Tuchtrecht

Poortwachter zwicht voor klant bij NOW-aanvragen

Een accountant-administratieconsulent jokt bij enkele NOW-aanvragen dat de werkmaatschappijen van een recreatiepark niet behoren tot een groep, omdat zijn klant anders geen coronasteun krijgt.

Accountantskamer

Zaaknummers:
24/4360 en 25/2229 Wtra AK
Datum uitspraak:
26 juni 2026
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor 1 maand
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:56

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een recreatiepark schakelt in september 2019 een accountant-administratieconsulent in om de administratie van het bedrijf te controleren, de (geconsolideerde) jaarrekeningen van de diverse bv's samen te stellen en de belastingaangiften te verzorgen. De administratie van het bedrijf is aanvankelijk in handen van de echtgenote van de dga. Zij overlijdt in 2023 na een langdurig ziekbed.

In april 2024 zegt het bedrijf de overeenkomst op na een geschil over de 28.551,12 euro aan openstaande facturen van de accountant. De advocaten van het recreatiepark treffen in augustus 2024 een minnelijke regeling met de accountant. Een maand later maken beide partijen aanvullende afspraken over het verstrekken van stukken en betaling van 9.551,12 euro. Deze vaststellingsovereenkomst wordt niet volledig nagekomen en het recreatiebedrijf betaalt het afgesproken bedrag niet.

De dga en twee van zijn bv's dienen een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft fouten gemaakt bij:

  1. de opdrachtbevestiging;
  2. (a) het samenstellen van de jaarrekeningen en (b) de deponering daarvan bij de Kamer van Koophandel;
  3. (a) de aanvragen op grond van Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) en (b) de procedures in het kader van de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en een NOW-steekproef;
  4. (a) de belastingaangiften en (b) de in verband daarmee gevoerde procedures.

Oordeel

De klachtonderdelen 1, 3a en 4a zijn (deels) gegrond; de rest van de klacht is ongegrond.

Klacht precies onderbouwen

De klagers hebben een grote hoeveelheid producties ingediend om hun klachten te onderbouwen. De Accountantskamer hoeft daarin niet zelfstandig op zoek te gaan naar wat de klachten wel en niet schraagt. Klagers moeten op zo'n manier verwijzen naar de producties dat het voor accountant en de Accountantskamer duidelijk is welke feiten en stellingen aan deze producties worden ontleend om de klachten te onderbouwen. Als zo'n verwijzing ontbreekt, wordt de inhoud van de producties buiten beschouwing gelaten.

Ad 1 Opdrachtbevestiging

Uit Standaard 4410.25 volgt dat een accountant de overeengekomen opdrachtvoorwaarden in een opdrachtbevestiging of andere schriftelijke overeenkomst moet vastleggen. Volgens de toelichtende paragraaf A42 moeten behalve de opdracht ook andere zaken worden bevestigd, zoals de doelstellingen en reikwijdte van de opdracht, de verantwoordelijkheden bij de samenstellingsopdracht en de vorm en inhoud van de samenstellingsverklaring.

In de offerte die de accountant heeft uitgebracht staat alleen informatie over de werkzaamheden en de kosten en niets over de doelstellingen en reikwijdte van de opdracht, de verantwoordelijkheden van het management en de vorm en inhoud van de samenstellingsverklaring. De accountant heeft de samenstellingsopdracht dus niet in overeenstemming met de regels vastgelegd. In de offerte staat ten onrechte de term 'controle', want de accountant geeft geen assurance.

Dat de accountant (een deel van) de onderwerpen wellicht heeft besproken tijdens het overleg met de echtgenote in juli 2019, heeft deze niet schriftelijk vastgelegd. De verantwoordelijkheden van het management vastleggen, was hier extra van belang omdat:

  • de dga zich helemaal niet wilde bemoeien met de financiële gang van zaken van de onderneming;
  • de administratie voor acht vennootschappen complex was;
  • daarbij een niet gebruikelijk administratief systeem werd gehanteerd;
  • er een boekenonderzoek door de Belastingdienst liep.

