Tuchtrecht

Uitspraak over getrouwheid in samenstellingsverklaring

Een accountant-administratieconsulent geeft een samenstellingsverklaring af en rapporteert daarbij ook over de getrouwheid van de jaarrekening. Hij is onvoldoende duidelijk over de aard van zijn werkzaamheden.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/358 Wtra AK
Datum uitspraak:
05 augustus 2019
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACKN:2019:55

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountantskantoor stelt sinds 2007 de jaarrekeningen samen van een stichting die de belangen behartigt van grondeigenaren in een stedelijke woonwijk. Sinds 2015 is een accountant-administratieconsulent de tekenend accountant van de stichting. In de - eind 2016 gewijzigde - statuten van de stichting staat onder meer dat

  • het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar;
  • de jaarstukken vergezeld gaan van een rapport van een registeraccountant over de getrouwheid van de jaarstukken;
  • het bestuur elk jaar vóór 1 juli de jaarrekening vaststelt over het afgelopen boekjaar.

Volgens de opdrachtbevestiging voor het samenstellen van de jaarrekening over 2017 zal de accountant geen assurance-werkzaamheden uitvoeren en geen controleoordeel of beoordelingsconclusie tot uitdrukking brengen. Het kantoor zal de opdracht uitvoeren in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder NVCOS 4410. De accountant zal over de uitkomsten rapporteren in de vorm van een samenstellingsverklaring bij de jaarrekening, die wordt samengesteld volgens de grondslagen voor financiële verslaggeving en de wettelijke voorschriften van het Burgerlijk Wetboek.

In de samenstellingsverklaring staat onder meer dat de jaarrekening 2017 is samengesteld op basis van de informatie die het kantoor kreeg van de stichting. De accountant levert verder een 'rapport omtrent de getrouwheid van de jaarrekening'. Daarin staat dat de accountant geen controle- of beoordelingsopdracht heeft uitgevoerd, maar wel is nagegaan dat:

  • de opgenomen vorderingen overeenstemmen met het toerekeningsbeginsel met zo nodig een aftrek van een voorziening wegens oninbaarheid;
  • de liquide middelen overeenstemmen met de opgaves van de banken;
  • de opgenomen schulden voortvloeien uit nog niet betaalde verplichtingen in het boekjaar;
  • de posten 'Fonds groot onderhoud' en 'Algemene bedrijfsreserve' zijn verantwoord volgens een gedragslijn die het bestuur heeft vastgesteld;
  • baten en lasten aansluiten op de gevoerde financiële administratie;
  • het saldo van de baten en lasten is toegevoegd aan het kapitaal van de Stichting.

In 2017 heeft de stichting twee grondpercelen verkocht, waarbij de opbrengsten zijn toegekend aan de vruchtgebruiker. Een lid van de Financiële commissie van de stichting krijgt ruzie met het bestuur over de verkoop van kavels die eigendom waren van de stichting. Zijn adviseur vraagt de accountant om informatie over de procedure die het bestuur heeft gevolgd bij de verkoop van de kavels. De accountant antwoordt dat hij er niets over kan zeggen vanwege zijn geheimhoudingsplicht. Daarna wint het commissielid tevergeefs informatie in bij het bestuur en dient hij een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

  1. een rapport uitgebracht over de getrouwheid van de jaarrekening 2017 zonder een controleopdracht uit te voeren, terwijl de statuten dat wel voorschrijven;
  2. de deelnemers van de stichting niet gezegd dat niet is voldaan aan de statutaire verplichting over het getrouwheidsonderzoek;
  3. onzorgvuldig gerapporteerd over zijn werkzaamheden;
  4. niet vermeld volgens welk stelsel van financiële verslaggeving hij de jaarrekening heeft opgesteld.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Geen misbruik
De klager maakt geen misbruik van het tuchtrecht. Dat de klager bij deze klachtprocedure (mogelijk) ook een (eigen) belang heeft dat niet samenvalt met de doelstelling van de tuchtrechtspraak betekent op zichzelf nog niet dat er sprake is van misbruik van tuchtrecht.

