Tuchtrecht

Fraudesignalen bij controle onvoldoende onderzocht

Een registeraccountant bespreekt het risico van fraude voor de controle met de directie, die later geld van klanten achterover blijkt te hebben gedrukt. Zelfs als de NMa een boete oplegt, twijfelt de accountant niet aan de integriteit van de directie en laat hij nader onderzoek achterwege.

Accountantskamer

Zaaknummers:
14/3085 Wtra AK
Datum uitspraak:
08 juli 2019
Oordeel:
grotendeels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:48

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant is verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekeningen 2010 van Groene Energie Administratie bv – hierna: Greenchoice - en van Energie Concurrent bv, dat in dat boekjaar 70 procent van de Greenchoice-aandelen bezit. Het resultaat na belastingen is 554 duizend euro bij een netto-omzet van 269,5 miljoen euro. Greenchoice verantwoordt de omzet in de jaarrekening door de ingekochte volumes aan gas en elektra te vermenigvuldigen met het gemiddeld verkooptarief, dat is ontleend aan de klantendatabase. Greenchoice brengt klanten maandelijks een voorschot in rekening; zij ontvangen één keer per jaar een afrekening.

Het boekjaar valt niet samen met het jaar waarover wordt afgerekend. Daarom wordt het verschil tussen de verantwoorde omzet en de berekende maar nog niet afgerekende voorschotten in de balans verantwoord onder de post ‘Nog te verrekenen inzake elektra en gas’. Volgens de jaarrekening van Greenchoice gaat het ultimo 2010 om 4,4 miljoen euro.

De accountant werkt sinds 2002 voor de groene-energieleverancier. In oktober 2010 houdt hij als controleleider met twee assistent-accountants een pre-auditmeeting met de directie. Daarin bespreekt hij dat in voorgaande jaren een omvangrijke post aan onverklaarde omzet is geconstateerd. Volgens de notulen van de meeting wordt dit veroorzaakt door onjuiste query’s voor de nog te factureren omzet aan elektra en gas. Uit de notulen blijkt verder dat:

  • het team de integriteit van de leiding niet bespreekt, maar het risico van werknemersfraude wel;
  • het voltallige controleteam zich volledig bewust is van het belang om rekening te houden met een mogelijke afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude;
  • het team moet letten op het risico dat de waardekringloop wordt doorbroken;
  • het risico bestaat van onrechtmatige excasso’s;
  • het risico bestaat dat termijnbedragen worden aangepast en klanten verwijderd;
  • het risico bestaat dat jaarnota’s opzettelijk niet worden verzonden, maar wel worden aangemerkt als betaald;
  • het risico bestaat dat bankrekeningen in- en excasso worden gemanipuleerd;
  • fraude door het aanpassen van bankrekeningnummers, termijnbedragen en excasso’s zich in het verleden daadwerkelijk heeft voorgedaan;
  • de procedures rondom de in- en excasso daarom zijn aangepast, net als de bevoegdheden van de medewerkers in de klantendatabase;
  • gezien de functiescheiding het geïdentificeerde frauderisico laag wordt ingeschat;
  • het team tijdens de interimcontrole de opzet, het bestaan en de werking van deze getroffen interne-beheersingsmaatregelen zal beoordelen om vast te stellen of het frauderisico in voldoende mate wordt afgedekt;
  • het team bij de eindejaarscontrole diverse gegevensgerichte werkzaamheden zal uitvoeren om dit risico te beperken, waaronder cijferbeoordelingen, verbandcontroles en detailcontroles.

In de pre-auditmeeting is ook het frauderisico op onvolledige opbrengstverantwoording besproken. Het risico hierop wordt laag ingeschat gezien de “aanwezige AO/IB” bij Greenchoice en “onze ervaringen uit het verleden”. Het team zal bij de interimcontrole de aanwezige functiescheiding binnen de organisatie beoordelen, alsmede de getroffen interne-beheersingsmaatregelen rondom het verkoopproces. Bij de eindejaarscontrole zal het team diverse gegevensgerichte werkzaamheden uitvoeren om dit risico te beperken, waaronder cijferbeoordeling, verbandcontroles en detailcontroles. Ook op dit punt zal het controleteam letten op mogelijke materiële afwijkingen.

