Penningmeester verduistert en verhult transacties
Een accountant-administratieconsulent drukt als penningmeester van een stichting tienduizenden euro's achterover, doet er privé-uitgaven mee en verstrekt een lening aan een zakenrelatie.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 25/1879 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 10 juli 2026
- Oordeel:
- gegrond
- Maatregel:
- doorhaling met herinschrijvingsverbod van 5 jaar
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:66
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Een accountant-administratieconsulent vraagt de NBA zijn inschrijving na 38 jaar door te halen vanwege zijn zonden als penningmeester van een stichting. Het doel van de stichting is een vast ontmoetingspunt te bieden voor kunstenaars en publiek en ontvangt daarvoor subsidie van (onder meer) de gemeente. Ten behoeve van de verantwoording stelt de accountant jaarlijks een overzicht van baten en lasten op.
De accountant vervult van 3 juni 2016 tot 1 december 2023 de (onbezoldigde) functie van penningmeester in het vijfkoppige stichtingsbestuur. Hij kan zelfstandig beschikken over de bankrekening van de stichting, doet betalingen, houdt de administratie bij en presenteert jaarlijks een overzicht met het beginsaldo van de bankrekening, de inkomsten en uitgaven en het eindsaldo van de bankrekening. Hij heeft een bankpas van de stichting.
Nadat de penningmeester is opgestapt, laat de stichting de financiële administratie onderzoeken. Het onderzoeksbureau brengt in september 2024 een rapport van feitelijke bevindingen uit, waarin staat dat de accountant van 2014 tot en met 2022 per saldo 21.230,13 euro heeft onttrokken aan de stichting "zonder rechtmatigheid en doelmatigheid". Een paar dagen later komt het bureau met een concept-opstelling van de balans, de staat van baten en lasten en specificaties van de correcties over de jaren 2014 tot en met 2022. Aan de hand van bankgegevens van de stichting is een overzicht gemaakt van de uitgaven, die volgens de stichting geen verband houden met haar activiteiten, en de privé-uitgaven van de accountant.
Het stichtingsbestuur dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.
Klacht
De accountant heeft:
- geld van de stichting verduisterd;
- de jaarlijkse overzichten niet conform de voorschriften opgesteld;
- geen deugdelijke administratie gevoerd;
- desgevraagd geen opheldering verschaft.
Oordeel
De klachtonderdelen 1, 2 en 3 zijn gegrond, klachtonderdeel 4 is ongegrond.
Décharge
De accountant voert aan dat de stichting hem niet mag aanspreken op zijn werkzaamheden als penningmeester, omdat het bestuur hem décharge heeft verleend. Bovendien worden de verantwoordelijkheden van de andere vier bestuurders in de klacht genegeerd, terwijl het bestuur collectief verantwoordelijk is voor de financiële administratie.
Of hem décharge is verleend en zo ja, of hij daarop een beroep kan doen, is volgens de Accountantskamer niet van belang in de tuchtrechtelijke procedure, waarin het handelen en nalaten van de accountant centraal staat. Décharge kan mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten niet wegnemen.
Ad 1 Geld verduisterd
De accountant heeft het fundamentele beginsel van integriteit geschonden, omdat hij niet eerlijk en oprecht is geweest. Ook heeft hij het accountantsberoep in diskrediet gebracht, wat in strijd is met het fundamentele beginsel van professionaliteit. Vast staat namelijk dat de accountant:
- heeft erkend dat hij geld van de stichting heeft gebruikt om daarmee betalingen te doen die geen verband houden met haar activiteiten, zoals uitgaven ter zake van kleding, sieraden, reizen en horeca;
- deze betalingen niet als zodanig heeft gerapporteerd aan het bestuur;
- voor deze betalingen ook geen toestemming aan het bestuur heeft gevraagd;
- niet heeft tegengesproken dat hij in 2018 met geld van de stichting in totaal 26.087,00 euro aan privé-uitgaven heeft gefinancierd, terwijl het in 2019 ging 26.472,58 euro;
- ook in andere jaren privé-uitgaven heeft gefinancierd met geld van de stichting;
- in 2019 eigenmachtig in totaal 100.350,00 euro van de bankrekening van de stichting heeft overgemaakt naar zijn eigen bankrekening;
- in hetzelfde jaar in totaal 129.350,00 euro van zijn privébankrekening naar de bankrekening van de stichting heeft overgemaakt;
- geld van de stichting heeft gebruikt om leningen te verstrekken;
- in 2019 bijvoorbeeld 40.000 euro aan een zakenrelatie heeft geleend;
- het bedrag van een lening, voor zover dat aan het einde van het boekjaar niet was terugbetaald, verwerkte als bankdeposito en niet als vordering op de debiteur;
- de geldlening op die manier verhulde.
