Tuchtrecht

Consolidatieplicht niet onderzocht

Een registeraccountant onderzoekt ten onrechte niet of een vordering op de STAK moet worden meegeconsolideerd in de jaarrekening van het bedrijf dat die vordering heeft.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/2068 Wtra AK
Datum uitspraak:
17 augustus 2020
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2020:53

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant geeft goedkeurende controleverklaringen af bij de jaarrekeningen 2015 respectievelijk 2016 van een ict-bedrijf. Eén van de oprichters van het bedrijf houdt 47 procent van de aandelen en is tot 31 januari 2014 bestuurder van het bedrijf. Daarna is hij anderhalf jaar commissaris. Tot medio 2017 is hij minderheidsaandeelhouder; dan verkoopt hij zijn aandelen aan een externe investeerder.

Sinds 2004 heeft de stichting administratiekantoor (STAK) van het bedrijf 26 procent van de aandelen en geeft aandelencertificaten uit aan werknemers. Een medebestuurder houdt 3000 certificaten. Als deze in 2013 vertrekt, neemt de STAK volgens afspraak 1500 certificaten van hem over voor 631.155 euro. Na verrekening van een schuld van de bestuurder moet de STAK hem nog 469.169 euro betalen.

De STAK heeft dit geld niet. Het ict-bedrijf schiet het voor en krijgt zo een vordering op de STAK. In de jaarrekening 2013 van het ict-bedrijf is voor de rekening-courantvordering op de STAK een bedrag van 476.207 euro inclusief rente genoteerd. Een voorganger van de registeraccountant keurt de jaarrekening goed. De minderheidsaandeelhouder is het echter niet eens met de afwikkeling. Na enige discussie hierover moet hij in het najaar van 2015 het veld ruimen als commissaris.

Vanwege de discussie komt een accountant-administratieconsulent met een oordeelonthouding bij de jaarrekening 2014. De ava stelt in december 2015 een registeraccountant aan als opvolger. De minderheidsaandeelhouder informeert de accountant enkele maanden later over de kwestie. De accountant overlegt met het vaktechnisch bureau van zijn kantoor. Het bureau vindt dat er voldoende geschikte controle-informatie is om te concluderen dat de rekening-courantvordering op de STAK in de jaarrekening 2015 van het bedrijf juist is verantwoord.

In het controledossier 2015 zit een notitie, waarin onder meer staat dat:

  • er een indicatie is voor een bijzondere waardevermindering;
  • de STAK de schuld in de toekomst kan voldoen door dividend uit te keren of door certificaten te verkopen aan het personeel;
  • de directie voor de begrotingen 2017-2018 uitgaat van voorzichtige groei;
  • de waarde van de certificaten in 2018 naar verwachting oploopt naar 380 euro per stuk, terwijl de gemiddelde waarde 280 euro bedraagt;
  • op basis van de gemiddelde waarde 3531 x 280 = 988.680 euro aan cash kan binnenkomen;
  • vooralsnog geen afwaardering noodzakelijk is, omdat de verwachte kasstromen uit verkoop van certificaten gelijk zijn aan de vordering op de STAK per 31december 2015.

Op verzoek van de minderheidsaandeelhouder bekijkt een financieel economisch adviseur of financiële gegevens van de STAK zouden moeten worden geconsolideerd in de jaarrekening van het bedrijf. In diens memo staat onder meer dat:

  • het bedrijf door de grote lening invloed van betekenis c.q. overheersende zeggenschap kan uitoefenen op het beleid van de STAK;
  • er een groot probleem voor de STAK ontstaat als het bedrijf de vordering opeist;
  • de ava van het bedrijf de bestuurder van de STAK benoemt en kan ontslaan;
  • het ict-bedrijf daardoor een overheersende zeggenschap heeft over de STAK;
  • de vennootschap garant staat voor de financiële middelen om de STAK te laten functioneren, de beloning van de STAK-bestuurder betaalt en daarmee macht/druk kan uitoefenen op deze bestuurder;
  • er dus voldoende redenen zijn om aan te nemen dat de STAK moet worden geconsolideerd;
  • het bestuur en de accountant met goede motivaties zullen moeten komen om dit te weerleggen;
  • het daarvoor niet voldoende is om te stellen dat de bestuurder een onafhankelijke derde persoon is;
  • stichtingen wel vaker geconsolideerd moeten worden;
  • de inkoop van certificaten (in totaal 1.141.364 euro) in de geconsolideerde balans van het bedrijf moet worden verwerkt als inkoop van eigen vermogen en het eigen vermogen dus verlaagt.

