Marcel Pheijffer

Accountants mogen kritischer zijn over het gebruik van kunstmatige intelligentie. Ze moeten vooral vakmanschap tonen, aldus Marcel Pheijffer.

Discussie Column

Bullshitchecker

Onlangs verscheen in het FD een artikel met als kop en strekking Advocaten hebben dagtaak aan cliënten corrigeren die bij een chatbot te rade gaan. In het artikel wordt uitgelegd dat advocaten steeds vaker met cliënten krijgen te maken die zich baseren op onjuist, door AI gegenereerd, juridisch advies, waarna advocaten hen vervolgens moeten uitleggen dat kunstmatige intelligentie niet altijd juridisch correcte informatie verschaft.

Cliënten proberen via hun eigen bijdrage aan processtukken kosten te besparen en verwachten van advocaten soms zelfs dat deze de door AI-gegenereerde stukken een-op-een indienen. Terecht doen advocaten dat niet. Zo geeft advocaat Danny Vesters aan dat hij en zijn team vaak "met een stofkam" door de stukken moeten en dat "vaak meer dan de helft eruit moet, omdat het te wollig en juridisch onjuist is". Advocate Laura Smit zegt het nog puntiger: "Je wordt eigenlijk een bullshitchecker."

Uit eigen waarneming weet ik dat advocaten ook gebruikmaken van automatiseringstools, waaronder AI-toepassingen. Vaak gaat het om het doorploegen van jurisprudentiedatabanken waarin, afhankelijk van het procesbelang, wordt gezocht naar kwesties waarin overeenkomsten of juist verschillen zitten met de zaak waaraan wordt gewerkt. De meerwaarde, het vakmanschap van de advocaat, is hoe deze in processtukken omgaat met die overeenkomsten en verschillen. Hoe creatief hij of zij is in het uitvergroten van de punten die in hun kwestie net anders liggen dan in de jurisprudentie, waardoor de rechter naar de mening van die advocaat dan ook tot een ander - voor de cliënt uiteraard gunstiger - oordeel zou moeten komen. Ik kan op de dagen waarop ik als raadsheer plaatsvervanger fungeer, genieten van advocaten die op intelligente wijze alles in de strijd gooien om de belangen van hun cliënten te dienen. Niet met wollige stukken met basisinformatie, herhalingen en bullshit; wel met een doorwrocht processtuk of pleidooi waarin wordt getoond dat men het vak beheerst.

Ik misken de toegevoegde waarde van AI niet. Soms zie ik toepassingen en output die mij verrassen. Vaak hoor ik in mijn omgeving enthousiaste verhalen over de meerwaarde ervan, waarbij woorden zoals supersnel, gemakkelijk en efficiënt het enthousiasme ondersteunen. Ik zie hoe mijn zoons er mee leren omgaan en er productief van gebruikmaken. Ik ben dan ook niet tegen de ontwikkeling en het gebruik van AI. Ik wil ook geen dinosaurus uit een ander tijdperk zijn, alhoewel ik door lezers (en wellicht door ChatGPT) mogelijk wel zo wordt gezien.

Het punt dat ik wil maken, is dat ik binnen de accountancysector te veel (commerciële) hosanna en te weinig kritische geluiden ten aanzien van AI hoor. Zou je van beroepsgenoten die een professioneel-kritische houding in de genen behoren te hebben zitten, niet meer balans tussen gejuich en kritiek mogen verwachten? Ik meen van wel.

Onlangs had ik het genoegen te lunchen met Pieter de Kok, zelfbenoemd praktijkhoogleraar. Een titel die hij wat mij betreft met eer mag voeren. Bovendien de ondertitel van zijn lezenswaardige, vermakelijke en ontnuchterende boekje (met als titel: Geen zin in data), waarop ik mijn lezers graag attendeer. Een boekje dat de aanleiding was tot onze lunch en een genoeglijk gesprek. Wij maakten ons samen zorgen en druk over de toekomst van het mooie accountantsberoep. We spraken onder meer over private equity en AI en de bullshit die daarover wordt verkocht.

Pieter is nuchter, slim, ervaren, prikt luchtballonnen door. Naast zelfbenoemd praktijkhoogleraar, een bullshitchecker eerste klas. Maar met het accountantshart op de juiste plaats. Met de wil om het vak te vernieuwen én te verbeteren. Daarom enkele quotes uit zijn boekje die voor mij perfect illustreren waar discussies in ons vak (ook, vaker en veel meer) over zouden moeten gaan. Waar door de universiteit benoemde hoogleraren binnen ons vakgebied zich niet over nauwelijks, laat staan kritisch, over uitlaten. Waar zijn zij toch wanneer je ze nodig hebt?

Pieter aan het woord:

"Je wordt geen goede auditor door output te beoordelen die je zelf nooit hebt geproduceerd. Je leert het vak niet door scripts van een taalmodel te herleiden. En je ontwikkelt geen professioneel-kritische houding door naar dashboards te kijken die je zelf niet begrijpt." 

"De RJ leer je niet uit samenvattingen. Die leer je door feitelijke boekingen rondom fusies, splitsingen, juridische verhangingen en goodwill te doorgronden. Je zit met je neus in contracten, waarderingsrapporten, fiscale onderbouwingen en managementoverwegingen. Je bespreekt ze met je manager. En je leert. Dat proces is niet vervangbaar door een model dat plausibele antwoorden geeft zonder context of ervaring."

"Auditing is geen optelsom van controles. Het is het herkennen van patronen, het aanvoelen van gedrag, het stellen van de vraag die nét niet op het controledraaiboek staat. Dat leer je niet uit een boek. Dat leer je niet van ChatGPT. Dat leer je in de praktijk, van mensen. Met vallen, opstaan, en door fouten die je bijblijven omdat iemand je aansprak."

"Large Language Models kunnen helpen. Ze kunnen tempo geven, structuur brengen, suggesties aandragen. Maar ze vervangen geen intuïtie. Ze nemen geen morele verantwoordelijkheid. Ze corrigeren geen ongepaste grap in een teamvergadering of herkennen geen spanning tijdens een gesprek met een cfo die iets verbergt."

Het zijn stuk voor stuk quotes die tot nadenken stemmen en tot goede discussies kunnen leiden. Niet om vervolgens AI af te branden, wel om professioneel-kritisch te (worden en te) blijven. Niet om AI te verdoemen en in de prullenbak te gooien, maar om het verstandig en met nuance in te zetten.

Net als advocaten moeten accountants geen kunstje doen, maar vakmanschap tonen. Woorden als ambacht en professie krijgen pas inhoud als deze door daden worden gestaafd, maar niet omdat accountants hun werk als zodanig benoemen. Want holle frases zonder tastbare inhoud zijn nou eenmaal niet meer dan bullshit. Waarvan akte.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.