Opinie

Fair value kan nog veel beter!

Recent betoogde ik dat de beste waarderingsmethode de methode is die voor jaarrekeninggebruikers de meest relevante beslissingsinformatie kan leveren. Uit recent onderzoek door de Duitse standardsetter en de Berlijnse Humboldt universiteit blijkt dat beleggers mark-to-market fair value (gebaseerd op marktprijzen) beschouwen als de beste waarderingsmethode voor liquide en niet-operationele activa. Mark-to-model fair value (gebaseerd op waarderingsmodellen) levert minder relevante beslissingsinformatie voor bijna alle activa.

Wat in het Duitse onderzoek niet is meegenomen, is de informatiewaarde van de zogenaamde full fair value-benadering en de invloed van de intentie van het management op de waarde van activa en passiva. Naar mijn mening zouden deze twee aspecten bij waardering een grotere rol moeten krijgen.

Fair value accounting zal pas echt nuttig zijn voor beleggers als alle activa en passiva tegen fair value worden gewaardeerd én daarnaast ook alle off-balance posten worden gewaardeerd, zoals intern gegenereerde merkenrechten, patenten, klantenbestanden en dergelijke. Deze waardering wordt nu alleen gedaan in een overnamesituatie. Waarom zou dit niet bij een normale jaarrekening kunnen?

Voor de beleggers zal de relevantie van fair value nog verder toenemen als rekening wordt gehouden met de intenties van het management. Een machine gebruikt in het productieproces zou anders moeten worden gewaardeerd dan dezelfde machine die op korte termijn zal worden verkocht, of de machine die door de intentie van het management ‘vergeten' staat te verstoffen.

De huidige fair value is echter gebaseerd op één waarde: de verkoopwaarde. Alleen als de verkoopwaarde niet betrouwbaar genoeg is in te schatten wordt er naar kasstromen gekeken. Er wordt dan ook geen rekening gehouden met wat de onderneming met de machine gaat doen.
Pas op het moment dat deze intenties resulteren in een andere waarde, zal sprake zijn van de juiste weergave van de economische situatie en prestaties van een onderneming als geheel.

Het gebruik van management intent is niet nieuw. Bij de classificatie van activa en verplichtingen als langlopend of kortlopend, en bij held-to-maturity financiële instrumenten, speelt het bijvoorbeeld nu al een grote rol. Mijn voorstel is dat de intentie van het management in de toekomst bij alle balansposten een rol gaat spelen.

Mijn voorstel is dan ook een full fair value-model waarbij alles wordt gewaardeerd én rekening wordt gehouden met de intentie van het management.

Wordt het actief of passief aangehouden voor verkoop dan moet worden aangesloten bij de bestaande hiërarchie om de fair value te berekenen:

  • marktprijzen op een actieve en liquide markt; als een dergelijke markt niet bestaat:
  • waarneembare prijzen van soortgelijke transacties;
  • waarderingstechnieken (discounted cashflow, optiewaarderingsmodellen).

Wordt het actief aangehouden om kasstromen te genereren (of om kasuitgaven te beperken), dan behoort de fair value te worden gesteld op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Een betrouwbare waardering van de expertise van het personeel en andere thans niet in de balans opgenomen activa kan lastig zijn. Deze posten hebben echter veel informatiewaarde voor gebruikers van de jaarrekening. Bovendien zal een toelichting op het gebruik van schattingen en de mate waarin is afgeweken van de schattingen van voorgaande perioden voldoende zijn om de hoge mate van subjectiviteit te compenseren.

De toegenomen relevantie weegt bij beursgenoteerde ondernemingen ruimschoots op tegen een verminderde betrouwbaarheid en de verhoging van waarderings- en accountantskosten. Bovendien zal bij deze accounting methode de vergelijkbaarheid van ondernemingen in grote mate toenemen, wat de investeringsbeslissingen van beleggers verregaand vergemakkelijkt.

Door een grotere invloed van management intent op de waardering van posten, gecombineerd met de toegenomen vergelijkbaarheid van ondernemingen, zal sneller duidelijk worden of sprake is van slecht functionerend management. Dit komt vervolgens weer ten goede aan het functioneren van de kapitaalmarkt als geheel.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Cardi van Capelle, registeraccountant, was van 2007 tot en met 2010 vaktechnisch projectleider bij de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.