Magazine

Essent is zuinig op zijn bonus

Met prestatiebeloning is niets mis, integendeel. Maar een teveel aan maatstaven, zoals bij Essent, waardoor bestuurders altijd wel een bonus kunnen incasseren, bewijst bedrijven en commissarissen geen dienst.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 9, 2006

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Bij Essent gebruikt men een veelheid aan maatstaven als basis om de raad van bestuur te belonen. Terwijl deze benadering kan worden verklaard vanuit de wens van de raad van commissarissen om de attentie naar meer activiteiten dan alleen winst te leiden, is deze benadering niet noodzakelijk succesvol. Essent verdeelt de bonus fifty-fifty over prestaties in de financiële respectievelijk niet-financiële sector. Laten we aannemen dat het Essent financieel voor de wind gaat. Het is in zulke situaties volstrekt rationeel van de Essent-managers in die sector ook de hoogste inspanning te leveren en niet in de overige sectoren. Immers, een eenheid inspanning levert daar het meeste op. Als het slecht gaat in de financiële sector dan wordt het relatief eenvoudiger verbeteringen te leveren in de niet-financiële sector en zal de raad van bestuur rationeel handelen door zich op deze sector te richten. Daar zit een probleem van hantering, meer dan van een prestatiemaatstaf.

Bij Essent gaat men nog verder, want de verdeling over ‘sectoren’ is er niet fifty-fifty, maar men verdeelt de gewichten over drie financiële (kosten, rendement en winst) en vijf niet financiële maatstaven (veiligheid, drie soorten klanttevredenheid en medewerkertevredenheid). Op elk van die maatstaven kan men een bonus behalen. Zo kan men door kosten te besparen bij tegenvallende omzet alsnog een bonus zeker stellen.

Het probleem met deze design is dat het a-priori onduidelijk is of verdere kostenverlaginginspanning wel gewenst is bij een tegenvallende omzet. Overigens kan dit probleem worden opgelost. Essent kan het aantal maatstaven terugbrengen op basis waarvan variabel wordt beloond. Voor de overige factoren waarvoor Essent aandacht vraagt van de raad van bestuur kan men minima stellen. Als die minima niet worden gehaald wordt er überhaupt geen bonus uitgekeerd. Zo leent een onderwerp als ‘veiligheid’ zich typisch voor zo’n benadering, ook al reikt de winst torenhoog. Overigens meet men bij Essent veiligheid ten opzichte van een internationale standaard. Dit stelt hen in staat normen te baseren op een vergelijking tussen de Essent-prestatie en de prestaties van andere energiebedrijven. Hetzelfde is het geval met klachtenafhandeling. In dat opzicht kan men geen kritiek hebben ten aanzien van de objectiviteit bij de vaststelling van de norm op de maatstaf. Het is echter wel de vraag welk niveau van klanttevredenheid efficiënt is. Een hele hoge klanttevredenheid kan immers gepaard gaan met prohibitief hoge kosten, en als de kostennorm in enig jaar toch al niet wordt gehaald, werkt een extra investering ter zake niet door in een lagere bonus.

De ‘ethische’ discussie over de hoogte van de beloning is in economische zin redelijk overbodig. Zolang als de uitgekeerde bonus lager is dan de toegenomen waarde van de onderneming is de bonus in economische zin verantwoord. Er is ook empirisch bewijs dat aantoont dat variabele beloning werkt. In 1996 werd voor de elektriciteitssector aangetoond dat productiviteit toeneemt bij de introductie van een bonusplan.

Ook op lager organisatieniveau functioneert variabele beloning. Uit een onderzoek dat Laurence van Lent en ondergetekende recent uitvoerden blijkt dat bonussen en zuivere meting twee wenselijke effecten hebben. In de eerste plaats blijkt dat mensen harder gaan werken wanneer de prestaties zuiverder worden gemeten. En ten tweede blijkt de personele samenstelling - voor bedrijven die managementprestaties beter meten - gemiddeld meer in overeenstemming te zijn met de wens van de ondernemingsleiding. De vragen die de aandeelhouder moet stellen luiden: hoe verhoudt beloning zich tot de creatie van waarde? Meer in het bijzonder:

  • Wordt voor de manager een uitdagend of een makkelijk doel gesteld?
  • Meet de maatstaf echt waarde?
  • Is de beloning in proportioneel met de geleverde prestatie?

Met de introductie van meer maatstaven maakt de raad van commissarissen het zich moeilijk op deze drie vragen een antwoord te geven.

Noot
Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de Universiteit Tilburg.

Jan Bouwens is hoogleraar accounting UvA en research fellow University of Cambridge.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.