Opinie

RJ is toe aan herpositionering: vervang richtlijnen door directieven en richtsnoeren

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) is een private instelling die richtlijnen voor de jaarverslaggeving uitbrengt. Richtlijn in de zin van 'directief' is iets waar betrokkenen zich aan zouden moeten houden. In die zin zijn ze lang omstreden geweest. Zo betoogde hoogleraar Hans Beckman dat ze niet meer zijn dan vakliteratuur die rechters naar believen kunnen gebruiken. Maar gaandeweg kregen ze meer status.

Ten eerste hebben ministers van Justitie vanaf 2001 (toen het wetsvoorstel om BW titel 9 te wijzigen werd uitgebracht) verklaard dat de RJ-richtlijnen, hoewel niet verplicht voorgeschreven, leiden tot goede jaarverslaggeving. Wie ze volgt hoeft zich geen zorgen te maken of hij aan titel 9 voldoet. Ook formeel kregen de richtlijnen meer status, namelijk voor de zorgsector en het onderwijs. 

Een tweede ontwikkeling was dat de Ondernemingskamer de richtlijnen steeds vaker ging noemen bij de motivering van vonnissen. Bij het tussenarrest SOBI versus KPN oordeelde de Ondernemingskamer dat KPN ten onrechte niet had gemotiveerd waarom zij van de RJ-richtlijnen was afgeweken, maar dat oordeel kan slaan op de gerechtelijke procedure. 

Wat Ondernemingskamer-president Huub Willems in de herfst van 2008 zei tijdens een congres van de vereniging jaarrekeningrecht in Tilburg, was een doorbraak. Dat kwam ongeveer neer op (er is geen verslag beschikbaar): De RJ kan uitspraken doen binnen het kader van de wet

Het standpunt van Willems werd begin 2009 gevolgd door de strafkamer van het Amsterdamse gerechtshof in de Ahold-zaak, waarin de bestuurders werden vervolgd voor het knoeien met cijfers. Het hof zegt letterlijk: "Voor toepassing van de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving in aanvulling op geldend recht is alleen plaats binnen het bestek van de hiervoor geschetste - richtlijnconform geïnterpreteerde - wettelijke regeling, en in afwachting daarvan alleen indien de wetgever dit uitdrukkelijk heeft toegelaten." 

De Ahold-vonnissen hebben in jaarrekeningland geen aandacht gekregen. Maar ze zijn wel belangrijk en sluiten naadloos aan op de uitspraak van Willems in Tilburg. 

Het resultaat, zolang de Hoge Raad deze vonnissen niet casseert, is dat de RJ-richtlijnen een wettelijke status hebben gekregen, maar uitsluitend binnen het bestek van de (EU-)richtlijnconform geïnterpreteerde wettelijke regeling. 

Dit betekent voor de RJ-richtlijnen een tweedeling tussen enerzijds uitspraken binnen het bestek van de wettelijke regeling - dit zijn 'directieven' die nageleefd moeten worden - en anderzijds uitspraken die een wettelijke basis ontberen en derhalve niet méér zijn dan 'richtsnoeren'

Voor een goed onderscheid in rechtskracht is het zaak die tweedeling ook duidelijk te hanteren. Kortom: de RJ te herpositioneren en afstappen van de huidige, meervoudig interpreteerbare term 'richtlijnen'. 

Directieven 

Directieven zullen aan de strenge eisen moeten voldoen die gelden voor andere regelgeving: dat wil zeggen een verantwoording van de totstandkoming ervan, hetgeen we nu niet zien bij de RJ-richtlijnen - wat daar met de commentaren is gebeurd en waarom, is meestal onbekend. 

Verder zal een directief richtlijnconform moeten zijn. Bij twijfel of afwijking gaat de EU-richtlijn vóór, conform bovengenoemde uitspraak van het gerechtshof. Op een aantal plaatsen houdt Nederland zich daar nu niet aan. Dat zal de RJ wel moeten doen en in haar kielzog ook de beroepsorganisatie, met haar gepubliceerde standpunten en antwoorden via de helpdesk. 

Richtsnoeren 

Waar geen wetgeving is, is slechts sprake van richtsnoeren. Referentie daaraan in de accountantsverklaring zal nog steeds mogelijk zijn, maar het gerechtshof heeft met haar uitspraak de pretentie dat sprake is van een 'algemeen aanvaard stelsel' een kopje kleiner gemaakt. Wel zal zo'n stelsel de basisbeginselen van verslaggeving moeten respecteren. Daarbij zal titel 9 sterk normbepalend zijn, maar niet in detail en niet in alle omstandigheden, bijvoorbeeld voor organisaties zonder winststreven. Zo kan de eis aan stichtingen dat alle posten via het resultaat moeten lopen, niet als basisbeginsel worden aangemerkt. 

De beroepsorganisaties bieden in HRA3 slechts een accountantsverklaring wanneer volledig aan RJ 640 is voldaan. (Dat is technisch vrijwel onmogelijk, want volgens § 106 2e alinea geldt de hele RJ-bundel.) Dus geen voorbeeldtekst als aan andere normen wordt voldaan, zelfs niet voor situaties waarin aan RJk C1 (voor kleine rechtspersonen) wordt voldaan. De accountant moet het zelf maar uitzoeken. 

Hoe dit op te lossen? Ten eerste door een accountantsverklaring met referentie aan normen die in het maatschappelijk verkeer aanvaardbaar worden geacht. Wat zijn die normen? Een richtsnoer van de RJ? 

Beter zou zijn als de beroepsorganisaties Nadere voorschriften uitvaardigen waarin de basisbeginselen voor verslaggeving worden vastgelegd, waar entiteiten die niet vallen onder titel 9 of vergelijkbare jaarrekeningvoorschriften (bijvoorbeeld in de gezondheidszorg) zich moeten houden in de jaarrekening voor het onbepaalde publiek (in jargon: general purpose jaarrekening). 

Met dit complement is een basis gelegd voor een voor iedereen duidelijk stelsel.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Jan Achten is BDO- en NBA-pensionaris.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.