Klant de dupe door stoppen met controles
Een registeraccountant neemt de opdracht aan opnieuw een subsidieverantwoording te controleren, maar krabbelt terug als daarvoor ook de jaarrekening moet worden gecontroleerd. Hij had het belang van de klant zwaarder moeten laten wegen.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 25/2146 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 11 mei 2026
- Oordeel:
- deels gegrond
- Maatregel:
- berisping
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:49
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Een registeraccountant wordt op 8 april 2025 gevraagd de subsidieverantwoording te controleren van een welzijnsorganisatie, die gebruik maakt van een administratiekantoor. Een medewerker van dat kantoor herinnert de accountant er eind april aan dat de welzijnsorganisatie uiterlijk 1 mei een controleverklaring moet indienen. Die herinnering blijkt al enkele jaren achtereen nodig. De accountant laat de volgende dag weten dat 1 mei niet haalbaar is en de verklaring wel uiterlijk 19 mei kan worden afgegeven.
Op 12 mei bevestigt de accountant de opdracht onder vermelding van onder andere het subsidiebedrag ad 827.648 euro. De accountant zal onderzoeken of het bedrag rechtmatig is besteed. De accountant zal voor elke 125.000 euro één deelwaarneming doen. Nadat de opdrachtbevestiging is ondertekend, meldt de accountant op 20 mei dat hij de opdracht niet kan uitvoeren, omdat ook de jaarrekening 2024 in de controle moet worden betrokken, maar het kantoor met ingang van kalenderjaar 2025 geen jaarrekeningen meer controleert. Uitvoering van de bevestigde opdracht is dus "niet meer passend". De accountant stelt voor dat de klant de subsidiërende gemeente om uitstel vraagt en een andere accountant zoekt.
De advocaat van de welzijnsorganisatie stelt de accountant vervolgens aansprakelijk wegens wanprestatie en meldt het voornemen om een tuchtklacht in te dienen, wat begin augustus gebeurt.
Klacht
De accountant:
- had de controleopdracht niet mogen beëindigen;
- had de controleopdracht niet moeten aanvaarden;
- heeft niet gereageerd op de klachtbrief van de welzijnsorganisatie.
Oordeel
De klachtonderdelen 1 en 2 zijn gegrond en klachtonderdeel 3 is ongegrond.
Ad 1 en 2 Opdracht weigeren
De accountant legt uit dat zijn kantoor sinds 2025 geen jaarrekeningcontroles meer uitvoert en alleen nog advies- en samenstelopdrachten aanneemt. Toen bleek dat behalve de subsidieverantwoording ook de jaarrekening moest worden gecontroleerd kon de accountant de opdracht niet afronden. De welzijnsorganisatie heeft zijn aanbod om het besluit telefonisch toe te lichten afgewezen, net als het aanbod om haar in contact te brengen met een gespecialiseerd auditkantoor.
Volgens de Accountantskamer was het verstandig geweest als het accountantskantoor terugkerende opdrachtgevers meteen op de beleidswijziging had gewezen, zodat zij voldoende tijd hebben een andere accountant te zoeken. Dat heeft de accountant niet gedaan, althans niet bij de welzijnsorganisatie. De organisatie heeft de accountant al op 8 april gevraagd de terugkerende opdracht opnieuw uit te voeren. Het is op dat moment genoegzaam bekend dat de jaarrekening dan ook meteen moet worden gecontroleerd. De accountant had de opdracht toen moeten weigeren.
In plaats daarvan heeft de accountant de opdracht op 12 mei schriftelijk bevestigd en toegezegd dat hij de opdracht uiterlijk 19 mei zou afronden. De accountant erkent op de zitting bij de Accountantskamer dat hij een fout heeft gemaakt.
Door de fout ontstaat een dilemma: het kantoorbeleid of het belang van de klant volgen? De accountant mag ervoor kiezen de opdracht te beëindigen, maar moet daarbij wel zorgvuldig de belangen van de cliënt afwegen tegen zijn eigen belang (zie onder meer deze uitspraak). Het eigen belang van de accountant was te handelen conform het kantoorbeleid; andere hindernissen of vaktechnische bezwaren waren er niet; ook niet wanneer er een jaarrekeningcontrole bij zou komen.
Een zorgvuldige afweging van belangen had er in dit geval toe moeten leiden dat de accountant de opdracht wél had uitgevoerd. De belangen van de klant hadden hier zwaarder moeten wegen dan het kantoorbeleid. Dat de accountant wilde aanbieden de opdracht in samenwerking met een ander kantoor te voltooien, heeft hij niet duidelijk genoeg gemaakt. Hij heeft de organisatie immers alleen geschreven dat zij uitstel kan vragen bij de gemeente en zelf een accountant moet zoeken.
Ad 3 Klachtbrief
In de klachtbrief stelt de advocaat van de organisatie de accountant aansprakelijk en meldt dat hij voornemens is een tuchtklacht in te dienen. Hij heeft dus niet kenbaar gemaakt dat hij een klacht wilde indienen bij het kantoor. Je kunt daarom niet zeggen dat de accountant daarop onvoldoende heeft gereageerd en zich niet heeft gehouden aan de klachtenregeling van zijn kantoor.
De accountant heeft in elk geval wel voldoende gereageerd op de aansprakelijkstelling en de schadeclaim, omdat hij de brief heeft doorgestuurd naar zijn verzekeraar. Er staat overigens ook geen formele klacht in de brief.
Maatregel
Berisping. De accountant heeft in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een opdracht te aanvaarden die hij op basis van het kantoorbeleid niet kon uitvoeren. Ook heeft hij bij de beëindiging van de opdracht onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de welzijnsorganisatie en niet gezorgd voor een warme overdracht naar een ander accountantskantoor.
Annotatie Lex van Almelo
Een welzijnsorganisatie laat haar subsidieverantwoording en jaarrekening al jaren controleren door de huisaccountant. Het kantoor besluit per 2025 te stoppen met jaarrekeningcontroles, maar laat dat niet weten aan de welzijnsorganisatie, die op 1 mei een controleverklaring moet indienen bij de subsidiërende gemeente. Begin april reageert de accountant niet op het verzoek de subsidieverantwoording te controleren. Pas als hij eind april wordt herinnerd aan de noodzaak tijdig een controleverklaring in te dienen, aanvaardt hij de opdracht de klus op uiterlijk 19 mei te klaren. Op 20 mei meldt hij na overleg met de compliance officer van zijn kantoor dat hij de opdracht beëindigt, omdat ook controle van de jaarrekening nodig is en het kantoor die werkzaamheden niet meer uitvoert. Hij adviseert de welzijnsorganisatie uitstel te vragen bij de gemeente en op zoek te gaan naar een ander kantoor. De tuchtrechter vindt het stoppen van de opdracht onzorgvuldig. De accountant had een belangenafweging moeten maken en het belang van de klant in dit geval boven dat van het kantoorbeleid moeten stellen. Ook had hij de klant moeten begeleiden naar een auditkantoor.