De interimcontrole wordt gehouden rond eind november 2010, de eindcontrole medio 2011. In maart 2011 legt de NMa Greenchoice twee boetes op van in totaal ruim twee miljoen euro wegens overtreding van de Colportagewet. In de jaarrekening staan deze boetes onder het hoofd ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’. De directie van Greenchoice vecht de boetes aan, maar reserveert er wel geld voor in de balans. Tegen de accountant zegt de directie dat de omstreden verkooppraktijken twee jaar eerder zijn gestopt.

In een memo van de bespreking staat dat:

  • het accountantskantoor daarom geen aanleiding ziet de dienstverlening aan Greenchoice stop te zetten;
  • een team van de NMa op 14 maart 2011 “op bezoek is geweest” bij Greenchoice en zocht naar “het niet tijdig uitbetalen van afrekeningen uit hoofde van energie en gas aan ex-cliënten”;
  • “deze praktijken niet aan de orde zijn” volgens de directie;
  • de directieleden volledige medewerking verlenen aan het NMa-onderzoek;
  • de NMa niets heeft gezegd over laakbare of strafbare feiten en ook geen beschuldiging heeft geuit;
  • ook dit geen reden is om de dienstverlening stop te zetten.

In het directieverslag, dat is opgenomen in het accountantsrapport bij de jaarrekening 2010, staat een passage over het NMa-onderzoek. Het zou gaan om eindnota’s waarbij Greenchoice twijfelde aan de meterstanden die de netbeheerder had opgegeven. Greenchoice had dit gerepareerd voor de nog niet verstuurde eindnota’s van ex-klanten. De energieleverancier zou nu zelf de verantwoordelijkheid nemen om de juiste eindstanden te achterhalen. Het NMa-onderzoek was nog niet afgerond, maar de verwachting was dat de NMa in december met een boetebesluit zou komen. Onder ‘Overige gegevens’ wordt dit in de jaarrekening vermeld als belangrijke gebeurtenis na balansdatum.

Op 29 november 2011 geeft de accountant een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening 2010 van Greenchoice. Tien dagen later legt de NMa Greenchoice twee boetes op van in totaal 7,2 miljoen wegens het niet of niet tijdig verzenden van eindafrekeningen aan een grote groep kleinverbruikers. In het boetebesluit staat onder meer dat:

  • Greenchoice een deel van de opgemaakte eindafrekeningen opzettelijk verwijderde uit het bestand dat naar de drukker ging;
  • speciaal ontwikkelde software hiervoor onder andere afnemers selecteerde, die nog geld terug moesten krijgen van Greenchoice;
  • de geselecteerde afnemer de eindafrekening alleen ontving wanneer hij zelf contact opnam met Greenchoice;
  • een groot deel van de eindafrekeningen dus niet tijdig werd verzonden;
  • het eindsaldo op de eindafrekening niet financieel werd verrekend;
  • directieleden en medewerkers het in dit verband hadden over “illegaal schonen”;
  • er werd bijgehouden hoeveel geld er werd achtergehouden als gevolg van het schonen;
  • binnen het bedrijf algemeen bekend was dat het aanhouden van eindafrekeningen leidde tot het niet-versturen van eindafrekeningen;
  • medewerkers aangaven dat zij moeite hadden met het gevoerde beleid;
  • Greenchoice echter geen adequate maatregelen heeft getroffen om de processen aan te passen;
  • de NMa op 22 november 2011 heeft vastgesteld dat Greenchoice in 2011 alsnog eindafrekeningen heeft gestuurd aan ongeveer dertigduizend ex-klanten;
  • Greenchoice op basis hiervan in totaal ruim 9,3 miljoen euro heeft uitbetaald.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft de boetes in september 2014 om niet-inhoudelijke redenen herroepen. De toezichthouder mag namelijk geen boete opleggen als een energieleverancier de contractvoorwaarden niet naleeft. Overeind blijft de vaststelling dat Greenchoice vijf jaar lang in een groot aantal gevallen heeft nagelaten een eindnota te sturen aan afnemers die naar een andere energieleverancier overstapten.

