Tuchtrecht

Onhandige verklaring en brief aan UWV

Een registeraccountant geeft het UWV informatie over een detacheringsbureau. Sommige formuleringen hadden duidelijker gekund en andere minder stellig, maar dat zijn geen tuchtrechtelijke zonden.

Accountantskamer

Zaaknummers:
16/753 Wtra AK
Datum uitspraak:
05 december 2016
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2016:114

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een IT-projectleider werkt sinds februari 2003 voor een detacheringsbureau en is gespecialiseerd in informatiebeveiliging. Na twee jaar dient het bureau een ontslagaanvraag in bij het UWV. Bij de aanvraag is een controleverklaring gevoegd van een registeraccountant. De accountant verklaart dat het percentage van de premieplichtige loonsom in het kader van uitzendovereenkomsten bij het bureau tenminste 50 procent bedraagt. Om te kunnen worden aangemerkt als uitzendwerkgever moest een werkgever tot 1 juli 2015 volgens artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek namelijk ten minste 50 procent van de premieplichtige loonsom realiseren met uitzendovereenkomsten.

De projectleider vraagt de accountant tijdens de ontslagprocedure om nadere informatie. Het detacheringsbureau had namelijk eerder het onderdeel Informatiebeveiliging opgeheven en voor drie werknemers ontslag aangevraagd. Bij die aanvraag zat een brief van de accountant met een analyse van het negatieve resultaat dat het bureau boekte over de eerste acht maanden van 2012. Uit de analyse van de accountant bleek dat:

  • het bureau in die periode een verlies had gemaakt van 152.560 euro;
  • 132.500 euro van het verlies voor rekening kwam van het bedrijfsonderdeel Informatiebeveiliging;
  • geen verbetering te verwachten viel in de nabije toekomst;
  • het verlies een zwaar beslag legde op zowel de eigen vermogenspositie als op de liquiditeitspositie van de onderneming als geheel;
  • het daarom raadzaam was maatregelen te treffen om de negatieve gevolgen voor de vennootschap te beperken;
  • het absoluut noodzakelijk was het bedrijfsonderdeel Informatiebeveiliging te saneren en deze activiteiten zo spoedig mogelijk te beëindigen.

De projectleider verzet zich tegen de ontslagaanvraag voor hemzelf. Hij vindt dat:

  • het bureau geen uitzendbureau is;
  • hij niet werkte op basis van een uitzendovereenkomst;
  • daarom de gewone ontslagregels van toepassing zijn.

In mei 2015 geeft het UWV het bureau toestemming om de arbeidsverhouding met de projectleider op te zeggen. Op basis van de verklaring van de accountant concludeert het UWV dat het bureau geen uitzendbureau is en dat het afspiegelingsbeginsel onbeperkt kan worden toegepast.

De projectleider dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

I. zich bij het afgeven van de controleverklaring en de brief niet, dan wel onvoldoende, onafhankelijk van haar opdrachtgever opgesteld aangezien:

a. het bureau volgens haar verklaring een traditioneel uitzendbureau zou zijn met de sterk verminderde ontslagbescherming van dien, terwijl de medewerkers van het bureau in werkelijkheid niet werden uitgezonden maar gedetacheerd en zij allen een vast contract zonder uitzendbeding hadden;

b. zonder enig onderzoek een inhoudelijk incorrecte brief opgesteld;

II. geweigerd om alle vragen van de projectleider over de controleverklaring te beantwoorden en om hem te woord te staan.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

Ad I a

Als verweer voert de accountant aan dat:

  • zij in de controleverklaring niet heeft gezegd dat het bureau voldeed aan artikel 7:690 BW en dus een uitzendbureau zou zijn, maar alleen een oordeel heeft gegeven over de berekening van het percentage van de premieplichtige loonsom dat wordt gerealiseerd met het uitzenden en/of detacheren van werknemers bij opdrachtgevers;
  • zij telefonisch aan een medewerker van het UWV de strekking van die verklaring heeft toegelicht;
  • haar verklaring volgens die toelichting gericht was op één van de vereisten uit Bijlage B van het Ontslagbesluit;
  • deze toelichting door het UWV is meegewogen bij de beoordeling van de ontslagaanvraag (wat de projectleider ook wist).

De Accountantskamer stelt vast dat vrijwel alle medewerkers van het bureau waren gedetacheerd bij klanten, waar zij onder leiding en toezicht van die klanten werkten. De mededeling van de accountant over het percentage van tenminste 50 procent is niet onjuist en is geen oordeel over de vraag of het bureau nu wel of geen uitzendbureau is. De projectleider heeft niet aangetoond dat de verklaring een deugdelijke grondslag mist.

Ad I b

Dit verwijt heeft de klager onvoldoende onderbouwd.

Ad II

De accountant heeft de projectleider telefonisch antwoord gegeven op zijn relevante vragen en heeft hem een paar keer gezegd dat haar opdrachtgever haar had verzocht geen rechtstreeks contact meer met hem te hebben. Uit hoofde van haar geheimhoudingsverplichting moest zij dat verzoek respecteren. Hiermee heeft de accountant niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Overigens

De accountant erkende dat het beter was geweest als zij in haar verklaring had vermeld over welke periode het ging. De Accountantskamer is dat met haar eens en vindt verder dat de accountant in haar brief duidelijker had kunnen zijn. De zinsnede “De berekening is (…) opgesteld in overeenstemming met (…) de eisen die het UWV daaraan stelt.” kan namelijk de indruk wekken dat ook was voldaan aan andere eisen die het UWV stelde om aangemerkt te worden als uitzendwerkgever.

Verder had het de voorkeur verdiend dat de accountant de volgende zinsnede minder stellig had geformuleerd: “Hiertoe is het absoluut noodzakelijk het bedrijfsonderdeel Informatiebeveiliging te saneren en deze activiteiten zo spoedig mogelijk te beëindigen.”

Deze omissies zijn echter niet zo ernstig dat die tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn.

Maatregel

Geen.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..