Tot 11 november 2019 is de accountant ook penningmeester van een ondernemersvereniging. Deze vereniging betaalt in 2019 in totaal 149.325,00 euro aan de stichting, die dat jaar op haar beurt in totaal 126.765,00 euro betaalt aan de ondernemersvereniging. De betalingen zijn onrechtmatig. Tot 2022 heeft de accountant van de bankrekening van de stichting ook andere betalingen gedaan, zonder medeweten of instemming van de overige bestuursleden en volgens stichtingsbestuur niet overeenkomstig het doel van de stichting.
Voor een oordeel over de klacht is het volgens de Accountantskamer niet nodig om van al deze betalingen vast te stellen of ze al dan niet onrechtmatig waren en of de accountant alles heeft terugbetaald.
Ad 2 en 3 Jaarlijkse overzichten en administratie
De stichting is geen onderneming, zodat voor haar geen specifieke wettelijke voorschriften gelden om de balans en staat van baten en lasten in te richten. Wel moet de stichting zich houden aan artikel 2:10 BW. Volgens lid 1 is het bestuur verplicht op zo'n manier een administratie bij te houden van de vermogenstoestand en de werkzaamheden van de rechtspersoon dat de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon te allen tijde kunnen worden gekend. De rechtspersoon moet voor de inzichtelijkheid ook de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers bewaren.
Volgens lid 2 moet het bestuur binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar een balans en staat van baten en lasten opstellen.
De accountant heeft met geld van de stichting een lening verstrekt aan een zakelijke relatie en deze lening verhuld in de administratie. Hij had de vordering op deze zakenrelatie in de balans van de stichting moeten opnemen als lening of als vordering. Ook heeft hij sommige privé-uitgaven en het betalingsverkeer met de vereniging niet transparant verwerkt in de administratie, de balans en de staat van baten en lasten. Daardoor konden de rechten en verplichtingen van de stichting niet te allen tijde worden gekend. Het was de taak van de accountant als penningmeester de administratie correct te voeren en jaarlijks een correcte balans en staat van baten en lasten op te stellen.
De accountant heeft het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden en vanwege het verhullen van de geldlening ook het fundamentele beginsel van integriteit.
Ad 4 Niet meewerken aan hoor en wederhoor
De accountant is pas in januari 2025 voor het eerst geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek, waarbij de concept-opstelling uit september 2024 is meegestuurd. In dat overzicht zijn onder meer de bankmutaties verwerkt die volgens de stichting niet rechtmatig en niet doelmatig zijn. De accountant is uitgenodigd om hierover in februari 2025 te worden gehoord door het stichtingsbestuur.
Wegens ziekte heeft de accountant geen gehoor gegeven aan de uitnodiging. Hij heeft schriftelijk gereageerd: hij wijst de aantijgingen af. Verder schrijft hij dat hij niet meer beschikt over de administratie, omdat de computer waarop de stichtingsadministratie stond, is gecrasht. Op de zitting heeft hij verklaard dat zijn computer besmet was met een virus. Om de bevindingen van het onderzoeksbureau te kunnen weerleggen, moet hij de gegevens en de administratie krijgen waarop het bureau zijn rapport heeft gebaseerd.
De advocaat van de accountant heeft aan de advocaat van de stichting verzocht de onderliggende documenten en stukken toe te sturen om de bevindingen te kunnen toetsen. Na ontvangst zal de accountant zich beschikbaar stellen voor overleg. Het stichtingsbestuur heeft de accountant (pas) na indiening van de klacht een usb-stick met bestanden toegestuurd. Daaruit kon de accountant geen wijs worden, zegt hij op de zitting.
Volgens de Accountantskamer moet een accountant bereid zijn desgevraagd verantwoording af te leggen van zijn handelen en nalaten als penningmeester. Die bereidheid heeft de accountant getoond in de brief van zijn advocaat. Het verzoek om eerst de onderliggende stukken en documenten van de concept-opstelling te ontvangen, is begrijpelijk en gerechtvaardigd als je wordt beschuldigd van financiële onrechtmatigheden. De stichting had de accountant op tijd de bankmutaties moeten geven waarop de concept-opstelling is gebaseerd, zodat de accountant verantwoording had kunnen afleggen. Het verwijt dat hij geen opheldering heeft wíllen verschaffen mist daarom feitelijke grondslag.
