te voelen met het delen van inhoudelijke informatie en vraagstukken, maar hebben meer moeite met zelfreflectie op het presteren van het team. Ook voelen ze zich niet altijd comfortabel om fouten of dilemma’s met elkaar te bespreken.
  • Tijdsdruk: medewerkers geven aan dat leidinggevenden slechts ‘soms tot regelmatig’ voldoende tijd inplannen voor een opdracht. Daarnaast reageren zij niet altijd op signalen over werkdruk.
  • Beloningsbeleid: de beloning van werknemers is nog niet (voldoende) gekoppeld aan kwaliteit; respondenten geven aan dat ze zich niet altijd gewaardeerd voelen voor hun inzet voor een goede kwaliteit.
  • Kwetsbare middenlaag: medewerkers in de controlepraktijk, op het functieniveau van senior assistent en in de leeftijdscategorie 26-34, zijn relatief kritischer over de kwaliteitscultuur. Medewerkers van de kleinste kantoren hebben over het algemeen een sterkere perceptie van de kwaliteitscultuur dan medewerkers van de grootste kantoren, al zijn de verschillen niet heel duidelijk te benoemen. De kleinere kantoren worden met name op voorbeeldgedrag en tijd en middelen positiever beoordeeld. Als het gaat om de dialoog over de beroepsontwikkeling worden de grotere kantoren juist als sterker ervaren.

Vervolgmeting

De cultuurmeter is niet alleen bedoeld om cultuuraspecten rondom controlekwaliteit te meten, maar ook om de discussie binnen de accountantskantoren op gang te brengen. De NBA en SRA zullen de kantoren hierbij ondersteunen waar mogelijk en gewenst. Beide organisaties willen onder andere een serie good practices bijeenkomsten voor het management van kantoren opzetten.

De cultuurmeter dient als startpunt van een continu proces waarbij kwaliteit binnen de kantoren centraal staat. Ontwikkelingen in het beroep, die bijvoorbeeld blijken uit nieuwe monitoringsrapportages of specifieke vragen vanuit accountantsorganisaties en de sector, worden meegenomen in een vervolgmeting.

NBA presenteert ‘veranderagenda’ kwaliteit

Met het presenteren van een ‘veranderagenda’ heeft de NBA in de zomer een nieuwe impuls gegeven aan de verbetermaatregelen uit het rapport In het publiek belang.

De agenda, opgesteld door een nieuwe Stuurgroep Publiek Belang, is gericht op zaken als oorzakenanalyses, cultuurverandering en het partner- en verdienmodel.

Doel van de agenda is een meer fundamentele aanpak van het verbeterprogramma van de sector, ter versterking van de 53 maatregelen die de afgelopen jaren zijn ingevoerd. Dat gebeurt in nauwe samenspraak met stakeholders. Uitgangspunten zijn verder het leren van toetsingen door toezichthouders, onderlinge kennis uit wisseling en inzet van academische research.

In de Stuurgroep Publiek Belang hebben de negen grootste accountantsorganisaties (oob-vergunninghouders), de SRA en de NBA hun krachten gebundeld.

Vijf punten

De veranderagenda bevat vijf punten, opgesteld aan de hand van vijf vragen aan de sector:

  1. Wanneer is een audit van goede kwaliteit?
  2. Wat ging fout in dossiers of bij kantoren en wat moeten we daar van leren?
  3. Hoe kunnen we cultuur bij kantoren veranderen?
  4. Hebben we structurele problemen in ons bestel?
  5. Hoe kunnen we beter tegemoet komen aan actuele behoeften in de samenleving?

De veranderagenda wordt doorlopend geëvalueerd en aangevuld, in samenspraak met stakeholders en toezichthouders en met oog voor het publiek belang. De voortgang van het totale verbeterproces blijft onderwerp van publieke toetsing door de politiek, toezichthouder AFM en de monitoringcommissie MCA. Bij het uitvoeren van de veranderagenda laat de stuurgroep zich mede leiden door wetenschappelijk getoetste inzichten, die voortkomen uit de samenwerking met de Foundation for Auditing Research (FAR).

Tweede fase visieproces gestart

De NBA is na de eerste, verbredende fase van het visieproces ‘Een beroep met toekomst’ begonnen met fase twee: verdieping van de toekomstvisie op het accountantsberoep.

Streven is om een nieuw visiedocument op hoofdlijnen in oktober op te leveren en NBA-leden de gelegenheid te geven daarover met elkaar en de beroeporganisatie in debat te gaan. Uit de eerste fase heeft het bestuur vier hoofdthema’s gedestilleerd voor verdere verdieping in fase twee:

1. Beroep: maatschappelijke relevantie en positionering
Wat is de rol van de accountant in het maatschappelijke bestel, wat verwacht het maatschappelijk verkeer van hen? Hoe kan het beroep op een meer zichtbare, positieve en constructieve wijze een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat?

