RAL

RAL - Les Particules élémentaires

Na jarenlang 'klooien met computers', stort Arnout van Kempen zich nu wekelijks op literatuur. Deel acht in de reeks 'RAL' (Relevante Accountants Literatuur) gaat over elementaire deeltjes.

Arnout van Kempen

'Elementaire deeltjes' is een roman uit 1998 van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Het boek vertelt het verhaal van twee halfbroers; de een oversekst, de ander een nerd die bezig is een nieuwe menssoort te ontwikkelen. In het boek zijn verschillende lagen te ontdekken. Wat mij betreft de interessantste, is die van een virulent bijtend commentaar op de generatie van '68. De naoorlogse jeugd die zichzelf volgens Houellebecq tot norm aller dingen uitriep, jeugdigheid tot de heilige graal maakte, hedonisme in de plaats stelde van hard werken en spaarzaamheid. Houellebecq beschrijft het verlies aan betekenisvolle relaties, sociale structuur en duwt de generatie van de babyboomers met sardonisch genoegen met het gezicht in de drek die zijzelf creëerde. Want de seksuele revolutie in de analyse van Houellebecq is geen bevrijding, maar de creatie van een bikkelharde markt waarin mensen uiteindelijk allemaal verliezers zijn. Niet iedereen is aantrekkelijk, niet iedereen kan concurreren op deze markt. Maar iedereen wordt ouder en verliest op den duur vanzelf van de jeugd. Hoe krampachtig men ook probeert eeuwig jong te blijven.

Bij Houellebecq verandert de bevrijding van de hippies, van de seksuele revolutie, van de babyboomers, in een nieuwe vorm van onderwerping. Ze wordt zo geschilderd als een bikkelharde strijd van allen tegen allen, waarover bijvoorbeeld Thomas Hobbes zou zeggen Homo homini lupus, de mens is de mens tot wolf. Dit is geen bevrijding, het maakt de mens tot slaaf en slachtoffer van een seksuele markt waar relaties geen betekenis hebben. Een kernthema van Houellebecq in al zijn werk is dan ook niet seks, maar markt.

En dat is relevant, omdat...

De markt is een uitstekend mechanisme voor goederen. Niet voor mensen. Elke markt doet hetzelfde: zij verdeelt schaarse goederen via concurrentie. Dat werkt voor graan, staal en auto's. De boer die het onderspit delft, verliest een oogst, niet zichzelf. Het graan is niet de boer.

Maar op de markt die Houellebecq beschrijft, is het aangebodene de deelnemer zelf. Je biedt niet iets aan dat je hebt, je biedt aan wat je bent. Er is geen afstand tussen de koopwaar en de verkoper. En daarmee verandert alles. Wie hier niet kan concurreren, wordt niet afgewezen op wat hij aanbiedt, maar op wat hij is. De markt prijst niet je arbeid, zij prijst je persoon.

Daar ligt de wreedheid die het boek zo onverdraaglijk en zo precies maakt. Niet dat de prijzen hard zijn. Maar dat de waardebepaling de mens zelf tot voorraad maakt. En voorraad veroudert. Iedereen wordt ouder, iedereen zakt vanzelf in waarde, hoe krampachtig men ook jong probeert te blijven. Op deze markt is verliezen geen ongeluk, maar de afloop. Niemand komt er levend uit.

Wat mij betreft is dat de grootste vraag die Houellebecq stelt. Niet of markten goed of slecht zijn. Maar of er dingen bestaan die wij nooit tot markt hadden mogen maken, omdat de markt ze niet verdeelt maar verteert.

Arnout van Kempen is directeur compliance & risk bij aaff. Hij schrijft op persoonlijke titel.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.