Tuchtrecht

Klantenbestand ten onrechte geactiveerd

Twee accountants-administratieconsulenten zijn op de vingers getikt, omdat zij ten onrechte een klantenbestand hebben geactiveerd in de balans. Volgens de RJ worden intern gegenereerde goodwill, klantenbestanden en gelijksoortige items niet in de balans opgenomen.

Accountantskamer

Zaaknummers:
14/404 en 14/406 Wtra AK
Datum uitspraak:
29 mei 2015
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing resp. berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2015:66

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een ondernemingsfinancier verstrekt in 2010 een lening van 6 ton aan een onderneming. De geldschieter vestigt onder meer een pandrecht op de ‘mobiele base’ (de databestanden met klantgegevens) van de onderneming. Een vrouwelijke accountant-administratieconsulent waardeert de ‘Life Time Value’ hiervan op 1.634.329 euro.

In juni 2010 geeft de verantwoordelijke AA een samenstellingsverklaring af bij de voorziene jaarrekening over 2009 van de onderneming, terwijl de mobiele base voor 1.634.329 is geactiveerd op de balans. In de toelichting op de jaarrekening staat hierover:

“Stelselwijziging. Ter verbetering van het inzicht in de waarde van de onderneming is met ingang van 2009 de waarde van de mobiele belbase geactiveerd tegen de actuele waarde. (...) Als actuele waarde is de bedrijfswaarde in aanmerking genomen, berekend op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen die kunnen worden verkregen uit de mobiele belbase.”

In de jaarrekening over 2010 is de mobiele base gewaardeerd op een bedrag van 2.153.832 euro. In verband met deze waardevermeerdering is een herwaarderingsreserve van 1.830.757 euro in de balans opgenomen. De verantwoordelijke accountant geeft ook bij deze jaarrekening een samenstellingsverklaring af.

In maart 2012 vraagt de geldschieter aan de onderneming in hoeverre de mobiele base voldoende zekerheid biedt voor de lening. In opdracht van de onderneming maakt de vrouwelijke accountant een berekening van de waarde per 31 december 2011, die uitkomt op 1.472.983 euro. De verantwoordelijke accountant stuurt de berekening op verzoek van de onderneming naar de geldschieter.

Na ontvangst van deze berekening vraagt de geldschieter de verantwoordelijke accountant om een “indicatie” van de waarde van de mobiele base per 31 december 2012 “bij gelijkblijvend aantal contracten en ongewijzigde parameters”. De vrouwelijke accountant maakt ook deze berekening, die uitkomt op een waarde van 1.697.163 euro. Zij stuurt deze berekening direct naar de geldschieter en een kopie naar de verantwoordelijke accountant.

In juli 2012 brengt de verantwoordelijke accountant een ‘goedkeurend onderzoeksrapport bij exploitatie- en liquiditeitsbegroting’ uit. De accountant schrijft onder meer dat:

  • er geen reden is om aan te nemen “dat de veronderstellingen geen redelijke basis vormen voor de waardering”;
  • de waardering op een juiste wijze is opgesteld en toegelicht, in overeenstemming met het Burgerlijk Wetboek en de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling.

De bestuurder van de onderneming vraagt de geldschieter tevergeefs om een kortlopend aanvullend krediet van ongeveer 250 duizend euro. Tijdens een gesprek in augustus roept de verantwoordelijke accountant de geldschieter op om de lening toch te verstrekken. De accountant wijst daarbij op het goedkeurend rapport. De geldschieter houdt de hand echter op de knip.

Als de onderneming de rente en aflossing in oktober 2012 niet volledig en tijdig betaalt, vraagt de geldschieter aan de accountant om nadere informatie over de “data basis waarin de abonnementen voor mobiele telefonie zijn afgesloten”. Na een rappel schrijft de accountant ruim een week later dat hij de volgende ochtend een gesprek zal hebben over de verpanding van het bestand. “Op dit moment is die verpanding niet mogelijk. Zie contract en voorwaarde pagina 8 van de overeenkomst. (…)”

De onderneming gaat failliet. De geldschieter heeft nog 186.745,64 tegoed, exclusief rente en kosten. Hij houdt het accountantskantoor aansprakelijk voor de schade en begint een procedure de Rechtbank Gelderland. Die wijst de vorderingen van de geldschieter in augustus 2014 af. De zaak loopt nog in hoger beroep.

De geldschieter dient een klacht in tegen de accountants.

Klacht

De accountants hadden niet mogen toestaan dat de mobiele base in de jaarrekening over 2009 werd opgenomen en al helemaal niet met de waarde van 1.634.329 die zij hebben berekend, omdat in de overeenkomst van de onderneming met een andere partij staat dat de onderneming de mobiele base niet in pand kon geven, zodat dit bestand voor de onderneming helemaal geen waarde had. Zij hadden de geldschieter daarop moeten wijzen, voordat deze de lening van 6 ton verstrekte. (Klachtonderdelen a tot en met f)

De verantwoordelijke accountant wordt bovendien verweten dat hij niet heeft gereageerd op het verzoek om nadere informatie over de “data basis waarin de abonnementen voor mobiele telefonie zijn afgesloten”, ook niet na het rappel. (Klachtonderdeel g)

Oordeel

De klacht is deels gegrond.