De accountant heeft een en ander niet besproken en vastgelegd. Hij heeft daarom in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Ad 2a Samenstellen jaarrekeningen

Omdat de Accountantskamer de feitelijke gang van zaken niet kan vaststellen, moet worden geconcludeerd dat de klagers niet aannemelijk hebben gemaakt dat accountant op dit punt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Bij een samenstellingsopdracht blijft het management verantwoordelijk voor de historische financiële informatie en voor de basis waarop deze is opgesteld en gepresenteerd. Zo moet het management:

  • beoordelen wat nodig is voor het opstellen en presenteren van de historische financiële informatie;
  • de toepasselijke grondslagen voor financiële verslaggeving bepalen;
  • waar nodig redelijke schattingen maken (zie Standaard 4410.7).

Omdat een samenstellingsopdracht geen assurance-opdracht is hoeft de accountant de nauwkeurigheid of volledigheid van de door het management verschafte informatie niet te verifiëren of anders onderbouwende informatie te verzamelen (Standaard 4410.6). Dit is alleen dan anders als de accountant zich er tijdens de uitvoering van de samenstellingsopdracht van bewust wordt dat de vastleggingen, documenten, uitleg of overige informatie (inclusief significante oordeelvormingen) die het management verschaft, niet compleet, niet nauwkeurig of anderszins onbevredigend zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de accountant fraude of een overtreding van wet- en regelgeving identificeert of vermoedt. De accountant moet dit dan onder de aandacht van het management brengen en vragen om aanvullende of gecorrigeerde informatie (4410.32).

De primaire verantwoordelijkheid voor de jaarrekeningen ligt dus bij het management van het recreatiepark. De klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de accountant bij het samenstellen van de jaarrekeningen aanleiding had moeten zien om nadere informatie in te winnen. Het foutherstel in de geconsolideerde jaarrekeningen 2023 van één van de bv's leidt niet tot een ander oordeel, omdat dit pas is gebeurd in de daaropvolgende jaarrekening, wat niet zonder meer fout is.

Ad 2b Deponeren jaarrekeningen

Het is de verantwoordelijkheid van het recreatiepark om ervoor te zorgen dat de jaarrekeningen tijdig worden gedeponeerd. Omdat niet is gebleken dat accountant al in 2019 de deponering moest verzorgen, kan hem niet worden verweten dat jaarrekeningen te laat zijn gedeponeerd. Bovendien hebben de klagers niet tegengesproken dat tijdige deponering onmogelijk was vanwege administratieve chaos en achterstanden bij het recreatiepark, zo maakt de Accountantskamer op uit diverse e-mails.

De accountant heeft zich gemotiveerd verweerd tegen het verwijt dat hij in juni 2024 zonder opdracht verschillende jaarrekeningen heeft gedeponeerd en daarbij gebruik heeft gemaakt van vervalste notulen. Dat gebruik is gemaakt van concept-notulen die de accountant heeft verstrekt, betekent niet dat sprake is van valsheid in geschrift.

Ad 3a Coronasteun

Volgens de klagers is de accountant bij het indienen van NOW-aanvragen voor het bedrijf ten onrechte uitgegaan van de individuele vennootschappen in plaats van de groepsregeling. Hij heeft in de aanvragen expliciet aangegeven dat geen sprake was van een groep. Hierdoor heeft het recreatiepark volgens de klagers de ontvangen coronasteun moeten terugbetalen.

Volgens de accountant heeft hij soms op verzoek geholpen bij de NOW-aanvragen. De echtgenote van de dga heeft de keuze gemaakt om de coronasteun aan te vragen op vennootschapsniveau. Die keuze is volgens de accountant ook wel te volgen, omdat er op groepsniveau geen coronasteun zou zijn verstrekt. De personeelskosten zouden dan zijn afgezet tegen de omzet van de gehele groep. De accountant wijst erop dat de coronaperiode een rommelige tijd was en het UWV de aanvragen op vennootschapsniveau heeft geaccepteerd.

