Tuchtrecht

Belangenverstrengeling bij investeren in klant

Een accountant-administratieconsulent, die 18 mille leende aan zijn klant en 66 mille investeerde in een gezamenlijke onderneming, heeft geen misbruik gemaakt van zijn positie, maar evenmin voldoende aandacht besteed aan de belangenverstrengeling.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
18/828
Datum uitspraak:
23 april 2019
Oordeel:
hoger beroep ongegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2019:165

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent heeft een onderneming als klant die een softwaretool ontwikkelt en verkoopt. De accountant leent de ondernemer 18.150 euro. Via hun persoonlijke holding worden de ondernemer en de accountant ieder voor de helft eigenaar van de bv die de ontwikkeling van de tool gaat voortzetten.

De ondernemer exploiteert de tool via een eigen bv. De accountant leent de exploitatie-bv 66.066 euro en bedingt daarbij bepaalde zekerheden, waaronder een borgstelling door de moeder van de ondernemer.

De gezamenlijke bv maakt na enkele jaren nog steeds verlies en de ondernemer laat de accountant weten dat hij er (deels) mee wil stoppen en elders inkomsten wil proberen te genereren. Er ontstaat een civielrechtelijk geschil en de accountant wil binnen twee weken het uitgeleende geld terug. Na twee weken spreekt hij de moeder van de ondernemer aan als borg.

De ondernemer dient een klacht tegen de accountant in. De Accountantskamer verklaart de klacht deels gegrond, omdat de accountant de bedreigingen voor zijn objectiviteit heeft genegeerd. Maar de rest van de klacht wordt ongegrond verklaard. De ondernemer gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat de ondernemer de klachtonderdelen b en d niet feitelijk heeft onderbouwd. Daarin klaagt de ondernemer erover dat de accountant:

  • misbruik heeft gemaakt van zijn positie en gebruik gemaakt van de onwetende en afhankelijke positie van de ondernemer;
  • de ondernemer ten onrechte heeft gedwongen om door te gaan met de onderneming door te dreigen met het eisen van nakoming van de contracten.

Oordeel

Het hoger beroep is ongegrond.

De Accountantskamer vindt dat de ondernemer niet heeft aangetoond dat de accountant concreet misbruik heeft gemaakt van zijn positie en van de beweerde onwetende en afhankelijke positie van de ondernemer. De verschillende overeenkomsten wijzen daar niet op, terwijl beiden een taakverdeling hadden afgesproken, die was gebaseerd op ieders professionele bagage, waarbij de accountant ook zelf een aanzienlijk financieel risico liep. De accountant mocht de ondernemer daarom houden aan de contractuele verplichtingen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven schaart zich achter de overwegingen van de Accountantskamer. De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant hem in een afhankelijke positie heeft gemanoeuvreerd of op een of andere manier heeft gedwongen om de overeenkomsten aan te gaan. Zo zijn de voorwaarden voor de lening, waaronder het rentepercentage van 6 procent, niet exorbitant. Bovendien liep de accountant wel degelijk een financieel risico liep.

Maatregel

Waarschuwing.

Annotatie Lex van Almelo

Een accountant leent 18 mille aan een klant met wie hij een gezamenlijke onderneming begint en leent diens bedrijf later nog eens 66 mille. De accountant bedingt zekerheden en een rente van 6 procent. Als de twee ruzie krijgen en de accountant niet binnen twee weken zijn geld terugkrijgt, spreekt hij de moeder van de klant aan, die borg stond. De ondernemer kan ook in hoger beroep niet aantonen dat de accountant hem heeft gedwongen of misbruik heeft gemaakt van zijn positie noch dat hij de afgesproken zekerheden niet mocht uitwinnen.

In eerste aanleg heeft de Accountantskamer de belangenverstrengeling veroordeeld, omdat de accountant de bedreigingen voor zijn objectiviteit niet heeft gesignaleerd en geadresseerd. Het argument dat de accountant niet beroepsmatig heeft gehandeld, wuift de Accountantskamer weg. Door samen met zijn cliënt een onderneming te runnen, heeft de accountant zijn vakbekwaamheid als accountant ingezet. Daarom moest hij aandacht besteden aan de bedreigingen voor zijn objectiviteit en daartegen afdoende waarborgen treffen. De accountant heeft dit oordeel – terecht - niet aangevochten in hoger beroep.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.