Tuchtrecht

Primeur: doorhaling alleen voor controlepraktijk

Omdat hun controlewerkzaamheden in vier dossiers ver onder de maat waren, wordt de inschrijving van twee accountants-administratieconsulenten doorgehaald. Niet in het NBA-register, maar in het AFM-register, zodat zij nog wel andere werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren dan wettelijke controles.

Accountantskamer

Zaaknummers:
16/3132 en 16/3133 Wtra AK
Datum uitspraak:
21 juli 2017
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
doorhaling uit AFM-register voor 18 maanden
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
Nog niet gepubliceerd

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De assurance-poot van een accountantskantoor heeft sinds november 2009 een vergunning voor het verrichten van wettelijke controles. In oktober 2013 onderwerpt de NBA de accountantspraktijk van twee accountants-administratieconsulenten aan een periodieke toetsing. De twee hebben tijdens de toetsing de leiding over de assurance-poot en één van hen is mede-eigenaar.

Volgens het eindoordeel van de toetsing moet het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing op belangrijke onderdelen worden aangepast. In juli 2014 keurt de Raad voor Toezicht het ingediende verbeterplan goed en geeft het kantoor één jaar om de vereiste verbeteringen door te voeren.

In juli 2015 volgt de hertoetsing. Daarbij kijken de toetsers onder meer naar de dossiers van vier wettelijke controleopdrachten. Het oordeel hierover is negatief. Uit de bevindingen blijkt onder meer dat het kantoorbeleid ten aanzien van wettelijke controles tekortschiet.

Zo wordt alleen bij de opdrachtaanvaarding gekeken naar mogelijke bedreigingen voor de naleving van de fundamentele beginselen en gebeurt dat nadien niet meer periodiek per opdracht. Het standaardkwaliteitshandboek is niet toegespitst op hat kantoor en komt niet overeen met de feitelijke werkwijzen binnen de organisatie. De werking van het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing wordt niet jaarlijks geëvalueerd.

Verder ontbreekt:

  • een systeem om risicodossiers binnen de organisatie te selecteren en onder de aandacht te brengen;
  • een adequaat stelsel van inspecties achteraf;
  • een incidentenregistratie;
  • een centrale registratie waarin wordt bijgehouden of de medewerkers, die zijn ingeleend voor de uitvoering van een controleopdracht, voldoen aan de permanente educatieverplichtingen;
  • een controlehandboek.

In (een deel van) de controledossiers zijn onder meer de volgende tekortkomingen geconstateerd:

  • er waren onvoldoende geschikte werkzaamheden uitgevoerd (onder andere bij materiële posten en frauderisico’s);
  • er waren onvoldoende vastleggingen;
  • er was onvoldoende gekeken naar de interne beheersing bij de klant;
  • er bestond onvoldoende zicht op de administratieve organisatie van de klant;
  • het jaarverslag en de jaarrekening van de klant vertoonden gebreken;
  • er was onvoldoende nagegaan of de leden van het controleteam beschikten over passende competenties en capaciteiten;
  • er was niet voldoende gekeken naar de integriteit van de klant.

De Raad voor Toezicht informeert de AFM over de bevindingen en het negatieve oordeel. De NBA, die op basis van een convenant toezicht houdt namens de AFM, dient een klacht in tegen de twee accountants.

Klacht

Het stelsel van kwaliteitsbeheersing was onvoldoende afgestemd op de aard, omvang en het belang van de opdrachten. Er zijn zowel tekortkomingen op kantoorniveau als in de vier getoetste wettelijke-controledossiers.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Verweer

De accountants hebben de bevindingen niet of nauwelijks tegengesproken. Eén van hen zei dat hij had verwacht dat de uitkomst van de hertoetsing beter zou zijn geweest. Er was namelijk veel geïnvesteerd in interne en externe kennissessies en er waren in de twee voorafgaande jaren “evaluatiemomenten” geweest. Bovendien heeft het kantoor in die tijd nog een registeraccountant aangetrokken. De AA heeft zich uitgeschreven als extern accountant uit het AFM-register. Hij is nu werkzaam op het terrein van koop en verkoop van kantoren in de accountantsbranche, kantoorinnovatie en digitaal werken. Verder adviseert hij over compliance bij met name samenstelopdrachten en een enkele wettelijke controleopdracht.