Volgens de Accountantskamer wordt de NOW-regeling in beginsel op concernniveau toegepast, tenzij de subsidieaanvraag (coronasteun) wordt ingediend op grond artikel 6a van die regeling. In dat geval kan de regeling (mits aan de voorwaarden is voldaan) worden toegepast op werkmaatschappij- of subgroepniveau. De omzetdaling wordt dan bepaald op basis van de omzetdaling van de rechtspersoon of vennootschap afzonderlijk en dus niet op groepsniveau. Zie ook hier.

Uit het dossier blijkt dat de accountant verschillende NOW-aanvragen heeft ingediend op het niveau van de werkmaatschappijen. Op de aanvraagformulieren is de vraag "Is uw bedrijf onderdeel van een groep of concern?" beantwoord met "Nee" of "Nee, mijn bedrijf is geen onderdeel van een groep of concern". De accountant heeft niet onderbouwd waarom de coronasteun is aangevraagd op het niveau van de werkmaatschappijen. Dat dit de wens was van zijn opdrachtgever ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om juiste NOW-aanvragen in te dienen.

Gezien de poortwachtersfunctie van accountants en de frauderisico's bij coronaregelingen had de accountant:

  • kritisch moeten kijken naar de NOW-aanvragen alvorens deze in te dienen;
  • moeten toetsen of was voldaan aan de voorwaarden van artikel 6a.

Omdat de accountant zonder aanleiding NOW-aanvragen heeft ingediend op het niveau van de werkmaatschappijen heeft hij in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De Accountantskamer vindt niet dat hij ook het fundamentele beginsel van integriteit heeft geschonden, omdat NOW-aanvragen ook op het niveau van de werkmaatschappij mogelijk waren en hij ook NOW-aanvragen voor dezelfde vennootschappen heeft ondertekend waarbij hij de vraag of sprake was van een groepsonderdeel bevestigend heeft beantwoord.

De Accountantskamer kan niet beoordelen of klagers hierdoor coronasteun hebben moeten terugbetalen, zoals zij zeggen.

Ad 3b TVL en een NOW-steekproef

Volgens de klagers heeft de accountant:

  • te laat of geen bezwaar gemaakt tegen besluiten op grond van de TVL (bezwaar tegen de besluiten had direct wat opgeleverd);
  • verkeerde SBI-codes gebruikt;
  • termijnen laten verstrijken;
  • de klagers na beëindiging van de opdracht niet op de hoogte gebracht van lopende bezwaar- en beroepsprocedures in het kader van de TVL.

De klagers wijzen in dit verband op het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Verder voeren zij aan dat de accountant geen stukken heeft doorgestuurd voor een NOW-steekproef, waardoor zij grote bedragen zijn misgelopen.

De klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, want:

  • zij hebben niet onderbouwd waarom het gebruik van verkeerde SBI-codes tot onjuiste beslissingen zou hebben geleid;
  • zij hebben in hun klaagschriften naar enkele producties verwezen, maar niet duidelijk gemaakt welke feiten en stellingen aan deze producties worden ontleend;
  • ook uit het proces-verbaal van 18 juli 2025 blijkt niet dat de accountant termijnen heeft laten verstrijken;
  • uit dit proces-verbaal blijkt juist dat het college de klagers meermaals in de gelegenheid heeft gesteld om de beroepen aan te vullen, nadat de accountant zich na beëindiging van de opdracht had teruggetrokken als gemachtigde.

De correspondentie over de verschillende procedures en de NOW-steekproef is gericht aan het recreatiepark. De accountant mocht ervan uitgaan dat de klant op de hoogte was van de lopende procedures. Nadat de opdracht was beëindigd en zijn facturen onbetaald bleven kon van de accountant niet worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden voor de lopende procedures zou voortzetten. Het recreatiepark had zelf actie moeten ondernemen.