Klachttermijn
Per 1 januari 2019 moet een klager de klacht in beginsel indienen binnen tien jaar na het moment van de gewraakte gedraging. Op grond van de overgangswetgeving (artikel 51 Wtra nieuw) neemt de Accountantskamer een klacht niet in behandeling als op 31 december 2018 de oude klachttermijn van drie of zes jaar al was verstreken. De klager is dus te laat als de gewraakte gedraging plaatsvond vóór 1 januari 2013 respectievelijk hij vóór 1 januari 2016 heeft geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren dat de accountant de regels heeft overtreden.

Geen van beide is het geval. De Accountantskamer is het niet met de accountant eens dat de klager al vóór 1 januari 2016 heeft geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren, dat zijn voorgangers ook alleen maar een samenstellingsverklaring hebben afgegeven en de jaarrekening niet hebben gecontroleerd. De klager heeft geen financiële kennis en is alleen vanwege zijn technische expertise gevraagd om zitting te nemen in de "financiële" commissie van de stichting.

De klager wist pas nadat hij een registeraccountant had gevraagd om de jaarrekening te bekijken dat er alleen een samenstellingsverklaring en geen controleverklaring (verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening) was verstrekt. Hij wist dus niet al sinds 2007 dat er geen controleverklaring werd afgegeven

Ad a en c Geen controle maar samenstelling
Als je de statuten redelijk uitlegt in het licht van het Burgerlijk Wetboek (artikel 393 lid 5 en 6 en artikel 362) moet de stichting jaarlijks de getrouwheid van de jaarrekening laten onderzoeken door een registeraccountant, die rapporteert in de vorm van een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. Bij het opstellen van de statuten in 1992 doelde de stichting met deze bepaling wellicht alleen op samenstelwerkzaamheden.

Maar bij de wijziging van de statuten in 2016 is de bepaling ongewijzigd gehandhaafd. Als de stichting meende dat kon worden volstaan met samenstelwerkzaamheden en een samenstellingsverklaring dan had zij de bepaling moeten aanpassen. Nu dit niet is gebeurd kan deze bepaling alleen maar betekenen dat ieder jaar een accountantsonderzoek naar de getrouwheid van de jaarrekening moet plaatsvinden.

De accountant heeft echter alleen een samenstellingsopdracht gekregen. Het verwijt dat hij niet de statutair voorgeschreven controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd is dan ook niet terecht. Die statutaire verplichting was overigens geen belemmering om de samenstellingsopdracht te aanvaarden.

Bij een samenstellingsopdracht hoeft een accountant niet de nauwkeurigheid of de volledigheid te verifiëren van de informatie die het management verschaft. Ook hoeft hij geen anderszins onderbouwende informatie te verzamelen om een controleoordeel of een beoordelingsconclusie te vormen over de historische financiële informatie. Het resultaat van de samenstellingswerkzaamheden is dan ook géén rapport of verklaring over de getrouwheid van de jaarrekening.

Met zo’n verklaring of rapport zou een accountant ten onrechte de indruk wekken dat hij (een mate van) zekerheid verstrekt over de juistheid van de jaarrekening, terwijl hij geen assurancewerkzaamheden heeft verricht om een oordeel op te baseren. In zijn samenstellingsverklaring had de accountant daarom geen rapport mogen uitbrengen over de getrouwheid van de jaarrekening. Dit had hij moeten overlaten aan de registeraccountant die het bestuur volgens de statuten moest inschakelen.

In hoofdstuk 3 van zijn samenstellingsverklaring heeft de accountant vermeld dat hij geen controle- of beoordelingsopdracht heeft uitgevoerd. Daarmee heeft hij echter niet voldoende duidelijk gemaakt dat hij geen zekerheid verstrekt over de juistheid van de jaarrekening. De accountant schrijft namelijk ook dat hij is nagegaan dat een aantal posten juist is weergegeven in de jaarrekening. En dat hij schrijft dat hem geen andere zaken bekend zijn geworden die in dit rapport tot uitdrukking moeten worden gebracht, wijst ook op beoordelingswerkzaamheden in het kader van een assurance-opdracht.

Door in de samenstellingsverklaring onduidelijk te zijn over de aard van zijn werkzaamheden en de indruk te wekken dat hij zekerheid verstrekt, heeft de accountant niet vakbekwaam en niet zorgvuldig gerapporteerd over zijn werkzaamheden.

