Tuchtrecht

Vergaand naïef bij ob-aangiften paardenfraudeurs

Een accountant-administratieconsulent heeft bij het doen van ob-aangiften talloze signalen van fraude genegeerd en ten onrechte geen ongebruikelijke transacties gemeld. Ook was hij onzorgvuldig bij het opstellen van een leencontract.

Accountantskamer

Zaaknummers:
15/2041 Wtra AK
Datum uitspraak:
14 maart 2016
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
vernietigd, CBb 14 december 2017, 16/288
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2016:20 , Samenvatting CBb-uitspraak

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent c.q. RB-belastingadviseur stelt de rekeningen samen en doet de ob-aangiften van een paardenhandel. Het bedrijf is bv in oprichting en is in handen van twee broers. Het kantoor van de AA RB heeft vanaf het derde kwartaal van 2009 tot en met het eerste kwartaal van 2012 de aangiften omzetbelasting ingediend en een bedrag van 157.247 euro teruggevraagd voor de paardenhandelaren.

Eén van de broers heeft een eenmanszaak, waarmee hij handelt in Lusitano-paarden.

In april 2012 stuurt de accountant een overeenkomst van geldlening tussen de bv i.o. en de eenmanszaak. Daarbij leent de eenmanszaak vier ton uit aan de bv i.o. Over het eerste kwartaal 2012 wordt 17.062 euro omzetbelasting teruggevraagd.

Voor de Belastingdienst is het verzoek aanleiding om enkele vragen te stellen. De accountant wijst er in zijn antwoord op dat zijn cliënt in paarden handelt en het door de economische crisis slecht gaat in deze branche. Daarom is er in het eerste kwartaal van 2012 geen belaste omzet geweest. De accountant stuurt een kopie toe van de vier onderliggende facturen die tezamen iets meer dan een ton belopen.

De Belastingdienst begint een boekenonderzoek, dat in mei 2013 uitmondt in een strafrechtelijk onderzoek. De FIOD vindt een afwerkingsmemorandum, waarin de accountant onder meer vaststelt dat de schuld aan de eenmanszaak 538.665 euro bedraagt, terwijl een leningovereenkomst ontbreekt. Hij vraagt zich af of die gemaakt moet worden.

Het OM verdenkt de broers ervan dat zij via de bv i.o. en de eenmanszaak vooral op papier handelen in paarden en omzetbelasting terugvragen op basis van valse en onbetaalde facturen. Het Openbaar Ministerie dient een klacht tegen de accountant in.

Klacht

De accountant:

a. heeft een valse leningovereenkomst opgemaakt dan wel laten opmaken en deze vervolgens aan de Belastingdienst verstrekt, terwijl hij wist dat het contract geantedateerd en inhoudelijk niet conform de waarheid was;

b. is onvoldoende zorgvuldig geweest bij het verwerken van gegevens voor de aangiften omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012, omdat er meer dan voldoende twijfel bestond over de juistheid van die informatie;

c. heeft nagelaten (tijdig) melding te maken van een ongebruikelijke transactie.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Ad b

De accountant die verantwoordelijk is voor de ingediende aangiften omzetbelasting moet altijd nagaan of de cliënt volgens de regels van het belastingrecht wel btw mag terugvragen en of die btw op basis van ontvangen facturen echt moet worden betaald. Dat moet niet alleen op grond van het integriteitsbeginsel (vermijd dat je in verband wordt gebracht met informatie die materieel onjuist of misleidend is), maar ook volgens het deskundigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Zeker als het om aanzienlijke bedragen gaat. De accountant moet waarborgen treffen voor het naleven van deze beginselen. Daarom moet hij letten op signalen die wijzen op het indienen van onjuiste aangiften. Naarmate er meer btw wordt teruggevraagd, moet de accountant beter opletten.

