Tuchtrecht

Verzoek aan fiscus achter rug betrokken persoon om

Een accountant-administratieconsulent communiceert gebrekkig met een werkneemster van een klant en vraagt zonder volmacht aan de Belastingdienst om haar jaaropgave te corrigeren.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/1599 Wtra AK
Datum uitspraak:
30 april 2018
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2018:26

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent doet de loonadministratie voor een vennootschap onder firma. Hij heeft die overgenomen van een administratiekantoor. Eén van de werknemers van de vof ontdekt in 2014 bij het invullen van haar aangifte inkomstenbelasting 2013 dat op haar loon ten onrechte loonheffingskorting is toegepast. Haar zoon geeft dit door aan de accountant en verzoekt hem de jaaropgave van zijn moeder te corrigeren.

In juni 2014 dient de accountant een correctie loonheffing 2013 in bij de Belastingdienst. In een begeleidende brief schrijft hij de fiscus dat er geen rekening mee was gehouden dat de werkneemster géén recht had op loonheffingskorting. De accountant vraagt om uitstel van betaling van een eventueel opgelegde privé-aanslag totdat de ib-aangifte is gecorrigeerd.

De accountant krijgt kort daarna een brief van de zoon. Deze beklaagt zich er namens zijn moeder over dat de accountant haar opnieuw onheus te woord had gestaan toen zij telefonisch vroeg om een gecorrigeerde jaaropgave 2013 van de vof. De zoon geeft de accountant elf dagen de tijd om hiervoor te zorgen.

In juli 2014 krijgt de accountant een brief van de advocaat van de vrouw. De advocaat wijst erop dat:

  • de vrouw naast haar dienstverband een uitkering ontving in verband met haar overleden partner;
  • de accountant echter ten onrechte bij de fiscus heeft aangegeven dat zij recht heeft op arbeidskorting;
  • de vrouw door de foutieve jaaropgave een naheffing ontving van ongeveer 2600 euro;
  • de vrouw de accountant herhaaldelijk heeft aangesproken op de foutieve jaaropgave en haar zoon hem vroeg dit alsnog te wijzigen;
  • de accountant helemaal niet heeft gereageerd;
  • de vrouw extra (advocaat)kosten heeft moeten maken.

De advocaat sommeert de accountant om hem binnen een week “uitsluitend schriftelijk” te berichten dat hij de jaaropgave over 2013 alsnog zal corrigeren. De accountant mailt terug dat hij wel degelijk aan de kwestie heeft gewerkt. Als bewijs voegt hij de  brief aan de Belastingdienst bij, alsmede de onjuiste én de gecorrigeerde jaaropgave 2013. De zoon vraagt de accountant om de advocaat- en andere kosten ad vierhonderd euro te vergoeden. De accountant schrijft onder meer terug dat:

  • de vrouw en zoon onnodig en “op eigen verantwoording” juridisch advies hebben ingewonnen;
  • de werkgever van de vrouw nog steeds geen formulier heeft ontvangen, waarmee de vrouw kenbaar maakt dat de loonheffingskorting niet moet worden toegepast.

De advocaat meldt de accountant dat juridisch advies niet nodig was geweest als de accountant eerder:

  • een afschrift aan de zoon en/of vrouw had gestuurd van de brief, die hij aan de fiscus had gestuurd;
  • de verzoeken van de zoon had ingewilligd.

Nadat de advocaat een klacht heeft ingediend, zegt de klachtencommissie van de NBA in 2016 dat de accountant de vrouw op grond van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid een afschrift van zijn brief aan de Belastingdienst had moeten verstrekken. De advocaat sommeert de accountant de kosten van de klachtenprocedure - 2.753,07 euro - te betalen.

In juni 2016 laat een medewerkster van het accountantskantoor de advocaat weten dat de accountant zo spoedig mogelijk na terugkeer van zijn vakantie contact zal opnemen. In december stuurt de advocaat een herinnering en in januari 2017 nogmaals. De accountant stelt een minnelijke regeling voor. De vrouw vindt die echter onaanvaardbaar.

Het administratiekantoor dient een klacht tegen de accountant in.

Klacht

De accountant heeft:

a. geen gehoor gegeven aan verzoeken om een fout in de loonverwerking van de vrouw te herstellen of heeft daarover althans onvoldoende gecommuniceerd met de vrouw;

b. de gemaakte (advocaat)kosten niet vergoed;

c. na de gegrondverklaring van de klacht door de klachtencommissie van de NBA niet of niet adequaat gereageerd op correspondentie van en namens de vrouw.

Oordeel

De klachtonderdelen a en c zijn (deels) gegrond.

Ad a

De accountant heeft namens de vof een correctie op de aangifte loonheffing ingediend, een gecorrigeerde jaaropgave vervaardigd en deze namens de vrouw aan de Belastingdienst gestuurd. Of hij daartoe verplicht was, laat de Accountantskamer in het midden. Maar omdat hij zich kennelijk de belangen van de vrouw had aangetrokken, moest hij haar dat wel expliciet laten weten. Dat heeft hij pas gedaan nadat hij een brief van haar advocaat ontving.

Naar eigen zeggen had de accountant al telefonisch een en ander uitgelegd aan de vrouw. Uit zijn brief van september 2014 aan haar zoon blijkt echter dat hij de indruk had dat de vrouw zijn uitleg niet had begrepen. Daarom was een telefonische uitleg niet voldoende.

Verder heeft hij namens de vrouw een brief geschreven aan de Belastingdienst en namens haar verzocht om uitstel van betaling. Het spreekt voor zich dat hij dat niet had mogen doen zonder uitdrukkelijke volmacht van de vrouw. Hij had haar spontaan een afschrift moeten sturen van de brief die hij in juni 2014 stuurde aan de Belastingdienst. Door dit niet te doen, heeft de accountant in strijd gehandeld met de eisen die voortvloeien uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Ad b

Het is vaste jurisprudentie van de Accountantskamer dat het innemen van een civielrechtelijk standpunt alleen onder bijzondere omstandigheden kan leiden tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. Zulke omstandigheden doen zich hier niet voor.

Ad c

Het verwijt dat de accountant niet bereid is geweest de gemaakte kosten te vergoeden, is ongegrond omdat het hierbij gaat om een civielrechtelijk standpunt, zie klachtonderdeel b.

De accountant heeft alleen de brief van de advocaat uit januari 2017 ontvangen, met daarin het verzoek om “met een passend tegenvoorstel” te komen. Omdat hij toen inderdaad een voorstel heeft gedaan, is dit verwijt feitelijk ongefundeerd.

Ondanks een toezegging heeft hij echter niet gereageerd op de brief die de advocaat in juni 2016 stuurde. Dat de opstelling van zijn aansprakelijkheidsverzekeraar hiervoor een goed excuus was, heeft de accountant niet aangetoond. Door niet te reageren op de brief van de advocaat heeft de accountant onvoldoende zorgvuldig gehandeld.

Maatregel

Waarschuwing.

Annotatie Lex van Almelo

Je hoort als accountant gewoon te reageren als iemand telefonisch en schriftelijk vraagt om haar/zijn fiscale gegevens en opgaven te corrigeren. Als je de Belastingdienst vervolgens namens die persoon verzoekt de gegevens te corrigeren, moet je zorgen dat je een volmacht hebt en die persoon informeert over dat verzoek. Uiteraard hoor je ook fatsoenlijk te reageren op brieven van haar/zijn advocaat, zeker als je dat toezegt.

Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar kennelijk had deze accountant er moeite mee.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.