'Ik dacht: kan dat niet beter?'
De Amerikaanse Sara Bibler is doctor en certified public accountant (CPA) en werkte onder andere enkele jaren voor PwC, zowel in de VS als in Nederland. In 2021 begon zij als PhD-student aan de Vrije Universiteit Amsterdam en sinds vorig jaar is zij universitair docent Accounting aan de Universiteit van Amsterdam. Als gepromoveerd onderzoeker en voormalig accountant kan zij uitstekend door twee verschillende brillen naar onderzoek kijken. "De relatie tussen de academische wereld en de praktijk moet beginnen bij de problemen waar praktijkmensen tegenaan lopen."
Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 2, 2026
Bekijk alle artikelen uit dit nummer
» Download dit artikel in pdf
» Download het hele nummer (pdf)
Luc Quadackers
Tussen theorie en praktijk
Las je als accountant regelmatig wetenschappelijke artikelen?
"Eigenlijk niet. De Amerikaanse opleiding en praktijk verschillen behoorlijk van de Nederlandse. In Amerika is de opleiding vooral praktijkgericht: Wat zijn de regels die je moet volgen om een goede accountant te zijn? In Nederland is het lezen van artikelen veel gebruikelijker. Steeds meer Nederlandse accountants weten daardoor hoe ze wetenschappelijke artikelen kunnen doorgronden. Dat is waardevol, omdat je kijk op de praktijk en je manier van kritisch denken daardoor worden versterkt. Het maakt je handelen als accountant ook beter geïnformeerd."
Hoe ben je op het wetenschappelijke pad terechtgekomen?
"Twee van mijn grootouders zijn gepromoveerd, waardoor ik mij altijd al een academische loopbaan voor mijzelf kon voorstellen. En ik merkte gaandeweg dat een PhD in accountancy een waardevolle invulling van mijn carrière zou zijn. Tijdens mijn controlewerk zag ik veel dingen waarvan ik dacht: Is dit wel de juiste manier om dingen te doen, kan dat niet beter? Dat deed mij besluiten om meer wetenschappelijk aan de slag te gaan."
Hoe zie jij de relatie tussen de academische wereld en de praktijk?
"Accountancy is een toegepast vakgebied, dus ik denk dat de relatie echt moet beginnen bij de problemen waar accountants in de praktijk tegenaan lopen. Ik weet uit ervaring dat accountants bewust nadenken over problemen die zich ook zeer goed lenen voor wetenschappelijk onderzoek. Daarom moeten academici en accountants goed communiceren. Het is een wisselwerking. Enerzijds kunnen academici meer doen aan het verspreiden van onderzoeksbevindingen richting de praktijk. Als academicus moet je daarbij je praktijkpet opzetten, om ervoor te zorgen dat je onderzoeksresultaten zodanig uitlegt dat accountants zien hoe dit hun dagelijkse werk of de controlekwaliteit beïnvloedt. Aan de andere kant denk ik dat accountants open moeten staan voor onderzoek en hoe dat relevant kan zijn voor hun werk. Wetenschappers kunnen ook een helikopterview innemen en zaken vanuit een ander perspectief bekijken. Zij hebben meer tijd voor reflectie. Daardoor bieden zij soms inzichten die de zaken die accountants zelf waarnemen kunnen overstijgen. Er moet dus een symbiotische relatie bestaan, met als gemeenschappelijk doel het verbeteren van de controlekwaliteit. Mijn persoonlijke doel is invloed hebben op de praktijk en betekenisvol zijn voor het vakgebied."
Hoe breed zie jij dat?
"Wanneer we over de praktijk spreken, moeten we zeker ook de toezichthouder meenemen. Ik richt me in mijn onderzoek op technologie en met name op de interactie tussen mens en technologie. Er zijn op dit moment nog niet veel controlestandaarden die hierop betrekking hebben. Niemand weet precies wat de implicaties van bijvoorbeeld AI zullen zijn. Maar ik denk dat toezichthouders hier proactief moeten handelen. Het idee achter een deel van mijn onderzoek is om inzichten te bieden waarmee toezichthouders weloverwogen beslissingen kunnen nemen over hoe we controlekwaliteit kunnen monitoren."
Welk type onderzoek vind je daarvoor het meest geschikt?
