Tuchtrecht

Ongefundeerde en onduidelijke factuur

Een registeraccountant stuurt na een conflict een factuur van ruim een half miljoen naar de maatschap, waarmee hij in de clinch ligt. Die factuur slaat echter nergens op.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/422 Wtra AK
Datum uitspraak:
17 november 2017
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2017:74

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant leent 1,2 miljoen euro aan enkele vennootschappen, waaronder de bv’s van een jurist, een belastingadviseur en een RA, die deel uitmaken van een maatschap van accountants en adviseurs. De bv van de jurist verleent juridische diensten aan de maatschap. Deze bv krijgt betaald via de bv van de kredietverstrekkende registeraccountant, die maandelijks een voorschotfee betaalt.

De kredietverstrekkende accountant wil zijn belang in de maatschap verkopen en krijgt daarover ruzie met de andere vennoten. De kortgedingrechter schorst deze accountant eind 2016 voor zeven maanden als lid van de maatschap.

De maatschap is via een holding eigenaar van een bv die een faciliterende rol vervult voor de maatschap. De accountant is hiervan de directeur totdat hij wordt geschorst. De jurist en de belastingadviseur nemen daarna de directie over.

De geschorste accountant stuurt eind 2016 een factuur voor diverse werkzaamheden, die hij uitvoerde in juli tot en augustus. In februari 2017 wordt de holding gesommeerd de factuur te betalen. De holding laat echter weten dat zij de factuur nooit eerder heeft ontvangen en dat dit een nepfactuur is.

De holding en de maatschap ontvangen opnieuw een sommatie: zij moeten 563.148 euro betalen. Dit bedrag staat in het concept van de jaarrekening 2015 van de maatschap als het aandeel in het resultaat dat toekomt aan de accountant. De maatschap en de holding vragen de accountant het bedrag nader te onderbouwen. Als de accountant dat niet of onvoldoende doet, blokkeert de maatschap zijn toegang tot de geautomatiseerde systemen. De kortgedingrechter gelast de maatschap om de blokkade terug te draaien. Vervolgens vragen de bv’s van de geschorste accountant de faillissementen aan van de bv’s van drie vennoten en respectievelijk van de jurist.

De jurist en de vennoten dienen een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

a. de holding een factuur gestuurd via zijn persoonlijke vennootschap voor werkzaamheden die hij nooit heeft uitgevoerd; deze factuur is geantedateerd en de accountant heeft in de sommatie ten onrechte beweerd dat de factuur al eerder was verstuurd;

b. op grond van de conceptjaarrekening 2015 van de maatschap 565.148 euro geëist, terwijl dit bedrag al onder het eigen vermogen is verwerkt in de privérekening van zijn bv;

c. de faillissementsverzoeken van de vennoten gebaseerd op een geldlening die al was afgelost en het faillissementsverzoek van de jurist gebaseerd op een niet bestaande vordering.

Oordeel

Klachtonderdeel b is gegrond. Klachtonderdeel a is onvoldoende aannemelijk gemaakt en wordt hier verder niet besproken. Klachtonderdeel c is eveneens ongegrond.

Ad b

Op de zitting is duidelijk geworden dat de accountant de vordering baseert op de verdeling van de resultaten, zoals die in de conceptjaarrekening 2015 van de maatschap staat. De manier waarop dit bedrag is gespecificeerd, wijst er niet op dat dit een schuld van de maatschap is  aan de accountant. Verder had de accountant simpelweg duidelijker moeten uitleggen dat dit bedrag niet meer was dan het gespecificeerde resultaat voor zijn werkzaamheden; hij was immers accountant. Hij heeft zijn vordering niet op deze vermelding kunnen baseren. Door hierbij een onjuist standpunt in te nemen, heeft hij vakonbekwaam gehandeld.

Ad c

Volgens vaste rechtspraak van de Accountantskamer heeft een accountant, behoudens bijzondere omstandigheden, de vrijheid om een civielrechtelijk standpunt in te nemen in zijn zakelijke betrekkingen. Van bijzondere omstandigheden kun je onder meer spreken als dat standpunt:

  • bewust onjuist of misleidend en dus te kwader trouw blijkt;
  • of in de ogen van een redelijke en goed geïnformeerde derde schadelijk is voor de goede naam van het accountantsberoep.

Als het de accountant in sterke mate kan worden verweten dat hij of zij een onjuist of misleidend standpunt inneemt, kan het voorkomen dat hij daardoor de beginselen van objectiviteit en of vakbekwaamheid en zorgvuldigheid schendt.

In dit geval staat het niet vast dat de vordering uit geldlening niet meer bestond toen de accountant ten het faillissementsverzoek inzake de maatschap indiende en evenmin dat hij gejokt heeft over het bestaan daarvan. Daarom kun je niet concluderen dat hij te kwader trouw zei dat de lening niet was afgelost. De Accountantskamer tekent hierbij aan dat het hier niet gaat om een faillissementsaanvraag van een cliënt. De accountant hoefde daardoor niet zijn eigen belang af te wegen tegen dat van de cliënt, zoals de vaste tuchtrechtspraak voorschrijft.

Ook de faillissementsaanvraag van de jurist is niet onterecht. Volgens de accountant betaalde één van zijn bv’s weliswaar de fee aan de jurist, maar kwam de fee voor rekening van de maatschap en haar entiteiten. Omdat deze stelling niet is weerlegd, vindt de Accountantskamer dat er tuchtrechtelijk bezien niets mis mee is dat de accountant zei dat de vordering bestond.

Wel zou het kunnen zijn dat de accountant de steunvorderingen, waarop hij het verzoek mede baseerde, heeft verzonnen. Maar dat dit zo is, hebben de klagers niet of onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Maatregel

Waarschuwing. Een deel van de verwijten is ingegeven door ‘begrijpelijke emoties’ bij de klagers. De accountant heeft alleen tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij de vordering die naar zijn mening voortvloeide uit de conceptjaarrekening.

Annotatie Lex van Almelo

Volgens vaste tuchtrechtspraak moet de accountant een belangenafweging maken voordat hij het faillissement aanvraagt van een cliënt. Daarbij moet hij zijn eigen belang afwegen tegen dat van de cliënt. De Accountantskamer maakt in deze uitspraak duidelijk dat zo’n belangenafweging niet nodig is als je het faillissement aanvraagt van medevennoten.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.