Ad 4a Belastingaangiften

Volgens de klagers heeft de accountant onjuiste belastingaangiften gedaan en de relevante posten niet besproken. De IB-aangiften van de dga en diens echtgenote bevatten aantoonbare fouten en onzorgvuldigheden. Zo is hun woonhuis afwisselend wel en niet bij de Belastingdienst opgegeven en is een stuk grond van de onderneming als privébezit van de dga opgegeven als box 3-vermogen. Dit onroerend goed moet volgens de klagers worden opgegeven in box 1, omdat:

  • op deze grond chalets bij het recreatiepark worden gerealiseerd;
  • de gehele infrastructuur daarvoor is aangelegd in 2020/2021;
  • er proefhuisjes zijn geplaatst.

Veel vragen zijn volgens de klagers ontstaan over het fiscaal inwonerschap en het gebruikelijk loon van de dga en zijn echtgenote. De accountant heeft de indruk gewekt dat aanslagen steeds moesten worden aangevochten, waardoor er sinds 2016 veel gesteggel is geweest met de Belastingdienst. Dit heeft geleid tot zittingen, boetes en ambtelijke verhogingen. De klagers vinden ook de Vpb-aangifte 2021 van een werkmaatschappij onjuist, omdat hierbij een negatief resultaat van een deelneming is opgenomen, terwijl er sprake is van een fiscale eenheid. De Belastingdienst heeft vragen gesteld over de deelnemingsvrijstelling en een correctie toegepast. Bij het bepalen van de afschrijving op de woning heeft de accountant geen rekening gehouden met de bodemwaarde van dit onroerend goed op basis van WOZ-waarde; ook dit heeft geleid tot vragen en correcties.

Volgens de accountant was het echtpaar ook al met de Belastingdienst in discussie over de woonplaatsfictie en het gebruikelijk loon, voordat hij met zijn werkzaamheden begon. De ambtshalve aanslagen en boetes zijn volgens de accountant het gevolg van achterstallige IB-aangiftes. De grond heeft hij in box 3 opgegeven, omdat er in die jaren niet zoveel mee gebeurde en er ook geen vergunning of financiering voor het chaletpark was. De accountant heeft dat besproken met de echtgenote van de dga. Ook heeft hij erop gewezen dat er in 2023 nog geen huurovereenkomst was en dat er in 2026 nog steeds geen chaletpark is.

Wat de Vpb-aangifte 2021 van één van de werkmaatschappijen betreft, vindt de accountant het verwijt over de deelnemingsvrijstelling heel vaag. Bij een Vpb-aangifte heeft hij steeds de enkelvoudige aangiften van de dochters meegestuurd, waarin de gegevens staan die de klagers noemen.

In de ogen van de Accountantskamer is het niet aannemelijk is geworden dat de accountant bij de IB-aangiften tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De discussie over het gebruikelijk loon en de domiciliekeuze speelde al vanaf 2016, dus voordat hij met zijn werkzaamheden begon. De klagers hebben geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat het woonhuis onjuist is opgegeven en dat de grond in box 1 had moeten worden opgegeven. Het is onduidelijk op welk moment de vergunningen voor het chaletpark zijn verleend en wanneer is begonnen met de ontwikkeling van de grond.

Bovendien volgt uit het controlerapport van de Belastingdienst dat de ontwikkeling van de grond in 2019 nog niet aan de orde was. In dit rapport staat namelijk dat:

  • er plannen zijn voor het aanleggen van zestig vakantiewoningen;
  • men een restaurant en bowlingcentrum wil bouwen;
  • de dga en zijn echtgenote nu bezig zijn met de vergunningen en financiering van de uitbreidingsplannen.

Uit het e-mailbericht, waarop de klagers zich beroepen, blijkt dat juist wél een deelnemingsvrijstelling kon worden toegepast.

De accountant heeft niet bestreden dat hij in de Vpb-aangifte bij de afschrijving van het onroerend goed ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de bodemwaarde. Hiermee heeft hij het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.

