Aansprakelijkheid

Hoge Raad: accountant beperkt aansprakelijk bij niet-wettelijke taken

De accountant is beperkt aansprakelijk bij het uitoefenen van niet-wettelijke taken tegenover derden. Dat is de conclusie uit een arrest dat de Hoge Raad op 29 januari heeft gewezen. De Hoge Raad zet in de uitspraak helder uiteen hoe moet worden beoordeeld of een accountant bij het uitoefenen van niet-wettelijke taken aansprakelijk is jegens derden of niet.

Waar ging de zaak over? In 2002 wordt een onderneming in productie en verkoop van luxe motorsloepen verkocht. Uit de koopovereenkomsten tussen de twee verkopers en de twee kopers volgt dat de koop wordt geacht te hebben plaatsgevonden op 1 januari 2002; richtdatum voor de levering van de aandelen was ultimo juli 2002. De intellectuele eigendomsrechten worden door een andere partij verkocht aan de twee kopers en ondergebracht in een vennootschap naar Maltees recht. Vervolgens wordt bij overeenkomst van 17 december 2002 een derde deel van het kapitaal in de motorsloepenonderneming en een derde deel van het kapitaal in de vennootschap naar Maltees recht verkocht aan twee nieuwe kopers. Op 9 september 2008 wordt de motorsloepenonderneming failliet verklaard.

Een beroepsfout?

Alle kopers klagen de accountant aan. Tijdens het overnameproces heeft die in opdracht van de motorsloepenonderneming de jaarrekeningen over de boekjaren 2000 en 2001 opgesteld. De samenstellingsverklaring dateert van 30 juli 2002. Ook heeft de accountant in opdracht van de motorsloepenonderneming de halfjaarcijfers over 2002 opgesteld en die in definitieve vorm op 19 augustus 2002 aan de directie toegestuurd. Deze informatie was bepalend voor de investeringsbeslissing van de kopers. Zij stellen dat de accountant bij het opstellen van de stukken beroepsfouten heeft gemaakt. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven geeft in hoger beroep de kopers gelijk. Zowel voor de jaarstukken 2000 en 2001 als de halfjaarcijfers voor 2002 ontbrak een deugdelijke grondslag. De accountant wordt de maatregel van schriftelijke berisping opgelegd.

Wel een beroepsfout, maar geen vergoeding van schade

Gesterkt door deze uitspraak stappen de kopers naar de rechter en vorderen zij vergoeding van de schade die veroorzaakt is door de beroepsfouten. Zowel de rechtbank, het hof als de Hoge Raad wijzen de vorderingen tot schadevergoeding af. Waarom?

'Zowel de rechtbank, het hof als de Hoge Raad wijzen de vorderingen tot schadevergoeding af.'

Zowel de rechtbank als het hof oordelen dat bij de twee kopers die de motorsloepenonderneming overnamen, een causaal verband tussen de schade en de gestelde beroepsfouten ontbreekt. De kopers hadden al voor de publicatie van de jaarrekeningen en de halfjaarcijfers in de zomer van 2002 besloten om te investeren in de motorsloepen-onderneming en ook al gedeeltelijk uitvoering aan die beslissing gegeven.

Over de vorderingen van de twee kopers die in december 2002 besloten te participeren in het aandelenkapitaal van de motorsloepen-onderneming, oordeelt het hof dat de accountant tegenover hen niet aansprakelijk is. Voor niet-wettelijke taken heeft de accountant op de eerste plaats een zorgplicht tegenover de opdrachtgever (de motorsloepenonderneming). Alleen onder omstandigheden moet worden aangenomen dat er ook een zorgplicht geldt ten opzichte van derden, zoals de kopers, maar daarvan is in dit geval geen sprake. Van een zorgplicht is sprake als de accountant bij het uit handen geven van de rapportage weet, of behoort te weten, dat die ter beschikking van een derde zal komen én dat die derde waarschijnlijk op de rapportage zal vertrouwen bij het nemen van de investeringsbeslissing. Het hof oordeelt dat in dit geval de accountant er wel rekening mee moest houden dat de rapportage voor de kopers van de motorsloepenonderneming van belang was hun aankoopbeslissing. Maar, zoals gezegd, hier ontbrak op grond van de feiten een causaal verband. De accountant hoefde er geen rekening mee te houden dat de cijfers ter beschikking zouden komen van de kopers die in december 2002 participeerden in het aandelenkapitaal van de motorsloepenonderneming.

