Tuchtrecht

Vriendendienst zonder deugdelijke grondslag

Een registeraccountant levert op verzoek van de advocate van een vrouw een – ongefundeerde - opinie over de draagkracht van een dga ten behoeve van een echtscheidingsprocedure. De vrouw is bevriend met de partner van de accountant, die zijn objectiviteit niet waarborgt.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/1865 Wtra AK
Datum uitspraak:
15 maart 2019
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor 3 maanden
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:21

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een dga van enkele bv’s ligt in scheiding en bakkeleit met zijn ex over de hoogte van de alimentatie. De advocate van de vrouw vraagt een registeraccountant om een opinie. Daarin moet hij de jaarrekeningen van één van de bv’s analyseren en met name kijken “of er naast het dga-salaris, ook ruimte is voor bijvoorbeeld dividenduitkeringen”. De rechter moet namelijk “het werkelijk te verwerven inkomen uit een onderneming” bezien. De accountant stuurt de gevraagde opinie naar de advocate, die de opinie gebruikt in de echtscheidingsprocedure.

De dga dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant:

a. (of zijn kantoor) heeft geen officiële opdracht gehad en evenmin een opdrachtbevestiging verstrekt;

b. heeft geen hoor en wederhoor toegepast;

c. is bevriend met de gescheiden vrouw en is onprofessioneel geweest door zakelijk en privé niet te scheiden;

d. heeft een opinie uitgebracht met allerlei onjuistheden en niet onderbouwde aannames en conclusies over het bedrijf van de dga.

Oordeel

De klachtonderdelen a en b zijn ongegrond, de klachtonderdelen c en d zijn gegrond.

Geen deugdelijke grondslag

Volgens vaste rechtspraak van de Accountantskamer moet een accountant, die weet dat zijn rapportage wordt gebruikt om het standpunt van zijn opdrachtgever in een gerechtelijke procedure te ondersteunen, er in elk geval voor zorgen dat zijn rapportage de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. Dat kan het geval zijn als:

  • de inhoud van de rapportage onjuist of onvolledig is;
  • de bevindingen of conclusies een deugdelijke grondslag missen;
  • het rapport ten onrechte geen duidelijke voorbehouden of beperkingen bevat.

Een deugdelijke grondslag ontbreekt niet alleen als de bevinding of de conclusie onjuist is, maar ook als die ontoereikend is gemotiveerd. De basis voor een bevinding en een conclusie en de gehanteerde maatsta(f)(ven) waarop die (mede) berusten, moeten (in beginsel) duidelijk zijn terug te vinden in de rapportage zelf.

Al deze eisen vloeien voort uit het vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Dat de wederpartij van de opdrachtgever de bevindingen en conclusies (doorgaans) kan bestrijden in een gerechtelijke procedure is geen reden die eisen niet te stellen. Zelfs als voor de uitgevoerde werkzaamheden geen vergoeding is betaald.

Ad a ‘Officiële’ opdracht onnodig

Of de accountant nu wel of geen opdracht had, laat de Accountantskamer in het midden. Er bestaat namelijk geen gedrags- of beroepsregel die de accountant voorschrijft dat deze:

  • een (‘officiële’) opdracht nodig heeft voor het afgeven van een opinie;
  • een opdrachtbevestiging stuurt aan de opdrachtgever.

Ad b Geen hoor en wederhoor

Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven mist een rapport, zoals deze opinie, niet per se een deugdelijke grondslag om de enkele reden dat er geen hoor en wederhoor is toegepast. Hoor en wederhoor toepassen is een middel om een deugdelijke grondslag te verkrijgen. Of de deskundigheid van de accountant en de verrichte werkzaamheden een deugdelijke grondslag vormen, hangt met name af van de inhoud en strekking van het rapport.