De accountant wilde met het getrouwheidsrapport tegemoetkomen aan de wens van het bestuur om de samenstellingsverklaring te laten overeenstemmen met de bewoordingen van de statuten. Maar hij had weg moeten blijven van een onderzoek naar de getrouwheid, omdat hij daarmee suggereert dat hij meer heeft gedaan dan enkel het samenstellen van de jaarrekening.

Ad b Informeren deelnemers
Om te voldoen aan de statuten had de stichting een controleopdracht moeten geven aan een registeraccountant. Het lag echter niet op de weg van de accountant om de deelnemers daarover persoonlijk danwel rechtstreeks te informeren, omdat dat in strijd zou zijn met het vertrouwelijkheidsbeginsel. Van een zorgvuldig optredend accountant mag overigens wel worden verwacht dat hij zijn opdrachtgever erop wijst dat deze met de verstrekte samenstelopdracht niet voldoet aan de statuten. Hierover is echter niet geklaagd.

De accountant had in zijn samenstellingsverklaring duidelijk moeten vermelden dat hij geen oordeel kon geven over de getrouwheid van de jaarrekening. Onder deze omstandigheden had hij de facultatieve tekst uit NVCOS 4410 moeten bezigen: "Wij hebben geen controle- of beoordelings-werkzaamheden uitgevoerd die ons in staat stellen om een oordeel te geven of een conclusie te trekken met betrekking tot de getrouwheid van de jaarrekening." Hierdoor zou het voor derden, zoals de deelnemers van de stichting, voldoende duidelijk zijn geweest dat de accountant met de samenstellingsverklaring niet het statutair voorgeschreven rapport over de getrouwheid had afgegeven.

Door dit na te laten heeft de accountant in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Ad d Vermelding stelsel
Op grond van paragraaf 40e van Standaard 4410 moet de accountant in de samenstellingsverklaring het toepasselijke stelsel voor de financiële verslaggeving identificeren. De accountant heeft echter alleen maar vermeld dat de jaarrekening is samengesteld in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde verslaggevingsregels, zonder aan te geven welke specifieke regels hij daarmee bedoelt.

In de opdrachtbevestiging staat dat de jaarrekening zal worden samengesteld in overeenstemming met de toepasselijke grondslagen voor financiële verslaggeving en de wettelijke voorschriften van titel 9 van boek 2 BW. Maar in werkelijkheid heeft hij de jaarrekening (grotendeels) samengesteld op grond van RJK-C1. Daarom kon hij niet volstaan met een verwijzing naar de algemeen aanvaarde verslaggevingsregeling en had de accountant duidelijk moeten vermelden op welke grondslag de jaarrekening was gebaseerd. Door dit niet te doen, heeft hij het van vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel geschonden.

Maatregel

Berisping. De accountant heeft bij de aanvaarding en uitvoering van de samenstellingsopdracht in meerdere opzichten in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Annotatie Lex van Almelo

Je moet van een samenstellingsverklaring niet een halve controleverklaring willen maken. De uitglijder van de accountant is het gevolg van te veel klantvriendelijkheid: "met een uitspraak over de getrouwheid voldoen jullie toch een beetje aan de statutaire controleplicht, ook al heb ik slechts samenstellingswerkzaamheden uitgevoerd". Zulke klantvriendelijkheid leidt tot onduidelijkheid over de zekerheid die de accountant verstrekt. De accountant maakt de zaak nog onduidelijker door ook niet helder te zijn over het stelsel waarmee de jaarrekening is samengesteld. Dat is vakonbekwaam en onzorgvuldig.

De Accountantskamer doet voor het eerst een uitspraak over het overgangsrecht dat een brug slaat tussen de oude klachttermijn van zes jaar en de sinds 1 januari geldende tienjaarstermijn. De absolute termijn om een klacht in te dienen, is sinds dit 1 januari 2019 tien jaar nadat het verweten handelen of nalaten zich heeft voorgedaan. Volgens de overgangswetgeving behandelt de Accountantskamer een klacht níet als op 31 december 2018 de oude klachttermijn van drie of zes jaar al was verstreken. Aan de relatieve klachttermijn van drie jaar verandert er niets: dus een klager moet de klacht indienen binnen drie jaar nadat hij wist of redelijkerwijs kon weten dat de accountant de beroepsregels heeft overtreden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.