Tuchtrecht

Manipulaties boekhouding niet aangetoond

Een accountant-administratieconsulent onderbouwde de ontslagaanvraag van een administrateur met negatieve cijfers en kon toen nog niet weten dat het definitieve jaarresultaat positief zou uitvallen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
16/1250
Datum uitspraak:
16 oktober 2018
Oordeel:
hoger beroep ongegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:536

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent gaat in 2013 accountantswerkzaamheden uitvoeren van een voormalige growshop, die dan een reguliere handel is in onder meer planten, zaden en potgrond. Een belangrijke afnemer van de plantenhandel is een gelieerde firma in Hongarije.

Een vrouw, die sinds 1 september 1996 administrateur is bij de growshop respectievelijk plantenhandel, wordt per 1 juni 2014 om bedrijfseconomische redenen ontslagen. De plantenhandelaar heeft de ontslagaanvraag bij het UWV onderbouwd met een kolommenbalans en een winst- en verliesrekening over 1 januari tot en met 30 november 2013, die de accountant heeft samengesteld. Die balans en de resultatenrekening laten een verlies zien van anderhalve ton.

De jaarrekening over heel 2013 vertoont daarentegen een positief resultaat van zo’n veertig mille. De kantonrechter heeft het ontslag, waarvoor het UWV toestemming had verleend, kennelijk onredelijk verklaard. Over deze beslissing wordt nog geprocedeerd.

De ontslagen vrouw dient een klacht in bij de Accountantskamer, omdat de accountant volgens haar:

a. de post voorraden in de balans handmatig zonder te tellen heeft verminderd en de post dubieuze debiteuren, waarvoor eerder al een te hoge voorziening was opgenomen, ten onrechte opnieuw heeft opgevoerd;

b. de definitieve cijfers over 2013, die al op 10 januari 2014 bekend waren, had moeten (laten) presenteren aan het UWV.

De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond, omdat die onvoldoende is onderbouwd.

De vrouw gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

a. De accountant heeft de post voorraden onjuist aangepast. De voorraad is niet geteld en was bovendien groter dan de cijfers van 30 november 2013 aangeven. Zo zijn de goederen uit Hongarije al veel eerder teruggehaald. De post ‘dubieuze debiteuren’ is verhoogd van 50 naar 100 procent van de vorderingen op de Hongaarse firma. Niet omdat werd gevreesd dat de vorderingen oninbaar waren door een faillissement en oninbaarheid, maar om een zo hoog mogelijke achterwaartse verliesverrekening (‘carry back’) te genereren en het ontslag rond te krijgen. Enkele (hoge) debiteurenposten zijn ten onrechte aangemerkt als dubieuze debiteur.

b. Bij de ontslagaanvraag heeft de accountant cijfers gebruikt die een negatief resultaat van ruim 155 duizend euro lieten zien, terwijl hij al de cijfers over heel 2013 had, die een positief resultaat lieten zien van 39.408 euro; pas bij een verlies zou het UWV een ontslagvergunning verlenen.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Ad a

Met de aanpassing van de post ‘voorraden’ heeft de accountant niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De aansluiting tussen de financiële administratie en de voorraadadministratie zou pas worden gemaakt als de voorraad was geteld. In de tussentijd mocht de accountant zich baseren op de voorraadadministratie. De accountant mocht afgaan op de informatie van de directie.

Op de zitting bij het college heeft de vrouw gezegd dat zij in oktober 2013 een factuur van zestig- tot tachtigduizend euro heeft opgemaakt voor goederen die waren ontvangen uit Hongarije, maar dat zij die niet in de voorraadadministratie had ingeboekt omdat op de werkvloer nog geen telling had plaatsgevonden. De voorraadadministratie was dus niet up-to-date. Volgens het college hoefde de accountant dat niet te weten. De accountant heeft de voorraad per 30 november 2013 voorzichtigheidshalve met 5 procent afgewaardeerd in verband met de geschatte hoeveelheid incourante goederen. Het college vindt dit vaktechnisch niet onjuist.

Met de vaststelling van de post ‘dubieuze debiteuren’ is tuchtrechtelijk ook niets mis. Het was redelijk dat de accountant een voorziening liet opnemen voor de resterende vordering, omdat de Hongaarse firma al langere tijd in financieel zwaar weer verkeerde, in oktober 2013 helemaal niet meer voldeed aan haar verplichtingen en volgens de plantenhandelaar op de rand van faillissement stond. Omdat de plantenhandelaar gevangen zat in het buitenland was het twijfelachtig of een andere debiteur nog zou voldoen aan zijn verplichtingen. Een voorziening daarvoor was dus ook redelijk.

Zelfs als de post ‘dubieuze debiteuren’ was verhoogd om een zo hoog mogelijke ‘carry back’ te genereren, betekent dat niet zonder meer dat de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar handelde. Op basis van de toen bekende informatie, gezien het voorzichtigheidsbeginsel en gezien zijn ruime beoordelingsmarge heeft de accountant een verantwoorde beslissing genomen. Bovendien had de Belastingdienst na een boekenonderzoek geen bezwaar tegen de achterwaartse verliesverrekening. De vrouw heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de post ‘dubieuze debiteuren’ alleen of voornamelijk is verhoogd om haar ontslag mogelijk te maken.

Ad b

Volgens de accountant was het positieve resultaat pas zichtbaar toen hij in de loop van 2014 een hogere waarde constateerde van:

  • de uit Hongarije teruggehaalde goederen;
  • het vrijvallen van een schuld van de onderneming aan de Hongaarse firma;
  • een vordering, die eerder als dubieus was aangemerkt, alsnog werd betaald;
  • er bij de telling per 31 december 2013 geen incourante voorraad bleek te zijn.

Volgens het college heeft de vrouw ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat de accountant de definitieve en positieve cijfers van 2013 al had toen hij de ontslagaanvraag in januari 2014 onderbouwde. De accountant had toen nog geen volledig beeld van het resultaat over 2013. Hij heeft dan ook niet het objectiviteits- of integriteitsbeginsel geschonden.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Een voormalig uitbater van een growshop mocht als plantenhandelaar van het UWV zijn administrateur ontslaan. Uit voorlopige jaarcijfers bleek namelijk dat de onderneming anderhalve ton verlies had gemaakt. Mede omdat de accountant voorzichtigheidshalve enkele voorzieningen had opgenomen. Uiteindelijk bleek het verlies een bescheiden winst. De ontslagen administrateur heeft niet aangetoond dat de accountant enkele posten heeft gemanipuleerd, op de hoogte was of had moeten zijn van de meevallers en dat hij de feitelijke voorraad kende toen hij de ontslagaanvraag onderbouwde met voorlopige cijfers.

Wellicht strekt het haar tot troost dat de kantonrechter haar ontslag kennelijk onredelijk heeft verklaard. Maar het laatste woord van de rechter is nog niet gesproken, zodat dit voorlopige positieve resultaat uiteindelijk negatief voor haar kan uitvallen.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.