Tuchtrecht

Te dienstbaar aan dga bij echtscheiding

Een accountant-administratieconsulent staat een scheidend echtpaar bij, maar negeert het belangenconflict volledig. Ook slaat hij herhaalde verzoeken om de waarde van een woning en aandelen te taxeren in de wind.

Accountantskamer

Zaaknummers:
25/1956 Wtra AK
Datum uitspraak:
01 juni 2026
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor 3 maanden
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:50

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een vrouw trouwt in december 2013 in gemeenschap van goederen. Zij heeft een eenmanszaak, die zich bezighoudt met kinderopvang, studiebegeleiding, vorming en onderwijs. Haar man is directeur/aandeelhouder van een bouw- en vastgoedgroep. Via zijn persoonlijke bv houdt hij 17,74 procent van de aandelen in een bouw/vastgoedonderneming.

Een accountant-administratieconsulent voert pre-auditwerkzaamheden uit voor de controle van de jaarrekening van de bouw- en vastgoedonderneming, die wordt gecontroleerd door de accountant van een ander accountantskantoor. De dga, zijn vrouw en hun ondernemingen zijn sinds 2013 klant van het accountantskantoor, waaraan de AA verbonden is. De accountant heeft vooral contact met de dga. Vanaf Q2/2025 is de vrouw geen klant meer van het accountantskantoor.

In 2021 wil de dga scheiden en vraagt de accountant om hem en zijn vrouw bij te staan bij de afwikkeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De dga wil gezamenlijk tot een goede verdeling komen, zodat zijn vrouw tot haar pensioengerechtigde leeftijd comfortabel kan blijven leven. De accountant bespreekt het verzoek van de dga met een Register Belastingadviseur (RB) van zijn kantoor. De RB maakt handgeschreven aantekeningen van de gesprekken die zij voert met de accountant en de dga. Zij stuurt de dga een e-mail, waarin zij aankondigt dat een aparte opdrachtovereenkomst wordt opgesteld voor de vrouw en de dga in privé. De opdrachtbevestiging wordt niet opgemaakt.

In mei 2022 overleggen de accountant, de vrouw en de man over de afwikkeling. Er wordt een voorstel gedaan voor de verdeling, waarmee de vrouw niet akkoord gaat. Na afloop van het gesprek overlegt zij met de RB, die voor haar een financiële planning zal opstellen. In deze planning, die de RB ook naar de dga en de accountant stuurt, wordt de echtelijke woning gewaardeerd op 1,1 miljoen euro. Naar aanleiding van opmerkingen van de dga verhoogt de RB-adviseur de waarde tot 1,5 miljoen euro.

De vrouw laat herhaaldelijk weten dat zij haar twijfels heeft over de waarde van de woning en vraagt of de woning getaxeerd moet worden, net als de aandelen van de dga in de bouw- en vastgoedonderneming. In een e-mail van 10 september 2022 informeert de vrouw opnieuw bij de RB naar de mogelijkheid van een taxatie van de waarde van de woning en de aandelen.

In september 2022 voeren de RB-adviseur en de accountant een gesprek met de vrouw en vertellen haar dat de bedragen en uitgangspunten in beginsel blijven zoals eerder is besproken. In oktober 2022 sluiten de vrouw en de dga een echtscheidingsconvenant en een vaststellingsovereenkomst. De vrouw vecht die aan een civielrechtelijke procedure.

In februari 2025 proberen de RB en de accountant de vrouw duidelijkheid te bieden over het proces van begeleiding en de beslissingen die zijn genomen bij de onderhandelingen rondom de echtscheiding, met name over de financiële regeling. De vrouw krijgt een vermogensverdeelstaat, waarin de "zichtbaar intrinsieke waarde" van het aandelenpakket wordt gesteld op 4 miljoen euro en de waarde van de woning op 1,5 miljoen.

De vrouw dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

  1. de vrouw onjuiste of onvolledige informatie verstrekt over de waarde van de aandelen en de echtelijke woning;
  2. een bedreiging voor de objectiviteit niet onderkend, zich niet gerealiseerd dat de belangen van de vrouw en haar ex tegengesteld waren en verzuimd de vrouw door te verwijzen naar een onafhankelijk adviseur.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Verwarring over rol

De RB-adviseur heeft in november 2021 gesproken met de dga en de inhoud van dit gesprek op dezelfde dag aan hem bevestigd. Daarbij zegde zij toe een opdrachtbevestiging te sturen op naam van de dga en zijn vrouw. Deze opdrachtbevestiging is nooit opgesteld, terwijl er ook geen andere vastlegging is waaruit de rol van de AA respectievelijk de RB blijkt.