In januari 2012 weigert Eneco als 30-procents aandeelhouder tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering de jaarrekening van Greenchoice vast te stellen. Eneco wil eerst zien wat uit het onderzoek komt dat een ander accountantskantoor doet naar de juistheid van de cijfers en goedkeurende verklaringen, ook die in het verleden. De directie van Greenchoice informeert de controleleider in maart 2012 over de enquêteprocedure die Eneco is begonnen bij de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer is het eens met de onderzoeker dat de directie zich heeft bezondigd aan wanbeleid. Deze conclusie stemt overeen met de constateringen van de NMa.

Drie weken later geeft de controleleider een goedkeurende verklaring af bij de geconsolideerde jaarrekening 2010 van Energie Concurrent. Op de laatste bladzijde van de controleverklaring staat als belangrijke gebeurtenis na de balansdatum dat de NMa eind 2011 voor 7,2 miljoen euro aan boetes heeft opgelegd, maar dat deze niet zijn verwerkt in de jaarrekening over 2010.

In augustus 2012 doet het kantoor van de controlerend accountant een incidentmelding bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) over Greenchoice. Er zijn vragen gerezen over de goedkeurende accountantsverklaringen bij de jaarrekeningen van Greenchoice en Energie Concurrent, terwijl uit onderzoek van NMa is gebleken dat Greenchoice jarenlang het geld in de zakken hield van klanten die hun contract hadden opgezegd. Eind 2014 dient de AFM een klacht tegen de controleleider in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

  1. onvoldoende controlewerkzaamheden verricht en onvoldoende zekerheid verkregen over de financiële overzichten om te zeggen dat deze geen afwijking van materieel belang bevatten ten gevolge van fraude of van fouten en had dus geen goedkeurende verklaringen kunnen afgeven bij de jaarrekeningen van Greenchoice en dochter Energie Concurrent;
  2. bij zijn controle geen of onvoldoende aandacht besteed aan twee gebeurtenissen na balansdatum, te weten de boetes die de NMa op 9 december 2011 oplegde aan Greenchoice en het niet vaststellen van de jaarrekening van Greenchoice door de aandeelhoudersvergadering begin 2012.

Oordeel

De klacht is grotendeels gegrond.

Fraude

De accountant vindt dat de klacht ten onrechte is geschreven vanuit NV COS 240, terwijl een accountantscontrole niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. Eindafrekeningen niet tijdig versturen, is geen fraude en was ook niet materieel. Dat Greenchoice niet voldeed aan de regelgeving valt hooguit onder NV COS 250.

Volgens de Accountantskamer miskent de accountant dat uit het onderzoek van de NMa ook blijkt dat “de financiële verrekening van het eindsaldo dat op de eindafrekening wordt weergegeven” uitbleef. Volgens de NMa gaat het om opzettelijke en systematische handelingen die voortvloeiden uit een expliciete keuze van het bestuur van Greenchoice. Daarom is het niet-verrekenen “zeer wel te scharen onder fraude in de zin van paragraaf 11 van NV COS 240”. In die paragraaf wordt fraude omschreven als een opzettelijke handeling door het management, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding met het doel een onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen.

Het is ook zeker fraude als je bedenkt dat:

  • deze jarenlange praktijk de mogelijkheid inhield om voormalige klanten te benadelen én om activa aan het bedrijf te onttrekken;
  • die onttrekking tot een afwijking van materieel belang kan leiden.

In dat kader is ook paragraaf 35 van NV COS 240 relevant, die gaat over de kwalitatieve materialiteitsaspecten van fraude. Volgens deze paragraaf moet de accountant zijn inschatting van de risico’s op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude herevalueren en zijn controlewerkzaamheden aanpassen als hij een al dan niet materiële afwijking constateert en reden heeft om aan te nemen dat die het gevolg is of kan zijn van fraude, waarbij het management betrokken is.

