Tuchtrecht

In schijn partijdig door préconcept rapport te verstrekken

Een accountant-administratieconsulent geeft een préconcept van zijn rapport van bevindingen aan een interim-directeur, terwijl hij dat nog moet bespreken met twee betrokken dga’s. Daarmee heeft hij de indruk gewekt niet objectief te zijn.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/2481
Datum uitspraak:
21 november 2018
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2018:82

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een onderneming, die bouwcentra en doe-het-zelf-winkels exploiteert en vastgoed ontwikkelt, heeft twee dga’s. De groep bestaat onder meer uit een participatie- en een beheer-bv. Eén van de aandeelhouders is accountant-in-business, bestuurder van de participatie-bv en algemeen directeur van de beheer-bv, waaronder de meeste werkmaatschappijen uit de groep vallen. Eind 2012 ontfermt de afdeling Bijzonder Beheer van een bank zich over de groep. De bank benoemt een interim-directeur die aan het herstel moet werken.

Na overleg met een commissaris en de interim-directeur draagt de participatie-bv een accountant-administratrieconsulent op vragen te beantwoorden over enkele gelieerde rechtspersonen, het borgen van de borgstellingsprovisie voor de bank, de beloning van de directie en de rekening-courantvordering van de participatie-bv op de bv van de algemeen directeur.

In oktober 2014 stuurt de AA aan de interim-directeur en de participatie-bv de ‘préconceptrapportage’. In de begeleidende e-mail onderstreept de rapporteur dat het niet is toegestaan deze versie verder te verspreiden, aan anderen ter inzage te geven of er over te communiceren. Het préconcept krijgt de interim alleen om te bepalen of de accountant nog nadere werkzaamheden moet verrichten.

De rapporteur geeft ook alvast aan dat hij om vaktechnische redenen geen conclusies mag trekken of zijn mening mag geven. “Maar uiteraard kunnen we wel bespreken wat ik ergens van vind!” In het rapport staat echter een persoonlijke noot van de accountant, die vindt dat de algemeen directeur een ongebruikelijk hoog salaris en pensioen krijgt; te meer omdat dit elk jaar wordt verhoogd met 5 procent.

Niet lang daarna schorst de interim de algemeen directeur als bestuurder van de participatie- en de beheer-bv, omdat:

  • er vermoedens zijn gerezen over vermenging van privé- en ondernemingsbelang en onttrekking van vermogen aan de onderneming;
  • er een ernstige vertrouwensbreuk bestaat tussen de algemeen directeur en de andere dga die samenwerking onmogelijk maakt;
  • de algemeen directeur in de ogen van de bank aan geloofwaardigheid heeft verloren;
  • de algemeen directeur niet constructief samenwerkt met de interim manager.

De algemeen directeur stopt “in goed onderling overleg” met zijn werkzaamheden. In de media verschijnen berichten over miljoenenfraude. Korte tijd later stuurt de accountant zijn conceptrapport aan de algemeen directeur en de andere dga, met een kopie aan de commissaris. Hoewel de accountant de verspreidingskring beperkt, stuurt de interim-directeur het conceptrapport kort daarna naar de Belastingdienst. Vervolgens laat hij de geschorste directeur weten dat:

  • hij het conceptrapport inmiddels heeft besproken met de andere dga;
  • deze geen inhoudelijke opmerkingen had;
  • deze wel nog een aanvullend stuk heeft aangeleverd.

Aan de advocaat van de geschorste directeur schrijft de accountant dat uit eigen onderzoek van de commissaris en de interim al genoeg feiten en omstandigheden naar boven waren gekomen om een schorsing te rechtvaardigen. Begin 2015 wordt de schorsing verlengd op een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de participatie-bv.

De algemeen directeur heeft er bezwaar tegen dat:

  • de accountant het conceptrapport ook heeft besproken met de interim-directeur;
  • de accountant op diens voorstel de volgorde van de onderwerpen in het rapport heeft aangepast;
  • de gebruikerskring is uitgebreid.

Volgens de accountant bestaan er “geen vaktechnische bezwaren tegen het uitbreiden van de gebruikerskring, aangezien het rapport bestaat uit een beschrijving van de administratieve, financiële en fiscale gang van zaken op basis van aangeleverde stukken, oftewel een weergave van feitelijke bevindingen”.

Na een telefoongesprek met de advocaat van de onderneming legt de accountant in zijn dossier vast dat hij een bedreiging ziet om tot een zorgvuldige voortzetting en afronding van zijn conceptrapportage te komen. Er wordt namelijk te veel druk uitgeoefend om het rapport definitief te maken zonder rekening te houden met de input van de geschorste directeur. Opzegging van de opdracht zou een optie zijn om de bedreiging het hoofd te bieden.

