Magazine

Betrouwbaarheid gaat voor relevantie

De huidige verslaggevingsregels geven volgens de Software Improvement Group (SIG) geen reëel inzicht in de waarde van software. Dat hoeft ook niet, reageren verslaggevingsdeskundigen Vergoossen, Langendijk en Jordaan. “Een balans hoeft de economische waarde van de onderneming niet te weerspiegelen.”

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 3, 2012

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Waardering software

Software valt onder immateriële vaste activa, waarover wel vaker wat te doen is. Het mag daar worden geactiveerd door vast te stellen wat de toekomstige financiële baten zijn. Tot aan dat punt mogen gemaakte ontwikkelkosten worden meegenomen. Alleen zijn die toekomstige baten nogal lastig objectief vast te stellen en dus kiezen accountants en controllers er massaal voor om deze niet te activeren en slechts puur de kosten mee te nemen.

SIG noemt bij monde van Joost Visser, hoofd research, het toelaten van software activering “een goede stap” in de verslaggevingsregels. “Software is immers van waarde voor een organisatie. De wijze van waarderen is vooralsnog erg onbetrouwbaar en ontoereikend. Bijvoorbeeld: wie een miljoen uitgeeft aan het ontwikkelen van een softwaresysteem waarmee hij de komende jaren denkt twee miljoen te kunnen verdienen, mag dit systeem op een miljoen waarderen. Maar bij veel softwareontwikkelingen is sprake van inefficiëntie en verloren kosten. Bijvoorbeeld: Als er gelijk de juiste functionele eisen waren gesteld of minder dure externe consultants waren ingehuurd, dan had de investering drie ton lager kunnen uitvallen. En dus zou een waardering van zeven ton reëler zijn geweest.”

Onder de motorkap

Visser vindt dat er eerst een basiswaarde moet worden vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten of een benchmark. “Kijk daarvoor onder de motorkap van een systeem. Kwantificeer bij software kwaliteitsgebreken en bijbehorende risico's.” SIG werkt samen met accountants om dat soort analyses uit te voeren en zegt dat te kunnen benchmarken met eerdere analyses, zo'n zesduizend in getal.

Visser: “Het gaat bij IT-projecten om gigantische bedragen en die projecten zijn steeds crucialer. Wij tonen daarbij aan of een bepaalde kwaliteitsgraad wordt gehaald en werken daarvoor samen met de certificatie- en inspectie-instelling TÜVIT.”

Blinde vlek

De accountant kijkt volgens hem vanuit klassiek oogpunt te financieel naar IT. “Het is een blinde vlek. Een bestuurder moet een in control statement tekenen. De accountant ondersteunt de bestuurder. Dan zou hij hem toch ook moeten helpen om in controlte zijn over zijn IT? Anders teken je voor een black box.”

Hij trekt een vergelijk met vastgoed, waar metingen als een bouwtechnische taxatie al gemeengoed zijn.

Bij het beschouwen van software zijn er wat betreft SIG drie belangrijke items. Eén: In welke programmeertaal is de software geschreven? Als tweede komt het volume aan bod. Hoeveel manuren zijn er aan besteed? Als derde komt kwaliteit in beeld. Heeft de software de functie die de organisatie nodig heeft?

Beurskoersen

Ruud Vergoossen, partner bij BDO en hoogleraar externe verslaggeving aan de universiteiten van Nyenrode en Maastricht, trekt het debat breder. “Het probleem van financiële verslaglegging is sowieso dat immateriële bedrijfsaspecten van een onderneming niet altijd tot uitdrukking komen. De vraag is of dat erg is… Kortom: moet een balans de waarde van een onderneming weerspiegelen? Die waarde is vaak erg subjectief. Die is voor verschillende mensen in verschillende situaties anders. Kijk ook maar naar de beurskoersen van de dag.”

De regelgeving is volgens hem bewust gericht op het geven van informatie die niet alleen relevant is, maar ook voldoende betrouwbaar moet zijn. Vergoossen vindt daarom dat SIG geen punt heeft. “De regelgeving voor het activeren van ontwikkelingskosten zijn zo strikt vanwege de vereiste betrouwbaarheid. Je kunt anders veel gaan schuiven onder het motto dat de software toekomstige voordelen oplevert. Daarmee werk je misbruik in de hand.”

Illusie

De jaarrekening hoeft niet per se de economische waarde van de onderneming weer te geven, zegt Vergoossen. “Zij moet een getrouw beeld geven van de financiële positie en de behaalde resultaten, op basis waarvan de gebruiker van de jaarrekening zijn inschattingen kan maken en conclusies kan trekken. Het berekenen van die economische waarde doe je wel bij een overname. Dan is de jaarrekening slechts één van de bronnen om te bepalen wat voor hem de waarde is van de onderneming. Maar het is een illusie om te denken dat zelf opgebouwde klantenbestanden, merknamen of kennis waarover een organisatie beschikt tot waardering komen in de balans. Hooguit komt dit soort zaken in verhalende zin in de toelichting of in het directieverslag terug. Het streven naar een puntschatting in de balans van de waarde van immateriële bedrijfsmiddelen lijkt me onbegonnen werk.”

