Tuchtrecht

Niet objectief bij aandelenverkoop

Een accountant-administratieconsulent en een registeraccountant RB hebben onvoldoende oog voor hun objectiviteit bij de verkoop van de aandelen in hun klant.

Accountantskamer

Zaaknummers:
20/1223 en 20/1224 Wtra AK
Datum uitspraak:
15 maart 2021
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing en berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2021:22

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent en een registeraccountant RB werken voor een kunststoffenproductiebedrijf dat bestaat uit een moeder-bv en een werk-bv. De AA stelt de jaarrekeningen 2018 samen voor deze bv’s. Twee dga’s hebben via hun persoonlijke bv ieder de helft van de aandelen in de moeder-bv (die alle aandelen in de werk-bv houdt). De AA stelt ook de jaarrekening 2017 samen van de persoonlijke bv van één van de twee dga’s.

Als de andere dga in oktober 2018 overlijdt, erft de weduwe de aandelen in zijn persoonlijke bv. Sinds het overlijden is de andere dga de enig overgebleven bestuurder van de werk-bv.

De weduwe wil het geërfde belang in de moeder-bv verkopen. Het was de bedoeling van haar man dat zijn broer het aandelenbelang van zijn schoonzus (de weduwe dus) zou overnemen. De zwager was alvast op 1 januari 2018 in dienst getreden van de werk-bv.

Begin 2019 wordt een eerste oriënterend gesprek over de verkoop van de aandelen gehouden op het accountantskantoor. Daarbij zijn behalve de weduwe met haar eigen accountant en een belastingadviseur – beiden verbonden aan een ander accountantskantoor – aanwezig. Ook de overlevende dga en de AA zitten aan; laatstgenoemde als adviseur van de werk-bv.

In februari 2019 stuurt de AA de conceptjaarrekeningen 2018 van de moeder- en de werk-bv naar de dga, de weduwe en de zwager. Een maand later laat de weduwe aan haar zwager weten dat zij 590.000 euro vraagt voor haar aandelenbelang. In april wordt de waarde van de aandelen besproken op het accountantskantoor van de AA en de RA RB. De AA treedt weer op als adviseur van de overgebleven dga, de RA RB adviseert de zwager en de weduwe laat zich weer bijstaan door haar accountant. De partijen worden het niet eens over de prijs.

De weduwe vraagt haar zwager nadien wat hij zou willen bieden en laat weten dat:

  • zij zich bij de verkoop van de aandelen laat bijstaan door een eigen deskundige;
  • de RA RB en de AA volgens haar alleen de moeder- en de werk-bv kunnen vertegenwoordigen als zij belangenverstrengeling willen voorkomen.

Als de RA RB zich vervolgens terugtrekt, schakelen de zwager en de dga een financieel adviseur in. In juni 2020 koopt de dga de aandelen voor 450.000 euro. De weduwe dient een klacht in tegen de AA en de RA RB.

Klacht

a. De RA RB heeft in februari 2019 conceptjaarrekeningen 2018 van de moeder-bv en de werk-bv gestuurd naar de zwager, die een potentiële koper was van de aandelen in de moeder-bv;

b. De AA heeft dat toegestaan, waardoor de weduwe bij het bepalen van de koopprijs in haar belang is geschaad;

c. De RA RB is opgetreden als adviseur van de zwager, terwijl hij dankzij de besprekingen onterecht verkregen voorkennis had, waardoor de weduwe in haar belang is geschaad;

d. De AA is opgetreden als adviseur van de uiteindelijke koper van de aandelen, terwijl hij ook werkzaamheden heeft verricht voor de moeder-bv, waardoor hij niet heeft gehandeld in het belang van beide aandeelhouders van de moeder-bv gezamenlijk;

e. De AA en de RA RB hebben tijdens de bespreking in april 2019 uitspraken gedaan die in het nadeel waren van de weduwe;

f. De AA en de RA RB hebben meerdere belangen behartigd, waardoor niet kan worden uitgesloten dat zij zich ongepast hebben laten beïnvloeden bij de verkoop.

Oordeel

De klacht is deels gegrond.

Ad a en b Toesturen concept

De RA RB heeft de conceptjaarstukken aan de zwager gestuurd in opdracht van de bestuurder van de moeder-bv, die daartoe bevoegd was.

Ad c tot en met f Niet objectief

Het verwijt komt er in essentie op neer dat beide accountants zich in het verkooptraject tegenover de mogelijke kopers in negatieve zin hebben uitgelaten over de waarde van de moeder-bv door te spreken over grote schulden en waardedaling van het onroerend goed.

Uit het dossier is gebleken dat de AA de jaarrekeningen 2018 van beide vennootschappen heeft samengesteld en de jaarrekening 2017 van de persoonlijke bv van de andere dga. De RA RB heeft op de zitting desgevraagd toegelicht dat hij enkele werkzaamheden heeft verricht voor beide vennootschappen. De accountants hebben met elkaar besproken hoe zij de rollen zouden verdelen bij de bespreking in april. De AA zou de belangen van de bv’s en de aandeelhouders behartigen; de RA RB die van de zwager.