Op grond van NV COS 240 én het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid had de accountant steeds professioneel-kritisch moeten zijn. Volgens paragraaf 10 van de NV COS 240 is het bovendien belangrijk om:

  • frauderisicofactoren te onderkennen en in te schatten;
  • voldoende geschikte controle-informatie te verkrijgen over de ingeschatte risico’s van materieel belang ten gevolge van fraude.

In tegenstelling tot wat de accountant beweert, verwijt de AFM hem niet dat hij de ‘vermeende’ fraude niet heeft ontdekt, maar dat hij onvoldoende controlewerkzaamheden heeft verricht met het oog op het risico van een materiële afwijking als gevolg van fouten of fraude.

Ad 1 Controlewerkzaamheden en goedkeuring

Aanvang controle

Over de geconstateerde aansluitverschillen in voorgaande jaren heeft de accountant in het dossier vastgelegd dat de query’s in 2010 nog steeds niet bruikbaar zijn en daarom niet kunnen dienen als basis voor de aansluiting van de SOLL- en IST-positie. Hij heeft terecht onder ogen gezien dat Greenchoice de omzet op een andere manier vaststelt. Over de integriteit van de leiding heeft de accountant voldoende aannemelijk gemaakt en in het dossier vastgelegd dat er op dat moment geen omstandigheden waren die zouden moeten leiden tot twijfels hierover.

Ook de reactie van het management naar aanleiding van het NMa-onderzoek naar colportagepraktijken hoefde geen aanleiding te zijn om de integriteit van het management in twijfel te trekken. Door het verslag  van de bespreking met de financieel directeur te overleggen heeft de accountant voldoende aannemelijk gemaakt dat hij frauderisico’s wel heeft besproken met de leiding bij het begin van de interimcontrole. De verwijten zijn dus niet terecht voor zover die de aanvang van de controle betreffen.

Interimcontrole

Bij de interimcontrole heeft de accountant echter onvoldoende controlewerkzaamheden verricht. De uitgevoerde systeemgerichte werkzaamheden betreffen onvolledige opbrengstverantwoording en doorbreking van de waardekringloop. Daarbij wordt echter geen directe relatie gelegd met de frauderisico’s zoals de accountant die inschatte in de planningsfase. Bovendien is het frauderisico van ‘opzettelijk niet verzenden en als betaald aanmerken’ iets anders dan dat van onvolledige opbrengstverantwoording of onrechtmatige onttrekking.

De accountant bagatelliseert de betekenis van de uitkomsten van zijn systeemgerichte werkzaamheden. In het memo interim-controlebevindingen concludeert hij dat de werking van de AO/IB ten opzichte van het verkoopproces is vastgesteld en dat op de werking kan worden gesteund. Maar uit de context blijkt dat er ook redenen waren om andere systeemgerichte controlewerkzaamheden uit te voeren. Uit de stukken blijkt dat Greenchoice al jaren een gebrekkige administratieve organisatie heeft, zoals:

  • een klantendatabase die los staat van de financiële administratie;
  • aansluitingen die niet kunnen worden vastgesteld;
  • onjuiste uitzonderingslijsten.

Bovendien had de accountant nader onderzoek moeten verrichten naar aanleiding van de gevonden afwijkingen bij de eindafrekeningen. De accountant heeft een deelwaarneming gedaan van slechts zeven posten. Als je bij zo’n beperkte deelwaarneming zulke afwijkingen vindt als hier kun je niet concluderen dat de hele AO/IB goed werkt. Daar komt bij dat de AO/IB de gesignaleerde frauderisico’s moest ondervangen, wat eens te meer aanleiding had moeten zijn om de geconstateerde afwijkingen nader te onderzoeken.

De AFM focust terecht op fraude, aangezien de accountant zelf frauderisico’s heeft onderkend en met het oog daarop controlewerkzaamheden heeft verricht. Bovendien gaat het hier om een professioneel-kritische instelling en de vraag of een accountant genoegen moet nemen met afwijkingen, het ontbreken van uitzonderingsrapportages en aansluitingen. Een en ander is op zichzelf een voldoende reden om nadere vragen te stellen aan de leiding van de cliënt. Niet alleen vanuit fraude-optiek, maar ook om voldoende geschikte controle-informatie te krijgen.

