Tuchtrecht

Samensteller moet nader onderzoek doen bij klant met liquiditeitsproblemen

Een accountant-administratieconsulent RB ging bij het samenstellen van de jaarrekeningen blindelings af op de informatie die de klant hem aanreikte, terwijl de liquiditeitsproblemen van het bedrijf noopten tot nader onderzoek.

Accountantskamer

Zaaknummers:
20/1012 Wtra AK
Datum uitspraak:
18 december 2020
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2020:71

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een cosmeticabedrijf laat sinds 2005 de jaarrekeningen samenstellen door een accountantskantoor, dat ook de loonadministratie en de ib-, vpb- en ob-aangiften verzorgt. Het kantoor maakt per boekjaar een controleberekening en doet op basis daarvan de suppletieaangifte. Een accountant-administratieconsulent stelt de jaarrekeningen samen over 2009 tot en met 2017. Daarna gaat hij werken bij een administratiekantoor.

De dga van het bedrijf kampt met gezondheidsproblemen, waardoor grote achterstanden in de administratie ontstaan. Zo blijken in 2010 van de boekjaren 2006 en 2007 alleen de concept-jaarrekeningen aanwezig. Het bedrijf stapt over op een geautomatiseerd boekhoudsysteem en loopt de achterstanden in. Ook worden de jaarrekeningen over 2006 en 2007 definitief vastgesteld. De gegevens voor het boekhoudsysteem worden ingevoerd op het kantoor van het bedrijf; de accountant heeft geen toegang tot het systeem.

In 2015 stelt de Belastingdienst in een boekenonderzoek vast dat in 2010 tot en met 2013 te weinig omzetbelasting is betaald. De inspecteur legt naheffingsaanslagen en een vergrijpboete op. In 2019 herhaalt zich dit, maar dan voor de boekjaren 2014 tot en met 2018. Het bedrijf blijkt bij twee producten waarvoor een ob-tarief geldt van 21 procent slechts 6 procent in de ob-aangiften te hebben meegenomen. Aan de afnemers is echter 21 procent berekend, zodat het bedrijf dus te weinig omzetbelasting heeft afgedragen.

De dga laat een externe partij onderzoeken welke rol verschillende betrokkenen hebben gespeeld bij deze tekortkomingen en legt in maart 2020 conservatoir beslag op de woning van de feitelijk directeur. Verder stelt de dga zowel het accountants- als het administratiekantoor aansprakelijk. Bovendien dient hij een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

a. het bedrijf ten onrechte geadviseerd de marge op een aantal verkochte producten te verbeteren door een lager btw-tarief af te dragen;

b. geen of onvoldoende controle uitgeoefend dan wel toezicht gehouden op de administratie van het bedrijf, met name op de btw-administratie, de fiscale verwerking daarvan en de daaruit resulterende (fiscale) verplichtingen;

c. de dga niet of onvoldoende geïnformeerd, ook niet naar aanleiding van de boekenonderzoeken door de Belastingdienst;

d. de dga en de aandeelhouders ten onrechte niet gewezen op de gevolgen van het niet tijdig doen van aangifte en/of het niet tijdig afdragen van de verschuldigde omzetbelasting.

Oordeel

Klachtonderdeel a is ongegrond en de klachtonderdelen b, c en d gegrond.

Regels accountant in business

De AA was openbaar accountant toen hij werkte voor het accountantskantoor, maar heeft zich na zijn overstap naar het administratiekantoor laten inschrijven als accountant in business. Hij meent daarom dat de regelgeving voor accountants sindsdien niet of slechts gedeeltelijk voor hem van toepassing is.

Volgens de Accountantskamer is voor de toepasselijke regelgeving niet doorslaggevend bij welke ledengroep je staat ingeschreven, maar welke werkzaamheden je hebt verricht. De accountant heeft ook na zijn overstap samenstellingswerkzaamheden uitgevoerd voor het bedrijf. Zijn handelen of nalaten moet daarom worden getoetst aan de VGBA en de NV COS.

Ad a Advies btw-marge

De accountant ontkent uitdrukkelijk dat hij ooit heeft geadviseerd een lager btw-percentage te hanteren om de marge te vergroten. Hij wist niet eens dat de btw niet correct werd aangegeven, want hij hield zich alleen bezig met het opstellen van de jaarrekening. De accountant werkte op een andere vestiging dan het filiaal waar de administratie van het bedrijf heen ging en waar medewerkers de btw-aangiften deden. De accountant kreeg eens per jaar alle stukken toegestuurd om de jaarcijfers samen te stellen.

Volgens de Accountantskamer heeft de klager niet aangetoond dat de accountant op de één of andere manier betrokken was bij het hanteren van onjuiste btw-tarieven.

Ad b Onvoldoende informatie

Het hoorde niet tot de werkzaamheden van de accountant om toezicht te houden op de administratie van het cosmeticabedrijf. De Accountantskamer legt het klachtonderdeel daarom zo uit dat de accountant bij het samenstellen van de jaarrekeningen onvoldoende onderzoek zou hebben gedaan in de administratie, terwijl dat wel voor de hand zou hebben gelegen, gezien onder meer de problemen met de Belastingdienst.

