Opinie

Europees belastingbeleid: komt Nederland op de koffie?

November 2014. Luxleaks. De Luxemburgse belastingdienst en oud-minister van Financiën Jean-Claude Juncker liggen onder vuur vanwege vermeende belastingdeals met meer dan 300 multinationals. Deals die hebben geresulteerd in een zeer lage effectieve belastingdruk, die geen recht doet aan de economische werkelijkheid.

Sinds Luxleaks is het onderwerp 'belastingontwijking' niet meer van de Europese agenda af geweest. Terecht, want niet alleen individuele burgers en het mkb moeten hun fair share betalen, ook multinationals.

Een speciale parlementaire belastingcommissie is opgericht in februari 2015 en inmiddels is het mandaat met nog eens een halfjaar verlengd tot medio 2016. Als lid van deze commissie heb ik de stelling al vaak gehoord tijdens debatten: "De winst moet daar worden belast, waar de waarde wordt toegevoegd."

Door het hoge abstractieniveau ervan, zijn alle partijen in het Europees Parlement het over deze stelling nog wel eens. Maar dan begint de uitdaging pas. Het is namelijk niet duidelijk hoe precies moet worden bepaald waar welke waarde wordt toegevoegd.

De begrippen commerciële en fiscale winst zijn in de afgelopen honderd jaar steeds meer uit elkaar gaan lopen. Landen zijn vooral op zichzelf georiënteerd, terwijl multinationals internationaal opereren en dus met veel verschillende (nationale) fiscale winstbegrippen te maken hebben.

Het voorstel voor een common consolidated corporate tax base van de Europese Commissie uit 2011 werkt desastreus uit voor Nederland. Winsten zouden moeten worden belast op de plaats waar activiteiten plaatsvinden op basis van omzet, vaste activa en arbeid (voor gelijke delen).

Een dergelijke verdeelsleutel doet geen recht aan moderne kenniseconomieën, zoals de Nederlandse. Voor Nederland zou het een behoorlijk negatief effect hebben op de omvang van het BNP en de belastinginkomsten. Te veel inkomsten zouden verdwijnen in de schatkist van landen als Frankrijk en Duitsland, met relatief veel oude maakindustrieën en vierkante meters fabriek. Nederland heeft zich er terecht met hand en tand tegen verzet.

Nu staat er een nieuw voorstel ter discussie. Wat is dan wel een goede basis? Welke objectieve criteria leveren een eerlijke verdeling op tussen landen? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Laten we als voorbeeld een koffieketen uit de VS nemen. Wordt de meeste waarde toegevoegd op de koffieplantages? In de fabrieken waar de bonen worden gebrand? Is het de marketingafdeling, die met een nieuwe reclameactie komt? Of moeten de winsten worden toegerekend aan de landen waar het warme drankje uiteindelijk aan de man wordt gebracht? En hoeveel waarde dan? In het laatste geval overigens zou Nederland, als echt exportland, veel belastinginkomsten mislopen. 

Behalve een belangentegenstelling tussen oude industriële economieën en moderne kenniseconomieën, is het ook een machtsstrijd tussen grote en kleine landen. Kleine landen hebben immers niet het voordeel van een grote thuismarkt. Een vorm van belastingconcurrentie zal altijd nodig blijven als compensatie daarvan, willen ook kleine landen een aantrekkelijk vestigingsklimaat kunnen hebben.

In de komende maanden zal er in Brussel volop worden gediscussieerd over welke criteria het best recht doen aan de economische werkelijkheid. Input uit de praktijk is daarbij zeer welkom. Er staat veel op het spel.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 13 15 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..