Mannelijke accountants blijven ambitieuzer
Het ambitieverschil tussen mannelijke en vrouwelijke accountants om de top in hun kantoor te halen, blijft onverminderd groot. En ook tussen AA's en RA's is er verschil.
Dat blijkt uit het vorige week gepubliceerde Accountancy Beloningsonderzoek 2012 van Accountant en Alterim.
Een fors percentage openbaar accountants zegt desgevraagd op termijn de ambitie te hebben om partner (of director) te worden. Daarbij blijken mannen met 40,8 procent aanmerkelijk ambitieuzer - in carrièretermen - dan vrouwen (23,8 procent). Dit verschil is al jaren zeer stabiel en hardnekkig.
Relevant is dat dit ook al speelt tijdens de studententijd, waarin de meeste vrouwen en mannen nog niet worden gehinderd door zorgen over het combineren van werk en gezin. Van de mannelijke studenten zegt 40,1 procent een topfunctie te ambiëren, ruim anderhalf maal zo vaak als bij de vrouwelijke studenten (25,7 procent). Die cijfers zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren.
Ook AA's en RA's verschillen op dit punt. RA's willen beduidend vaker ‘het hoogste' in hun kantoor bereiken dan hun AA-collega's (50 procent versus 27 procent). Bij de vrouwen speelt dit AA-RA-verschil nog sterker.
De respondenten die geen partnerambities koesteren, geven daarbij desgevraagd als meest genoemde reden ‘ik stel andere prioriteiten' (mannen 59,3 procent, vrouwen 61,9 procent). Ook ‘ik ambieer geen functies die me te veel tijd gaan kosten' wordt vaak genoemd, door mannen en vrouwen vrijwel even vaak (24,7 procent en 23,2 procent).
Wel een groot man-vrouwverschil is er bij het antwoord dat ‘privéomstandigheden dit niet toe laten'. Van de vrouwen noemt 23,2 procent dit, bij de mannen slechts 15,7 procent. Dit verschil speelt zowel bij AA's als RA's. Opvallend is wel dat vrouwen dit in 2011 nog iets vaker noemden (27 procent) en mannen juist minder vaak (12,8 procent).
Aan een gebrek aan vrouwelijk geloof in eigen capaciteiten ligt het ambitieverschil tussen de seksen zeker niet. In totaal geeft 21,7 procent van de respondenten aan dat ze niet de kwaliteiten voor een topfunctie hebben. Bij de studenten is er op dit punt nauwelijks verschil tussen man en vrouw (mannen 17,9 versus vrouwen 18,1 procent), bij de AA's geloven de vrouwen met 34,6 procent iets vaker dan de mannen (29,2 procent) dat ze hier de kwaliteiten voor missen. Bij de RA's daarentegen, geven mannen dit juist weer vaker op als reden dan vrouwen (20,8 versus 13,9 procent).
Gerelateerd
Inclusie vraagt om ambassadeurs én persoonlijke verhalen
Ambassadeurs binnen organisaties, persoonlijke verhalen en zichtbaar leiderschap zijn onmisbaar om diversiteit en inclusie meer te laten zijn dan beleid op papier....
Big four zijn goed voor professionele ontwikkeling, kleinere kantoren bieden betere werk-privébalans
Een vergelijking tussen big four- en niet-big four-kantoren laat zien dat het onderscheid vooral zit in werkdruk en planning enerzijds en ontwikkelingsstructuren...
Ze verlaten niet het vak, maar jouw kantoor
Wie wil weten wat er schort aan de cultuur van gevestigde kantoren, hoeft alleen maar te kijken naar accountants die vertrekken om voor zichzelf te beginnen, aldus...
Administratiekantoren moeten door personeelstekort steeds vaker werk uitbesteden
Uitbesteding wordt voor administratie- en belastingadvieskantoren steeds vaker een oplossing om de gevolgen van de krappe arbeidsmarkt op te vangen. Personeelstekort...
Gen Z is niet het probleem, de imagokloof in de accountancy wel
De discussie over het tekort aan jong talent wordt vaak teruggebracht tot een probleem van de jeugd zelf. Gen Z zou minder loyaal zijn, minder willen werken en te...
