Klant gekoppeld aan faillerende start-up
Een accountant-administratieconsulent stelt de jaarrekening samen van een klant, die hij later in zijn rol als controller overhaalt om te investeren in een andere klant. Daarbij negeert hij de bedreiging voor zijn objectiviteit.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 25/1701 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 11 mei 2026
- Oordeel:
- 25/1701 Wtra AK
- Maatregel:
- berisping
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:48
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Een accountant-administratieconsulent stelt van 2012 tot 2018 de jaarrekeningen samen van een handelsonderneming in medische en veterinaire artikelen. Voor de dga van dit bedrijf verzorgt hij ook de ib-aangifte. In 2018 gaat de accountant werken als controller. Tussen 2012 en 2018 is een logistiek bedrijf ook klant bij het accountantskantoor, waaraan de AA verbonden was. Enkele dochterondernemingen van dit internationale transportbedrijf gaan in 2019 failliet. Eén van de dochters is een start-up, die optreedt als e-shipping-portaal.
De controller heeft de dga van de handelsonderneming in het voorjaar van 2018 verteld over de mogelijkheid zaken te doen met het e-shipping-portaal. Na overleg met de start-up besluit de dga in 2018 30 mille te investeren en later nog eens 45 mille. De controller stelt een intentieovereenkomst op voor een converteerbare geldlening.
Na het faillissement van het e-shipping-portaal dient de dga van de handelsonderneming een klacht tegen de controller in bij de Accountantskamer.
Klacht
De accountant heeft:
- zonder opdracht aangedrongen op participatie in het e-shipping-portaal, terwijl hij op de hoogte was van de medische situatie van de dga en diens behoudende beleggingsprofiel;
- daarbij zijn professionele positie en e-mailadres bij het accountantskantoor gebruikt;
- verzuimd zijn eigen belang bekend te maken;
- verzuimd te toetsen of de investering van de dga paste bij diens beleggingsprofiel;
- zonder Wft-vergunning gehandeld.
Oordeel
De klacht is deels gegrond.
Eind april 2018 heeft de accountant gesproken met de dga en hem volgens het gespreksverslag voorgehouden dat 5 procent rendement op effecten "niet opschiet". De accountant wijst hem op het e-shipping-portaal van een succesvol onderneemster dat wel "iets heel groots" zou kunnen worden. De dga neemt contact op met de uitbaatster van het portaal en besluit zonder de accountant in te lichten 30 mille te investeren. Het verwijt dat de accountant niet heeft getoetst of die investering past bij het beleggingsprofiel van de dga is dan ook ongegrond.
Het overleg met de dga over de mogelijke investering in het portaal was echter geen onschuldig praatje, omdat de accountant zich daarna heeft bemoeid met de samenwerking van beide partijen. Zo schrijft hij eind mei over het portaal aan de dga: "Wat een goednieuwsshow hieronder, hè. Denk dat we nu wel even moeten doorpakken. Kan jij vrijdag aan het eind van de middag even zitten om e.e.a. te bespreken? Hoor graag van je."
Kort daarna legt de accountant de afspraken tussen beide partijen vast, onder meer in een intentieovereenkomst voor een converteerbare geldlening. Verder stelt hij een liquiditeitsbegroting op inzake het portaal en stuurt deze naar de dga. De accountant heeft dus meer gedaan dan twee partijen met elkaar in contact brengen.
Hij had daarom de mogelijke bedreiging voor zijn objectiviteit moeten identificeren en beoordelen. Door dit na te laten heeft hij in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van objectiviteit. Het ontbreken van kwade intenties doet daarbij niet ter zake.
De rest van de klacht is ongegrond.
Maatregel
Berisping. De accountant heeft in strijd gehandeld met het objectiviteitsbeginsel en is er op de zitting bij de Accountantskamer niet van overtuigd gebleken dat dit beginsel in het geding was.
Annotatie Lex van Almelo
Een AA stelt jarenlang de jaarrekeningen samen en verzorgt de ib-aangiften voor een oude, zieke ondernemer. Nadat hij accountant in business is geworden en controller wijst hij de dga op een start-up die wel eens veel meer rendement zou kunnen opleveren dan de magere 5 procent op effecten. Maar dan moet de dga wel doorpakken. De accountant negeert daarbij het behoudende beleggingsprofiel van de dga, die besluit 30 mille en nog eens 45 mille (of 15?) te investeren in de start-up. De accountant weet niets van de geïnvesteerde bedragen, maar faciliteert de investeringen wel door diverse documenten op te stellen. De omzet uit deze werkzaamheden zorgt voor een belangenconflict, waarbij de accountant geen oog heeft voor de mogelijke bedreiging voor zijn objectiviteit. Ook op de zitting bij de tuchtrechter niet. De schending van het objectiviteitsbeginsel komt hem op een berisping te staan.
