Marcel Pheijffer

De fraudezaak rondom Pels Rijcken verdient niet alleen aandacht vanwege de notariële aspecten. Er is ook aanleiding voor AFM-onderzoek naar de rol van de controlerend accountant, vindt Marcel Pheijffer.

Discussie Column

Fraude Pels Rijcken: rol Mazars is de perfecte AFM-casus

Ruim een jaar geleden schreef ik op deze site een column met als titel Fraude bij Pels Rijcken: de onderste steen moet boven. Het was een verkorte weergave van een uitgebreid artikel in het Nederlands Juristenblad (NJB) dat ik samen schreef met Jeroen Princen, advocaat en curator.

Een trigger voor het schrijven van het artikel over deze fraudezaak - waarin door een notaris meer dan tien miljoen euro van cliënten is onttrokken - was het feit dat Pels Rijcken in een persbericht van 2 maart 2021 berichtte dat sprake zou zijn van een "geraffineerde fraude" waarvan (ook) Pels Rijcken "slachtoffer" is geworden. Het zou gaan om overboekingen "over een periode van vele jaren" waarbij de notaris gelden "via omwegen naar privérekeningen heeft gesluisd".

Princen en ondergetekende vroegen zich echter af of die fraude wel zo geraffineerd was en ook of het terecht was dat Pels Rijcken, het kantoor van de Landsadvocaat, zich al dan niet terecht als slachtoffer opstelde. Na een analyse van openbare bronnen kwamen wij tot de conclusie dat de geraffineerdheid van de fraude moest worden gerelativeerd en dat Pels Rijcken niet zozeer slachtoffer van fraude is, maar juist medeverantwoordelijkheid voor de fraude draagt.

Zorgvuldigheidshalve is het NJB-artikel toentertijd door ons aan Pels Rijcken voorgelegd. De kernzinnen in de reactie daarop zijn: "Wij kunnen ons voorstellen dat uit die openbare bronnen het door auteurs geschetste beeld volgt. Helaas komt dat beeld op fundamentele onderdelen niet overeen met de werkelijke gang van zaken." Bij gebrek aan concretisering van feitelijke onjuistheden door Pels Rijcken en op basis van een gedegen onderzoek onzerzijds, handhaafden wij het artikel. Uiteraard met plaatsing van een naschrift waarin de reactie van Pels Rijcken integraal is weergegeven.

Pels Rijcken geeft in haar persbericht ook aan dat het kantoor het risico van fraude in de toekomst wil uitsluiten en dat daarom "de interne beheersingsmaatregelen daarop zijn aangescherpt in overleg met Deloitte". Laatstgenoemde was niet de controlerend accountant van Pels Rijcken, maar de door dit kantoor ingeschakelde uitvoerder van een forensisch onderzoek.

Mazars heeft wel jarenlang als controlerend accountant van Pels Rijcken gefungeerd. Princen en ondergetekende stelden in het NJB-artikel dat bij het naar boven brengen van de onderste steen, het noodzakelijk is dat ook kenbaar wordt gemaakt op welke wijze de accountant diens controle op uitbetalingen heeft uitgevoerd en hoe het mogelijk is dat deze door Oranje om de tuin is geleid, of zich om de tuin heeft laten leiden.

Meer duidelijkheid door notariële tuchtuitspraken

Recentelijk, 25 mei 2022, heeft de Kamer voor het notariaat uitspraak gedaan in door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) tegen enkele (kandidaat-) notarissen ingediende tuchtklachten. De uitspraak van de notariële tuchtrechter geeft meer inzicht in de fraude, het interne toezicht binnen Pels Rijcken en de rol van accountant Mazars.

Wat betreft de fraude is het oordeel van de rechter klip en klaar: "In dit geval is van geraffineerde malversaties en manipulatie, zoals de notarissen de fraude duiden, echter geen sprake. De fraude komt met name neer op het schuiven met gelden naar rekeningen en rechtspersonen, die soms buiten de invloedsfeer en soms ook buiten het zicht van het kantoor lagen of werden gehouden. Het handelen van de notaris was eerder brutaal dan briljant."

Het oordeel met betrekking tot het interne toezicht volgt direct uit de verklaringen van de in de tuchtprocedure betrokken notarissen: "De notarissen erkennen dat niet adequaat is toegezien op de werking van de administratieve organisatie en de beheersmaatregelen." De tuchtrechter stelt onder het veelzeggende kopje Niet adequate administratieve organisatie en interne beheersingsmaatregelen het volgende: "Aan de administratie van een notaris worden hoge eisen gesteld: cliëntgelden en financiële verplichtingen dienen juist, volledig en tijdig worden vastgelegd. De administratieve organisatie van het kantoor en de interne beheersing hebben echter in onvoldoende mate bestaan en gewerkt. In een aantal dossiers waar [O] derdengelden aan de derdengeldenrekeningen van het kantoor onttrok hebben de controle, technische functiescheiding en interne beheersing in het betaalproces onvoldoende bestaan en gewerkt."