Na groen licht van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar (OKB’er) verstrekt de accountant eind 2016 een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2015. Daarin is de rekening-courantvordering op de STAK verantwoord voor een bedrag van 963.250 euro. Volgens de toelichting wordt een rente van 3 procent per jaar berekend. De ava stelt de jaarrekening in december vast in afwezigheid van de minderheidsaandeelhouder. Deze is weggegaan, omdat de voorzitter vasthield aan de intrekking van een deel van zijn stemrechten.

In de jaarrekening 2016 gaat de directie ervan uit dat de vordering van inmiddels 1.205.174 euro niet hoeft te worden afgewaardeerd omdat de verwachte kasstromen uit verkoop van certificaten hoger zijn dan de vordering op de STAK per 31 december 2016. De accountant keurt de jaarrekening goed. Volgens de OKB’er is de controle goed uitgevoerd en gedocumenteerd.

In het accountantsverslag staat over de rekening-courantvordering op de STAK onder meer dat:

  • er discussie bestaat over de verwerking van de transactie en vordering in 2013;
  • de accountant bij controle van de jaarrekening 2015 heeft geconcludeerd dat de transactie juist is verwerkt;
  • voor de waardering van de vordering moet worden gekeken of de STAK de schuld kan terugbetalen;
  • de accountant zich kan vinden in de veronderstelling van de directie dat geen impairment noodzakelijk is, omdat de verwachte toekomstige kasstromen uit verkoop van certificaten hoger zijn dan de vordering op de STAK op 31 december 2016;
  • dit wordt bevestigd door de waardering van een derde partij begin 2017.

In 2018 beantwoordt de accountant enkele vragen van de voormalige minderheidsaandeelhouder. Op de vraag naar het onderzoeken van de consolidatieplicht zegt de accountant dat:

  • de STAK “buiten onze scope” valt;
  • de STAK in het kader van de controle-opdracht niet werd gezien als een groepsmaatschappij waarvoor volgens de RJ een consolidatieplicht geldt.

De voormalige minderheidsaandeelhouder dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

1a. de volwaardigheid van de vordering onvoldoende onderzocht;

1b. de consolidatieplicht onvoldoende onderzocht.

2. zich onvoldoende objectief, onvoldoende integer en onvoldoende professioneel opgesteld.

Oordeel

Klachtonderdeel 1 b is gegrond; de rest van de klacht is ongegrond.

Ad 1a Volwaardigheid vordering

De accountant heeft conform Standaard 540 de verwachting van het management over de inbaarheid van de vordering onderzocht. Die verwachting was gebaseerd op de afgesproken methodiek om de waarde van de certificaten te bepalen. Daarnaast heeft hij het bod van een derde op de aandelen meegewogen. Dit externe bod van een derde was harde controle-informatie over de waarde van de aandelen en gaf geen aanleiding voor nader onderzoek naar de volwaardigheid van de vordering.

Ad 1b Consolidatieplicht

De controlerend accountant moet beoordelen of de controle-entiteit al dan niet groepsonderdelen moet consolideren in de jaarrekening (zie Standaard 600). Volgens hoofdstuk 217 (alinea 309) van de RJ moet in geval van een stichting administratiekantoor aan de hand van de administratievoorwaarden worden gekeken of de STAK deel uitmaakt van de consolidatiekring en deze moet worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening.

De accountant heeft niets van zijn overwegingen over de relatie tussen het bedrijf en de STAK vastgelegd in zijn controledossier (zie Standaard 230). Daarom kan de Accountantskamer niet vaststellen dat hij de destijds zorgvuldig heeft beoordeeld of het bedrijf de STAK in wezen beheerst (zie RJ hoofdstuk 217 alinea 202-204) en er dus een consolidatieplicht bestond. De Accountantskamer concludeert nadrukkelijk niet dat het bedrijf de financiële gegevens van de STAK in haar jaarrekening had moeten consolideren. Als het bedrijf dat wel zou hebben gedaan, zou dat  geen gevolgen hebben gehad voor haar enkelvoudige balans en winst-en-verliesrekening over 2015 en 2016.