Omvang van de zorgplicht tegenover derden

Aan de Hoge Raad wordt vervolgens de vraag voorgelegd hoever de zorgplicht van de accountant reikt ten opzichte van derden, bij het uitoefenen van niet-wettelijke taken. Het standpunt van de kopers is dat voor het ontstaan de zorgplicht alleen vereist is dat de accountant ermee bekend is dat een derde op de rapportage zal gaan vertrouwen. Niet relevant is dat de accountant niet weet welke derde dit zal zijn.

De maatstaf

De Hoge Raad gaat niet mee in deze poging om de zorgplicht tegenover derden op te rekken. De Hoge Raad bepaalt dat de vraag of een accountant bij de uitoefening van een niet-wettelijke taak voor een derde heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot betaamt, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval.

'De Hoge Raad gaat niet mee in deze poging om de zorgplicht tegenover derden op te rekken.'

Daarbij moet ook acht worden geslagen op de functie van de accountant in het maatschappelijk verkeer. De accountant moet, gezien het belang dat een derde aan zijn rapportage zal hechten, ermee rekening houden dat die derde zijn gedrag mede door de inhoud van die rapportage laat bepalen. Dan kan het niet nemen van maatregelen om te voorkomen dat die derde aan die rapportage ten onrechte of een onjuiste betekenis toekent, in strijd zijn met wat hoort volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer.

De Hoge Raad

Toepassing van deze maatstaf leidt tot afwijzing van de vordering van de kopers. Allereerst merkt de Hoge Raad op dat alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen. Dat de accountant wist dat de twee kopers van de motorsloepen-onderneming op de stukken vertrouwden voor het nemen van de investeringsbeslissing, is niet voldoende om aan te nemen dat er ook een zorgplicht bestaat tegenover de twee kopers die participeerden in het aandelenkapitaal. Daarnaast volgt de Hoge Raad het hof dat de accountant niet heeft nagelaten maatregelen te treffen om te voorkomen dat derden - zoals de twee kopers die later participeerden in het aandelenkapitaal van de motorsloepenonderneming - aan de cijfers een onjuiste betekenis zouden toekennen. De accountant hoefde op het tijdstip van het uit handen geven van de rapportage geen rekening te houden met de latere kopers.

'Dit arrest bevestigt dat een beroepsfout niet automatisch betekent dat de accountant ook aansprakelijk is.'

Dit arrest bevestigt dat een beroepsfout, vastgesteld door het CBb, niet automatisch betekent dat de accountant ook aansprakelijk is. Dit ligt genuanceerder. Daarnaast formuleert de Hoge Raad helder hoe moet worden beoordeeld of de accountant aansprakelijk is tegenover derden. Wanneer de accountant weet dat een derde zijn gedrag laat bepalen door de door de accountant opgestelde stukken, dan moet hij of zij maatregelen treffen om te voorkomen dat derden ten onrechte of een onjuiste betekenis aan de stukken toekennen.

Bij het uit handen geven van stukken is het dus steeds een aandachtspunt voor de accountant of de positie ten opzichte van derden goed is afgedekt!

Sjoerd Meijer is advocaat en partner bij Nauta Dutilh. Hij adviseert en procedeert op het terrein van het verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht. Zijn praktijk omvat ook advisering over toezicht op financiële instellingen en tussenpersonen.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.