 Kortom: de uitspraak in de tuchtprocedure is een bevestiging dat het artikel van Princen en ondergetekende op fundamentele onderdelen wel degelijk juist was: de fraude was niet geraffineerd en de deur stond bij Pels Rijcken zodanig open, dat de fraude door de notaris kon worden gepleegd. Pels Rijcken is dus niet zozeer slachtoffer van fraude, maar draagt daar medeverantwoordelijkheid voor.

Rol Mazars

Tot slot het derde aspect: de rol van controlerend accountant Mazars. Ook daarover schept de uitspraak van de tuchtrechter meer duidelijkheid. Ten eerste op indirecte wijze. Er bestaan strikte regels (1) inzake derdengeldrekeningen van de notaris (er is in de periode 2002-2020 en dus langdurig sprake geweest van een groot bewaartekort op de derdengeldrekening van kantoor) en de rol van de accountant daarbij; (2) rentevergoedingen ten aanzien van derdengelden (de notaris dient alle ten behoeve van cliënten ontvangen rente aan hen uit te betalen); en (3) escrow-activiteiten (de notaris mag niet als bank fungeren).

Van een controlerend accountant mag worden verwacht dat deze zijn cliënt, de sector waarin deze opereert en de sectorspecifieke regelgeving, kent. En dus mag ook worden verwacht - vide NV COS 315 - dat de accountant de (fraude)risico's ten aanzien van derdengeldrekeningen, rentebetalingen en escrow-activiteiten juist inschat en zijn werkzaamheden conform inricht.

Uit de notariële uitspraken noch uit andere openbare informatie blijkt dat Mazars ten aanzien van de uit die uitspraken blijkende tekortkomingen, heeft gewezen op het bestaan en de verwezenlijking daarvan. Evenmin is gebleken dat de door het BFT beklaagde notarissen in hun verweer voor de tuchtrechter hebben gewezen op het feit dat Mazars de tekortkomingen zou hebben geconstateerd en daaraan consequenties heeft verbonden. De tuchtrechter is duidelijk: "De administratieve organisatie van het kantoor en de interne beheersing hebben in onvoldoende mate bestaan en gewerkt." Dit is niet alleen een standje voor (de notarissen) van Pels Rijcken, maar ook voor diens accountant.

Ten tweede leert de uitspraak ons nog iets over de directe rol van Mazars in de casus. Het accountantskantoor was niet alleen de controlerend accountant van Pels Rijcken, maar het vervulde ook een rol in een procedure met uitbetalingen van compensatiegelden aan gedupeerden door middel van cheques. Gelden die waren ondergebracht bij een stichting waarvan Mazars overigens ook de boeken controleerde.

Dit alles draait om een bedrag van in totaal 58,4 miljoen euro aan compensatiegelden in de Converium-kwestie. Voor de uitbetaling daarvan was dus een stichting (hierna CSCF) opgericht en middels een escrow-overeenkomst was de (naar later bleek: frauderende) notaris aangewezen als escrow-agent. Een administrator (hierna: GCG) beoordeelde claims en deed een voorstel voor uitbetalingen. Daarbij werd de volgende procedure gevolgd: "GCG zette betalingen en uit te betalen cheques klaar in Access Online. Betrokken accountant Mazars controleerde gegevens zoals het uit te keren bedrag en de naam van de begunstigde. Dat was geen integrale controle, maar een controle aan de hand van een selectie. Na akkoord van Mazars zou de notaris opdracht aan de bank geven om betalingen te doen en cheques uit te geven."

De tuchtrechter noemt dit een procedure met waarborgen - door de inschakeling van de administrator en Mazars - in het proces "voorafgaand aan de betaling door de escrow-agent [de notaris]". Het probleem was echter wat daarna volgde: "De notaris printte en verzond zelf de cheques." Daarover zegt de tuchtrechter het volgende:

"6.19 Het zicht op de verzending van de cheques ontbrak vervolgens echter - anders dan bedoeld is de notaris zelf gaan printen en verzenden. Dat werd een daadwerkelijke financiële kwestie toen cheques terugkwamen, zonder dat gecontroleerd werd hoeveel cheques dat betrof en welke bedragen daarmee gemoeid waren. In gevallen waarin aanleiding bestaat om via cheques uit te betalen, moet rekening worden gehouden met het onbesteld retour ontvangen van cheques. Die reële mogelijkheid is niet onderkend, laat staan dat daarop werd toegezien. 