Ad 4b Procedures Belastingdienst

Volgens de klagers heeft de accountant een procedure gevoerd over gebruikelijk loon zonder stukken over deze procedure te delen en het recreatiepark daarover te informeren. Daardoor is het bedrijf geconfronteerd met een belastingclaim, die mogelijk niet verhaalbaar is. Pas nadat de accountant de gegevens had overgedragen, kwamen de klagers erachter dat een rechtszaak naderde. De accountant reageerde structureel niet op verzoeken en bezwaren.

De accountant bestrijdt dat de klant niet op de hoogte was van de procedure over het gebruikelijk loon. De discussie met de Belastingdienst speelde al voordat hij in september 2019 de opdracht aanvaardde.

De Accountantskamer vindt dat de klagers hun verwijten onvoldoende hebben onderbouwd en toegelicht. Zij hebben wel verwezen naar enkele producties, maar niet duidelijk gemaakt om welke feiten en stellingen het dan precies gaat, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor één maand.

De accountant heeft het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid verschillende keren geschonden, terwijl hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden onvoldoende regie heeft gevoerd en zich onvoldoende bewust is geweest van zijn verantwoordelijkheid als accountant. Het wordt de accountant zwaar aangerekend dat hij de verantwoordelijkheid voor het indienen van de NOW-aanvragen buiten zichzelf neerlegt en zich beroept op de wens zijn opdrachtgever. In zijn voordeel is meegewogen dat hij heeft gereflecteerd op zijn handelen en heeft besloten zich te laten uitschrijven als accountant.

Annotatie Lex van Almelo

Een Brabantse boer begint een pretpark op zijn erf en bouwt dat uit tot een recreatiebedrijf. Hij heeft een broertje dood aan financiële zaken en laat die over aan zijn vrouw. Zij kampt met ALS en overlijdt in 2023. De financiële administratie is ingewikkeld met acht vennootschappen en de patiënte maakt er een puinhoop van, waardoor jaarrekeningen te laat worden gedeponeerd en belastingaangiftes te lang op zich laten wachten. Daarbij komt gesteggel met de Belastingdienst over de hoogte van het gebruikelijk loon en de domiciliekeuze. Een en ander speelt al drie jaar voordat het recreatiepark een accountant-administratieconsulent inschakelt. De accountant stuurt een offerte, maar geen opdrachtbevestiging. Dat had volgens Standaard 4410 en gezien de complexe situatie wel gemoeten. In de offerte schrijft de accountant dat hij de administratie zal controleren, waarmee hij ten onrechte assurance suggereert, terwijl dat bij een samenstelopdracht uiteraard niet het geval is. Daarbij is de klant primair verantwoordelijk voor de gegevens en de keuzes, die de samensteller niet hoeft te verifiëren. Tenzij dit tot de opdracht van de accountant behoort. De accountant heeft wel een verantwoordelijkheid als deze ziet of vermoedt dat de aangereikte gegevens niet deugen of de klant zich niet aan de regels houdt. Dat laatste is het geval bij sommige NOW-aanvragen van het recreatiepark. Coronasteun wordt in principe verleend op groepsniveau, tenzij... Bij sommige aanvragen wordt "nee" ingevuld bij de vraag of de aanvrager behoort tot een groep. De accountant ziet dat door de vingers, omdat de klant dit wenst. Bij enkele andere NOW-aanvragen vult hij wel in dat de vennootschap deel uitmaakt van een groep. De accountant handelt daarmee vakonbekwaam en onzorgvuldig. Hij schendt het integriteitsbeginsel in de ogen van de Accountantskamer echter niet, omdat hij "ook NOW-aanvragen voor dezelfde vennootschappen heeft ondertekend waarbij de vraag of sprake was van een groepsonderdeel bevestigend is beantwoord". Ik vind het een aanvechtbare redenering. Ben ik geen moordenaar als ik drie mensen wel vermoord, maar twee niet? Hier was iets meer uitleg van de tuchtrechter welkom geweest.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.