De andere AA erkent dat het kantoor te veel hooi op zijn vork had genomen door volledig over te gaan op een elektronisch werkprogramma en tegelijkertijd een volledig nieuwe controlesystematiek in te voeren. Ook deze accountant heeft zich wegens het negatieve eindoordeel na de hertoetsing uitgeschreven als extern accountant bij de AFM.  De wettelijke controleopdrachten zijn volgens hem nu op orde, mede omdat:

  • het kantoor daarbij een registeraccountant inzet die tijd en budget heeft;
  • er onderling reviews worden gehouden;
  • een externe compliance officer is ingeschakeld.

Toch is besloten de wettelijke controleopdrachten af te stoten en de AFM-vergunning in te leveren.

Bevoegheid NBA

Hoewel het deels gaat om toezicht op wettelijke controles is de NBA bevoegd een tuchtklacht in te dienen. De NBA heeft op basis van het toezichtsconvenant een periodiek onderzoek ingesteld bij het kantoor, waarvan de accountants onderworpen zijn aan het tuchtrecht. En als zij zich niet houden aan de regels rondom het stelsel van kwaliteitsbeheersing die volgen uit de Wta en Bta, houden zij zich ook niet aan het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en deskundigheid uit de VGBA. In de toelichting bij de artikelen 12 tot en met 15 van de VGBA staat namelijk dat de regels over onder andere permanente educatie, controlewerkzaamheden en kwaliteitssystemen nadere invulling geven aan het fundamentele vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Overtreding van de voorschriften voor het kwaliteitsstelsel (die voortvloeien) uit de Wta is ook een overtreding van de voorschriften (die voortvloeien) uit de Wab, zoals de Verordening op de kwaliteitstoetsing.

Volgens de NBA voldoet het stelsel van kwaliteitsbeheersing van het kantoor niet aan de Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten (NVAK-ass).

Volgens de Accountantskamer moet hier echter worden getoetst aan de regels voor kwaliteitsbeheersing, de onafhankelijkheid en de integere bedrijfsvoering uit de Wta, het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta) en de Verordening accountantsorganisaties (VAO). De twee accountants hadden er op grond van artikel 3 van de VAO en artikel 21 Wta voor moeten zorgen dat het kantoor een voldoende stelsel van kwaliteitsbeheersing had.

Conclusie

De accountants hebben in strijd gehandeld met:

  • diverse voorschriften uit de NVCOS en de VGBA;
  • de artikelen 12, 16, 18, 21, 22 van de Wta;
  • de artikelen 8, 11, 16, 18, 32, 33 van het Bta;
  • de artikelen 2, 5, 6, 9 en 31 van de VAO.

Daarmee hebben zij zich niet gehouden aan het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Gezien de aard en de omvang van de tekortkomingen was het stelsel van kwaliteitsbeheersing ten aanzien van wettelijke controles onvoldoende.

Maatregel

(Tijdelijke) Doorhaling van de inschrijving in het AFM-register voor achttien maanden.

Volgens één van de accountants is de praktijk door de genomen maatregelen inmiddels wel op orde en zal het kantoor in de zomer van 2017 of eind 2017 stoppen met wettelijke controles, vanwege het lage rendement en het hoge afbreukrisico. De NBA staat positief over de genomen maatregelen en vertrouwt erop dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing wel voldoet voor andere dan wettelijke-controlewerkzaamheden.

De ernstige tekortkomingen in de wettelijke-controlepraktijk betekenen niet dat het kwaliteitsstelsel voor wat betreft de niet-wettelijke controleopdrachten ook niet op orde is. De NBA heeft daar positieve verwachtingen van.

Gezien de ernst van de overtredingen ligt een doorhaling in het accountantsregister voor de hand. Dat zou echter betekenen dat de twee accountants niet meer kunnen functioneren als (openbaar) accountant, terwijl er geen reden is te twijfelen aan hun functioneren op het terrein van  de non-assurance. De Accountantskamer beperkt de doorhaling daarom tot de inschrijving in het register van de AFM.