"Ik houd het meest van experimenten, onder andere omdat ze je in staat stellen om dingen te onderzoeken die nog niet bestaan; bijvoorbeeld op het gebied van technologie. Een van de hoofdstukken in mijn proefschrift gaat over de rol van AI in de workflow van de accountant en of die AI-rol vooraan of later in de workflow aan bod komt. De manier waarop we AI nu meestal gebruiken, is als een tool die output levert en die de accountant vervolgens beoordeelt. Maar die rol verandert steeds verder. Er wordt binnen kantoren veel gesproken over agentic AI en AI als teamlid. Je kunt je dus ook een wereld voorstellen waarin AI fungeert als een soort extra controle op wat de accountant doet. Ik kan die rol onderzoeken, ook al bestaat die nog niet in de praktijk. Zo kun je inzicht krijgen in hoe auditors mogelijk reageren op een dergelijke rol van AI. We moeten begrijpen hoe AI de oordeelsvorming beïnvloedt en hoe AI het dagelijkse werk van auditors verandert. AI kan je oordeel echt versterken, mits je het goed gebruikt. We moeten er dus voor zorgen dat mensen het op de juiste manier toepassen. Daarvoor is het belangrijk om te begrijpen hoe mensen met technologie omgaan. Dat is de kern van mijn proefschrift. Mijn twee favoriete artikelen uit het proefschrift gaan over een innovatieve mindset en een innovatiegerichte benadering. Ik beweer niet dat vertrouwen op technologie goed of slecht is. Ik probeer inzicht te geven in wanneer mensen er wel of niet op vertrouwen. Ik toon aan dat wanneer mensen innovatiever denken, ze technologie vaker gebruiken. Ze zijn flexibeler in hun denken. Zo'n innovatieve mindset kan erg waardevol zijn voor de praktijk."
Waar voel je je meer thuis, in de academische wereld of in de praktijk?
"Beide hebben hun voor- en nadelen. De controlepraktijk is snel en concreet, met een duidelijk doel, maar je kunt een wat beperkte blik krijgen door externe factoren, zoals deadlines en klantrelaties. In de academische wereld gaat alles wat langzamer en heb je de tijd om over alle facetten na te denken op een manier die in de praktijk niet mogelijk is. Ik vond het werken in de drukke praktijkomgeving leuk, vooral sociaal gezien. Door de druk en het gezamenlijke doel bouw je sterke banden op met je collega's. In de academische wereld werk je veel autonomer, wat prettig is omdat je het hele proces grotendeels zelf beheert, van onderzoeksidee tot publicatie. Dat kan erg bevredigend zijn. Academici helpen elkaar overigens ook graag, maar de omgeving is anders en rustiger. Dat is soms uitdagend, omdat ik uit de praktijk kom en daardoor een 'we moeten gewoon doorpakken'-mentaliteit heb. Dat mis ik soms wel. Toch past mijn persoonlijkheid beter bij de academische wereld, denk ik."
Het proefschrift van Sara Bibler 'Auditor Judgments And Decisions In The Digital Era: The Role Of Mindset, Medium, And Mode' is (inclusief een Nederlandse samenvatting) te vinden via de research portal van de VU Amsterdam.
Gerelateerd
Advies voor reviewers: 'promotiefocus' beter dan 'preventiefocus', of toch niet?
In een nieuwe rubriek 'Wetenschap en praktijk' bespreken wetenschappers en accountants wetenschappelijke artikelen. Dit keer: 'Improving Auditors’ Review of Inconsistent...
Tjibbe Bosman wil dat accountants durven te twijfelen
Dr. Tjibbe Bosman is universitair docent accounting en recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is ook registeraccountant en Duits Wirtschaftsprüfer en werkte...
'Hora Est!' voor een Amerikaanse accountant
Op 24 februari jl. promoveerde Sara Bibler aan de Vrije Universiteit Amsterdam, op haar onderzoek naar hoe technologie het oordeel van auditors beïnvloedt. Zij pleit...
PIA Group en Nyenrode werken samen rond leerstoel MKB Accountancy
Via de leerstoel MKB Accountancy gaan PIA Group en Nyenrode Business Universiteit een sponsorsamenwerking aan. De leerstoel wordt bekleed door prof. dr. Niels van...
'Hora Est!' voor intuïtie in auditing
Op 10 december 2025 promoveerde Edwin Hummel op zijn onderzoek naar intuïtie in auditing. Hij pleit voor het effectief inzetten van intuïtie, naast beredeneerde...