Als het al juist is dat het gesprek in april een oriënterend karakter had, werkte de RA RB voor het accountantskantoor dat de vennootschappen en de andere dga bijstond. Bovendien had hij informatie over de moeder-bv, die onbedoeld of op een ongewenst moment terecht kon komen bij de (potentiële) koper van de aandelen in die vennootschap. Omdat in die situatie een belangenconflict kon ontstaan, had hij bedacht moeten zijn op mogelijke bedreigingen voor de naleving van het fundamentele beginsel van objectiviteit. In zo’n situatie moet je als accountant ook letten op de geheimhoudingsplicht.

In artikel 21 lid 1 van de VGBA staat dat de accountant:

  • omstandigheden identificeert en beoordeelt die een bedreiging kunnen zijn voor de naleving van een fundamenteel beginsel;
  • een maatregel treft die voldoende is om de naleving van de fundamentele beginselen te waarborgen;
  • de professionele dienst weigert of beëindigt als dat niet lukt.

De RA RB heeft bedreigingen voor zijn objectiviteit pas onderkend en zijn dienst als adviseur beëindigd nadat in het gesprek van april was gebleken dat de onderhandelingen tussen de weduwe en haar zwager zouden uitmonden in een moeizaam traject. Schending van het objectiviteitsbeginsel kan ook aan de orde zijn als de accountant zich in een situatie begeeft waarin zijn objectiviteit in het gedrang kan komen en hij geen toereikende maatregel neemt om zijn objectiviteit te waarborgen. De RA RB heeft ten onrechte niet onderkend dat deelname aan de bespreking al een bedreiging voor zijn objectiviteit met zich mee kon brengen en heeft geen toereikende maatregelen getroffen. Dat hij uitspraken heeft gedaan in het nadeel van de weduwe is niet aannemelijk gemaakt.

De AA werkte voor het accountantskantoor dat de zwager als beoogde koper bijstond, terwijl hijzelf behalve de vennootschappen de andere dga adviseerde, die eigen belangen kon hebben rondom de aandelen. Daardoor kon een belangenconflict ontstaan tussen de dga, de weduwe en de zwager. In die situatie had hij, zoals hierboven al gezegd, bedacht moeten zijn op mogelijke bedreigingen voor zijn objectiviteit en op de naleving van de geheimhoudingsplicht.

De AA heeft geen bedreigingen onderkend. Verder heeft hij de fundamentele beginselen van objectiviteit en van vertrouwelijkheid daadwerkelijk geschonden door zich tijdens de genoemde bespreking afwijzend uit te laten over het verkoopbedrag van 590.000 euro, dat de weduwe noemde, omdat de bv schulden zou hebben en het onroerend goed minder waard zou zijn. Hierdoor heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Maatregel

Berisping voor de AA en een waarschuwing voor de RA RB.

Annotatie Lex van Almelo

Als één van de twee dga’s van een onderneming overlijdt, erft zijn weduwe zijn 50 procents-belang. De weduwe wil de aandelen verkopen en schakelt een eigen accountant in als adviseur. Er zijn twee potentiële kopers voor de aandelen: de overlevende dga en haar zwager, die tien maanden vóór het overlijden in dienst is getreden van de werk-bv. De weduwe wil de aandelen aanvankelijk voor 590.000 euro verkopen aan haar zwager, zoals haar overleden man ook voor ogen stond. Maar uiteindelijk verkoopt zij de aandelen voor 140.000 euro minder aan de overlevende dga.

De accountants van de onderneming en de overlevende dga spelen – vanuit tuchtrechtelijk perspectief – geen glansrol bij de transactie. De accountant-administratieconsulent, die de jaarrekeningen samenstelde voor de onderneming en de overlevende dga, adviseert deze klanten tijdens de verkoopbespreking. Daar plaatst hij grote vraagtekens bij de gevraagde 590.000 euro, omdat de onderneming schulden zou hebben en het vastgoed in waarde was gedaald. Een kantoorgenoot van de AA, een RA RB, adviseert de andere potentiële koper, te weten de zwager.

Gezien het mogelijke belangenconflict tussen de weduwe en de potentiële kopers hadden beide accountants moeten afzien van deelname aan de besprekingen. Door zich in een situatie te begeven waarin zij zich ongepast konden laten beïnvloeden door de belangen van hun opdrachtgever en geen maatregelen te treffen om hun objectiviteit te waarborgen, hebben zij het objectiviteitsbeginsel geschonden. Dat de RA RB zich na de bespreking terugtrok is te laat en dus onvoldoende.

De accountant-administratieconsulent heeft zich bovendien daadwerkelijk partijdig opgesteld door zich laatdunkend uit te laten over de vraagprijs. Hij zou best gelijk kunnen hebben gehad, want als samensteller van de jaarrekening had hij zicht op de schulden en het vastgoed van de bv. De uitspraak vermeldt echter niet of hij gelijk had.

Kortom: wanneer je je als accountant begeeft in een belangenstrijdperk moet je als eerste de bedreigingen voor de objectiviteit onder ogen zien en vervolgens voldoende doen om de objectiviteit te waarborgen. Als die maatregelen onmogelijk zijn, moet je de opdracht teruggeven of weigeren. Bovendien raadt de Accountantskamer in zo’n situatie aan goed op te letten dat je de geheimhoudingsplicht niet overtreedt door onbevoegd informatie te verstrekken aan één van de partijen die niet jouw opdrachtgever is.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.