In dit geval was de opdrachtgever niet de klager, maar de advocate van de ex. Dat betekent dat de accountant zich zo nodig niet zelf tot de klager had kunnen wenden, maar daarvoor toestemming nodig had van de advocate. De dga heeft niet aannemelijk gemaakt dat de advocate die toestemming had verleend. Dat ligt ook bepaald niet voor de hand gezien de slechte verstandhouding tussen de dga en zijn ex. De accountant hoefde daarom geen hoor en wederhoor toe te passen voordat hij zijn opinie schreef en uitbracht. Dat neemt niet weg dat:

  • de opinie ook zonder hoor en wederhoor een deugdelijke basis moet hebben;
  • een accountant zijn opdracht teruggeeft als hij tot de conclusie komt dat hij geen deugdelijke grondslag kan verkrijgen voor zijn rapportage als hij de wederpartij van de opdrachtgever niet hoort.

Ad c Niet objectief

Dat de ex bevriend is met de partner van de accountant en dat hij en zijn partner de ex hebben opgehaald bij de echtelijke woning is op zichzelf geen reden om te zeggen dat de accountant niet mocht optreden voor de ex-vrouw en dus het verzoek van de advocate had moeten afwijzen. Wel had de accountant zich moeten afvragen of die vriendschap een bedreiging vormde voor zijn objectiviteit. Op de zitting heeft de accountant hierover gezegd dat hij:

  • zich dat heeft afgevraagd;
  • zich ervan bewust was dat er een mogelijke bedreiging voor zijn objectiviteit bestond;
  • zich daarom heeft afgezonderd met alle informatie die hij had en er verder met niemand over heeft gesproken.

De Accountantskamer vindt die maatregel niet adequaat. De geringe informatie die de accountant had, was vooral afkomstig van de ex-vrouw en haar advocate. Gezien de belangen van de vrouw bij de uitkomst van de gerechtelijke procedure kon niet worden uitgesloten dat de accountant zich bij zijn afwegingen ongepast liet beïnvloeden. De accountant heeft zich niet gehouden aan de fundamentele beginselen van objectiviteit respectievelijk van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door:

  • niet onder ogen te zien of hij op zoek had moeten gaan naar andere informatiebronnen;
  • zich ook niet af te vragen of hij wel aan het verzoek van de advocate kon voldoen;
  • geen adequate maatregel te treffen.

Ad d Onjuistheden en aannames

Hoewel een opdracht(bevestiging) niet per se nodig is, komt het doorgaans de kwaliteit, de inzichtelijkheid en de deugdelijke fundering van een rapportage ten goede als het doel van de werkzaamheden vooraf duidelijk wordt omschreven in een schriftelijk stuk van hetzij de opdrachtgever hetzij de accountant. Op de zitting heeft de accountant gezegd dat hij dit niet nodig vond, omdat het zou gaan om een kleine opdracht.

De accountant wist dat zijn opinie zou worden gebruikt voor een draagkrachtberekening, maar zei niet te weten hoe een draagkrachtberekening tot stand komt. Hij vond dat geen probleem, omdat hij die draagkrachtberekening zelf niet hoefde te maken. Hij heeft zich daarom niet verdiept in de achtergrondinformatie die de advocate hem aanreikte. Voor een deugdelijke grondslag had hij dat wel moeten doen.

In zijn opinie concludeert de accountant dat “op basis van de huidige resultaten en kasstromen voldoende ruimte is om extra privébestedingen (alimentatie) te financieren tot een bedrag van ca. € 74.000 netto uit dividend voor het lopende tijdvak”. Omdat hij zich niet heeft verdiept in de berekening van alimentatie spreekt het volgens de Accountantskamer voor zich dat de accountant hier niet de term “alimentatie” had moeten gebruiken.

Verder schrijft de accountant dat de analyse “vooral” is gebaseerd op:

  • de geconsolideerde balans per 31 december 2017;
  • de winst- en verliesrekening 2017 van de bv;
  • het kasstroomoverzicht uit de jaarrekening 2017;
  • een – niet nader aangeduid - schrijven van een medewerker van een/zijn accountantskantoor.

Op de zitting heeft de accountant desgevraagd gezegd dat hij:

  • ook informatie over de bv heeft gekregen van de ex-vrouw;
  • die informatie heeft geverifieerd aan de hand van de jaarrekening;
  • in de opinie wijst op afspraken met de Belastingdienst over de aflossing van een “OB-schuld” en over de afbouw van de “rekening-courant DGA”, terwijl hij niet beschikte over die afspraken.

