Opinie

Naming and shaming via internet misstaat in rechtsstaat

Onlangs heeft Fred Teeven in de Tweede kamer bepleit om de namen van accountants die door de tuchtrechter zijn veroordeeld, op het internet te zetten. Gert Smit acht dit vatbaar voor discussie; daaraan draag ik graag bij.

Teeven meent dat het voor cliënten volstrekt duidelijk moet zijn wie de zwarte schapen zijn in een beroepsgroep. Cliënten zijn degenen die met een bepaalde accountant van doen hebben of gaan krijgen. Zij moeten naar mijn smaak inderdaad kunnen zien of deze al eens is bestraft.

Maar daarin wordt al voorzien in het wetsontwerp voor de Wet tuchtrechtspraak accountants, dat reeds door de Tweede Kamer is aanvaard. De sancties komen in de openbare registers van de Autoriteit Financiële Markten en van NIVRA dan wel NOvAA, en blijven daar maar liefst tien jaar staan.

Maar op het internet kan men desnoods elke dag kijken of er wéér een (vaak voordien onbekende) accountant wordt genoemd. Teeven meent dat dit niet in de krant moet, omdat geen hond het zou lezen.
Maar er is voor een krant of tijdschrift die dit als verkoopstimulans ziet, geen enkel beletsel om dit tóch te doen, zonder kennis van de inhoudelijke aspecten van de desbetreffende tuchtzaak.

Te meer omdat al in een wel redelijke behoefte van (potentiële) cliënten en andere (mogelijke) betrokkenen wordt voorzien, lijkt mij publicatie op het internet een maatschappelijk ongewenste verzwaring van de sanctie, die in een rechtsstaat misstaat.

Maar ook ten aanzien van de publicatie in de registers rijst een vraag: hoe dat zit met een strafblad? Een strafrechtelijk vergrijp lijkt mij veel ernstiger dan een tuchtrechtelijke overtreding. Ik weet niet of en hoe lang het publiek kan nagaan wat er op een strafblad staat, maar Teeven weet dat ongetwijfeld wel. Misschien wil hij daar zijn visie eens over geven.

Op een ander punt toont Teeven wel begrip: hij vindt dat er verschil moet worden gemaakt tussen lichte klachten, zoals over declaraties en de zwaardere, zoals belangenverstrengeling. Hij zoekt dus toch naar een zeker evenwicht.

In de Eerste Kamer hebben verschillende partijen aan de minister al vragen gesteld over de vastlegging van lichte sancties in genoemde registers.
Ik acht die vragen terecht. Een waarschuwing en/of een symbolische boete betekenen: 'Kijk voortaan beter uit, sufferd!' Een dergelijke sanctie behoort naar mijn smaak niet gedurende tien jaar opgerakeld te kunnen worden.
Een berisping daarentegen betekent: 'Dat was goed fout, broeder!' Dan is toegankelijkheid van de sanctie veeleer gerechtvaardigd, al is het maar wegens de preventieve werking.

Maar tussen het bedekken met de mantel der liefde en het op de markt aan de schandpaal nagelen, liggen meer evenwichtige mogelijkheden dan thans voorzien. Als de Eerste Kamer op een wetswijziging in de door mij bedoelde geest aandringt, mag ik dus verwachten dat Teeven daar in de Tweede Kamer geen bezwaar tegen maakt.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Hans Blokdijk (1935-2013) was hoogleraar accountancy aan de Vrije Universiteit Amsterdam en aan Universiteit Nyenrode. Na zijn vertrek als partner bij KPMG in 1992 was hij werkzaam als zelfstandig adviseur van accountants en advocaten.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.