Tuchtrecht

Geen stukken achtergehouden en geen ongepaste taal

Een registeraccountant die werd gewaarschuwd wegens het achterhouden van stukken en informatie en een onzakelijke e-mail haalt in hoger beroep zijn gelijk: het had misschien beter gekund, maar tuchtrechtelijk verwijtbaar is het niet.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/1122
Datum uitspraak:
29 mei 2018
Oordeel:
hoger beroep deels gegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:234

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een thuiszorg- en bewindvoeringsbedrijf voor de GGZ-sector laat de boekhouding doen door een administratiekantoor voor startende bedrijven. De directie van het bedrijf bestaat uit een moeder en haar dochter. De eigenaar van het administratiekantoor is als registeraccountant verbonden aan een gelieerd accountantskantoor. Een andere registeraccountant van het accountantskantoor zal de samenstellingswerkzaamheden uitvoeren en bevestigt de opdracht.

De accountant/eigenaar van het administratiekantoor schrijft in een reeks e-mails aan (één van) de directeuren van de cliënt onder meer dat hij:

  • een offerte heeft ontvangen van de notaris voor de oprichting van een nieuwe bv, om de thuiszorg- en bewindvoeringsactiviteiten te scheiden;
  • graag betrokken wil blijven bij de transacties;
  • graag een kopie ontvangt van het paspoort van de echtgenoot van de directrice, om die in te kunnen schrijven als bestuurder van de nieuwe bv;
  • de laatste gegevens aan de notaris zal doorgeven als hij die heeft ontvangen van de directeuren.

De cliënt reageert niet of amper op deze e-mails, die de samenstellend accountant in cc ontvangt. De directrice wil bij de herstructurering niet verder met de accountant. In een reactie steekt de accountant/eigenaar van het administratiekantoor zijn ergernis hierover niet onder stoelen of banken. Zo schrijft hij onder meer:

  • “Ook op de zaken waar je geen verstand van hebt, meen je constant controle te moeten uitoefenen”;
  • “Je laat je naar onze mening veel te veel leiden door je emoties en vertrouwt niet op de vakkundigheid en eerlijkheid van de mensen die je hebt ingehuurd”;
  • “…zitten we midden in boekhoudkundige werkzaamheden voor het boekjaar 2016 (…) Daar wordt dus nu abrupt een streep door gezet en zal lastig worden bij het overnemen door onze opvolger(s)”.

De samenstellend accountant laat de raadsvrouw van de directie weten dat het accountantskantoor geen gegevens heeft over de boekhouding van het bedrijf, omdat het bij de samenstelwerkzaamheden afschriften gebruikte van de financiële bescheiden die de cliënt leverde aan het administratiekantoor.

De directrice van het thuiszorg- en bewindvoeringsbedrijf mailt de accountants dat zij het contract met het administratiekantoor opzegt, maar dat met het accountantskantoor wil voortzetten. Zij vraagt - vergeefs - om de naam van de notaris die betrokken is bij de herstructurering. Verder vraagt zij om een compleet afgerond dossier tot 1 september 2016, de eindfactuur en daarna nog een paar keer om de naam van de notaris.

De manier waarop de opdracht met het administratiekantoor is beëindigd, vindt de directrice “zeer onvriendelijk en uitermate slordig”. Zij vindt het spijtig “dat het niveau zo moet dalen” en schrijft dat zij pas een afspraak voor het afrondingsgesprek wil maken als zij de adresgegevens van de notaris, de administratie en de eindfactuur heeft ontvangen. Zij draagt de zaak over aan een advocaat.

Aan de advocaat schrijft de directeur van het administratiekantoor (dus niet de accountant/eigenaar) dat het bedrijf het administratiekantoor geen toegang meer geeft tot het Exactonline-programma en het kantoor daardoor geen afgeronde administratie kan leveren. Het kantoor zal de originele stukken van de cliënt alsnog retourneren.

De directeur schrijft verder dat het kantoor al was begonnen met de splitsing van de thuiszorg- en bewindvoeringsactiviteiten, maar dat de cliënt midden in het herstructureringstraject contact wilde zoeken met de notaris, hoewel haar dat werd ontraden. Het kantoor zal de directrice alle informatie sturen “zodra wij het idee zouden hebben dat deze inhoudelijk aan de opdracht van cliënt aan ons kantoor zou voldoen”. De naam van het notariskantoor zou de directrice overigens al hebben gekregen via haar privémailadres.