Volgens paragraaf 11 van de toenmalige Standaard 4410 (Samenstellingsopdrachten) mag de accountant uitgaan van de betrouwbaarheid en volledigheid van de informatie die hij krijgt en hoeft daarvoor de bedrijfsleiding niet te vragen om nadere informatie. Als hij daarentegen constateert dat de verstrekte gegevens onjuist, onvolledig of anderszins onbevredigend zijn, moet hij alsnog de werkzaamheden uitvoeren die worden genoemd in paragraaf 13 en moet hij de directie om aanvullende informatie vragen.

Het bedrijf kampte met liquiditeitsproblemen, want:

  • er was een flinke belastingschuld, omdat er geen suppletieaangiften waren gedaan;
  • door de economische crisis waren de marktomstandigheden verslechterd;
  • door de economische crisis liep de omzet terug.

De accountant kende deze en andere problemen, waarmee de onderneming jaar na jaar werd geconfronteerd. Hij heeft echter blindelings vertrouwd op de informatie die hij van de feitelijke directeur kreeg en op de dossiers die de medewerkers voor hem voorbereidden. Gezien de moeilijke situatie had hij nader onderzoek moeten doen naar de juistheid en volledigheid van de informatie die hij aangeleverd kreeg. Zo had hij vragen moeten stellen over het grootboek en de memoriaalboekingen.

Volgens artikel 14 van de VGBA moet een accountant ervoor zorgen dat de medewerkers voor wie hij verantwoordelijk is, adequaat zijn opgeleid, goed worden begeleid en beoordeeld en dat er toezicht is op hun werkzaamheden. Op de zitting heeft de accountant gezegd dat het achteraf bezien wellicht beter was geweest als hij meer toezicht had gehouden op de werkzaamheden van de medewerkers. De Accountantskamer vindt dat een juiste vaststelling.

Ad c en d Dga onvoldoende geïnformeerd

In paragraaf 16A van (de tot 1 januari 2016 geldende versie van) Standaard 4410 staat dat een accountant die een jaarrekening samenstelt, Standaard 240 en Standaard 250 moet volgen als hij stuit op fraude of overtredingen van wet- en regelgeving. Zo moet hij het management of de met governance belaste personen informeren. (Sinds 1 januari 2016 staat dit in paragraaf 32.) De accountant heeft dit niet gedaan.

De klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant wist van de fiscale fraude, maar wel dat hij wist van de suppletieaangiften die niet altijd (op tijd) werden gedaan. Hij was zich bewust van de risico’s die hieraan kleefden, zo blijkt uit de verklaring waarin hij de aansprakelijkheid hiervoor uitsluit. Hij had de dga hierover moeten informeren.

Maatregel

Berisping. De accountant heeft het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid niet nageleefd en is helemaal afgegaan op de informatie die de feitelijke directeur hem verstrekte en de dossiers zoals die zijn medewerkers hem aanreikten, terwijl hij wist dat de klant liquiditeitsproblemen had en welke oorzaken die hadden.

Annotatie Lex van Almelo

Een accountant stelt op afstand de jaarrekening samen. De klant voert de gegevens voor het boekhoudsysteem zelf in. De accountant heeft geen toegang tot het systeem en gaat blindelings uit van de informatie die de klant geeft en van de dossiers die zijn medewerkers voorbereiden. Het bedrijf rommelt met de btw-aangiften. Zo doet het vaak geen suppletieaangiften, berekent het bij twee producten 21 procent btw, maar draagt het 6 procent af. De feitelijk directeur van het bedrijf hoopt zo de crisis te overleven, maar bezorgt het bedrijf fiscale naheffingen en vergrijpboetes.

De accountant geeft echter gewoon samenstellingsverklaringen af bij de jaarrekeningen. Als hij daarop tuchtrechtelijk wordt aangesproken, zegt hij dat hij inmiddels accountant in business is en voor hem dus andere regels gelden. Dat is onzin. Welke regelgeving van toepassing is, hangt niet af van de ledengroep waarbij je staat ingeschreven, maar van de werkzaamheden die je verricht. Omdat hij ook als accountant in business samenstellingswerkzaamheden heeft uitgevoerd, had zich dus moeten houden aan Standaard 4410. Dat betekent dat hij vanwege de moeilijke situatie bij de klant had moeten onderzoeken of de informatie die hij kreeg wel juist en volledig was. In dit geval had hij bijvoorbeeld vragen moeten stellen over het grootboek en de memoriaalboekingen.

De accountant zei dat het achteraf bezien wellicht beter was geweest als hij meer toezicht had gehouden op de de medewerkers die de administratie en de ob-aangiften deden. De Accountantskamer sluit zich daar van harte bij aan.

Dat de accountant wist van het gerommel met de btw-afdrachten, is niet aangetoond. Wel is duidelijk dat hij wist dat het bedrijf niet altijd suppletieaangiften deed. De aansprakelijkheid voor de gevolgen hiervan had hij zelfs uitgesloten. Op basis van de Standaarden 240 en 250 had hij de dga van het bedrijf hierover moeten informeren.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.