Door alleen te verwijzen naar de overeenkomst heeft de geldschieter niet aannemelijk gemaakt dat de accountants moesten weten dat de mobiele base niet mocht worden verpand. De klager heeft namelijk niet betwist dat de accountants die overeenkomst pas medio oktober 2012 kenden. Maar vooral ook omdat een verbod tot overdracht van een goed niet per definitie ook een verbod tot verpanding inhoudt. Bovendien zag de notaris, die de pandakte passeerde, in het vervreemdingsverbod kennelijk geen belemmering voor verpanding.

Activering

De Accountantskamer vindt de klacht over het activeren van het bestand echter wel gegrond.

In het Burgerlijk Wetboek (artikel 2:365 lid 1) staat onder meer dat kosten van goodwill die van derden is verkregen worden opgenomen onder de immateriële vaste activa. De onderneming in kwestie is een kleine rechtspersoon in de zin van artikel 2:396 van het BW. Het inzicht dat de jaarrekening van een kleine rechtspersoon moet bieden, is nader ingevuld in de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk).

Volgens alinea 102 van de RJk is een immaterieel vast actief een identificeerbaar niet-monetair actief zonder fysieke gedaante dat wordt gebruikt voor productie, aflevering van goederen of diensten, voor verhuur aan derden of voor administratieve doeleinden. Het actief komt voort uit gebeurtenissen uit het verleden, de rechtspersoon heeft er beschikkingsmacht over en er vloeien in de toekomst economische voordelen naar de rechtspersoon uit voort.

Alinea 104 van de RJk schrijft voor dat een immaterieel vast actief in de balans wordt opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen van het actief zullen toekomen aan de rechtspersoon en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. In dezelfde alinea staat onder meer dat intern gegenereerde goodwill, klantenbestanden en gelijksoortige items niet in de balans worden opgenomen.

Verantwoordelijkheid ondergeschikte

Deze fout valt niet alleen de verantwoordelijke accountant aan te rekenen, maar ook de vrouwelijke accountant. Zij heeft weliswaar geen samenstellingsverklaring afgegeven bij deze jaarrekening. Maar als lid van het samenstellingsteam heeft zij wel een berekening gemaakt om de waarde van de mobiele base te bepalen. Zo’n berekening heeft zij in 2012 nog tweemaal gemaakt.

Naar eigen zeggen heeft zij, voordat zij de waarde van de mobiele base per 31 december 2011 berekende, samen met de verantwoordelijke accountant de “standpunten rondom de waardering en activering van de mobiele base (...) heroverwogen. Daaruit leidt de Accountantskamer af dat ook de vrouwelijke accountant niet (expliciet) heeft stilgestaan bij de vraag of de onderneming voor de mobiele base kosten had gemaakt of een prijs had betaald.

Hoewel zij ten opzichte van de verantwoordelijke accountant in een ondergeschikte positie verkeerde, is de vrouwelijke accountant daarom zelfstandig verantwoordelijk. Ook al nu zij de tweede berekening die zij in 2012 maakte zelf rechtstreeks naar de geldschieter heeft gestuurd. Vanuit haar deskundigheid als accountant had zij bij het maken van deze berekeningen moeten beseffen dat de mobiele base niet als immaterieel vast actief op de balans had mogen worden opgenomen (en dat daaraan dus geen waarde toekwam). Ook had zij de verantwoordelijke accountant daarop moeten wijzen:

  • voordat hij de samenstellingsverklaring bij de jaarrekening over 2009 afgaf;
  • ofwel bij het uitvoeren van de laatste berekeningsopdracht.

Dat de notaris geen belemmering zag voor de verpanding kan “uiteraard” het standpunt over de activering niet schragen, omdat die verpanding geheel los staat van de activering.

De verzuimen getuigen van een tekortschietende professioneel-kritische opstelling van de vrouwelijke accountant.

Geen reactie

De verantwoordelijke accountant wordt verweten dat hij niet heeft gereageerd op het verzoek om nadere informatie over de “data basis waarin de abonnementen voor mobiele telefonie zijn afgesloten”, ook niet na het rappel van 16 oktober 2012. De Accountantskamer vindt dit verwijt ongegrond, omdat de accountant niet meer hoefde te reageren, nadat de onderneming dat al had gedaan. Ook al had hij gezegd dat hij zou reageren.

Maatregel

Een berisping voor de verantwoordelijke accountant, een waarschuwing voor de vrouwelijke accountant. Het gaat om herhaalde vaktechnische verzuimen op een wezenlijk onderdeel van de grondslag voor de financiële verslaggeving. Van deze tekortkomingen moet de verantwoordelijke accountant in zijn hoedanigheid van samenstellend accountant een zwaarder verwijt worden gemaakt dan de vrouwelijke accountant, die ten opzichte van hem een ondergeschikte positie had.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.