Eindejaarscontrole

De post ‘Nog te verrekenen inzake geleverde elektra en gas’ is volgens de accountant niet in jaarlagen vastgelegd in de financiële administratie. Wel had Greenchoice extracomptabel een specificatie naar jaarlaag opgesteld. Volgens de accountant was het niet eenvoudig om deze specificatie te analyseren. Hij heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij deze post niet heeft gecontroleerd.

Op de zitting heeft de accountant beklemtoond dat hij de verantwoorde omzet heeft gecontroleerd door de SOLL-positie te bepalen op basis van de ingekochte hoeveelheden x de verkooptarieven. Zo kun je de omzet in totalen adequaat controleren, maar bij deze totaalbenadering is de post ‘Nog te verrekenen inzake elektra en gas’ slechts een totaalsaldo van enerzijds de berekende SOLL-positie en anderzijds de met (ex-)klanten afgerekende bedragen. Van die bedragen zat geen nadere specificatie per klant en/of jaarlaag in de administratie en het bedrag kon ook niet worden gesplitst in gas en elektra.

Gezien de geconstateerde significante aansluitverschillen met de klantendatabase had de accountant niet kunnen steunen op de uitzonderingslijsten. Ook de frauderisico’s die hij zag en de afwijkingen bij de uitgevoerde systeemgerichte werkzaamheden die hij had gevonden, noopten hem tot meer diepgaande werkzaamheden om voldoende geschikte controle-informatie over deze post te verkrijgen. Ook al staat achteraf niet vast dat het totaalsaldo bij deze post onjuist was.

De accountant had in dit stadium van de controle al een verband kunnen leggen tussen de afwijkingen in de eindafrekeningen die het team had gevonden bij de interimcontrole en het onderzoek van de NMa naar het niet tijdig versturen van eindafrekeningen. Maar omdat het NMa-onderzoek nog niet was afgerond, heeft de accountant niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door genoegen te nemen met wat de directie hem vertelde over het onderzoek.

Maar per saldo heeft de accountant onvoldoende controlewerkzaamheden verricht om de jaarrekeningen van Greenchoice en Energie Concurrent te kunnen goedkeuren. De goedkeurende verklaringen en gebrekkige interim- en de eindejaarscontrole zijn in strijd met:

  • NV COS 200;
  • NV COS 240;
  • het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid;
  • het fundamentele beginsel van professioneel gedrag.

Ad 2 Gebeurtenissen na balansdatum

De AFM verwijt de accountant dat hij tussen het afronden van de controle (augustus) en het afgeven van de goedkeurende verklaring (november) geen extra onderzoek heeft gedaan in verband met het NMA-onderzoek. Volgens de Accountantskamer heeft de accountant ten onrechte alleen maar aan de directie gevraagd wat de status was van het onderzoek en welke uitkomsten zij verwachtte. Hij wist dat Greenchoice naar aanleiding van dit onderzoek een hersteloperatie had uitgevoerd en dat de NMa naar verwachting met een boetebesluit zou komen in december. Dit had aanleiding moeten zijn voor meer en diepergaande werkzaamheden, ook al omdat hij:

  • zijn inschattingen over de integriteit van het management wellicht zou moeten bijstellen;
  • zou moeten vaststellen wat de mogelijke gevolgen daarvan waren voor de controle van balansposten;
  • moest vaststellen of de mededelingen over het NMa-onderzoek juist waren;
  • in het directieverslag de passage over de gebeurtenissen na balansdatum moest beoordelen.

Hij had niet alleen mogen afgaan op de mededelingen van Greenchoice-directie dat:

  • het om eindnota’s ging die te lang waren blijven liggen, omdat er twijfels bestonden over de door de netbeheerders opgegeven meterstanden;
  • er een reparatieactie was afgerond.

Hij had op zijn minst moeten nagaan welk bedrag met deze reparatie was gemoeid. In een situatie als deze is voor de vraag of nader onderzoek nodig is niet bepalend of de gebruiker van de jaarrekening juist en volledig was geïnformeerd. Onder de gegeven omstandigheden had het zonder meer voor de hand gelegen om de uitkomst van de extra werkzaamheden af te wachten alvorens een controleverklaring af te geven bij de jaarrekening.