Twee dagen later schrijft de accountant aan de andere dga en de interim-directeur dat hij zijn opdracht teruggeeft vanwege de bedreigingen voor de naleving van de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit en zorgvuldigheid. De interim stuurt het conceptrapport niettemin naar de Belastingdienst. De accountant verzoekt hem vervolgens om de Belastingdienst te zeggen dat het rapport niet mag worden gebruikt.

De geschorste directeur dient een klacht in tegen de accountant.

Klacht

De accountant heeft:

  1. zich niet gerealiseerd dat het ging om een persoonsgericht onderzoek en daardoor een verkeerd normenkader gehanteerd en bij drie gelegenheden dreigende inbreuken op de fundamentele beginselen genegeerd; 
  2. naar eigen zeggen Standaard 4400 gehanteerd, maar er geen rekening mee gehouden dat het rapport gebruikt zou kunnen worden in een gerechtelijke procedure;  
  3. voordat hij zijn conceptrapport voor commentaar stuurde aan de klager en de andere dga een eerdere versie gestuurd aan de commissaris en de interim en die versie aangepast naar aanleiding van opmerkingen van de commissaris; daarbij heeft hij de bedreigingen voor zijn objectiviteit genegeerd; verder heeft hij aangeboden om met de interim te bespreken wat hij van de vastgestelde feiten vond; 
  4. te weinig gedaan om te voorkomen dat de Belastingdienst zijn conceptrapportage kreeg en oneigenlijk gebruikte;
  5. niet voldaan aan de documentatieverplichting van Standaard 4400.

Oordeel

Klachtonderdeel 3 is gegrond; de rest van de klacht is ongegrond.

Ad 1 Geen persoonsgericht onderzoek

In de Handreiking voor persoonsgerichte onderzoeken staat onder 5.1 dat het gaat om onderzoek naar het functioneren, het handelen of nalaten van een (rechts)persoon, die niet de opdrachtgevers(s) is (zijn). Volgens de opdrachtbevestiging zou de accountant op zes punten de administratieve, financiële en fiscale gang van zaken bij de participatie- en beheer-bv en de gelieerde vennootschappen in kaart brengen. Die omschrijving wijst er niet op dat de klager of diens holding het object van het onderzoek was.

Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn de klager persoonlijk of zijn holding ook geen object van onderzoek geworden. Ook de bewoordingen van het conceptrapport wijzen er niet op dat de accountant conclusies over de algemeen directeur heeft verbonden aan de uitkomsten. Dat de bevindingen invloed konden hebben op de (rechtspositie van) deze (rechts)personen maakt het onderzoek nog niet persoonsgericht.

Ad 2 Uitbreiding verspreidingskring

De accountant heeft weliswaar op verzoek van de commissaris de kring van gebruikers van het conceptrapport uitgebreid naar rechterlijke instanties. Maar dat concept zou hij nog bespreken met de klager en de andere dga, die zich dus nog konden uitlaten over de uitbreiding.

Paragraaf 6 van NV COS 4400 (verspreidingskring is beperkt tot de opdrachtgever(s)) is niet van toepassing in gevallen waarin een rapport op basis van deze Standaard (ook) bedoeld is om te worden ingebracht in een gerechtelijke procedure, de bevindingen een deugdelijke grondslag hebben en het rapport de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert.

Ad 3 Schijn partijdigheid

Voor de naleving van het objectiviteitsbeginsel moet de accountant iedere situatie vermijden die zijn professionele oordeelsvorming op een ongepaste wijze beïnvloedt. In de opdrachtbevestiging staat dat het bestuur verantwoordelijk is voor de afstemming van de werkzaamheden van de accountant met de interim-directie en de controller. Er staat bovendien expliciet dat die afstemming al is gedaan.

Daarom had de accountant het verzoek van de interim moeten weigeren om hem alvast een préconceptrapportage toe te sturen. Te meer omdat het rapport juist was bedoeld om de andere dga en de klager te “assisteren in het beantwoorden van diverse vragen die door de interim-directie zijn gesteld”. De persoonlijke noot die de accountant toevoegde - uitdrukkelijk niet bestemd voor de conceptrapportage - en zijn aanbod dat de interim kon laten weten wat hij vond, passen niet bij een opdracht op grond van Standaard 4400.