De accountant heeft in zijn opinie dus ten onrechte niet alle informatie vermeld, waarop hij zijn mening heeft gebaseerd. Dat had hij gezien de vaste rechtspraak wel moeten doen. Daarnaast heeft hij de opinie kennelijk ook gebaseerd op informatie uit de tweede hand, terwijl hij daarvan zelf kennis had moeten nemen.

In de opinie is de accountant bovendien uitgegaan van de veronderstelling dat de markt, waarop twee andere bv’s van de dga opereren – te weten: de “bouw” - zal groeien. De activiteiten van de bv’s worden niet precies omschreven, maar volgens de accountant wist hij dankzij de informatie op de website van de Kamer van Koophandel en de informatie die hij van de ex-vrouw had gekregen wel ongeveer welke activiteiten de vennootschappen ontplooiden. De accountant had dit precies moeten nagaan of een voorbehoud moeten maken bij de aard van de activiteiten.

De opmerking dat “de solvabiliteit 46% bedroeg” en de conclusie dat dit “derhalve” voldoende is om dividenduitkeringen te doen, licht de accountant niet toe, waardoor de opinie ook op dit punt een deugdelijke grondslag mist.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor drie maanden. De werkwijze van de accountant vertoont ernstige tekortkomingen waardoor zijn opinie en zijn conclusie in meerdere opzichten ondeugdelijk zijn gefundeerd. Ook heeft hij onvoldoende waarborgen getroffen tegen de bedreiging van zijn objectiviteit. Verder heeft hij op de zitting geen enkel besef getoond dat hij onjuist heeft gehandeld. Zijn opmerking dat de mondelinge behandeling van de klacht “tijdverspilling” was, suggereert dat hij ook geen enkel belang hecht aan het naleven van de gedragsregels. Dat is extra ernstig, omdat zijn opinie bestemd was voor een gerechtelijke procedure en omdat de belangen van de klager daardoor worden geraakt.

Gezien de gebreken in de opinie vindt de Accountantskamer het “in de rede” liggen dat de accountant uit zichzelf aan de advocate of de rechtbank vraagt om de opinie uit het dossier te verwijderen. De Accountantskamer heeft niet de bevoegdheid om dit aan de accountant op te dragen.

Annotatie Lex van Almelo

Opdrachten in het kader van een echtscheidingsprocedure en een innige zakelijke dan wel een persoonlijke relatie vormen vaak een ongelukkig huwelijk. Vaak gaat het dan om een accountant die zijn klant bevoordeelt met partijdig werk. In dit geval gaat het om een vriendendienst, waar een advocaat tussen zit. De accountant en zijn vrouw waren bevriend met de ex van een ondernemer. De advocate van de ex vroeg de accountant om een opinie te leveren over de draagkracht van de dga. Wellicht stond de onderneming er goed genoeg voor om de dga meer geld uit te keren, zodat de dga zijn ex ook meer alimentatie kon betalen.

De accountant beschouwde dit als een kleine opdracht, waarvoor een opdracht en opdrachtbevestiging niet nodig waren. Daarin heeft hij gelijk. Hij hoefde in dit geval ook niet per se de dga te horen voor zijn opinie. Maar hij moest er wel voor zorgen dat die opinie een deugdelijke grondslag had. Hij moet dus zijn deskundigheid inzetten en voldoende werkzaamheden doen om zijn bevindingen en conclusies te schragen. Bovendien moet duidelijk worden uit het stuk op grond van welke informatie hij is gekomen tot zijn bevindingen en conclusies.

De accountant heeft zich echter niet verdiept in de normen voor alimentatieberekening en heeft vooral op basis van informatie die de advocate en de ex hem aanreikten geconcludeerd dat de dga nog maximaal 74 mille aan dividend uit de zaak kon halen en betalen aan zijn ex.

Naar eigen zeggen zag hij de bedreiging voor zijn objectiviteit wel, maar vond hij het voldoende om die in zijn eentje te verwerken, zonder invloeden van buitenaf.

Volgens de Accountantskamer onderschatte hij ook het belang van de gedragsregels, omdat hij de mondelinge behandeling van de klacht maar “tijdverspilling” vond. Tegen deze achtergrond is de zware schorsing van drie maanden te begrijpen.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.