6.20 Daarbij komt dat de terugontvangen gelden op een bij het kantoor bekende rekening werden gezet en vervolgens - onder andere met een overboeking van 6 miljoen euro - konden worden overgemaakt naar de rekening van een stichting die met het betreffende dossier niets te maken had. 

6.21 Alles overwegende komt de Kamer tot het oordeel dat er niet slechts sprake was van een aantal incidentele missers op administratief niveau, maar dat het systeem niet voldoende functioneerde om de aanzienlijke afwijkingen in geldstromen tussen rekeningen of dossiers, die zich gedurende meerdere jaren voordeden te voorkomen, te signaleren of te corrigeren."

Kernvraag is hier of Mazars verder heeft gekeken dan 'de neus lang is' door niet alleen de procedure voorafgaand aan de uitbetaling te controleren, maar ook de uitbetaling zelve en hetgeen daarna gebeurde. Want uit het citaat en de uitspraak van de tuchtrechter blijkt dat de notaris kon frauderen omdat er cheques retour kwamen, waarna de notaris deze voor een deel (namelijk 92 van de 194 retour gekomen cheques) introk en het daarmee gemoeide bedrag (ruim negen miljoen dollar) overmaakte naar derdengeldrekeningen en in 2018 naar de bankrekening van een door hem beheerde stichting.

Mazars zal wellicht stellen dat de controle van de jaarrekening van Pels Rijcken en die van de stichting CSCF (die dus ook door Mazars werd gecontroleerd), alsmede de werkzaamheden ten aanzien van de uitbetalingen door CSCF, andere entiteiten betreft en dat er schotten tussen die verschillende werkzaamheden zitten. Dat verweer zal en kan Mazars mijns inziens niet baten. Los van de vraag of Mazars die dubbelrol kon en mocht vervullen, lopen de activiteiten van de notaris, Pels Rijcken, de stichting alsmede de escrow- en derdengeldrekeningen dusdanig door elkaar heen, dat Mazars zich bewust diende te zijn van de verwevenheid en ook dat daar bij de uitvoering van werkzaamheden rekening mee moest worden gehouden.

Spotlights

Wat mij betreft blijkt uit de uitspraken van de notariële tuchtrechter en alle informatie die inmiddels over de casus Pels Rijcken openbaar is geworden, dat er alle aanleiding is om de spotlights ook op accountant Mazars te richten. Zoals het het BFT is, dat na diepgaand onderzoek het handelen van de notarissen van Pels Rijcken aan de notariële tuchtrechter heeft voorgelegd, is het mijns inziens aan de AFM om diepgaand onderzoek te doen (mogelijk loopt dat al, maar daarover ken ik geen openbare informatie) naar het handelen van Mazars en zo nodig het oordeel van de Accountantskamer te vragen inzake de betrokken accountant(s).

Voorgaande klemt temeer, nu de AFM in haar recente rapportage van 31 mei 2022 constateert dat accountants hun poortwachtersrol bij fraude(risico's) beter moet invullen. Meer specifiek stelt de AFM ten eerste dat de kennis, kunde en expertise om een correcte controle uit te voeren niet altijd aanwezig is. Dit betreft een aspect waaraan ik in deze bijdrage eveneens refereer en wel in relatie tot NV COS 315.

Ten tweede stelt de AFM dat de rolopvatting, houding en mindset van de accountant ten aanzien van de detectie van frauderisico’s tekortschieten. In deze column stel ik in deze vragen over de accountantswerkzaamheden ten aanzien van derdengeldrekeningen, rentebetalingen en de escrow-rekening.

Tot slot maakt de AFM opmerkingen over de cultuur van accountantsorganisaties die belemmerend kan werken. In casu stel ik het vervullen van een dubbelrol van Mazars - meerdere cliënten bedienen in een casus waarin partijen diverse rollen vervullen en tegengestelde belangen dienen - aan de orde.

Kortom: de casus Pels Rijcken verdient niet alleen de aandacht van toezichthouder BFT en de tuchtrechter vanwege de notariële aspecten. Alleen al op basis van openbare informatie is er voldoende aanleiding voor AFM-onderzoek naar de rol van Mazars en de betrokken accountant(s). Met als mogelijke uitkomst dat handhavend wordt opgetreden en/of de zaak aan de Accountantskamer wordt voorgelegd. Een uitgelezen casus voor de AFM to put their money, where their mouth is. Of zoals we dat in Rotterdam zeggen: geen woorden maar daden.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.