Ad 2 ‘Niet objectief etc’

Volgens de klagende (voormalige) minderheidsaandeelhouder blijkt uit twaalf punten dat de accountant zich niet zelfstandig en objectief een mening heeft gevormd over het handelen van het bestuur en de commissarissen tegenover de klager, want hij heeft:

A. de klager eind 2015 en begin 2016 niet gehoord over de opdracht, géén afweging gemaakt over de gang van zaken rond zijn benoeming, geen aandacht besteed aan de vragen die de klager had over de opdrachtbevestiging en niet op zijn eigen positie gereflecteerd;

B. geen aandacht besteed aan de governance binnen het bedrijf en de STAK, waaronder (i) de afhankelijke positie van het bestuur van de STAK en (ii) het feit dat de overige commissarissen de benoeming van een nieuwe, door de klager te benoemen, commissaris tegenhielden;

C. geen aandacht besteed aan de (verhoging van de) beloning van commissarissen buiten medeweten van de klager om;

D. hem niet geïnformeerd naar aanleiding van de contacten met de voorganger van de accountant;

E. het ontnemen van de stemrechten van de klager op de ava in 2016 genegeerd;

F. de afwezigheid van de klager bij de goedkeuring van de jaarrekening 2015 volkomen genegeerd;

G. de klager na de ava van december 2016 niet nader geïnformeerd over de besluiten die waren genomen over de jaarrekening;

H. informatie van de klager over de STAK goeddeels naast zich neergelegd;

I. genegeerd dat de STAK tot boekjaar 2017 géén jaarrekening of een financieel overzicht kon presenteren;

J. géén aandacht besteed aan de afspraken uit de aandeelhoudersovereenkomst;

K. de inbaarheid van de vordering niet meer onderzocht, omdat er ‘mogelijk’ een overname zou komen waarmee het ‘probleem’ zou zijn verholpen;

L. zich volledig afzijdig gehouden in iedere discussie over de vordering op de STAK.

Punt A van dit onderdeel is te laat ingediend en dus niet ontvankelijk. De verwijten B tot en met L zijn ongegrond, want onvoldoende onderbouwd, al behandeld of niet ter zake doende.

Maatregel

Waarschuwing. De accountant heeft zich zeer beperkt verdiept in de relatie van het bedrijf en de STAK en de gevolgen voor de financiële verslaggeving en zijn overwegingen hierover niet vastgelegd.

Annotatie Lex van Almelo

De stichting administratiekantoor (STAK) van een ict-bedrijf heeft 26 procent van de aandelen van het bedrijf en geeft certificaten uit aan personeelsleden, onder wie een bestuurder. Als die bestuurder weggaat, koopt de STAK de helft van diens certificaten in. Daarvoor heeft de STAK een kleine vijf ton nodig. Omdat de STAK dat geldt niet heeft schiet het bedrijf het inkoopbedrag voor. Daarna ontbrandt een discussie over de vraag hoe een en ander moet worden verwerkt in de jaarrekening. Volgens een mede-oprichter en minderheidsaandeelhouder, die de klacht indiende, hadden de financiële gegevens van de STAK moeten worden verwerkt in de jaarrekening van het bedrijf. Het bedrijf kon het beleid van de STAK naar zijn hand zetten door de omvang van de lening/vordering en omdat het de bestuurder van de STAK betaalde en kon ontslaan. De Accountantskamer laat het antwoord op de verslaggevingskwestie zoals gebruikelijk in het midden, maar zegt dat de accountant de controleplichtigheid in ieder geval had moeten onderzoeken. Uit het controledossier blijkt niet dat hij dit heeft gedaan. Opvallend is dat de OKB’er de controle en de documentatie goedkeurde.

De Accountantskamer lijkt indirect te toetsen aan de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ). Die richtlijnen zijn meer vrijblijvende richtsnoeren dan dwingende bepalingen. De tuchtrechter lijkt te zeggen dat accountants zich aan de RJ moeten houden, maar legt amper uit waarom. De redenering is dat de controlerend accountant volgens Standaard 600 moet beoordelen of de onderneming de financiële gegevens van groepsonderdelen moet consolideren door onder meer te kijken naar de zeggenschapsverhoudingen. Daarmee geeft de tuchtrechter niet uitdrukkelijk antwoord op de vraag of de RJ nu wel of niet bindend zijn voor accountants. Misschien volgt hierover meer helderheid in hoger beroep.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.