Uit overgelegde stukken en wat er op de zitting is besproken, leidt de Accountantskamer af dat de accountant wel degelijk een adviserende rol ten opzichte van de vrouw heeft vervuld en concrete werkzaamheden en handelingen voor haar heeft uitgevoerd. Daarom is ook de accountant verantwoordelijk voor het begeleiden van en adviseren bij de financiële afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

Volgens vaste jurisprudentie is een accountant alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor eigen handelen of nalaten, tenzij moet worden aangenomen dat deze vaktechnisch verantwoordelijk is voor het handelen of nalaten van een ander. Register Belastingadviseurs vallen onder eigen tuchtrecht en een accountant is in beginsel niet tuchtrechtelijk aansprakelijk voor het handelen van een kantoorgenoot die zelf onder het bereik van accountants- of RB-tuchtrecht valt. (Zie ook deze uitspraak.) Voor zover de klacht gaat over gedragingen of handelingen van de RB kan de accountant hiervan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

Voor overige opdrachten als deze heeft de Accountantskamer acht geslagen op NBA-handreiking 1111 (versie 2010). Een NBA-handreiking bevat nadere aanwijzingen voor de uit te voeren werkzaamheden. Van een accountant wordt verwacht dat deze kennisneemt van de aanwijzingen en deze in overweging neemt voor zover die relevant zijn voor de opdracht. Een accountant die de aanwijzingen niet toepast, moet kunnen uitleggen hoe desondanks is voldaan aan de verplichtingen, basisprincipes en essentiële werkzaamheden uit de wet- en regelgeving.

Handreiking 1111 Overige opdrachten stelt dat het van belang is dat de opdrachtgever en de accountant overeenstemming bereiken over de aard van de opdracht, om misverstanden te voorkomen. Ook bij de rapportage is het van belang dat gebruikers niet in verwarring worden gebracht over de aard van de opdracht. De accountant richt zijn rapportage daarom zo in dat voor alle betrokken partijen voldoende duidelijk blijkt wat de aard van de aanvaarde en uitgevoerde opdracht is.

Klachtonderdeel 1 Onjuiste/onvolledige informatie over de waarde van aandelen, de echtelijke woning en de eenmanszaak van de vrouw

Volgens de accountant heeft hij de vrouw medio september 2022 inzicht gegeven in de vermogensverdeling en de effecten van verschillende aandelenwaarderingen. Op de zitting heeft zij bestreden dat:

  • een waarde van 10 miljoen is genoemd;
  • de scenario's met indicatieve waarden van 10 en 15 miljoen zijn besproken;
  • haar een vermogensverdeelstaat is getoond.

De accountant heeft geen enkel document overgelegd waaruit de Accountantskamer kan afleiden welke informatie hij precies met de vrouw heeft gedeeld. De RB-adviseur heeft per e-mail alleen de uitkomst van het gesprek bevestigd en aan de vrouw en de dga geschreven dat de bedragen en uitgangspunten in beginsel onveranderd blijven. Gezien de hoge waarde van de aandelen in relatie tot de verzorgingsregeling (zowel absoluut als relatief) had de accountant voor de vrouw en zichzelf gedegen inzicht moeten verkrijgen in de werkelijke waarde van de aandelen en de woning en deze zo nodig objectief moeten (laten) verifiëren. Alleen zo kon hij de vrouw, wier belangen hij ook behartigde, daarover zorgvuldig adviseren, opdat zij bewust en weloverwogen (gedeeltelijk) afstand zou (kunnen) doen van haar recht op een deel van het huwelijksvermogen. Ook als de aandelen incourant zijn, had de waarde kunnen worden bepaald.

De vermogensverdeelstaat is pas in februari 2025 overgelegd aan de vrouw. De accountant heeft daarin een woning- en aandelenwaarde opgenomen, die niet zijn gebaseerd op een taxatierapport of andere onderbouwing. Volgens de accountant zijn de waardes van de woning en het aandelenpakket slechts opgenomen om toe te werken naar de gewenste uitkomst – te weten: voortzetting van de comfortabele levensstijl van de vrouw na echtscheiding. Maar dit staat op gespannen voet met de aanwijzing uit NBA-handreiking 1111 dat de aard van de aanvaarde en uitgevoerde opdracht voldoende duidelijk is voor alle betrokken partijen.

De vermogensverdeelstaat wekt de indruk van een gelijke vermogensverdeling, terwijl een onderbouwde waardering van de aandelen en de woning in een substantieel ongelijke verdeling zouden kunnen resulteren. Inzicht daarin was niet alleen nodig voor de directe financiële afwikkeling, maar ook om de mogelijke fiscale consequenties van een ongelijke verdeling te bepalen. De accountant heeft daarom zowel bij de advisering over de waarde van de aandelen als bij het opstellen van de vermogensverdeelstaat het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid niet nageleefd.