Maatregel
Doorhaling.
De accountant is langere tijd zeer niet-integer geweest en heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in hem als accountant en penningmeester is gesteld. Dat vertrouwen was blijkbaar zo groot dat geen of onvoldoende toezicht op hem is gehouden. De accountant heeft de bankrekening van de stichting gebruikt als was het zijn privébankrekening en heeft publieke middelen (subsidie) voor de stichting gebruikt voor eigen nut. Zijn handelwijze heeft het accountantsberoep ernstig in diskrediet gebracht, omdat een buitenstaander erop zal en moet kunnen vertrouwen dat een accountant die optreedt als penningmeester zich zal onthouden van gedragingen als deze.
De accountant stelt dat hij alles heeft terugbetaald wat hij onrechtmatig aan het vermogen van de stichting heeft onttrokken. Als dit waar is dan neemt dat de financiële gevolgen van zijn gedragingen weg, maar niet het kwalijke ervan. De Accountantskamer weegt mee dat hij schriftelijk zijn excuses heeft aangeboden voor de privébetalingen vanaf de bankrekening van de stichting. Op verzoek van de accountant is zijn inschrijving in het accountantsregister per 1 juni 2026 doorgehaald. Hij heeft desgevraagd laten weten geen bestuurlijke functies meer te vervullen. Omdat het gevaar voor herhaling hierdoor is geweken, verklaart de Accountantskamer de uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad. De opgelegde doorhaling wordt dus pas van kracht als de accountant niet in hoger beroep gaat of in hoger beroep weer ongelijk krijgt.
Annotatie Lex van Almelo
Een penningmeester die ergens in de Bible Belt een greep in de kas doet, is een klassieke vorm van verduistering. In dit geval is de onbezoldigde cfo van een kunststichting een accountant-administratieconsulent met 26 jaar ervaring als hij in de fout gaat en 38 als hij zich daarom op eigen verzoek laat doorhalen in het NBA-register. Klassiek is ook het gebrek aan toezicht op de penningmeester, die misbruik maakt van het vertrouwen. Dat blijkt overigens pas na zijn vertrek. Het bestuur laat dan zijn handelen onderzoeken door een extern bureau. Volgens de onderzoekers heeft de penningmeester van 2014 tot en met 2022 per saldo 21.230,13 euro onrechtmatig "onttrokken" aan de stichting. De accountant bekent dat hij geld van de stichting heeft gebruikt om privékleding en sieraden aan te schaffen, reizen te boeken en uitgaven aan de horeca te betalen. In 2018 betaalt hij met geld van de stichting in totaal 26.087,00 euro aan privé-uitgaven en in 2019 26.472,58 euro. Buiten het klassieke patroon valt dat hij geld van de stichting uitleent aan een zakenrelatie (zo'n 40k) en dat hij substantiële bedragen terugbetaalt. Tegen de tuchtrechter zegt hij dat hij alles heeft terugbetaald, maar de Accountantskamer kan en hoeft dat niet te verifiëren. Voor al dat betalingsverkeer had de penningmeester namelijk geen toestemming en hij verhulde de meeste transacties ook in de administratie. De accountant heeft daardoor de fundamentele beginselen van integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.
Het stichtingsbestuur verwijt de accountant dat hij bij het onderzoek niet wilde meewerken aan het hoor en wederhoor. Dat verwijt is niet terecht, omdat het bestuur de accountant niet - of pas heel laat - de onderliggende stukken heeft aangereikt waarop het onderzoeksbureau zijn bevindingen baseerde. Bij een zware beschuldiging als deze moet een accountant daarover kunnen beschikken alvorens te reageren. De ex-penningmeester had de stukken zelf niet meer, omdat zijn computer was gecrasht door een virus.
De accountant vindt dat het klagende bestuur boter op het hoofd heeft. Het is immers collectief verantwoordelijk voor de financiële administratie en heeft hem décharge verleend als penningmeester. Décharge kan tuchtrechtelijke verwijtbaarheid niet wegnemen, zegt de Accountantskamer. De accountant heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen, dat zo groot was dat toezicht ontbrak. Dat is geen excuus voor de accountant, wel een les voor naïeve besturen.