Lastig te verkopen

Henk Langendijk, eveneens hoogleraar externe verslaggeving aan de Universiteit van Amsterdam, is het eens met Vergoossen. “Software is, in tegenstelling tot een gebouw waar een actieve markt voor bestaat, lastig te verkopen. Bijvoorbeeld ERP-systemen worden op maat gemaakt. Een dwingende eis voor fair value-waardering is dat er een actieve markt moet zijn. Daarnaast: gebouwen houden hun waarde langer. Software kan in heel korte tijd zijn waarde verliezen. Tussentijds herwaarderen heeft dan weinig zin. Die waardering is ook nog een probleem. Ik vind het niet meer dan logisch dat accountants voorzichtig zijn met het activeren en het hoger dan de kostprijs waarderen.” Er bestaat volgens Langendijk sowieso een discrepantie tussen de boekwaarde en de waarde volgens de beurs. “Kijk naar een bedrijf als Google met een enorm innoverend vermogen. Dat vermogen krijg je niet betrouwbaar verwerkt in de balans, wel de opbrengsten in de winst-en-verliesrekening. Dat is voor een deel maar goed ook. Anders krijg je de situatie dat organisaties immateriële vaste activa gaan ‘opblazen’, maar de beloofde gouden bergen komen niet. Dan ben je verder van huis dan ooit.”

Bonnetjes

Of het waarderen van activa tegen reële waarde beter is dan tegen kostprijs (met afschrijving) is volgens Gert-Jan Jordaan, accountant bij AREP en docent verslaggeving aan Universiteit Nyenrode, een bekende discussie. “Het waarderen van immateriële activa tegen reële waarde is wettelijk nauwelijks toegestaan. Voor software is het wettelijk gezien niet mogelijk. De vraag is hier: wat mag er op de balans? Daarvoor steunt de controller van een organisatie sowieso al op de experts in zijn onderneming. Dus ook op de experts bij ICT. Maar in feite kun je dan, plat gezegd, alleen alles meenemen waar je een bonnetje voor hebt. Die kosten weet je en deze zijn objectief en met de kostprijs heb je een instrument, wellicht gebrekkig, om een basis vast te stellen.”

Intellectueel eigendom

“De volgende vraag is dan: kun je een jaarrekening relevanter maken, dichterbij de economische realiteit brengen?”, zegt Jordaan. “Maar daarmee begeef je je ook op het vlak van de dagkoersen. Er zijn ook veel meer posten te noemen waarbij waardering tegen kostprijs ten koste gaat van de relevantie. Het bepalen van de economische realiteit wordt overgelaten aan de gebruiker van de jaarrekening en dat vind ik terecht.” Jordaan deed twaalf jaar geleden onderzoek naar intellectueel eigendom. “Daarbij heb ik gebruikers van de jaarrekening gevraagd wat zij zouden willen weten over intellectueel eigendom. Een dergelijk onderzoek zou je ook voor software kunnen doen. Is er behoefte aan meer informatie. Je maakt immers die jaarrekening voor hen. Bij intellectueel eigendom bleek er weinig behoefte.”

‘Uitruil’

Software blijkt een uniek product, waarvan lastig de economische waarde is te bepalen. Dat zijn de partijen het met elkaar eens. Maar waar SIG het heil ziet in het beter opnemen van software (zie ook kader ‘Vergezicht neerzetten’), zien verslaggevingsdeskundigen die toegevoegde waarde niet. Los daarvan vinden ze wel dat immateriële activa een zodanige vorm kunnen aannemen, dat de economische waarde en waarde genoemd in de jaarrekening mijlenver uit elkaar liggen. Zie bijvoorbeeld Youtube.

Het gaat om een niet altijd even goed uitvallende uitruil tussen betrouwbaarheid van de jaarrekening en relevantie, zeggen de deskundigen. Daarbij valt het kwartje de kant op van betrouwbaarheid, zeker in een tijd van een financiële crisis waarin de discussie over de waarde van financiële producten in volle hevigheid losbarst. Langendijk: “Daarin accepteren we dat betrouwbaarheid in zaken als fair value en kostprijs, voor relevantie gaat.”

SIG: ‘vergezicht neerzetten’

“We begrijpen uitstekend dat er verslaggevingsregels zijn die niet zomaar gewijzigd kunnen worden”, zo reageert Joost Visser van SIG op de kritiek van de verslaggevingsexperts. “Maar we willen wel een vergezicht geven. Verslaggeving op basis van alleen de bonnetjes geeft niet een goed beeld van de kosten. Je mist daardoor het beeld van de waarde van software in het economische verkeer. En die waarde wordt, met digitalisering in het achterhoofd, steeds belangrijker.”

SIG ziet een rondetafelbijeenkomst over het onderwerp wel zitten.

Visser: “Dan kunnen we wellicht dit onderwerp wat verder brengen en de technische en financiële blik bij elkaar brengen.” Hij noemt de schroom om de database van SIG voor waarderingen te gebruiken koudwatervrees. “Het is iets nieuws, dat uitgelegd moet worden. Vandaar dat we graag de dialoog aangaan.”

SIG is nog niet benaderd door accountants om voor de jaarrekening een waardering van de software uit te voeren. “Maar wel hebben we voor de toelichting in het jaarverslag van de Stichting Internet Domein Registratie de waardering uitgevoerd. Daarmee gaven ze in vier sterren een beeld van de software en het belang daarvan aan voor de continuïteit van hun organisatie.”

Verder werkt SIG samen met Deloitte en Mazars om het onderwerp ICT en control verder op de kaart te zetten. “De aansluiting van die twee onderwerpen wordt dus wel degelijk door de markt gezien”, aldus Visser. “Vooral bij investeringsbeslissingen en boekenonderzoek bij fusies en overnames.”

Ronald Bruins is journalist.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.