Klachtonderdeel 2 Bedreiging objectiviteit door tegengesteld belang

De dga heeft de accountant benaderd met het verzoek hem en zijn vrouw bij te staan bij de financiële afwikkeling van de echtscheiding. Volgens de accountant heeft hij de dga uitgenodigd voor een gesprek in november 2021 en van hem begrepen dat ook de vrouw daarbij aanwezig zou zijn. De vrouw zou van deelname hebben afgezien en de accountant heeft haar niet persoonlijk uitgenodigd. Na dit gesprek mailt de RB dat:

  • het de wens van de dga is dat zijn echtgenote na de scheiding financieel verzorgd achterblijft;
  • de RB voorstelt voor haar in elk geval een integraal financieel plan te maken, zodat inzichtelijk wordt wat haar inkomens- en vermogenspositie wordt na een eventuele echtscheiding en hoe de toekomstige ontwikkeling van haar inkomens- en vermogenspositie eruit komt te zien bij de gehanteerde uitgangspunten;
  • de accountant en de RB voor die opdracht een aparte opdrachtovereenkomst zullen opstellen op naam van beiden in privé.

De opdracht is niet schriftelijk vastgelegd en de accountant heeft de aard en reikwijdte van de opdracht niet besproken met de vrouw. De vrouw was niet op de hoogte van de opdracht die de man had gegeven en heeft daarmee niet ingestemd. De accountant heeft niet bij de vrouw geverifieerd of zij inderdaad van deelname van het gesprek had afgezien, zoals de dga zei. Aan de vrouw heeft hij bovendien onvoldoende duidelijk gemaakt wat zijn rol jegens haar was.

Als een accountant optreedt voor een echtpaar in scheiding en daarbij een geschil ontstaat of dreigt te ontstaan over de verdeling van het huwelijksvermogen, kan een belangenconflict rijzen en daarmee een kans op niet-naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit. Bij een bedreiging moet de accountant een toereikende maatregel treffen en als dat niet kan, moet de accountant de professionele dienst weigeren of beëindigen. De bedreiging, de beoordeling, de toegepaste maatregel en de conclusie moeten worden vastgelegd.

Dat de AA de vaste accountant is van (de onderneming van) van de dga en daarvoor ook pre-auditwerkzaamheden verrichtte, heeft geleid tot een langdurige relatie en betrokkenheid bij de onderneming die bij de financiële afwikkeling van een huwelijksgoederengemeenschap een bedreiging oplevert voor de objectiviteit. De accountant moest daarbij een opstelling maken van het gezamenlijke vermogen van de scheidende echtelieden, inclusief de waardering van de echtelijke woning en de aandelen in de onderneming.

De accountant had al bij de aanvaarding van de opdracht moeten onderkennen dat er een belangentegenstelling was, die zich daarna ook op meerdere momenten concreet heeft gemanifesteerd. Zo wist de accountant vanaf het begin dat de aandelen in de onderneming, die tot de huwelijksgemeenschap behoren, een aanzienlijke waarde hadden en dat de dga deze aandelen buiten de verdeling wilde houden. Tijdens het overleg in mei 2022 hebben de dga en zijn vrouw tegengestelde standpunten ingenomen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waarbij de gemoederen hoog zijn opgelopen. Naar aanleiding van de discussie is de financiële omvang van de verzorgingsregeling voor de vrouw verlaagd en de waarde van de echtelijke woning, die werd toegekend aan vrouw, verhoogd. De accountant heeft daarbij een adviserende rol vervuld.

De vrouw heeft op meerdere momenten haar twijfels geuit over de waardering van het vermogen en in september 2022 opnieuw bij de RB geïnformeerd of de woning en de aandelen konden worden getaxeerd. De AA en de RB hebben daar korte tijd later over gesproken met de vrouw. De Accountantskamer vindt het daarom onbegrijpelijk dat de accountant nog altijd meent er geen belangentegenstelling bestond.

De Accountantskamer stelt vast dat de financiële planning voor de vrouw werd opgesteld door de adviseur, die onder RB-tuchtrecht valt. Zij heeft de accountant echter steeds op de hoogte gehouden van de financiële planning en van de twijfels over de waardering van de woning en de aandelen. De RB heeft haar e-mails aan de vrouw steeds in afschrift naar de accountant gestuurd en intern met hem afgestemd. De vermogensverdeelstaat is mede opgesteld door de accountant.

Terwijl de opdracht er volgens de accountant uit bestond de belangen van beide partijen te dienen, heeft hij geen actie ondernomen als de vrouw (weer eens) haar twijfels uitte. In plaats daarvan suste hij steeds haar twijfels en bleef een onafhankelijke taxatie van de woning en de aandelen uit.

