Tuchtrecht

Ongehoorde conclusie over facturen

Een accountant bekijkt de details van enkele facturen en stelt zonder de betrokken partijen te horen vast dat de rekeningen onnodig hoog waren. Die conclusie mist een deugdelijke grondslag.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
AWB 15/747
Datum uitspraak:
30 maart 2017
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2017:119

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Financieringsmaatschappij Golden Care International bv (GCI) laat twee vennootschappen administratieve en fiscale werkzaamheden uitvoeren. Er ontstaat ruzie over de bedragen die de dienstverleners daarvoor factureren. De advocaat van GCI laat de gefactureerde bedragen onderzoeken door een registeraccountant.

De accountant brengt in november 2014 rapport uit. Hij heeft zich daarvoor onder meer gebaseerd op:

  • de jaarrekeningen van GCI over 2007 tot en met 2012;
  • een uitdraai van de grootboeken;
  • de administratie over de jaren 2011 en 2012.

GCI heeft bevestigd dat deze grootboeken zijn opgesteld met de bankafschriften en de facturen die in de administratie zijn aangetroffen. De jaarrekeningen 2007 en 2008 zijn opgesteld door de directeur. De accountant moest zich behelpen met een versie die ongedateerd was en niet ondertekend door de bestuurder.

Volgens de accountant waren de activiteiten van GCI zeer beperkt en niet complex. De grootboekadministraties over 2011 en 2012 vertoonden nog geen 25 mutaties.

Voor de relatief simpele administratie en daarbij horende belastingaangiften is over 2007 tot en met 2012 gemiddeld 5.058 euro per jaar in rekening gebracht. De accountant vindt dat een relatief hoog bedrag, temeer omdat daarvoor blijkbaar (zeer) ervaren krachten zijn ingezet met uurtarieven tussen de 135 en 340 euro, terwijl uurtarieven van 64 tot 75 euro gebruikelijk zijn.

De registeraccountant vindt het verder opvallend dat voor de geringste handeling tenminste een kwartier wordt gefactureerd en veel eenvoudige handelingen afzonderlijk werden uitgevoerd. "Dat maakt de factuur onnodig hoog."

GCI gebruikt het rapport in de civiele procedure over de facturen. De dienstverleners zeggen daarin dat de accountant contact met hen had moeten opnemen voor het onderzoek. De accountant nodigt hen daartoe alsnog uit, maar hun advocaat laat weten dat dit niet meer mogelijk is. Op verzoek van GCI reageert de accountant nog op wat de dienstverleners zeggen over zijn rapport.

Eén van de twee dienstverleners dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer, die de klacht deels gegrond verklaart en een waarschuwing oplegt. De accountant gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  • gezegd dat de accountant de dienstverleners had moeten horen om een deugdelijke grondslag te krijgen voor de conclusie in zijn rapport;
  • een waarscuwing opgelegd.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Ook in hoger beroep heeft de accountant gezegd dat zijn opdracht beperkt was en dat hij de gefactureerde bedragen alleen heeft onderzocht aan de hand van algemene aspecten van facturering en niets gezegd over  de inhoud van de facturen. Volgens het college heeft de accountant zich in de slotparagrafen van het rapport wel degelijk een inhoudelijke conclusie getrokken.

Hij schrijft immers dat er duur personeel is ingezet en de rekeningen "onnodig" hoog zijn. Zo'n kwalificatie verdraagt zich niet goed met een afstandelijk uitgevoerd onderzoek. Bij een consistente rapportage past de conclusie bij de omvang van de werkzaamheden. Daarom had de accountant in dit geval zijn conclusie meer moeten abstraheren van dit specifieke geval of een meer specifieke conclusie moeten trekken en de twee dienstverleners de gelegenheid moeten geven zich hierover uit te laten.

Nu de accountant heeft gekozen voor een conclusie die specifiek op dit geval is toegesneden, had hij voldoende werkzaamheden moeten uitvoeren om ook een deugdelijke grondslag te verkrijgen voor die conclusie.

De accountant zegt dat hij bij het uitvoeren van de opdracht NBA-handreiking 1127 ('Opdrachten uitgevoerd ter ondersteuning bij (potentiële) geschillen') heeft gebruikt. In paragraaf 4 van deze handreiking staat onder meer dat de accountant voldoende duidelijk moet maken in hoeverre hij hoor en wederhoor heeft toegepast en  wat daarbij zijn overwegingen waren. In die paragraaf staat ook dat hoor en wederhoor veelal verplicht is, tenzij dit absoluut niet noodzakelijk is om een deugdelijke grondslag te verkrijgen.

Het college is het niet met de accountant eens dat het horen van de twee in dit geval "absoluut niet noodzakelijk was". De accountant kon niet op voorhand aannemen dat het toepassen van hoor en wederhoor geen relevante informatie kon opleveren voor zijn conclusie.

De accountant is ervan uitgegaan is dat de gefactureerde uurtarieven waren afgesproken, terwijl hij niet op de hoogte was van de afspraken die de partijen hadden gemaakt. Zo zou GCI er juist voor hebben gekozen om de werkzaamheden door hoog gekwalificeerde medewerkers te laten uitvoeren.

Zonder kennis van de gemaakte afspraken is er geen deugdelijke grondslag voor de conclusie dat de rekeningen onnodig hoog waren. De accountant had het toepassen van hoor en wederhoor in dit geval niet achterwege mogen laten. De Accountantskamer heeft dan ook terecht gezegd dat de accountant het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden.

Maatregel

Waarschuwing. Bij een gegrondverklaring moet in beginsel een maatregel worden opgelegd. Van dit beginsel kan alleen worden afgeweken als:

  • de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de accountant gering is; (of)
  • de verwijtbare gedraging gezien de specifieke omstandigheden van geringe betekenis zijn.

In dit geval is daar geen sprake van. De accountant heeft in een conflict op verzoek van één van de partijen een opdracht aanvaard om de in rekening gebrachte bedragen te onderzoeken. Omdat hij wist dat zijn rapport als bewijsstuk zou worden ingebracht in civiele procedures woog de plicht om te zorgen voor een deugdelijke grondslag des te zwaarder. De accountant heeft te lichtvaardig gemeend dat zijn conclusie ook zonder het horen van de twee een deugdelijke grondslag had.

Annotatie Lex van Almelo

Als je een rapport opstelt dat in een gerechtelijke procedure gebruikt wordt of kan worden dan moet je vrijwel altijd hoor en wederhoor toepassen. En al helemaal als je niet alleen met feitelijke bevindingen komt, maar ook een oordeel velt.

Omdat zijn rapport een deugdelijke grondslag mist, lijkt elk bedrag dat de accountant daarvoor factureert onnodig hoog.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.