RAL

RAL - Margin Call

Arnout van Kempen stort zich wekelijks op literatuur. Maar deel tien in de reeks 'RAL' (Relevante Accountants Literatuur) gaat over een film, die verhaalt over het begin van de financiële crisis van 2008.

Arnout van Kempen

Margin Call vertelt het verhaal over een van de grootste financiële crises uit onze geschiedenis. De film speelt zich af in de nacht voordat een grote zakenbank implodeert. Niemand schreeuwt. Niemand rent hysterisch door gangen. Er zijn geen achtervolgingen. Alleen mensen die spreadsheets bekijken en beseffen dat de werkelijkheid niet meer past binnen hun modellen.

Het is precies dát wat deze film niet alleen goed maakt, maar op een vrijwel onzichtbare wijze apocalyptisch. We zien hoe bij een grote zakenbank iemand van een risk-afdeling ontdekt dat de modellen waarmee de bank haar risico's berekent, niet meer blijken te kloppen. Het gevolg is dat de bank risico's in de boeken heeft staan die zij niet kan dragen. In de nacht nadat de ontdekking binnen de bank bekend wordt, komen partners, compliance officer, juristen, handelaren en risk managers tot de enige oplossing die de bank kan redden. Een fire sale. De handelaren krijgen de opdracht de volgende ochtend de volledige positie van de bank in de betreffende asset te liquideren. Koste wat het kost.

Het levert de prachtige dialoog op tussen bestuursvoorzitter John Tuld en Jared Cohen, maar het draait om zijn laatste uitspraak richting Peter Sullivan, de junior risk analist die het probleem gevonden heeft.

John Tuld: Please, sit down. Welcome, everyone. I must apologize for dragging you all here at such an uncommon hour. But from what I've been told, this matter needs to be dealt with urgently, so urgently, in fact, it probably should have been addressed weeks ago. But that is spilt milk under the bridge. So, why doesn't somebody tell me what they think is going on here?

Jared Cohen: Mr. Tuld, as I mentioned earlier, if you compare the figure at the top of page 13…

Tuld: Jared, it's a little early for all that. Just speak to me in plain English.

Cohen: Okay

Tuld: In fact, I'd like to speak to the guy who put this together. Mr. Sullivan, is it? Does he speak English?

Cohen: Sir?

Tuld: I'd like to speak with the analyst who seems to have stumbled across this mess.

Cohen: Certainly. That would be Peter Sullivan. Right here.

Tuld: Oh, Mr. Sullivan, you're here. Good morning. Maybe you could tell me what you think is going on here. And please, speak as you might to a young child, or a golden retriever. It wasn't brains that got me here. I can assure you of that.

En dat is relevant, omdat….

De voor de hand liggende les van Margin Call is dat je een risico zo eenvoudig moet kunnen uitleggen dat een bestuurder het begrijpt. Wie het niet simpel kan zeggen, snapt het zelf nog niet. Dat is waar. Maar het is niet wat de film werkelijk laat zien.
Want let op de zin waarmee Tuld de junior analist begroet. Niet de grap over de golden retriever, maar wat erachter zit: It wasn't brains that got me here. De man met de meeste macht in het gebouw vertelt, zonder schaamte, dat hij het niet begrijpt en ook nooit heeft hoeven begrijpen. Dat is geen bescheidenheid en geen ijsbreker. Het is de duisterste observatie van de film over ons vak.

In een grote organisatie lopen begrip en macht uit elkaar. Peter Sullivan begrijpt het getal en heeft geen enkele zeggenschap. John Tuld beslist over alles en kan het getal niet lezen. Dat is geen ongeluk in het systeem. Dat ís het systeem.
En daarmee verschuift de vraag. Niet: hoe leggen wij het beter uit. Maar: hoe bestuur je iets wanneer degene die beslist het onmogelijk kan doorgronden en degene die het doorgrondt niet mag beslissen? Het hele bouwwerk van governance is een poging die kloof te overbruggen met iets anders dan begrip.
Met hiërarchie, met vertrouwen, met een man die vraagt of je tegen hem wilt praten als tegen een hond. Wij doen alsof governance over kennis gaat. Margin Call laat zien dat het over de afwezigheid van kennis gaat en over wat je daarvoor in de plaats zet.

Maar dan komt de tweede helft van de nacht en die is erger. Want Tuld doet wél het juiste. Hij dumpt de volledige positie, de volgende ochtend, koste wat het kost. Operationeel is het de enige zet die de bank redt. En hij weet, terwijl hij het beveelt, precies wat hij doet: hij schuift de schade door naar zijn tegenpartijen, naar de markt, naar mensen die nog niet weten wat hij al weet. De fire sale is moreel verwoestend en zakelijk correct, in één en dezelfde beslissing.

Misschien is dáár het werkelijke verschil tussen de analist en de bestuurder. Niet brains. Sullivan kan de consequentie berekenen. Tuld is bereid ernaar te handelen, kil, met open ogen, en de rekening bij een ander neer te leggen. De analist ziet de golf aankomen. De bestuurder gooit de steen toch, omdat hij weet dat de golf anders hem raakt in plaats van de buurman.
En dat, niet het rekenwerk, is wat hem aan de top heeft gebracht. It wasn't brains.  

Arnout van Kempen is directeur compliance & risk bij aaff. Hij schrijft op persoonlijke titel.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.