In dit geval is de accountant niet alert genoeg geweest, omdat er voldoende aanwijzingen waren, die hem aan het twijfelen hadden moeten brengen over de juistheid van de facturen, mede gezien de hoogte van de bedragen. Zo betaalde de bv i.o. de nota’s niet en waren die nota’s afkomstig van een onderneming van één van de broers. Dat de kosten van voer, veearts en personeel vrijwel hetzelfde bleven, terwijl de voorraad paarden verdubbelde, had ook te denken moeten geven. Bovendien had de bv i.o. een negatief eigen vermogen, hoge schulden en werden de facturen van de accountant zelf ook niet betaald. Tenslotte had de accountant als fiscalist moeten zien dat er een verkeerd btw-percentage in de facturen stond.

De accountant had de opdrachtgever om inzage moeten vragen in de gegevens van de desbetreffende bankrekening, de verkregen financiering en de levering van de paarden. Als de accountant bij de uitvoering van de opdracht constateert dat de verstrekte gegevens onbevredigend zijn, moet hij volgens NVCOS 4410 immers overwegen om alsnog inlichtingen in te winnen of de verkregen toelichtingen te verifiëren. Als de accountant deze verplichting was nagekomen, was het vervalsen van de facturen mogelijk eerder aan het licht gekomen en was er wellicht geen aangifte ingediend over het kwartaal, waarover hier wordt geklaagd.

Dat de Belastingdienst in eerste instantie geen vraagtekens heeft gezet bij de eerdere aangiften en de facturen, ontsloeg de accountant niet van die verplichtingen.

Ad a

De Accountantskamer gaat er vanuit gaat dat de accountant het leencontract heeft opgesteld, kennelijk zonder acht te slaan op de genoemde signalen. Omdat de accountant moest vermijden dat hij in verband wordt gebracht met informatie die materieel onjuist of misleidend is, had hij nader moeten onderzoeken of de geldlening en de leveranties echt bestonden voordat hij het contract opstelde.

In het leningcontract staan op ten minste twee plaatsen onjuistheden, die niet weerspiegelen wat de partijen hebben afgesproken:

  • de ondertekeningsdatum van 31 december 2010;
  • de zinsnede dat de eenmanszaak een bedrag van vier ton zou hebben “verstrekt” en de bv i.o. dat bedrag in ontvangst heeft genomen.

De Accountantskamer leest in de stukken dat de bv i.o. bedragen schuldig is gebleven en dat die schulden met het contract moesten worden omgezet in een langlopende lening. De accountant had deze onjuistheden op minstens drie momenten kunnen zien.

De Accountantskamer vindt echter niet dat het OM aannemelijk heeft gemaakt dat de accountant de twee onjuistheden opzettelijk in de overeenkomst heeft gezet. Uit zijn afwerkingsmemoranda en besprekingsverslagen leidt de Accountantskamer af dat de accountant de bestaande, voorgespiegelde, situatie schriftelijk wilde vastleggen. Dat in de aantekeningen van de datum van 1 januari 2010 is vermeld, wil niet zeggen dat de accountant er bewust een onjuiste ondertekeningsdatum onder heeft gezet. Bovendien komt deze datum in de overeenkomst niet terug en zou die datum ook op de aanvang van de leningen hebben kunnen slaan.

Hoewel opzet niet aannemelijk is gemaakt, heeft de accountant wel verwijtbaar onzorgvuldig gehandeld. Omdat de accountant de fouten drie keer over het hoofd heeft gezien valt deze onzorgvuldigheid hem aan te rekenen, te meer omdat hij bij de derde keer de Belastingdienst informeerde.

Ad c

Volgens de accountant was de goederenstroom (van paarden) volledig gedekt door een lening door de leverancier. Dit maakt de transactie echter niet minder ongebruikelijk. Het oordeel dat de transacties totaal geen verband hielden met crimineel handelen moet de accountant overlaten aan FIU-Nederland. Er waren zoveel feiten en omstandigheden bekend die wezen in de richting van een ongebruikelijke transactie dat de accountant een melding niet achterwege mocht laten.

Maatregel

Berisping. De accountant heeft “in een verregaande mate van naïviteit” de signalen van fraude gemist.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.