Tuchtrecht

Privacywet geen basis voor inzage in rapport

Twee ontslagen managers klagen zonder succes over de accountant die hun inzage in zijn onderzoeksrapport weigerde. De verspreidingskring was contractueel beperkt tot de raad van bestuur en aan de Wet bescherming persoonsgegevens kunnen zij geen inzagerecht ontlenen.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/2433 Wtra AK
Datum uitspraak:
18 mei 2018
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2018:33

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Bij een dochteronderneming van de salesgroep van een energieconcern maken enkele medewerkers bij de vertrouwenspersoon anoniem melding van misstanden. Het concern laat de Group Internal Audit een intern onderzoek uitvoeren. De uitkomsten leiden tot het ontslag op staande voet van twee managers van de dochteronderneming. Volgens de vaststellingsovereenkomst zullen de twee per 1 april 2017 opkrassen.

Na het ontslag maken enkele medewerkers van de dochteronderneming hun zorgen over de bedrijfscultuur kenbaar bij de raad van bestuur van het concern. Een registeraccountant krijgt de opdracht een onderzoek in te stellen om “de kennelijk bestaande of recent ontstane onrust te mitigeren”. Hij zal uitsluitend rapporteren aan de raad van bestuur.

De twee managers eisen bij de raad van bestuur dat de onderzoeker hun hoort, anders herroepen zij de vaststellingsovereenkomst. In september 2017 spannen zij een kort geding aan tegen de salesmaatschappij en eisen inzage in het onderzoeksrapport. Als de raad van bestuur toezegt dat zij de relevante stukken te zien zullen krijgen die hebben geleid tot hun ontslag trekken de twee het kort geding in.

Een paar weken later vragen de ontslagen managers de accountant om inzage in het onderzoeksrapport. Deze weigert, omdat de verspreidingskring is beperkt tot de raad van bestuur. Daarna eisen de twee vergeefs in kort geding dat de accountant alle stukken afgeeft die bij de onderzoeksopdracht horen. Vervolgens dienen zij een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer. De raad van bestuur doet dan een schikkingsvoorstel: als de managers stoppen met procederen – waaronder de tuchtprocedure tegen de accountant – dan zal het concern de proceskosten voor eigen rekening nemen en niet verhalen op de managers. De managers wijzen het voorstel af.

Klacht

De accountant heeft:

a. ten onrechte geweigerd klagers inzage te verstrekken “in het gehele onderzoek, inclusief alle rapportages”;

b. tegenstrijdige informatie verstrekt over het uitgevoerde onderzoek;

c. zich niet onafhankelijk en objectief opgesteld bij het onderzoek;

d. met het schikkingsvoorstel geprobeerd onder deze tuchtklacht uit te komen.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

Ad a Vertrouwelijkheid

Volgens de managers is de accountant op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens verplicht hun inzage te geven in zijn rapport en in de documenten die ten grondslag liggen aan zijn onderzoek. De accountant wijst erop dat hij een vertrouwelijk intern advies heeft uitgebracht aan de raad van bestuur, dat niet aan derden mag worden verstrekt. De ontslagen managers hebben bovendien geen belang bij de stukken, omdat het niet gaat over hun functioneren. De accountant heeft het ontslag van de managers beschouwd als een gegeven.

Al zouden de gevraagde stukken al gegevens bevatten van de ontslagen managers - volgens de Accountantskamer houdt de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geen verplichting in om de betrokken personen inzage te geven in de verwerkte persoonsgegevens. Degene die de persoonsgegevens heeft verwerkt, hoeft alleen maar te zeggen welke gegevens zijn verwerkt, maar mag dat op grond van artikel 43 aanhef en onder e van de Wbp weigeren voor zover dit noodzakelijk is om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.

De accountant is met zijn opdrachtgever overeengekomen dat zijn advies alleen aan de raad van bestuur zou worden verstrekt. Het bestuur heeft niet alle documenten waarop het rapport is gebaseerd. De Wbp biedt geen basis voor wat de ontslagen managers verlangen van de accountant. Er zijn ook geen andere (beroeps- of gedrags-)regels die de accountant dwingen tot het geven van inzage. Daarbij komt dat de voorzieningenrechter in januari 2018 heeft gezegd dat:

  • de twee geen rechtmatig belang hebben bij het beschikken over de gevraagde stukken;
  • niet kan worden uitgesloten dat de belangen van de gesprekspartners, met wie geheimhouding is afgesproken, zwaarder moeten wegen dan het belang van de ontslagen managers.

Ad b, c en d

De ontslagen managers hebben deze klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Als een intern onderzoek naar de bedrijfscultuur van een afdeling geen persoonsgericht onderzoek is en de onderzoeker heeft afgesproken dat hij alleen rapporteert aan de raad van bestuur dan hebben ontslagen personen, die betrokken waren bij de onderzochte cultuur, geen recht op een afschrift van het rapport of op inzage in de onderliggende stukken. De accountant hoort die stukken contractueel uitsluitend te verstrekken aan de raad van bestuur en inzage te weigeren aan derden.

Als de accountant al persoonsgegevens van de klagers heeft verwerkt, hoeft hij volgens de Wet bescherming persoonsgegevens hooguit te zeggen welke persoonsgegevens dat zijn. Die wet geeft echter ook ruimte om inzage te weigeren als dat noodzakelijk is om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.