De accountant heeft gezegd dat het doel van de verdeling was dat de vrouw comfortabel kon leven en dat zij niet het onderste uit de kan hoefde. De vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant haar bewust heeft willen benadelen door het belang van de dga te laten prevaleren boven dat van haar. De accountant heeft wel in strijd gehandeld met het conceptuele raamwerk van de VGBA en met het fundamentele beginsel van objectiviteit.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor drie maanden. De accountant heeft in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van objectiviteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Van een accountant mag worden verwacht dat deze:

  • geen onduidelijkheden laat bestaan over de aard en strekking van de opdracht;
  • de opdracht op transparante wijze uitvoert;
  • over de uitvoering rapporteert op basis van feitelijk juiste informatie;
  • actief let op eventuele bedreigingen voor de objectiviteit;
  • een toereikende maatregel neemt als deze een bedreiging signaleert.

De accountant heeft in het geheel niet onderkend dat:

  • tussen de vrouw en de dga een belangentegenstelling kon ontstaan;
  • die ook daadwerkelijk is ontstaan;
  • het bijstaan van zowel de vrouw als de dga al bij de opdrachtaanvaarding en tijdens de uitvoering van de opdracht heeft geresulteerd in een bedreiging van zijn objectiviteit.

Ook heeft hij er niet voor gezorgd dat de vrouw het noodzakelijke inzicht kreeg in de waarde van de vermogensbestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap, hoewel zij daarover aanhoudend twijfels uitte. Tot slot heeft de Accountantskamer meegewogen dat de accountant geen inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn gedrag.

Annotatie Lex van Almelo

Opnieuw een zaak waarin de accountant bij de afwikkeling van een echtscheiding de kant kiest van degene die de factuur betaalt. Deze accountant-administratieconsulent (AA) werkt daarbij samen met een Register Belastingadviseur (RB). De dga benadert de AA als huisaccountant om de echtscheiding financieel af te wikkelen en zegt dat hij wil dat zijn ex zo comfortabel kan blijven leven als zij gewend was. De vrouw heeft een eenmanszaak; de man heeft een flink belang in de onderneming, waarvan hij directeur is. De twee zijn in gemeenschap van goederen getrouwd, maar de dga wil het vermogen niet eerlijk verdelen en zijn aandelen buiten de verdeling houden, zo blijkt in de loop van de uitspraak. In 2022 komen de AA en de RB met een voorstel, waarin de waarde van de echtelijke woning 1,1 miljoen euro is. De vrouw gaat er niet mee akkoord. Na commentaar van de dga gaat de woningwaarde naar 1,5 miljoen, maar "de verzorgingsregeling" omlaag. De vrouw heeft haar twijfels over de waarde van de woning én die van de aandelen, die in tweede instantie kennelijk wel in de verdeling worden betrokken. Zij vraagt de RB en de AA herhaaldelijk om een onafhankelijke taxatie, maar de adviseurs geven geen krimp. In oktober 2022 sluit de vrouw een echtscheidingsconvenant met een vaststellingsovereenkomst, die zij snel daarna aanvecht in een civielrechtelijke procedure. In februari 2025 komen de AA en de RB met een vermogensverdeelstaat, die de vrouw inzicht moet geven in de financiële afwikkeling en die een evenwichtige verdeling suggereert. Volgens dit overzicht is de "zichtbare intrinsieke waarde" van de aandelen 4 miljoen euro en de waarde van de woning 1,5 miljoen.

De vrouw heeft niet alleen haar twijfels bij de waardering, maar ook bij de rol van de accountant. Als de vrouw een klacht tegen hem indient, schuift de accountant de verantwoordelijkheid grotendeels af op de RB (die de vrouw soms juist wel goed wilde informeren): zelf zou hij amper betrokken zijn geweest bij de financiële afwikkeling en de begeleiding van de vrouw. Er is (hoewel toegezegd) geen opdrachtbevestiging die de rol van de accountant verduidelijkt. Die onduidelijkheid is op zichzelf al in strijd met Handreiking 1111 (Overige opdrachten). Uit de documenten en verklaringen in de tuchtprocedure blijkt echter dat de RB de AA steeds heeft geïnformeerd en de accountant wel degelijk als adviseur en medeopsteller van voorstellen is opgetreden. In die hoedanigheid heeft hij de vrouw ten onrechte niet goed geïnformeerd over haar inkomens- en vermogenspositie, waardoor zij geen weloverwogen beslissing heeft kunnen nemen. Daarvoor had de accountant de woning en de aandelen moeten laten waarderen door een onafhankelijke taxateur.

De accountant steekt op de zitting ook de kop in het zand voor zijn partijdigheid. Hij blijft volhouden dat er geen belangenconflict bestond tussen de dga en de vrouw. Volgens hem was het doel van de verdeling dat de vrouw comfortabel kon leven en hoefde zij niet het onderste uit de kan. Dat de accountant haar bewust heeft willen benadelen door het belang van de dga te laten prevaleren boven dat van haar heeft de vrouw niet aannemelijk gemaakt. De accountant heeft het integriteitsbeginsel dus niet geschonden.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.