Volgens de Accountantskamer kun je uit de wetsgeschiedenis opmaken dat de wetgever zich bij de Wtra niet heeft gerealiseerd dat het opportuun zou kunnen zijn om een onderscheid te maken tussen doorhaling van een accountant in het AFM-register dan wel het NBA-register. Er is geen dwingende wettelijke grond om (artikel 2 onderdeel e, in samenhang met artikel 1 onder i van) de Wtra zo uit te leggen dat doorhaling in alleen het AFM-register niet mogelijk zou zijn. Daarentegen houdt een doorhaling in het NBA-register natuurlijk wel in dat de betrokkene niet kan functioneren als externe accountant, zodat dit ook altijd moet leiden tot doorhaling in het AFM-register.

Deze wetsinterpretatie leidt ook tot een rechtvaardiger resultaat in de rechtspraktijk, omdat er anders een rechtsongelijkheid zou bestaan ten opzichte van accountants die direct worden getoetst door de AFM. Die worden bij onvoldoende kwaliteit uitgeschreven uit het AFM-register, maar blijven ingeschreven in het NBA-register. Met deze uitleg van de Wtra kan de tuchtrechter bovendien beter afwegen of de overtredingen zo ernstig zijn dat de tuchtrechtelijk aangeklaagde externe accountant in het geheel dan wel gedeeltelijk niet meer zou mogen functioneren als accountant.

Annotatie Lex van Almelo

Het is bij mijn weten de eerste keer dat de NBA bij de uitvoering van het toezichtsconvenant met de AFM een tuchtklacht heeft ingediend wegens tekortkomingen in de wettelijke-controlepraktijk. De Accountantskamer betreedt dus min of meer nieuw terrein en werkt zijn oordeel minutieus uit. Met de kennelijke bedoeling het oordeel appèl-proof te maken.

Met name de maatregel schreeuwt om een toelichting. De Wtra spreekt van doorhaling in de registers. Dat meervoud slaat op het NBA- en het AFM-register. De vraag is of je de wet nu zo mag uitleggen dat een accountant slechts uit één van de registers wordt geschrapt.

Het gaat hier om accountants van een kleiner kantoor die hun vingers hebben gebrand aan wettelijke controles. De accountants hebben al besloten met de wettelijke-controlepraktijk te stoppen en hebben de AFM-vergunning ingeleverd. Een tijdelijke doorhaling uit het AFM-register voegt dus weinig toe.

Voor de buitenwacht zou het geen slecht signaal zijn geweest als de ernstige tekortkomingen in de controlepraktijk van een kleiner kantoor zou worden gesanctioneerd met een doorhaling uit het NBA-register. Want, zoals de Accountantskamer zelf zegt, als het kwaliteitsstelsel ernstig tekort schiet in de controlepraktijk schiet het ook als geheel tekort. Als de NBA vindt dat het kantoor de zaakjes voor wat betreft de andere werkzaamheden nu wel op orde heeft, zou die doorhaling korter mogen uitvallen dan anderhalf jaar.

De Accountantskamer kijkt echter verder dan dit ene geval en kaart de rechtsongelijkheid aan tussen externe accountants die onder direct toezicht staan van de AFM en externe accountants die namens de AFM worden gecontroleerd door de NBA of SRA. Ten behoeve van de rechtsgelijkheid moet het mogelijk zijn tekortschietende accountants ook bij NBA- of SRA-toezicht op de wettelijke-controlepraktijk alleen maar door te halen in het AFM-register. Met deze mogelijkheid wordt ook het sanctiearsenaal van de tuchtrechter iets verfijnder.

Het zou goed zijn als het College van Beroep voor het bedrijfsleven hier in hoger beroep een oordeel over velt. De twee accountants zijn met de schrik vrij gekomen en hebben weinig te winnen bij hoger beroep. Het is dus aan de NBA om in appel te gaan en aan te sturen op uitsluitsel in deze.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang vier keer per week (maandag, woensdag, donderdag en vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox..