Tuchtrecht

Meewerken met FIOD en OM moet

Een accountant-administratieconsulent heeft zijn geheimhoudingsplicht niet geschonden door stukken te verstrekken aan de FIOD en het OM en zich door de FIOD te laten verhoren.

Accountantskamer

Zaaknummers:
20/2530 Wtra AK
Datum uitspraak:
16 april 2021
Oordeel:
kennelijk ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2021:27

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent doet sinds 2011 de salarisadministratie van een ondernemer, stelt de jaarrekening samen, verzorgt de vpb-aangifte en voert overige opdrachten uit. Omdat de administratie van de onderneming niet op orde is, moet er de eerste jaren veel worden afgestemd en gecorrigeerd. De ondernemer heeft er geen vertrouwen in dat het op deze manier goed komt en laat een ander bedrijf de hele administratie vanaf 2002 opnieuw invoeren in Exact. Daarna blijken er verschillen te bestaan tussen de administraties.

De ondernemer stelt veel vragen die het accountantskantoor aanvankelijk kosteloos beantwoordt. Uiteindelijk stelt het kantoor voor de klantrelatie te beëindigen of alle werkzaamheden alsnog in rekening te brengen. De ondernemer dient dan een klacht in bij de NBA. In 2017 volgt een klacht bij de Accountantskamer, die de klacht ongegrond verklaart, waarna het College van Beroep voor het bedrijfsleven de uitspraak gedeeltelijk vernietigt in hoger beroep. In 2020 dient de ondernemer opnieuw een klacht in bij de Accountantskamer, die de klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaart. (Of de klachten zijn ingediend tegen deze AA en waarom de klachten relevant zijn voor deze uitspraak, maakt de Accountantskamer niet duidelijk).

De Belastingdienst heeft in 2013 een boekenonderzoek aangekondigd bij een bv en een stichting die zijn gelieerd aan de onderneming. In januari 2015 legt de FIOD een verrassingsbezoek af aan het kantoor van de accountant. De FIOD vordert historische gegevens van het kantoor; de officier van justitie vordert de fysieke en digitale administratie, accountants- en adviesdossiers, overige (intern) gehanteerde adviesdossiers, fysieke klantcorrespondentie, uitdraaien uit “brievenboek verzonden” van de fysieke klantcorrespondentie en al het mailverkeer en alle overige digitale correspondentie van de gelieerde bv en stichting over de periode 1 januari 2010 tot en met ultimo 2011.

De AA, twee kantoorgenoten en de afdeling Juridische zaken (JZ) van het kantoor overleggen over de vordering van stukken. JZ zegt dat het kantoor wettelijk verplicht is om te voldoen aan de vordering. De fysieke administratie is al terug naar de klant en kan niet meer worden overhandigd; veel overige gegevens moeten worden uitgezocht. Uiteindelijk wordt in overleg met JZ besloten alvast de auditfiles van de bv en de stichting over 2010 en 2011 te verstrekken – zij het onder protest.

De medewerkers van de FIOD hebben de accountant vragen gesteld over de gezondheidstoestand van de vader van de gemachtigde van de onderneming. Een kantoorgenoot van de AA zegt dat de accountant alleen een verklaring wil afleggen in een getuigenverhoor als de FIOD een schriftelijk verzoek indient. Later zegt de accountant op advies van JZ tegen de FIOD dat het gevraagde mailverkeer en alle overige digitale correspondentie van de bv en de stichting moeten worden gevorderd bij de holding, omdat dit archief voor het lokale kantoor niet toegankelijk is.

In januari 2015 nodigt een FIOD-medewerker de accountant per mail uit voor een getuigenverhoor. De accountant werkt echter niet mee, omdat dit volgens hem zou indruisen tegen de geheimhoudingsplicht. Een maand later haalt de FIOD het restant van de gevorderde stukken op bij het accountantskantoor, dat de stukken onder protest verstrekt.

In oktober 2016 hoort de FIOD de accountant na een oproep van de rechter-commissaris in de strafzaak tegen de vader van de gemachtigde van de onderneming. De ondernemer dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

a. de volledige correspondentie, adviesdossiers en administratie aan de FIOD verstrekt en daardoor onder meer in strijd gehandeld met de algemene voorwaarden van zijn kantoor en de fundamentele beginselen van integriteit, professionaliteit en vertrouwelijkheid;

b. meegewerkt aan een gedelegeerd verhoor door de rechter-commissaris, terwijl hij niet was ontheven van zijn geheimhoudingsplicht; de wettelijke verplichting (van artikel 213 Sv) geldt namelijk alleen bij een verhoor door de rechter-commissaris en niet bij een gedelegeerd verhoor door de FIOD, zo blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.

Oordeel

De klacht is kennelijk ongegrond.

Ad a Verstrekking stukken

De accountant verweert zich door te zeggen dat:

  • de vordering niet was gericht aan hem, maar aan het kantoor;
  • het hem niet tuchtrechtelijk kan worden aangerekend dat het accountantskantoor hieraan heeft voldaan;
  • het gaat om een vordering op basis van (artikel 126nd van) het Wetboek van Strafvordering;
  • het niet voldoen aan zo’n vordering een misdrijf oplevert;
  • in situaties als deze de uitzondering van de VGBA (artikel 16 aanhef en onder a) van toepassing is;
  • hij steeds ruggenspraak heeft gehouden met JZ;
  • er niet meer stukken zijn verstrekt dan gevraagd.

De voorzitter van de Accountantskamer stelt vast dat:

  • de vordering inderdaad was gericht aan het accountantskantoor;
  • de accountant en een kantoorgenoot uitvoering hebben gegeven aan deze vordering;
  • beiden de FIOD-memo’s over de verstrekte stukken hebben ondertekend;
  • de accountant inderdaad verplicht was te voldoen aan de vordering op basis van artikel 126 nd van het Wetboek van Strafvordering;
  • deze wettelijke verplichting valt onder de genoemde uitzonderingsbepaling van de VGBA;
  • de accountant het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid dus niet heeft geschonden.

Verder heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat de accountant en zijn kantoorgenoot meer stukken hebben overhandigd dan gevraagd.

Ad b Verhoor

De accountant voert ter verdediging aan dat:

  • uit de artikelen 201, 213 en 221 Sv voortvloeit dat hij wel degelijk verplicht was mee te werken aan het verhoor;
  • het daarbij niet uitmaakt of het gaat om een gedelegeerd verhoor door de FIOD of een verhoor door de rechter-commissaris zelf;
  • hij zijn geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden door mee te werken aan het verhoor;
  • de uitspraak van de Hoge Raad, waarop de klager zich beroept, niet openbaar en kenbaar is;
  • hij niet met de klant mocht spreken over het verhoor en hem dus niet kon vragen om ontheffing van de geheimhouding;
  • hij steeds heeft gehandeld conform de adviezen van JZ.

In september 2016 is de accountant schriftelijk meegedeeld dat de rechter-commissaris hem als getuige moest horen in de strafzaak tegen de vader van de gemachtigde van de onderneming. In de brief staat dat de FIOD het verhoor namens de rechter-commissaris zal afnemen en hem daarvoor oproepen. “U bent als getuige verplicht te verschijnen. Uw werkgever is bij de wet verplicht u bijzonder verlof te verlenen. Uw reiskosten zullen in beginsel door justitie worden vergoed.”

De accountant heeft vervolgens advies gevraagd bij JZ, die hem liet weten dat hij moest vertellen wat hij wist, conform het kantoorbeleid.

Volgens de voorzitter van de Accountantskamer laat de brief van de rechter-commissaris aan duidelijkheid niets te wensen over. De accountant moest meewerken aan dit verhoor, ook al was het gedelegeerd aan de FIOD. Gezien artikel 221 Sv moest de accountant informatie verstrekken, zoals ook artikel 16 (aanhef en onder a) van de VGBA. Volgens vaste rechtspraak (zoals deze beschikking) hebben registeraccountants geen verschoningsrecht. Het ligt niet voor de hand dat dit voor een accountant-administratieconsulent anders is.

Daar komt bij dat de accountant in het hele contact met de FIOD steeds zorgvuldig heeft gehandeld door JZ te raadplegen en haar adviezen op te volgen. Onder deze omstandigheden valt de accountant tuchtrechtelijk niets te verwijten.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Tegen een klant van een accountant-administratieconsulent, die administratieve, samenstel- en aangiftewerkzaamheden deed, hebben de FIOD en het OM een strafzaak geopend. De FIOD en het OM vorderen ook stukken van het kantoor van de accountant. Na overleg met de afdeling Juridische Zaken van het kantoor voldoen de accountant-administratieconsulent en een kantoorgenoot aan de wettelijke verplichting om op basis van het Wetboek van Strafvordering (artikel 126 nd) de geëiste stukken te verstrekken. Zij doen dit wel onder protest en laten dat vastleggen in memo’s.

Kennelijk kennen zij hun pappenheimers, want de klant dient prompt een klacht in over schending van de geheimhoudingsplicht. De voorzitter van de Accountantskamer doet de klacht af zonder zitting en verklaart die “kennelijk ongegrond”.

De uitspraak is geen verrassing: je bent als accountant wettelijk verplicht mee te werken als de FIOD en/of het OM op basis van het Wetboek van Strafvordering stukken opeist. Een wettelijke verplichting is één van de uitzonderingsgronden die wordt genoemd in artikel 16 van de VGBA. Ook het meewerken aan verhoor door de FIOD, op last van de rechter-commissaris in strafzaken, is een wettelijke verplichting. En een accountant heeft nu eenmaal geen verschoningsrecht. Dat heeft de Hoge Raad in 1983 al gezegd over een registeraccountant, in een beschikking die vreemd genoeg pas in januari 2020 op rechtspraak.nl is gepubliceerd. De voorzitter van de Accountantskamer gaat ervan uit dat de argumenten om een RA geen verschoningsrecht toe te kennen ook gelden voor AA’s.

Zou je op basis van deze zaak met succes de invoering van het verschoningsrecht voor accountants kunnen bepleiten? Ik meen van niet. De accountant heeft – tot hij ermee ophield - de financiële administratie gevoerd en op basis daarvan vpb-aangiften gedaan. Waarom zou je de FIOD en justitie dan geen informatie geven over jouw klant als zij die verdenken van een strafbaar feit? Om te verhullen dat je jouw werk niet goed hebt gedaan? Omdat je represailles vreest van de klant? De klant had eerder tuchtklachten ingediend.

Het verschoningsrecht is niet bedoeld om de dienstverleners te beschermen tegen tuchtklachten. Het is bedoeld voor cliënten die niet de hulp van een geestelijk of (fiscaal-)juridisch raadsman/vrouw zouden kunnen inroepen als zij niet de zekerheid hebben dat die hulpverlener de opgebiechte geheimen mag bewaren tegenover de overheid. De Hoge Raad legt de wet (art. 218 Sv) sinds 1983 zo uit dat het moet gaan om hulpverlening aan iemand met een probleem. Registeraccountants, wier functie ‘primair controlerend’ is, vallen daar niet onder. Volgens de voorzitter van de Accountantskamer ligt het “niet voor de hand te veronderstellen dat dit voor een accountant-administratieconsulent anders is”.

Die redenering lijkt mij juist, maar wel wat kort door de bocht. Het gaat immers niet zozeer om de titel van de accountant, maar om de uitgevoerde werkzaamheden. En die waren in dit geval administreren, samenstellen en aangifte doen, dus geen (verplichte) wettelijke controle. Dat is inderdaad geen hulp zoeken bij een nijpend probleem.

Bij het doen van aangifte is het nog enigszins voor te stellen dat een beknelde ondernemer  hulp zoekt. Maar ook belastingadviseurs hebben geen verschoningsrecht, in ieder geval niet tegenover justitie en FIOD. (Wel menen zij een informeel verschoningsrecht te hebben tegenover de belastinginspecteur, zie bijvoorbeeld hier. Maar in dit geval doet dat er niet toe.)

Wie meer wil lezen over de geheimhoudingsplicht van de accountant kan hier en hier gratis twee artikelen van Marcel Pheijffer en uw annotator lezen.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.