Met de manier waarop de accountant informatie heeft verzameld en gedeeld heeft hij de indruk gewekt dat hij zich bij zijn werkzaamheden ongepast heeft laten beïnvloeden door de interim-directeur en de commissaris. De klager heeft niet aangetoond dat dit ook echt is gebeurd. Maar op grond van de VGBA (artikelen 20 tot en met 22) moest de accountant in ieder geval de bedreiging voor de objectiviteit identificeren en beoordelen en voldoende doen om die weg te nemen of te reduceren tot een aanvaardbaar niveau.

Als de accountant was gebleken dat hij door de bedreiging niet objectief kon zijn, had hij de professionele dienst niet (langer) moeten verlenen en een en ander moeten vastleggen in het dossier. De accountant heeft niets van dit alles gedaan.

Ad 4 Gebruik Belastingdienst

In artikel 10 VGBA staat dat de accountant al het redelijke moet doen om aan gebruikers van informatie duidelijk te maken welke rol hij heeft gespeeld als anderen die verkeerd voorstellen. Nadat de accountant had vernomen dat de interim-directeur het conceptrapport naar de Belastingdienst had gestuurd, heeft de accountant gehandeld conform artikel 10 VGBA door de interim hierop meteen per e-mail aan te spreken.

Ad 5 Documenteren

Volgens de documentatieverplichting van Standaard 4400 moet de accountant vastleggen wat van belang is om het rapport te onderbouwen en aan te tonen dat de opdracht volgens de Standaard 4400 en de opdrachtvoorwaarden is uitgevoerd. Dat houdt onder meer in dat uit de documentatie moet blijken dat de accountant zich bij het aanvaarden van de opdracht rekenschap heeft gegeven van de aard van het onderzoek.

De accountant hoeft niet vast te leggen welke regels niet van toepassing zijn of welke werkzaamheden hij niet zal verrichten. De accountant heeft voldaan aan deze documentatieverplichting door aan te geven dat de opdracht zal worden uitgevoerd in overeenstemming met onder meer Standaard 4400 en dat de rapportage bestaat uit feitelijke bevindingen. Een rapportage die volgens Standaard 4400 is opgesteld mag worden overgelegd aan de rechter. De accountant hoeft daarom in zijn dossier niets vast te leggen over het uitbreiden van de kring van gebruikers tot rechterlijke instanties.

Maatregel

Waarschuwing.

Annotatie Lex van Almelo

Nadat de afdeling Bijzonder Beheer van een bank daarop heeft aangedrongen, komt een interim-directeur een onderneming saneren. Het vermoeden ontstaat dat één van de twee dga’s van het bedrijf – een accountant die staat ingeschreven bij de NBA – zichzelf verrijkt ten koste van de onderneming. Een AA krijgt de opdracht de administratieve, financiële en fiscale gang van zaken te onderzoeken.

Nog voordat de onderzoeker het conceptrapport voorlegt aan de dga’s laat hij een ‘préconcept’ zien aan de interim-directeur. De accountant wil weten of hij voldoende heeft gedaan om de vragen te beantwoorden. Op voorstel van de interim past de accountant de indeling van het rapport aan en wordt het rapport ook gebruikt in een gerechtelijke procedure. Als de interim het conceptrapport verstrekt aan de Belastingdienst laat de accountant hem weten dat dit niet mag en dat hij de Belastingdienst moet zeggen dat die het concept niet mag gebruiken.

Met dat laatste heeft de accountant zich keurig gehouden aan Standaard 4400. Praktijkhandreiking 1112 is volgens de Accountantskamer niet van toepassing, omdat de opdrachtgever zijn eigen administratie en werkwijze laat onderzoeken. Het onderzoek lijkt zich feitelijk toe te spitsen op de algemeen directeur. Maar het onderzoek betreft ook de andere dga en het conceptrapport werd, zoals het hoort, aan beiden voorgelegd.

Het voorleggen van het ‘préconcept’ aan de interim-directeur kan echter niet door de beugel. De accountant laadt daarmee de schijn van partijdigheid op zich. En ook al heeft hij zijn oordeel niet laten beïnvloeden door de interim – de accountant had de bedreiging voor zijn objectiviteit moeten onderkennen en het hoofd bieden. Uit het dossier blijkt echter niet dat hij die bedreiging heeft opgemerkt. Daarentegen heeft hij de druk om de opdracht af te ronden, zonder dat de geschorste directeur had gereageerd op het conceptrapport, wel terecht als aanleiding gezien om zijn opdracht terug te geven. Dit is ook netjes terug te vinden in het dossier.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.