Voor de afronding van de opdracht moet de directrice 750 euro ex btw betalen en een verklaring ondertekenen dat het administratiekantoor geen verantwoordelijkheid meer draagt voor de herstructureringsopdracht.

De directrice dient een klacht tegen de accountants in bij de Accountantskamer. Die verklaart de klacht tegen de samenstellend accountant ongegrond en die tegen de eigenaar van het administratiekantoor deels gegrond. Deze accountant krijgt een waarschuwing, omdat hij ten onrechte weigerde de stukken uit haar administratie terug te geven en haar misleidende informatie gaf. De accountant/eigenaar gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

  1. Op de zitting maakte de voorzitter van de Accountantskamer met diverse opmerkingen een vooringenomen indruk en vroeg aan het slot onder welke voorwaarden de klager bereid zou zijn de klacht in te trekken; de accountant mocht zijn pleitnota niet overhandigen en moest antwoorden op gesloten vragen.
  2. De Accountantskamer houdt de eigenaar/accountant ten onrechte verantwoordelijk voor de werkzaamheden die het administratiekantoor uitvoerde voor de klaagster en toetste ten onrechte aan “de nieuwe voorschriften van de NVKS”, terwijl deze pas op 1 januari 2018 in werking zijn getreden en het kleine administratiekantoor geen accountantskantoor is.
  3. De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat de accountant zijn zorgplicht heeft verzaakt door herhaalde verzoeken om informatie in de wind te slaan; de accountant heeft de cliënt wel geïnformeerd; de belangen van de cliënt waren er overigens het best bij gediend om de gegevens pas na deugdelijke afronding van het dossier te verstrekken, gezien de recente ervaringen met deze cliënt.
  4. Niet de accountant maar de statutair directeur van het administratiekantoor was verantwoordelijk voor teruggave van de stukken uit de administratie; het is feitelijk onjuist dat het administratiekantoor heeft geweigerd die stukken onmiddellijk terug te geven; het kantoor heeft al in augustus 2016 aangeboden de stukken te overhandigen, maar de cliënt heeft die pas in maart 2017 opgehaald.
  5. De Accountantskamer heeft ten onrechte kritiek op de toonzetting, het taalgebruik, veronderstellingen, verwijten en beschuldigingen in de-mail van de accountant over de voorgenomen afronding van de werkzaamheden; de accountant heeft zijn zorgen over de verdere toekomst van de cliënte nog eens uitdrukkelijk uiteengezet door nogmaals te wijzen op een aantal zwakheden en personen in de organisatie; daarmee heeft hij juist voldaan aan zijn zorgplicht; er staat geen onvertogen woord of onbetamelijke kwalificatie in; inhoudelijk was het e-mailbericht niet onjuist of anderszins in strijd met de waarheid; het bericht was uitsluitend gericht aan de directrice en niet bestemd voor derden of voor publicatie; met zijn deskundigheid heeft hij de cliënte voor “aardig wat kleine en grote rampen” behoed.

Oordeel

Het hoger beroep is deels gegrond en de klacht geheel ongegrond.

Ad 1 Keurig proces

Deze verwijten zijn niet onderbouwd. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt niet onomstotelijk dat de Accountantskamer de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft geschonden. Daaruit valt alleen op te maken dat de klager inderdaad geen pleitnota heeft ingediend, maar niet dat hem dit werd geweigerd. De klager heeft het laatste woord mogen voeren, maar ervan afgezien dit recht te verzilveren.

Hoe het ook zij - in hoger beroep heeft de klager zijn argumenten in volle omvang naar voren kunnen brengen, zodat hij niet is geschaad in zijn processuele belangen. Op de zitting van het college heeft hij dit bevestigd. Dat er vorm- of procedurefouten staan in de uitgewerkte uitspraak is niet gebleken.