2. Het bestel: opdrachtgeverschap, verdien- en partnermodel
Wat wordt de nieuwe wereld van de accountant? Hoe richten we het bestel in, kijkend naar bijvoorbeeld het verdien- en partnermodel?

3. Accountant 3.0: meerwaarde, innovatie en diverse rollen
Met welke diensten kan de accountant in de toekomst relevant en onderscheidend blijven? Wat is het effect van de technologie? Welke competenties en opleidingen zijn nodig?

4. Beroepsorganisatie 3.0
Welke kenmerken moet de toekomstige beroepsorganisatie hebben om de nieuwe visie concreet vorm te geven? Kerntaken, differentiatie, inrichting, besturing en de rol van het bureau komen hierbij aan de orde.

Proces

In fase twee wordt door twee themagroepen eerst een visie op de thema’s ‘beroep’ en ‘beroepsorganisatie’ uitgewerkt. Deze visie moet - na bespreking in een breder stakeholdersforum - klaar zijn in oktober. Daarna wordt het visiedocument in het publieke debat gebracht en vervolgens verder uitgewerkt en aangescherpt. De resultaten worden bediscussieerd op de algemene leden vergadering (ALV) in december 2017. Het visieproces bestaat in totaal uit drie fases. Fase één startte eind 2016 met een inspiratiedocument, opgesteld door de Arenagroep. De tweede fase staat in het teken van verdieping en concretisering. Fase drie start vanaf januari 2018 en loopt door tot de ALV in juni 2018.

Vraag naar topfinancials stijgt explosief

De vraag naar topfinancials met een (post)master-achtergrond, zoals RA’s en RC’s, is in de eerste helft van 2017 met ruim 55 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Binnen deze doelgroep stijgt de vraag naar RA’s bovengemiddeld met 82 procent. De vraag naar postbachelor-opgeleide AA’s steeg met 44 procent. Ook de vraag naar openbaar accountants blijft sterk groeien, vooral door
een aanhoudend grote vraag naar assistent-accountants.

Dat blijkt uit de halfjaarlijkse analyse van de gepubliceerde (post)mastervacatures op de financiële arbeidsmarkt door de ledengroep Accountants in business van de NBA. De vacaturetrends zijn gebaseerd op vacaturedata van Jobdigger.

In juli van dit jaar kwamen recruiters Yacht en Robert Walters al naar buiten met groeicijfers over de eerste helft van 2017, voor de totale markt van financieel specialisten met een opleiding op bachelor (hbo)- of master (wo)-niveau. Beide geven voor deze markt groeicijfers af rond de twintig procent.

Business controller meest gevraagd

Op de totale markt voor topfinancials is de business controller nog steeds de meest gevraagde functie, gevolgd door de financial controller, controller en riskmanager. De projectcontroller completeert de top 5 voor financiële functies op academisch niveau.

Voor de RA-, AA- en RC-afgestudeerden is de top 5 behoorlijk divers. RA’s worden voor een brede range specialistische financiële functies gevraagd, AA’s voor meer generieke financiële functies, en RC’s vooral als business controller.

De vraag naar medewerkers voor de accountantskantoren blijft ook sterk groeien. In de eerste helft van 2017 nam het aantal gepubliceerde vacatures voor (assistent-)accountants en managers accountancy, zoals controleleiders, toe met dertig procent tot ruim 2.500 gepubliceerde vacatures. Met ruim 1.900 vacatures bleef de grootste vraag bestaan naar assistent-accountants.

Tuchtklachten over niet-afleggen beroepseed

Medio augustus heeft de NBA bij de Accountantskamer in Zwolle 35 tuchtklachten ingediend tegen accountants die de beroepseed nog niet hebben afgelegd.

De klachten zijn gericht tegen accountants die vóór 1 mei 2017 de beroepseed af hadden moeten leggen, maar dat niet hebben gedaan. De meeste van de betrokken accountants reageerden niet op meerdere herinneringen van de NBA. Aan de betrokken accountants heeft de NBA eind juni het voornemen bekendgemaakt om een tuchtklacht in te dienen. De meeste betrokkenen reageerden ook daar niet op.

De verordening waarmee de beroepseed werd ingevoerd is aangenomen op de Algemene Ledenvergadering van de NBA op 17 mei 2016. Accountants die op dat moment ingeschreven stonden in het accountantsregister, moesten de beroepseed vóór 1 mei
2017 afleggen.

Bijeenkomsten

In de periode tot 1 mei 2017 heeft de NBA door het hele land bijeenkomsten georganiseerd waarbij accountants de beroepseed konden afleggen. Accountants die in het buitenland wonen en werken, werd de gelegenheid geboden om de beroepseed één op één via Facetime of Skype af te leggen.

Tussen mei 2016 en mei 2017 heeft 99,8 procent van de 19.700 actieve accountants de beroepseed afgelegd.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.