In artikel 2:362 lid 6 van het BW staat dat de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van de financiële toestand tussen het opmaken van de jaarrekening en de vaststelling door de algemene vergadering, voor zover dat onontbeerlijk is voor het inzicht in vermogen en resultaat. De accountant heeft de directie hier eind november op gewezen in zijn begeleidende brief bij de afgifte van zijn goedkeurende verklaring. Volgens paragraaf 10 van NV COS 560 is de accountant niet verplicht na de datum van de controleverklaring controlewerkzaamheden uit te voeren met betrekking tot de financiële overzichten. Maar als hij tussen het afronden en de publicatie van de jaarrekening op informatie stuit die tot een andere controleverklaring had kunnen leiden, moet hij kijken of het noodzakelijk is de financiële overzichten aan te passen en de benodigde controlewerkzaamheden uitvoeren.

Voordat de (niet vastgestelde) jaarrekening werd gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel wist de accountant dat de NMa Greenchoice boetes had opgelegd van ruim zeven miljoen euro en ook waarom. Op grond van NV COS 560, NV COS 315 en NV COS 330 had de accountant moeten kijken of de motivering van de boetes aanleiding was om te twijfelen aan de integriteit van het management en de afgifte van de goedkeurende verklaring.

De weigering van Eneco om de jaarrekening vast te stellen en de directie decharge te verlenen, was daarvoor ook een reden. De accountant wist dat Eneco de resultaten van een onderzoek door het andere accountantskantoor wilde afwachten. Ook in dit verband mocht de accountant niet alleen afgaan op wat de Greenchoice-directie als reden voor Eneco opgaf om niet in te stemmen met de jaarrekening.

Toen de accountant de controleverklaring afgaf bij de jaarrekening van Energie Concurrent wist de accountant bovendien dat:

  • het andere accountantskantoor ging onderzoeken of de cijfers in de conceptjaarrekening van Greenchoice en de jaarrekeningen van voorgaande boekjaren correct waren en de goedkeurende verklaringen daarbij terecht waren afgegeven;
  • Eneco een enquêteprocedure aanhangig had gemaakt bij de Ondernemingskamer.

Ook in dit verband mocht de accountant niet alleen afgaan op de mededelingen van de directie van Greenchoice en Energie Concurrent over het accountantsonderzoek en de enquêteprocedure. De accountant heeft daarom in strijd gehandeld met:

  • bovengenoemde standaarden;
  • het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid;
  • het fundamentele beginsel van professioneel gedrag.

Maatregel

De accountant had onvoldoende geschikte controle-informatie om zijn verklaringen over de post ‘Nog te verrekenen inzake geleverde elektra en gas’ en de werking van de administratieve organisatie te onderbouwen. Hij heeft de controle niet professioneel-kritisch genoeg uitgevoerd en afgerond. Hij heeft duidelijke signalen van een gebrek aan integriteit van de directie niet nader onderzocht, maar daar alleen over gesproken met de directie.

Het is “onbegrijpelijk” dat de accountant niet met een scherpere blik heeft gekeken naar de integriteit van de directie nadat de boete van de NMa hierover twijfels opriep en dat hij toen onvoldoende aanvullende controlemaatregelen heeft ingezet. Nog onbegrijpelijker is zijn onkritische en nalatige houding bij de controle van Energie Concurrent, omdat hij toen wist dat Eneco de jaarrekening van Greenchoice niet wilde vaststellen, zolang de uitkomsten van een accountantsonderzoek naar de juistheid van de cijfers niet bekend waren. Bovendien wist de accountant toen dat Eneco een enquêteprocedure was begonnen bij de Ondernemingskamer.

Omdat de accountant “uitzonderlijk lang” heeft moeten wachten op deze beslissing van de Accountantskamer en omdat hij zich vrijwillig heeft laten uitschrijven uit het AFM-register is een waarschuwing passend en geboden.