Ad 2 Verantwoordelijkheid accountant

Uit alle omstandigheden waarop de Accountantskamer zijn de uitspraak baseert, blijkt dat de accountant op alle niveaus persoonlijk betrokken was bij of verantwoordelijk was voor de werkzaamheden die het administratiekantoor uitvoerde voor het thuiszorg- en bewindvoeringsbedrijf. Dat de accountant is verbonden aan het accountantskantoor en de administratieve werkzaamheden van het administratiekantoor niet onder het accountantstuchtrecht vallen, is geen reden om de klacht niet-ontvankelijk te verklaren. Een accountant is nu eenmaal tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor zijn beroepsmatig handelen (zie artikel 22 lid 1 Wtra in samenhang met artikel 31 lid 1 Wta en artikel 42 lid 1 Wab).

De verwevenheid van de accountant met het accountants- en administratiekantoor is ook geen reden om onderscheid te maken tussen de rollen. Datzelfde geldt voor het beantwoorden en ondertekenen van stukken van het bedrijf die de accountant onder zich had.

De Accountantskamer heeft bij zijn oordeel, dat de accountant verantwoordelijk moet worden gehouden voor de werkzaamheden van het administratiekantoor, wel voorschriften uit de Tijdelijke NVKS en NVAK-aav genoemd, maar het oordeel niet daarop gebaseerd.

Ad 3 Zorgplicht niet geschonden

In een e-mailbericht van 10 augustus 2016 schrijft de accountant aan de directrice van de cliënt of zij voor de notaris van een bepaald kantoor de aandeelhoudersregisters kan opzoeken. Op dezelfde dag heeft hij haar ook de naam van zijn contactpersoon bij dit kantoor doorgegeven. Die persoon was de medewerker met wie hij tot dan toe contact had gehad over de herstructurering.

Volgens het college heeft de accountant de cliënt hiermee adequaat geïnformeerd, voldoende transparantie betracht en de cliënt niet op een dwaalspoor gezet. Met de namen van het notariskantoor en de contactpersoon kon de cliënt immers gemakkelijk de personen vinden die zich bezighielden met de herstructurering. In tegenstelling tot de Accountantskamer vindt het college dat de accountant niet het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden noch de daaruit voortvloeiende zorgplicht.

Ad 4 Teruggave stukken

In tegenstelling tot de Accountantskamer vindt het college dat de accountant niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Nadat de directrice had gemeld dat zij niet langer gebruik wilde maken van de diensten van de accountant en/of het administratiekantoor, is haar aangeboden op korte termijn een afspraak te maken om de opdracht af te wikkelen en de stukken te overhandigen. Het voorstel om de opdracht op deze manier af te ronden, is niet verwijtbaar. Het kantoor heeft de stukken pas veel later overgedragen, omdat de cliënte niet reageerde op dit aanbod.

Ad 5 Gepaste e-mail

Anders dan de Accountantskamer vindt het college niet dat de accountant het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. De accountant heeft zich niet bediend van onbehoorlijke taal en is uiteindelijk binnen de grenzen van een gepaste en zakelijke bejegening gebleven. Ook al waren zijn analyse van de oorzaken van de mislukte samenwerking en de kritiek op de handelwijze van de directrice grotendeels overbodig en was meer terughoudendheid wellicht beter geweest.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

De accountant beklaagde zich er in hoger beroep over dat de Accountantskamer hem te veel de mond had gesnoerd. Uit het proces-verbaal van de zitting valt echter alleen op te maken dat de accountant geen pleitnota heeft ingediend en zijn recht op het laatste woord niet heeft gebruikt.

Hoe het ook zij – in hoger beroep heeft hij zich uitgebreid verweerd. En met succes. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven komt op basis van de aangedragen feiten tot de conclusie dat de accountant niets tuchtrechtelijk verwijtbaars heeft gedaan. Daarmee is niet gezegd dat de Accountantskamer vooringenomen was, zoals de accountant beweerde. Vaak zie je dat accountants en klagers hun standpunten in hoger beroep feitelijk beter onderbouwen.

De accountant had overigens geen succes met het standpunt dat hij als eigenaar van het administratiekantoor niet verantwoordelijk was voor de administratieve werkzaamheden en het administratiekantoor niet verantwoordelijk was voor de herstructureringsadviezen. Het loketten-argument dat de klacht dus aan de verkeerde was gericht en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard, stuit af op de Wtra, Wta en Wab die bepalen dat een accountant tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor zijn beroepsmatig handelen. Dus ongeacht pet of loket.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.