Nieuws

JAN© hoefde fraude niet te ontdekken

Dat de financieel directeur van Holland Lift de voorraadcijfers frauduleus heeft opgepompt is niet aangetoond. Maar JAN© heeft als controlerend accountant in ieder geval voldoende gedaan om de voorraden te controleren en is niet aansprakelijk voor de schade, zegt de Rechtbank Noord-Holland, die terloops een schadeberekening van PwC aan de kant schuift.

Lex van Almelo

Een accountant van JAN© geeft goedkeurende verklaringen af bij de jaarrekeningen 2006 tot en met 2009 van schaarliftenfabriek Holland Lift. Over 2010 verstrekt EY aanvankelijk een goedkeurende verklaring, maar trekt die later in. In 2007 is de fabriek overgegaan van Exact Dos op Exact Globe. Bij die conversie zijn eerst de voorraadaantallen ingevoerd en pas later de prijzen. Bij de voorraad staal zijn de verkeerde verrekenprijzen gehanteerd. Daardoor gaven de cijfers enkele jaren een te florissant beeld.

Holland Lift en eigenaar SMP International eisen een schadevergoeding van JAN© en de financieel directeur. JAN© zou toerekenbaar tekort zijn geschoten bij de uitvoering van de controleopdracht dan wel onrechtmatig hebben gehandeld door de controle niet zorgvuldig uit te voeren. Bovendien zou JAN© een dubbelrol hebben gespeeld door zowel de boeken te controleren als te adviseren. De financieel directeur zou zich schuldig hebben gemaakt aan onbehoorlijk bestuur en fraude.

De Rechtbank Noord-Holland vindt dat Holland Lift en SMP hun aantijgingen niet aannemelijk hebben gemaakt. De financieel directeur heeft weliswaar wijzigingen aangebracht in Excel-sheets met cijfers van voorraden op externe locaties. Maar er is niet aangetoond dat hij die cijfers heeft vervalst. De rechtbank vindt niet dat JAN© had moeten ontdekken dat de cijfers niet deugden. JAN© heeft ook geen dubbelrol gespeeld, omdat het kantoor pas gaan adviseren in 2011, ruim nadat het was gestopt met de controle.

Voldoende gecontroleerd

Het enkele feit dat achteraf blijkt dat er fraude is gepleegd, betekent nog niet dat de accountant toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Het bestuur en de toezichthouders van de onderneming zijn primair verantwoordelijk voor de jaarrekening en het voorkomen en ontdekken van fraude. En het is de verantwoordelijkheid van de leidinggevenden om risico’s te beheersen die zouden kunnen leiden tot afwijkingen van materieel belang in de financiële overzichten. Zulke beheersingsmaatregelen sluiten fraude echter niet uit.

Gezien de inherente beperkingen van een controle bestaat een onvermijdelijk risico dat niet alle afwijkingen van materieel belang worden ontdekt, ook al is de controle adequaat opgezet en uitgevoerd conform de Standaarden (zoals NV COS 240). Daarbij is het lastiger om een materiële afwijking ten gevolge van fraude te ontdekken dan eentje ten gevolge van andere fouten, omdat fraude opzettelijk kan worden verhuld. De mogelijkheid dat de accountant een fraude ontdekt, hangt af van:

  • de behendigheid van de dader;
  • de omvang en frequentie van de manipulaties;
  • de mate van samenspanning;
  • het relatieve belang van de individuele bedragen waarmee is gemanipuleerd;
  • de positie van de betrokkenen.

In geval van directiefraude is het risico dat de accountant de materiële afwijking niet ontdekt groter dan bij fraude door werknemers. Of de controlerend accountant zich heeft gehouden aan de Standaarden hangt af van:

  • de controlewerkzaamheden die hij feitelijk heeft uitgevoerd;
  • de toereikendheid van de controle-informatie die hij heeft verkregen met deze werkzaamheden;
  • de juistheid van de accountantsverklaring die hij heeft afgegeven na het evalueren van de verkregen controle-informatie.

Kortom: het niet ontdekken van een mogelijke fraude betekent dus niet per definitie dat de accountantscontrole niet deugt. (Zie bijvoorbeeld ook deze uitspraak). De accountant van JAN© is in dit geval niet toerekenbaar tekortgeschoten, omdat:

  • het niet zijn primaire opdracht was onderzoek te doen naar mogelijke fraude;
  • hij in 2007 al de problemen signaleerde met het Globe-systeem, de vaste verrekenprijs en het onderhanden werk;
  • toen als oplossing voorstelde een partieel roulerende inventarisatie in te voeren;
  • dit advies ook is opgevolgd, waardoor in de loop van 2007 70 procent van de voorraad is geteld;
  • hij ook wel degelijk heeft onderzocht of de waarde van de voorraad in het grootboek overeenkwam met die in de subadministratie;
  • hij er niet op bedacht hoefde te zijn dat hij bij zijn verzoek om nadere informatie valse Excel-sheets toegestuurd kreeg.

De accountant heeft steekproefsgewijs 158 voorraadtellingen gedaan bij wisselende producten. De directie kwam desgevraagd met bevredigende verklaringen voor de grote voorraden. Opvolger EY vond het controledossier van JAN© voldoende om daarop te kunnen steunen. De rechtbank wijst de vordering tegen JAN© daarom af.

Ook de claim tegen de financieel directeur wordt afgewezen. Om te bepalen of hij het was die heeft gefraudeerd, zou nader onderzoek nodig zijn. Maar de rechtbank vindt dat niet nodig, omdat Holland Lift en SMP geen schade hebben geleden.

PwC-rapporten

Die conclusie is pikant. Holland Lift en SMP claimden namelijk maar liefst 7.966.044 euro schade op basis van twee PwC-rapporten. Niet alleen de Accountantskamer heeft gehakt gemaakt van deze rapporten. Onafhankelijk van de tuchtrechter schuift ook de civiele rechter de “op zich uitvoerige” rapporten twintig dagen later terzijde.

Een groot deel van de schade die PwC heeft becijferd is “gemiste brutomarge”. Dat is echter iets anders dan winst die de fabriek mist door onjuiste voorraadcijfers. PwC heeft er geen rekening mee gehouden dat de omzet en winst in eerdere jaren bovengemiddeld waren door een ongewoon grote miljoenenorder van Riwal. Bovendien is de later gederfde winst volgens de rechtbank eerder het gevolg van de economische crisis, die bij veel concurrenten van Holland Lift leidde tot negatieve resultaten.

De echte schade voor Holland Lift en SMP bedraagt volgens de rechtbank slechts drie ton. Die schade is ruimschoots goedgemaakt doordat de algemeen directeur – dus niet de gedaagde financieel directeur - een regeling trof met Holland Lift en SMP. Daarbij schold de algemeen directeur de schuld van een lening van acht ton kwijt. Per saldo hebben de liftfabriek en zijn eigenaren dus helemaal geen schade geleden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.