Annotatie Lex van Almelo

De dga’s van Greenchoice stuurden er bewust op aan dat vertrokken klanten geen geld meer terugvroegen door hun geen eindafrekeningen toe te sturen. De toenmalige consumentenbeschermingsautoriteit NMa had het bedrijf al op de korrel en deelde boetes uit. Maar de accountant keurde in het jaar van de boetes gewoon de jaarrekeningen goed.

De goedkeuring riep vraagtekens op bij Marcel Pheijffer. Hij noemde het een simpele vorm van omzetfraude, hoopte op een tuchtklacht en pleitte voor een openbare aanklager van accountants. Op de dag dat de opinie verscheen, deed het kantoor van de accountant een incidentmelding bij de AFM. De AFM heeft de handschoen opgepakt en eind 2014 een klacht ingediend. Viereneenhalf jaar later zegt de Accountantskamer dat de accountant inderdaad te weinig controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd.

Het kernverweer van de accountant is tekenend:

  • een accountantscontrole is niet specifiek ingericht op het ontdekken van fraude;
  • het niet tijdig versturen van eindafrekeningen is geen fraude;
  • de daarmee gemoeide bedragen waren ook niet materieel;
  • dat Greenchoice niet voldeed aan de regelgeving valt hooguit onder NV COS 250.

Voor de aanvang van de controle gaat dit argument gedeeltelijk op, vindt de tuchtrechter. Maar de verschillen tussen posten, de afwijkingen in cijfers, de slechte AO/IB, de reparaties en hersteloperaties, de onderzoeken en de boetes van de toezichthouder, het onderzoek naar wanbeleid, de weigering van een aandeelhouder om de jaarrekening vast te stellen – het zijn allemaal redenen om niet af te gaan op de informatie van de directie en om aanvullend onderzoek te doen. De goedkeurende verklaringen waren ongefundeerd en de accountant heeft ook na het afgeven daarvan ten onrechte niets over de fraude gezegd.

Al vóór de controle wist de accountant dat er in de jaren daarvoor fraude was gepleegd. De accountant zag dit echter als werknemersfraude en nam steeds genoegen met de smoezen van de directie dat een en ander was gerepareerd of niet meer voorkwam. Het verwijt is niet dat de accountant de fraude niet heeft ontdekt, maar dat hij te weinig heeft gedaan om die te ontdekken. De uitspraak maakt duidelijk dat de fraudediscussie dus niet moet gaan over de vraag of de accountant wel fraude kan ontdekken, maar over de vraag of deze gezien de beroepsregels genoeg doet.

Deze zaak is een schoolvoorbeeld van te weinig doen en de verantwoordelijkheden ontkennen (daarom is de samenvatting zo uitgebreid). De beroepsgroep mag de accountant bedanken voor dit lesmateriaal.

De tuchtrechter houdt het op een waarschuwing, omdat de accountant zich heeft laten uitschrijven uit het AFM-register en de procedure viereneenhalf jaar heeft geduurd. Waarom de uitspraak zo lang op zich liet wachten, is overigens een raadsel. Hoe dan ook, de accountant kan accountant blijven, maar geen oob meer controleren.

Bij het ploegen door de uitspraak zag ik steeds Nipper voor me, de witte Jack Russel-terrier die zijn snuit steekt in de pathofoonhoorn van His Masters Voice. Jack Russel-terriers hebben, zo lees ik hier, een geringe neiging om te kwijlen en te snurken, maar een grote neiging tot blaffen en graven. “Deze honden zijn (…) alert en goede waakhonden. Het ras is van nature assertief…” Accountants die waakzaam en assertief horen te zijn, maar bij fraudesignalen hun oren laten hangen naar de frauderende directie in plaats van te graven, zijn ‘Nippers’ die hun ras verloochenen. Misschien is het beeld van Nipper effectiever om fraude te voorkomen dan de standaarden, handreikingen en protocollen. Nipper, pak ze!

*) De fraude en het wanbeleid van de Greenchoice-directie heeft destijds zo veel publiek stof doen opwaaien dat wij hier de naam van het bedrijf voluit noemen. De bedrijfsnamen zijn bovendien bekend uit de boetebesluiten van de NMa en de openbare rechtspraak.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.